Zuid-Soedan heeft enorme maar 'waardeloze' veestapel

Nieuws

Zuid-Soedan heeft enorme maar 'waardeloze' veestapel

Zuid-Soedan heeft enorme maar 'waardeloze' veestapel
Zuid-Soedan heeft enorme maar 'waardeloze' veestapel

IPS

13 mei 2014

Veel Zuid-Soedanezen verkiezen kwantiteit boven kwaliteit  als het over vee gaat. Het is hen vooral om het prestige te doen. Maar die enorme veestapel weegt op het milieu en de beschikbare watervoorraden, waarschuwen experts.

© IPS/Jared Ferrie

Een jongen van de Manduri-stam tussen het vee, Terekaka, Zuid-Soedan.

© IPS/Jared Ferrie

Het Oost-Afrikaanse land telt 11,7 miljoen runderen, 12,4 miljoen geiten en 12,1 miljoen schapen voor een bevolking van ongeveer 13 miljoen. Dat blijkt uit een raming van het Zuid-Soedanese ministerie van Landbouw. Deze veestapel zou een waarde hebben van 2,2 miljard dollar, per capita omgerekend is dat de hoogste van het continent.

Isaac Woja, een consultant voor het beheer van natuurlijke grondstoffen, meent dat de stapel niet duurzaam wordt beheerd en zowel waterschaarste als natuurdegradatie veroorzaakt.

“Het vee in Zuid-Soedan is een vloek. Mensen houden de dieren niet voor het economische voordeel of voor voedselzekerheid”, zegt hij. “Het is hen eerder om het prestige te doen: wie de grootste veestapel heeft, kan op respect rekenen in zijn gemeenschap. Daarom is er in droge tijd zo’n gebrek aan water en graasland.”

Bruidschat

In Zuid-Soedan zijn er zelfs gemeenschappen waarin het slachten van de eigen koeien voor het vlees ondenkbaar is. Dus importeert het land runderen, vooral uit Oeganda, voor de vleesconsumptie. De eigen koeien worden vaak gebruikt als bruidschat, of ter compensatie in geval van moord of overspel.

“Veehouders zijn trots op de kwantiteit eerder dan de kwaliteit van hun beesten. Met overbegrazing tot gevolg”, zegt ook Justine Miteng van de SNV Netherlands Development Organisation.

Dat tast de watervoorraden aan. “De mensen komen naar waterplaatsen om hun dieren te laten drinken, en veroorzaken schade aan de rivierbedding. Het vee en de herders ontlasten ook in het water, wat in zekere zin ook tot watervervuiling leidt”, verklaart Miteng.

Bodemerosie

Woja wijst op het probleem van bodemerosie als gevolg van overbegrazing. “Je kan idealiter maar drie koeien laten grazen op een halve hectare grond, maar hier zal je zien dat iemand honderd runderen heeft staan op die oppervlakte.”

Hij pleit voor een wettelijke bepaling van het aantal dieren dat een herder op een stuk grond mag houden. “De meest duurzame manier is een beperking van het aantal beesten dat je mag houden, en het invoeren van een sedentaire manier van landbouw. Zo kan je ook gras oogsten als hooi om de droge periodes te overbruggen.”

Woja meent ook dat er een bepaling nodig is over hoe een bepaalde lap grond gebruikt zou moeten worden om aan veeteelt te doen. “Als je een groot stuk gemeenschappelijk land bezit, zou je dat moeten kunnen onderverdelen, zodat je weet dat je dit jaar op een stuk en volgend jaar op een ander stuk zult grazen.”

“Door veeteelt winstgevend te maken voor de eigenaars, zal het conflict voor waterbronnen en graasland afnemen, de milieuschade beperkt blijven en de kwaliteit van de beesten toenemen.”

Beleid

De ongebreidelde ontginning van het land is deels te wijten aan het gebrek aan duidelijk beleid van de regering, stelt Leben Nelson Moro, hoogleraar ontwikkelingsstudies aan de Universiteit van Juba.

Volgens Moro ligt de klemtoon te veel op de olie-exploitatie. Die olie is namelijk goed voor 98 procent van de inkomsten voor de Zuid-Soedanese staatskas. “We hebben een nationaal plan nodig om alle natuurlijke grondstoffen in kaart te brengen en te bepalen hoe we die zullen gebruiken opdat ze ook aan de toekomstige generaties ten goede komen”, verklaart Moro.

“Het middenveld is nodig om de regering te controleren, die doorgaans enkel de voordelen op korte termijn van de ontginning van onze natuurlijke rijkdom voor ogen houdt, en niet de impact op gemeenschappen op de lange termijn”, besluit hij.