‘Israël lijkt het verwende kind voor wie andere spelregels gelden’

Opinie

Waarom de Palestijnse kwestie de naoorlogse wereldorde bedreigt

‘Israël lijkt het verwende kind voor wie andere spelregels gelden’

15 november 2023

Als Israël blijvend een uitzondering krijgt op internationale regels, ondergraaft dat die regels. Het maakt Palestijnse slachtoffers en is op termijn evenmin goed voor joodse mensen in en buiten Israël. Nu meer dan ooit. Het moet de vrienden en vijanden van Israël en Palestina tot actie aanzetten.

De moordende tocht van Hamas op 7 oktober heeft niet alleen tot veel bloedvergieten geleid, maar heeft ook een grote communicatiecampagne over de situatie in Israël en Palestina op gang gebracht. In een gesprek met de New York Times beweert Hamas dat dit ook zijn bedoeling was.

Die communicatie legt in feite bloot wat de “oplossing” voor de Palestijnse kwestie is waar de Israëlische premier Benjamin Netanyahu al jaren aan werkt: ruim 2 miljoen Palestijnen min of meer opsluiten in Gaza en zo veel mogelijk grond op de Westelijke Jordaanoever inpalmen voor joodse nederzettingen.

Het “vredesproces”, dat nochtans uitging van een tweestatenoplossing, werd al die tijd benut om al 600.000 joodse mensen te huisvesten in de door Israël bezette gebieden. Wat dus precies die tweestatenoplossing ondergraaft: het Palestijnse gebied werd een archipel van gebiedjes waar je nog moeilijk een staat van kunt maken.

Tijdens die stille verovering werd de Palestijnse bevolking met een sterke militaire aanwezigheid onder de knoet gehouden. De extreemrechtse variant van die aanpak, in voege sinds de jongste Israëlische verkiezingen, is op nog agressievere wijze grond inpalmen waarbij joodse kolonisten soms mensen uit hun dorpen of huizen verjagen. Zo agressief dat de Israëlische generaal Yehuda Fuchs het woord ‘progrom’ gebruikte om de aanpak van zijn landgenoten te duiden.

De Israëlische fixatie op land veroveren is intussen al 75 jaar bezig. Dat doet dan ook meteen de alarmbellen afgaan als Israël nu de Palestijnen vraagt om Noord-Gaza te verlaten. Zullen ze ooit nog kunnen terugkeren? En waar moeten ze heen als het Israëlische leger Zuid-Gaza aanvalt?

Tegelijk streefde Israël akkoorden na met zo veel mogelijk Arabische landen. De Netanyahustrategie was de Palestijnen internationaal te isoleren en hun zaak onzichtbaar te maken. Dat is niet gelukt: de Palestijnse kwestie is weer heel zichtbaar.  Daarmee is het Netanyahuproject ten gronde mislukt.

Naoorlogse orde

Het opmerkelijke aan die hele strategie is dat ze volledig onwettig is. Ze staat immers haaks op het internationaal recht. Na de Tweede Wereldoorlog besliste de mensheid dat landen elkaar niet meer zouden aanvallen en geen grondgebied meer van elkaar zouden veroveren.

Het VN-handvest stelt in artikel 2 dat ‘alle leden zich in hun internationale relaties onthouden van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van de staat’. Interstatelijk geweld kan alleen met toestemming van de Veiligheidsraad, het orgaan dat sinds 1945 toeziet op de internationale vrede en veiligheid. Klein detail: de mooie tekst was alleen aanvaardbaar op voorwaarde dat de machtigste landen een veto kregen in de Veiligheidsraad en er ook altijd in zouden zetelen.

Het verbod op interstatelijk geweld heeft na 1945 redelijk goed standgehouden met de nadruk op redelijk. De twee supermachten kwamen immers in de “eigen” invloedzone — de wereld was ingedeeld in een communistisch en een kapitalistisch blok -  van tijd tot tijd wel met geweld tussen. De Sovjets stuurden het Rode Leger naar Boedapest of Praag als Hongarije respectievelijk Tsjechoslovakije naar het andere kamp dreigden over te lopen. De Verenigde Staten (en bij uitbreiding het Westen) deden hetzelfde door middel van door hen gesteunde staatsgrepen in Chili of Iran.

Daarnaast waren er de bevrijdingsoorlogen tegenover kolonisatoren en burgeroorlogen waarbij de twee supermachten verschillende kampen steunden en zo het geweld aanwakkerden. Maar staatsgrenzen werden zelden verlegd. Burgeroorlogen leidden wel soms tot nieuwe landen, zoals Eritrea of Zuid-Soedan. Na de val van de Berlijnse Muur (en het communistische Oostblok) in 1989 viel een aantal federaties uit elkaar: soms met geweld (Joegoslavië), soms zonder (Sovjetunie, Tsjechoslovakije).

Toen in 1990 Irak de kleine oliestaat Koeweit onder de voet liep, riep de Amerikaanse president George Bush senior een Nieuwe Wereldorde uit om een wereldcoalitie tot stand te brengen om Irak weer te verdrijven. In die Nieuwe Wereldorde zou, aldus Bush, het Handvest van de VN wél volledig gerespecteerd worden: landen zouden elkaar voortaan echt niet meer aanvallen.

De Verenigde Staten waren als enig overgebleven supermacht evenwel de eerste om tegen die Nieuwe Wereldorde te zondigen. In 1999 bombardeerden ze Servië en in 2003 vielen ze Irak binnen, telkens zonder een VN-mandaat. Dat was betekenisvol: als de grondlegger van het stelsel het zelf niet respecteert, kan dat anderen inspireren. Het waren precedenten waar Rusland op inspeelde door in 2008 Georgië en in 2014 Oekraïne binnen te vallen om op zijn minst een deel van het grondgebied te veroveren.

Dat alles schept een hellend vlak: zijn grenzen nog wel zo heilig als artikel 2 wil? Tegen die achtergrond krijgt een grote en al oude uitzondering op de regel dat landen elkaars grondgebied niet mogen inpikken, door het oplaaiende geweld in Gaza weer bijzondere betekenis.

Uitzondering op de regel

Er is immers geen land dat al zo lang afwijkt van die naoorlogse afspraak als Israël. Nadat Israël in de oorlog van 1967 de Westelijke Jordaanoever had bezet, keurde de Veiligheidsraad in november van dat jaar resolutie 242 unaniem goed. Die verwijst uitdrukkelijk naar het verbod om land te veroveren.

‘Staten hebben er zich, door het Handvest te ondertekenen, toe verbonden te handelen in overeenstemming met artikel 2’, staat in de inleiding. De resolutie roept Israël daarom op ‘zijn troepen terug te trekken uit de gebieden die het heeft bezet in het recente conflict.’

Sindsdien heeft de Veiligheidsraad talloze keren opgeroepen om resolutie 242 uit te voeren. Nooit zijn zelfs maar sancties tegen Israël overwogen om die oproepen kracht bij te zetten. Vergelijk dat met de draconische sancties tegen Rusland, na de inval in Oekraïne, voor een overtreding van dezelfde regel.

Het gaat zelfs verder: heel wat westerse landen verbieden zogenaamde BDS-campagnes, burgercampagnes voor sancties, desinvesteringen in Israëlische bedrijven en een boycot van Israëlische producten. Deze campagnes moeten Israël aanzetten het internationaal recht te respecteren.

Israël lijkt een beetje het verwende kind van de internationale politiek voor wie andere regels gelden.

Vervolgens werd in 1980 resolutie 465 gestemd. Die bepaalt dat ‘alle fysische, demografische, infrastructurele en institutionele veranderingen in de bezette gebieden geen juridische basis hebben en dat Israëls beleid om delen van zijn bevolking en nieuwe immigranten in die gebieden te vestigen een flagrante overtreding is van de Geneefse Conventie (Het VN-verdrag uit 1951 waarin o.a. bepaald wordt wie als vluchteling erkend moet worden, red.) evenals een belemmering voor het bereiken van een duurzame vrede’.

Resolutie 465 vraagt Israël ‘om bestaande nederzettingen te ontmantelen’ en roept het land ‘dringend op te stoppen met de bouw van nieuwe nederzettingen’.

Ook resolutie 465 werd unaniem goedgekeurd. Nochtans ging Israël gewoon verder met de bouw van nederzettingen. Telkens als de wereld er iets aan wilde doen, gebruikten de Verenigde Staten hun veto in de Veiligheidsraad. In totaal tellen we de voorbije dertig jaar minstens 14 Amerikaanse veto’s tegen resoluties die betrekking hebben op de Palestijnse kwestie.

Het Amerikaanse veto beschermde Israël tegen een strenger optreden van de internationale gemeenschap. Nog een voorbeeld: Israël verwierf kernwapens zonder dat het zich daar echt moest voor verantwoorden. Vergelijk dat met de aanpak van Noord-Korea of Iran bij hun pogingen om uranium te verrijken of een kernbom te verwerven.

Israël lijkt een beetje het verwende kind van de internationale politiek voor wie andere regels gelden.

Twee maten en gewichten

Hoe kon de EU, die als geen ander het internationaal recht verdedigt, deze schending van de regels aanvaarden? Om dat te begrijpen moeten we kijken naar de tweede erfenis van de Tweede Wereldoorlog: het begrijpelijke maar ook wat gratuite schuldgevoel bij de meeste westerse landen tegenover de joden wegens de Holocaust en de manier waarop Europese staten met het ontstaan van Israël zijn verbonden.

In 1917 gaf de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour aan de prominente bankier Lord Rothschild middels een brief te kennen dat zijn regering ‘positief stond tegenover het project om een nationaal joods tehuis te maken in het Britse mandaatgebied Palestina’. Dat versnelde de vestiging van Europese joden in Palestina.

Het kind van de rekening was de Palestijnse bevolking. Die moest op steeds minder grond leven en sterven.

Eigenlijk was het een bijzondere vorm van Europese kolonisering. De moord op 6 miljoen joden door de nazi’s bracht de dingen in een stroomversnelling.

In 1948 werd de staat Israël uitgeroepen, zij het niet zonder een vluchtelingenstroom van 750.000 Palestijnen op gang te brengen, de Nakba. In maart 1949 erkende resolutie 69 van de Veiligheidsraad Israël als lidstaat van de VN, met de toevoeging dat Israël ‘een vredelievende staat is die bereid is de verplichtingen verbonden aan het VN-charter na te leven.’

We stellen vast dat het gesternte waaronder Israël geboren werd en 75 jaar lang zou functioneren heel bijzonder was. Het was alsof de internationale regels iets minder voor Israël golden. Het trauma van de Holocaust en de sterke joodse lobby in het Westen leken de ruimte daarvoor te scheppen.

Het kind van de rekening was de Palestijnse bevolking. Die moest op steeds minder grond leven en sterven. En dat vaak volgens de ‘minstens-1-op-10-regel’: voor elke dode Israëli werden minstens 10 Palestijnen gedood.

Toch vraag je je af of dit op termijn wel zo gunstig is voor Israël zelf, en de joodse bevolking wereldwijd. Het is strijdig met ons diepgewortelde verlangen naar rechtvaardigheid en gelijke behandeling. Bovendien lijkt de situatie in Israël na al die jaren heel sterk op apartheidspolitiek, waarbij twee verschillende bevolkingsgroepen verschillende rechten hebben.

Want in realiteit bestuurt Israël al meer dan vijftig jaar de Westelijke Jordaanoever, waar de vijf miljoen Palestijnse onderdanen amper inspraak hebben over de regels die hun leven sturen. Zo’n land het licht van de democratie toedichten, zoals sommige Vlaamse politici doen, is vreemd.

Aantasting van de wereldorde

Die aparte behandeling is wat de wereldgemeenschap al jaren observeert en waar veel landen zich aan ergeren. Naarmate deze landen machtiger worden, neemt hun politiek gewicht ook toe. Dat er nu gelijktijdig twee conflicten bezig zijn en het Westen compleet verschillend reageert op dezelfde overtreding, maakt de twee maten en twee gewichten zichtbaarder dan ooit.

In Oekraïne reageert het Westen woest op het overtreden van artikel 2 van het VN-handvest. In Israël en Palestina dekt het al jaren de overtreding toe. In het ene conflict bekritiseert het Westen Rusland voor zijn bombardementen op burgers. In Gaza levert het Westen zelfs wapens voor de bombardementen.

Diplomaten die werken in het Globale Zuiden melden ons dat de EU al haar geloofwaardigheid verliest. Verwijzen naar het verleden voldoet niet als uitleg. Traumaverwerking en schuldgevoelens zijn geen goede basis voor buitenlands beleid.

Iemand zal de kernmacht Israël toch eens moeten duidelijk maken dat de regels ook voor haar gelden. Dat er nu echt wel een totale stop van de nederzettingenbouw moet komen. En dat er aan een oplossing moet worden gewerkt die ook de Palestijnen recht doet. Dat zal uiteraard een betrouwbaar en legitiem Palestijns leiderschap vergen, wat niet voor de hand ligt.

Het zou ons sieren dat we nu, na decennia van ellende, mee zoeken naar een oplossing.

Er wordt dikwijls gezegd dat de EU amper iets betekent in dit conflict. Dat is te makkelijk. Als de EU zich ook hier schaart aan de kant van het internationaal recht, zal ze partners vinden in China, Rusland en bijna alle ontwikkelingslanden. Dan kan er zich misschien een andere dynamiek ontwikkelen. Trouwens: dat er een oplossing moet komen die de Palestijnen hoop op een beter leven geeft, erkennen de Verenigde Staten bij monde van buitenlandminister Anthony Blinken zelf ook.

Deze kwestie overstijgt overigens het Israëlisch-Palestijnse conflict. Het gaat om het overeind houden van de geloofwaardigheid van het internationaal recht en het verbod op interstatelijk geweld. Als we niet willen dat de wereld verzinkt in anarchie, is dit moeilijke dossier een manier om aan te geven dat de EU echt aan het Handvest blijft vasthouden. Als we dat niet doen, welk argument hebben we dan als China Taiwan binnenvalt?

Laat ons hopen dat alle joodse en Palestijnse mensen niet voor niets zijn gestorven, dat dit onnoemlijke lijden de wereld aanzet om het geweer van schouder te veranderen. De betrokken partijen zelf zijn verteerd door haat tegenover elkaar, ze zijn overmand door emoties. Hulp van externe actoren die zich wel nog kunnen inleven in beide kanten is nodig.

Bovendien dragen Europeanen een wel heel bijzondere verantwoordelijkheid. Want is Israël niet ontstaan omdat Europa de joden geen veiligheid kon of wou bieden? We hebben ons probleem geëxporteerd en in de schoot van de Palestijnen gelegd. Het zou ons sieren dat we nu, na decennia van ellende, mee zoeken naar een oplossing. Samen met de andere grootmachten.