Klimaatakkoord Parijs staat of valt met groenere Nieuwe Zijderoute

Wereld moet hopen dat Chinese communisten juiste klimaatkeuzes maken

© Thomas Peter / Reuters

Het Chinese partijcongres

Het is zonder twijfel het grootste enigszins samenhangende investeringsproject ter wereld: het Belt and Road Initiative of het Gordel-en Weginitiatief, ook bekend als de Nieuwe Zijderoute. Die samenhang, de spin in het web, heet China.

China is met een vierde van alle broeikasgassen op het eigen grondgebied ’s werelds grootste uitstoter. Maar het land is ook belangrijk voor het klimaatbeleid, omdat het internationaal een groeiende rol speelt.

Het land sloot voor het Gordel- en Weginitiatief akkoorden met 126 andere landen. Het gaat om haast alle landen in Azië, de meeste landen in Afrika, alle landen van Oost-en Centraal-Europa, Italië en enkele landen in Latijns-Amerika.

Men verwacht dat in die 126 landen tegen 2030 voor meer dan 12.000.000.000.000 dollar (dat is 12.000 miljard dollar of zo’n 11.000 miljard euro) aan infrastructuurwerken zullen plaatsvinden: in transport, energieproductie, gebouwen…

Het risico bestaat dat de Nieuwe Zijderoute ons naar een temperatuurstijging met 3 graden in 2050 duwt.

Die 126 landen zijn nu goed voor 28 procent van de globale uitstoot. Maar als alles doorgaat zoals we dat gewend zijn — het business-as-usualscenario — zullen die landen in 2050 verantwoordelijk zijn voor 66 procent van de uitstoot. De reden: het grootste deel van de mondiale economische groei en van de wereldbevolkingsgroei zal in die landen plaatsvinden.

Zelfs als alle andere landen erin zouden slagen om hun beleid af te stemmen op het scenario van een temperatuurstijging met twee graden Celsius (het doel van het Parijse klimaatverdrag), dan kunnen de Gordel-en-Weglanden de wereld in het slechtste geval naar een temperatuurstijging van drie graden in 2050 duwen, zo waarschuwt het rapport Decarbonizing the Belt and Road.

Het is noodzakelijk om nu in te grijpen, om te voorkomen dat investeringen de betrokken landen voor decennia vastpinnen op een koolstofrijk ontwikkelingspad.

Het feit dat 11.000 miljard euro aan investeringen onder deze Nieuwe Zijderoute vallen, is ook een kans, als men erin slaagt om die investeringsstroom te vergroenen. Kiest men voor spoorwegen of autowegen? Voor windenergie of voor kolencentrales? Bouwt men klimaatneutrale gebouwen of niet? Daarover gaat het.

De stem van de Partij

China heeft al binnenlandse groene investeringsrichtlijnen, en het rapport roept China op om deze ook toe te passen bij de investeringen voor het Gordel- en Weginitiatief.

Het rapport vraagt om verplichte milieu-effectenrapportering voor projecten die vallen onder de Nieuwe Zijderoute. Die moeten onder meer gegevens bevatten over de verwachte koolstofemissies van het project, de vervuiling van lucht, water en bodem en de impact op de biodiversiteit en gemeenschappen.

Verder moeten ook de grote bouw-, energie- en technologiebedrijven die instaan voor een groot deel van de Chinese betrokkenheid in de Gordel- en Weglanden, meer aandacht hebben voor de milieuaspecten en groenere projecten voorstellen. De Vereniging van Internationale Chinese Contractoren (China International Contractors Association ofte Chinca) – dat zijn alle grote Chinese bedrijven die actief zijn in het buitenland – kan daarin een grote rol spelen.

Heel veel hangt hier af van de Chinese overheid en de Communistische Partij van China. Want veel van die bedrijven zijn overheidsbedrijven, en in elk van die bedrijven heeft de partij een belangrijke stem in het beleid. De krachtige centrale sturing, zo eigen aan het Chinese systeem, kan hier grote voordelen bieden, op voorwaarde dat die centrale sturing investeringen de juiste — groenere — richting uitstuurt. Je kan er niet omheen: de wereld moet in feite hopen dat de Communistische Partij van China de juiste keuzes maakt.

Je kan er niet omheen: de wereld moet hopen dat de Communistische Partij de juiste keuzes maakt.

Er zijn tekenen dat de partij er inderdaad aan denkt om van het Gordel- en Weginitiatief een instrument te maken, om te werken aan de ecologische beschaving waartoe de Chinese president Xi Jinping zijn land zegt te willen brengen. Het feit dat de gerenommeerde Tsinghua-universiteit (samen met een Britse denktank en ngo) dit rapport heeft geschreven, vergroot de kans dat het in China ook impact heeft.

Anderzijds begon China in eigen land vorig jaar nog met de bouw van 28 gigawatt aan nieuwe kolencentrales. Ook de CO2-uitstoot steeg vorig jaar met 2,3 procent, nadat hij eerder al gedaald was. Wel wijst alles erop dat China op weg is om zijn doelstellingen voor het klimaatverdrag van Parijs te halen of het zelfs beter te doen.

Groen investeren

Naarmate het investeringsvolume van de Nieuwe Zijderoute oploopt, spelen ook lokale financiers een grotere rol. En daar stelt het rapport dat de meeste van de 126 landen nog niet veel expertise hebben in het vergroenen van hun financiewezen, bijvoorbeeld door groene criteria te bepalen voor hun kredietverlening. Zelfs de financiers die principes of regels hebben, slagen er dikwijls niet in om die toe te passen.

28 grote banken keurden dit voorjaar al 7 groene investeringsprincipes goed. Vraag is hoe de toepassing ervan gerealiseerd kan worden.

Hier lijkt een grote rol weg gelegd voor de grote ontwikkelingsbanken en voor China als trekker van de Nieuwe Zijderoute. Zij kunnen landen versneld de nodige kennis van zaken en capaciteit bij te brengen. Vaak denken landen ten onrechte dat groene investeringen geld kosten, terwijl ze per saldo tot veel besparingen kunnen leiden, onder meer doordat ze minder gezondheidsproblemen veroorzaken.

Het rapport vindt verder ook dat het Gordel-en WegInitiatief nood heeft aan een eigen set van groene investeringsprincipes. Een set van zeven principes werd dit voorjaar overigens goedgekeurd door 28 grote banken, waaronder alle grote Chinese banken en een aantal grote westerse banken zoals UBS, Deutsche Bank, Credit Agricole of HSBC.

Het gaat om algemene principes zoals communiceren over milieu-informatie, het gebruik van groene financiële instrumenten, en samen werken aan de capaciteitsopbouw. Echt hard zijn die principes niet. De vraag is hoe de toepassing van die principes gerealiseerd kan worden.

Het verhaal van de Groene Investeringsprincipes is duidelijk een samenwerkingsverband tussen Chinese en Europese actoren, waaronder de Londense City. Welke rol kunnen overheden, private actoren en civiele samenleving daarin spelen? En wat kunnen de Verenigde Naties en andere internationale organisaties betekenen in dat gigantische project?

China beslist

Het Gordel- en Weginitiatief biedt mogelijkheden om landen versneld op een groener ontwikkelingspad te sturen, zowel door de investeringen zelf te vergroenen als door in de betrokken landen meer capaciteit op te bouwen. China kan het verschil maken voor de wereld, als het dat wil. Door in eigen land zijn klimaatdoelen te realiseren, maar vooral door aan te sturen op een Groene Zijderoute.

China heeft daartoe de middelen: het is ’s werelds grootste producent van zonnepanelen, en windmolens, het heeft ook de grootste productie van wind-en zonne-energie en de Chinese banken beschikken over de nodige middelen.

Het is afwachten of de politieke wil er is om de Nieuwe Zijderoute te vergroenen. Dat is een keuze die de Communistische Partij van China met haar negentig miljoen leden zal maken. De wereld moet hopen dat de partij de juiste keuze maakt.

Zeker is dat het een keuze is die commercieel interessant kan zijn, omdat China leidende bedrijven heeft in de productie van zonnepanelen, windturbines of (hoge snelheids)treinen. Maar ook geopolitiek en op het vlak van soft power kunnen een Groene Zijderoute en een China als klimaatleider een goeie zaak zijn. Die keuze kan China positief doen afsteken tegen zijn geopolitieke rivaal, de VS, het rijkste land ter wereld, dat uit het klimaatverdrag van Parijs is gestapt.

Wie zou er niet dankbaar zijn tegenover de grote broer die het lekkende bootje waar we allemaal in zitten, van de ondergang redt?

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur