Duurzame groei is een excuus om niets te moeten veranderen

Alma De Walsche woonde vorige week in Rome een inspirerende conferentie bij over klimaat en de strijd tegen armoede en ongelijkheid. Het contrast tussen de hoopvolle dynamiek die de pauselijke encycliek teweegbrengt en de klimaatstilstand in het verdeelde België, leverde deze opinie op over de heel nieuwe kijk op de wereld die we nodig hebben.

  • Adi Simionov (CC by-sa 3.0) 'Niet alleen het economisch systeem is scheefgetrokken, ook de manier waarom we de relatie van de mens tot de schepping zien.' Adi Simionov (CC by-sa 3.0)
  • IAEA Imagebank (CC BY-NC-ND 2.0) Marie-Christine Marghem, federaal minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling. IAEA Imagebank (CC BY-NC-ND 2.0)
  • E.N.K (CC BY-ND 2.0) Vijf jaar na de olieramp in de Golf van Mexico ligt de kust van het East Grand Terre eiland in Louisiana nog steeds vol met teer. E.N.K (CC BY-ND 2.0)
  • Agencia de Noticias ANDES (CC BY-SA 2.0) ‘We kunnen toch geen bedelaar zijn op een bank van goud’, zegt de Ecuadoraanse president Rafael Correa om de ontginning van de natuurlijke rijkdommen te verantwoorden. Agencia de Noticias ANDES (CC BY-SA 2.0)

Dit najaar staan er drie belangrijke VN-conferenties op de agenda: over de financiering van ontwikkeling in juli, over duurzame ontwikkelingsdoelen in september en over het klimaat begin december. De beslissingen van die drie VN-toppen houden tegelijk een immense verantwoordelijkheid in om daadwerkelijk iets te doen aan de oorzaken van de groeiende ongelijkheid en het verstoorde klimaat. 

Op de vooravond van deze VN-agenda verzamelde het netwerk van ontwikkelingsorganisaties Cidse met een aantal voortrekkers uit de civiele samenleving om zich te laten inspireren door de recente encycliek van de paus, Laudato Sí. 

Die encycliek gaat niet zozeer over het klimaat, dan wel over people and the planet, over armoede en ontwikkeling, over de mens en zijn relatie met de natuur, over onrecht en overconsumptie en over de grenzen van de planeet die ruimschoots overschreden zijn.

Naomi Klein was een van de genodigden. De boodschap van haar recente boek Verander, voor het klimaat alles verandert kwam ze ook hier met kracht verdedigen. ‘We moeten niet de illusie hebben dat dit zonder moeilijkheden zal gaan’, stelde Naomi Klein. Afstappen van business as usual betekent je comfortzone verlaten en onbetreden paden verkennen. En dat vergt moed en samenwerking. Vertaald naar een concrete werkagenda zou dat er als volgt kunnen uit zien.

IAEA Imagebank (CC BY-NC-ND 2.0)
Marie-Christine Marghem, federaal minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling.
IAEA Imagebank (CC BY-NC-ND 2.0)

Klimaatministers, de speeltijd is voorbij

Moed en samenwerking is nodig op wereldschaal maar zelfs ons eigen kleine rijke België slaagt er niet in om voor het klimaat samen te werken. Dat is niet alleen dom en frustrerend. Het is onethisch en onverantwoord en het wijst erop dat men de ernst van de zaak niet beseft.

Ons klimaatbeleid zit helemaal vast, al jaren wachten we op de lastenverdeling die moet uitmaken wie wat moet doen.

Op de vorige klimaatconferentie in Lima heeft ons land zich laten opmerken door een uitgesproken gebrek aan samenwerking door niet over de brug te komen voor het Groene Klimaatfonds, een essentieel engagement om vertrouwen te bouwen in het onderhandelingsproces. Gelukkig waren er sommige mensen die wél moed aan de dag legden en minister De Croo wisten te overhalen om 50 miljoen ontwikkelingsgeld toe te zeggen. 

Ons klimaatbeleid zit helemaal vast, al jaren wachten we op de lastenverdeling die moet uitmaken wie wat moet doen. Ook minister Marghem slaagt er niet in de impasse te doorbreken. Gaat België zo naar Parijs? Om aan de ontwikkelingslanden “samenwerking en inzet” te vragen, terwijl wij, niet groter dan een megacity van een groeiland maar veel rijker, verstenen in ons eigenbelang?

Deze opstelling is des te erger omdat het VN-proces sinds de mislukte top van Kopenhagen het roer heeft omgegooid en uitgaat van een bottom-up benadering.

Die komt neer op de uiteindelijke aanvaarding dat het VN-proces maar zo ver kan gaan als elk land wil inzetten. Terwijl voorheen werd uitgegaan van het principe dat de opwarming de 2°C niet mag overstijgen en er vervolgens werd gezien welke inspanningen er over de verschillende landen moesten verdeeld worden, een top down benadering.

In het post-Kyotoproces geldt het principe: elk land brengt in wat het wil doen, en dan zien we wel. Zelfs gesteld dat een aantal landen werkelijk moed aan de dag leggen en een ambitieus INDC indienen – de Intended Nationally Determined Contributions, de nationale klimaatengagementen die tegen de conferentie van Parijs binnengeleverd moeten zijn- dan nog gaan we schromelijk te kort schieten om gevaarlijke klimaatopwarming te vermijden.

Als we het klimaatprobleem willen aanpakken, dan telt de inspanning van elk land.

Als we het klimaatprobleem willen aanpakken, dan telt de inspanning van elk land. Niet alleen de emissies die het reduceert, ook de financiële inspanningen, ook de inzet om op een groen ontwikkelingspad te komen, ook het engagement en de betrokkenheid bij het proces. De encycliek verwerpt ook met klem een houding van scepticisme en onverschilligheid ten aanzien van het klimaatprobleem. We moeten dit uiteraard niet voor de encycliek of voor de kerk doen, we moeten dit voor de planeet en haar bewoners doen.

In die context is het ronduit beschamend dat in het welvarende België de drie gemeenschappen en de federale regering er niet in slagen hun verantwoordelijkheid op te nemen en een mentaliteit van samenwerking in plaats van concurrentie aan de dag te leggen. Terecht is er een klimaatzaak aangespannen door verontruste burgers.

E.N.K (CC BY-ND 2.0)
Vijf jaar na de olieramp in de Golf van Mexico ligt de kust van het East Grand Terre eiland in Louisiana nog steeds vol met teer.
E.N.K (CC BY-ND 2.0)

Klimaatopwarming vergroot ongelijkheid  

Elk land moet zijn deel doen, en de rijken moeten meer doen. Dat staat in de klimaatconventie, en dat wordt ook expliciet in de encycliek zo vermeld. Het is de enige manier om komaf te maken met historische emissies maar ook om het klimaatprobleem en het armoedeprobleem samen aan te pakken.

Ook Gambia dient een nationaal klimaatplan in, al is het eerder als een moreel statement.

Klimaatwijziging vergroot de armoede en de ongelijkheid. De milieuminister van Gambia, Ousman Jarju, had daar een duidelijk voorbeeld van. 70 procent van de hoofdstad ligt onder de zeespiegel. De kustlijn is nu al aan het verdwijnen. Vijf jaar geleden liep het land ernstige schade op bij overstromingen. Gambia leende 20 miljoen dollar bij de Afrikaanse Ontwikkelingsbank voor het herstel.

Onlangs hebben nieuwe overstromingen al die herstellingen teniet gedaan. Maar de lening moet intussen wel terugbetaald worden. Toch gaat ook Gambia zijn INDC, zijn klimaatplan, inbrengen tegen de Parijs-conferentie, ‘eerder als een moreel statement,’ zegt Ousman Jarju. ‘Onze bijdrage aan het probleem is verwaarloosbaar, maar iedereen moet zijn deel doen.’

“Win-win” oplossingen zijn een illusie

‘Opdat er nieuwe modellen van vooruitgang zouden kunnen ontstaan, is het nodig het huidige model van ontwikkeling te herzien. Dat houdt een grondige reflectie in over de betekenis en de doelstellingen van de economie, om de aberraties en scheeftrekkingen ervan te corrigeren. 
Het is onvoldoende om op de middellange termijn de waarde van de natuur te compenseren met financiële berekeningen. Dat zijn halfslachtige oplossingen die de vernietiging van het ecosysteem alleen maar uitstellen.’ ‘

We moeten het concept “ontwikkeling” herdefiniëren. Heel vaak vermindert de levenskwaliteit van mensen door economische groei, terwijl de natuur erdoor vernietigd wordt, de grondstoffen uitgeput en het voedsel zijn kwaliteit verliest. In die context is het discours over “duurzame groei” vaak niet meer dan een afleidingsmaneuver en een excuus om niets te moeten veranderen.’ Deze paragraaf komt niet uit een handboek van ecologische economie maar uit de encycliek, paragraaf 194.

Er is een strijd gaande, waarbij zeer machtige belangengroepen het status quo willen verdedigen. 

Als we spreken over een paradigmashift, dan kan dat niet door te blijven voortdoen met business as usual of door de zaken aan te pakken met het “win win” discours. Naomi Klein: ‘Er is wel degelijk een strijd gaande en er zijn zeer machtige belangengroepen die de status quo willen verdedigen, want zij hebben heel wat te verliezen. ExxonMobile heeft vorig jaar 460 miljoen dollar winst gemaakt. De fameuze klimaatsceptici de gebroeders Koch hebben 8 miljoen dollar geïnvesteerd in de campagne bij de vorige presidentsverkiezingen.’

‘Als, zoals een studie in Nature stelt, driekwart van de fossiele brandstofreserves in de grond moet blijven, gaan er triljoenen dollar die nu geïnvesteerd worden in die toekomstige voorraden in rook op. Daarom voeren de grote oliemaatschappijen campagnes om mist te spuien en wetenschappers aan te vallen. In de VS loopt er een campagne Koch versus Pope. Kijk hoe Griekenland wordt uitgeperst en hoe de markt zich opdringt op de meest onmenselijke manier.’

Naomi Klein: ‘De reden waarom de klimaatbeweging tot op vandaag het pleit heeft verloren – de emissies zijn in al de jaren van het Kyoto Protocol met 16 procent gestegen, terwijl we die naar beneden wilden krijgen- is niet omdat onze argumenten niet goed waren. Het is omdat we onvoldoende macht hadden, vergeleken met de machten waar we het tegen moeten opnemen.’

Wat ons te doen staat, volgens Klein, is krachten bundelen, een politieke strategie uitstippelen en duidelijke eisen formuleren. We hoeven het daarvoor niet over alles eens te zijn. Maar ‘als álles anders moet, hebben we iedereen nodig.’ Dat mobiliseren moeten we ook doen met een verhaal dat mensen inspireert en dat passie doorgeeft, zodat we sterk genoeg zijn om het op te nemen tegen die groepen.

We hebben ook een ander “verhaal” nodig, stelt Klein. Nog altijd hanteert Hollywood scenario’s over de toekomst van catastrofes die op ons afkomen, waarbij alleen de happy few gered worden. We moeten een ander verhaal creëren, andere beelden, een andere voorstellingswereld.

We zijn met velen, maar we zijn onzichtbaar. 

We zijn met velen, en we kunnen gewicht in de schaal leggen, was ook het betoog van Andrea Ferrante van Via Campesina Italië. Het probleem is dat we onzichtbaar zijn en onzichtbaar gemaakt worden. We moeten onszelf veel meer op de agenda plaatsen.’

Als we willen dat de atmosfeer, het water, de oceanen, de wouden en het land gerespecteerd worden als een global common, wie gaat die dan verdedigen wanneer er een aanslag op gepleegd wordt door de winsthonger van de ExxonMobiles en de Coca Cola’s van deze wereld? We kunnen die strijd ook niet overlaten aan de gemeenschappen in het Zuiden, waar die aanslagen plaats vinden.

Agencia de Noticias ANDES (CC BY-SA 2.0)
‘We kunnen toch geen bedelaar zijn op een bank van goud’, zegt de Ecuadoraanse president Rafael Correa om de ontginning van de natuurlijke rijkdommen te verantwoorden.
Agencia de Noticias ANDES (CC BY-SA 2.0)

Een andere levensstijl

In Brazilië, Bolivia en Ecuador zijn er de voorbije jaren progressieve regeringen aan de macht gekomen met een grote gevoeligheid voor armoede en ongelijkheid en een wil om daar iets aan te veranderen. In Ecuador en Bolivia is er zelfs een grondwet die de rechten van de natuur erkent. En toch lukt het die landen niet om een alternatief model te installeren. 

‘We kunnen toch geen bedelaar zijn op een bank van goud’, zegt de Ecuadoraanse president Rafael Correa om de ontginning van de natuurlijke rijkdommen te verantwoorden. ‘Zonder de olieontginningen geraken we niet uit de armoede.’

Dit dilemma oplossen is ook een zaak van ons, de consumerende landen. Europa is totaal afhankelijk van het buitenland voor zijn grondstoffen. Om het dilemma natuur versus ontwikkeling te doorbreken, moeten ook wij van koers veranderen en moeten onze productie- en consumptiemethodes drastisch aangepakt worden. Daarover gaat de campagne die Cidse de komende 3 jaar gaat voeren.

Naomi Klein: ‘In de VS stelde ik vaak vast dat er over veel kon gepraat worden, maar over de American Way of Live, “daar gaan we het niet over hebben.” De paus heeft het daar wel over. Groene groei, emissies offsetten, dat is eigenlijk de vraag stellen: hoe kunnen we veranderen zonder dat er iets verandert?’

We moeten een andere cultuur vormgeven en we weten niet meer hoe dat moet, stelde Klein. ‘Daarom is het zo belangrijk dat de encycliek die fundamentele vragen oproept. In mijn boek heb ik het over een strijd tussen verschillende wereldvisies. De voorbije dertig jaar heeft de markt een geweldige strijd geleverd om onze harten en onze geesten te veroveren. We kijken alleen nog naar onszelf in die spiegel van de markt. We moeten die spiegel veranderen, we moeten opnieuw een ander beeld krijgen van wie we zijn.’

Antropocentrisme of panentheïsme

Niet alleen moeten we ons bevrijden van die greep van de markt, we moeten ook onze relatie met de natuur herzien. Naomi Klein: ‘De idee van de mens die zichzelf als god ziet, heer en meester van de schepping, hangt ook samen met de evolutie van de fossiele brandstoffen en een beschaving die zichzelf autonoom ziet, als niet meer geremd door natuurlijke grenzen. Vandaag zien we het antwoord van de natuur, in fenomenen als de superstorm Sandy.’

Niet alleen het economisch systeem is scheefgetrokken, ook de manier waarom we de relatie van de mens tot de schepping zien. In de debatten op de driedaagse conferentie in Rome is het antropocentrisme herhaaldelijk met naam en toenaam genoemd als historische boosdoener.

Hoe we onze relatie met de schepping dan wel moeten zien? ‘We zijn altijd zo bang van een pantheïsme, maar wellicht moeten we toch eerder leven vanuit een geest van “panentheïsme”, zoals ook Franciscus dat zag. God die in heel de schepping aanwezig is.’

‘We moeten opnieuw komen tot een relatie van wederkerigheid met de natuur, van het besef dat wij een deel zijn van dit groter geheel.’ Dat stelde Naomi Klein, maar het had even goed uit de mond van Seattle kunnen komen, het opperhoofd van de Dwamish indianen toen die hun land dreigden te verliezen in 1854.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.