'Afrika moet inzetten op industriële export'

Er is een beproefd recept waarmee Afrika uit de armoede kan groeien: gericht inzetten op exportgerichte industrie. Dat zegt de Chinese econoom Justin Yifu Lin, voormalig vicepresident van de Wereldbank.

  • UNIDO (CC BY 2.0) 'De internationale ontwikkelingsgemeenschap benadrukt steeds het belang van regionale integratie, maar dat zou geen prioriteit moeten zijn.' UNIDO (CC BY 2.0)

De geschiedenis leert ons dat alle lage-inkomenslanden de potentie hebben om enorme economische groei te genereren. Het lukt ze, wanneer ze de window of opportunity gebruiken om te industrialiseren, op het moment dat lichte industrie wordt verplaatst uit hoge-inkomenslanden.

Arbeidsintensief

Het is precies wat Europese landen en de Amerikaanse steden deden tijdens de Industriële Revolutie, door in te zetten op textiel en schoenen. Japan deed hetzelfde na de Tweede Wereldoorlog, met textiel en eenvoudige elektronica. Toen Japanners te duur werden, was het de beurt aan Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong, Singapore, en tot op zekere hoogte naar Maleisië en Thailand.

De nieuwste reiziger op dit pad is natuurlijk China. Maar nu ook hier de arbeid duurder begint te worden, kunnen andere ontwikkelingslanden, met name in Afrika, die plaats weer innemen. Er is geen reden waarom dat daar, met het juiste beleid, niet zou kunnen lukken.

Schoenenexport

Als investeerders meer over Afrika leren, zullen ze steeds meer zien wat Afrika te bieden heeft.

Neem Ethiopië, een land zonder kust. Tien jaar geleden leek dit nog een slechte gok. Maar toen bouwde het land een industrieterrein bij Addis Ababa en nodigde de Chinese schoenenfabrikant Huajian uit om een fabriek te openen. In 2012 begon Huajian, met twee productielijnen en zeshonderd werknemers. Nu heeft het bedrijf er 3500 en produceren ze meer dan twee miljoen schoenen per jaar.

In 2013 opende de regering met steun van de Wereldbank een nieuw industrieterrein, met ruimte voor 22 fabrieken, die direct konden worden verhuurd aan Turkse, Koreaanse, Taiwanese en Chinese bedrijven die produceren voor de export.

Het Ethiopische succes is nog maar het begin. Als investeerders meer over Afrika leren, zullen ze steeds meer zien wat Afrika te bieden heeft. Er is zo’n overschot aan arbeid dat het qua lonen zelfs met Bangladesh nog kan concurreren. Als buitenlandse firma’s er actief worden, zullen ze werknemers gaan opleiden. Sommige van hen worden managers. Ze doen technologische kennis op en krijgen een internationaal netwerk. Uiteindelijk zullen ze in staat zijn om zelf krediet te krijgen en eigen, Afrikaanse exportbedrijven op te zetten.

Mauritius

Mauritius laat zien hoe het moet. In de jaren zeventig opende de regering industriezones om textiel en kleding te verwerken, voor de export. De meeste eigenaren kwamen uit Taiwan of Hongkong. Nu is 70 procent van de bedrijven in lokale handen.

Cruciaal is een met zorg uitgekiende exportstrategie. De internationale ontwikkelingsgemeenschap benadrukt steeds het belang van regionale integratie, maar dat zou geen prioriteit moeten zijn. Afrika heeft in het bruto mondiaal product maar een aandeel van 1,9 procent.

Ontwikkelingslanden moeten hun middelen op de meest effectieve manier inzetten. In plaats van dure investeringen te doen in de infrastructuur voor regionale integratie, is een land als Ethiopië veel beter af als het industriële parken bouwt en verbindt met de havens in Djibouti.

Derde transformatie

Toen ik werd geboren in Taiwan, in 1952, was het eiland armer dan bijna ieder Afrikaans land. Nu is het een hoge-inkomensland. Toen ik naar het vasteland van China verhuisde, in 1979, was het inkomen per hoofd een derde van wat het nu in sub-Sahara Afrika is. Nu is het een hoger-middeninkomensland.

Mijn hoop is dat ik in mijn leven een derde transformatie kan zien, nu in Ethiopië en andere landen in Afrika. Als ze op het juiste pad blijven, dat door anderen is beproefd, is de kans groot dat het zal lukken.

Justin Yifu Lin, voormalig hoofdeconoom en vicepresident van de Wereldbank, is hoogleraar aan de Peking University en oprichter van het China Center for Economic Research. © Project Syndicate

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift