Anouar Brahem: Geen visum nodig

Het is niet uitzonderlijk om geleerde mensen Rudyard Kipling te horen citeren: East is East and West is West, and never the twain shall meet. Het beste muzikale antwoord op dat voorbijgestreefde refrein heet Anouar Brahem. ‘Ik woon in Carthago, Tunesië, en ik werk in de wereld’, zegt deze Tunesische ud-speler en muzikale wereldburger.
  • Brecht Goris Anouar Brahem Brecht Goris
Ik ben mijn muzikale tocht begonnen op het conservatorium in Tunesië. Dat was vergelijkbaar met conservatoria in de hele wereld: conservatief van ingesteldheid, uitsluitend gericht op klassieke muziek, rigide qua aanpak. Ik ben niet ontevreden over die opleiding, omdat ik daardoor de grammatica van mijn instrument geleerd heb. Maar vrij snel voelde ik me beklemd en beperkt door de eenzijdige nadruk op het klassieke Arabische repertoire.
Om me te bevrijden van die omknelling ben ik aan een luistertocht door de wereld van muziek begonnen. Ik was in alles geïnteresseerd: de eeuwenoude volksmuziek van Tunesië, de Arabische lichte muziek op de radio, de westerse klassieke traditie en popmuziek. Uiteindelijk ben ik aanbeland bij het componeren van mijn eigen muziek, waarin invloeden van overal opgezogen worden en nieuwe vormen krijgen. Ik weet nu dat Tunesische muziek ook universeel kan zijn.
Ik componeer niet met verhalen of beelden voor ogen. Muziek is voor mij eerder een abstracte kunst, op de manier waarop de muziek van Bach abstract en bijna mathematisch is. Door los te komen van concrete verhalen wil ik de deur openen naar een veel diepere ervaring. Of die ervaring een vorm van spiritualiteit is, weet ik niet. Ik ben geen soefi en ook geen praktiserend lid van een andere spirituele beweging. 
Op mijn jongste cd Le voyage de Sahar werk ik samen met François Couturier op piano en Jean-Louis Matinier op accordeon. Sommige mensen zien kamelen en oases bij die muziek, anderen de haven van Buenos Aires of het Alhambra van Granada. Sommigen horen een soort tango, anderen herkennen Arabo-Andalusische invloeden. Mij best, ik hoop alleen dat mensen niet naar mijn muziek luisteren om er referenties naar allerlei muziekstijlen in te vinden, maar dat ze vooral zichzelf tegenkomen in mijn composities.
Als creatief muzikant leef ik met alle zintuigen open voor de wereld. Ook de politieke en ideologische conflicten in de wereld houden me heel sterk bezig. Enkele jaren geleden hoopte ik dat de andersglobaliseringsbeweging het verschil zou maken. Jammer genoeg stel ik vandaag vast dat die beweging er niet in geslaagd is een krachtig alternatief te bieden voor de dominantie van het neoliberalisme.
En in Frankrijk keert de intellectuele klasse zich behoorlijk agressief tegen de andersglobalisten. Ik verwerk die sociale en politieke actualiteit echter niet in “geëngageerde muziek”, omdat ik zelden vind dat daaruit grote kunst ontstaat. Ik begrijp dat mensen als Naseer Shamma [een Iraakse ud-speler die na de Golfoorlog van 1991 met Al Amiriyya een nummer schreef waarin hij onder andere de geluiden van de luchtaanvallen imiteert] of Samir Joubran [een Palestijnse ud-speler die een nummer schreef naar aanleiding van de vernietiging van Ramallah in 2002] heel letterlijke en politieke muziek maken: zij hebben het geweld lijfelijk ervaren. Toch zou ik zelfs dan genoeg afstand proberen nemen om bij het componeren van muziek méér te doen dan protest aan  tekenen. Dat kan immers ook gewoon in een pamflet.
Muziek is voor mij de taal waarin ik mijn engagement uitdruk, maar het is tegelijk ook een schuilplek waarin ik me kan terugtrekken als ik de hardheid van de actualiteit even niet meer aankan. Je kan niet zeggen dat muziek schoonheid is en de wereld lelijk, want er is ook vreselijk veel lelijks in de muziek en gelukkig is er ook veel moois in de wereld. Trouwens, we weten intussen dat begrippen als mooi en lelijk heel moeilijk als vaste, absolute categorieën te hanteren zijn.
Mijn betrokkenheid op de wereld begon op mijn zeventiende. Ik wou een grote reis maken en mijn vader vond dat prima. Samen met een vriend reisde ik door Marokko, Algerije, Spanje, Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, Zwitserland en Italië. Negen landen en ik had niet één visum nodig! Dat is vandaag helemaal anders.
Terwijl de grenzen voor Europeanen verdwijnen, verschijnen er muren voor Maghrebijnen. Dat verklaart het grote isolement waarin jonge mensen vandaag opgroeien. Hun enige mogelijkheid om de wereld met al zijn verschillende tradities, smaken, muziek, religies en gewoonten te leren kennen, is het internet. Maar als je geen kans hebt om echte mensen in reële omgevingen te ontmoeten, verdwijnt de nieuwsgierigheid om er virtueel naar op zoek te gaan.
Reizen is essentieel een kwestie van tijd. Zoals muziek een kwestie is van aandacht. Je kan niets leren als je alleen entertainment verlangt of als je elk uur een nieuwe ervaring verwacht. Er zijn landen die mij cultureel enorm boeien -zoals India- maar die ik nog altijd niet bezocht heb. Als je maar tien dagen hebt, dan kan je in India toch niets gaan doen?
De mooiste reis die ik ooit gemaakt heb, was mijn verblijf in Parijs. Dat heeft vier jaar geduurd, ik had geen echte bestemming of doelstelling, kwam er niet studeren of had er geen vaste baan. Ik ben naar Parijs gegaan pour vivre une experience, en die ervaring is me uitzonderlijk goed bevallen.
Eigen composities voor luit alleen, dat werd in de jaren tachtig ervaren als bizarre nieuwlichterij. Arabische klassieke muziek is essentieel gezongen muziek, maar daar wou of kon ik niet aan mee doen. Het gevolg was dat het als solo-artiest heel moeilijk was om aan optredens te komen, aangezien de organisatoren niet zeker waren dat het publiek uit meer dan twee mensen zou bestaan.
Er was toen ook veel discussie over de vraag of mijn werk nog wel authentiek Arabisch was. Die vraag kwam van nationalisten, niet van religieuze integristen. Die houden zich trouwens alleen maar met macht en politiek bezig en vinden kunst maar een marginale bezigheid. Dat komt goed uit, want daarom laten ze ons gerust. Verder zou ik  liever niet veel zeggen over de politieke islamisten, omdat elke stelling die op vijf of tien regels samengeperst wordt, onrecht doet aan de complexiteit van dat fenomeen. Al te vaak worden integristen, fundamentalisten, conservatieven en moslims in het algemeen op één hoop gegooid. Geen wonder dat men er daarna geen weg meer mee weet.
Met zo’n 250 zomerfestivals komen de Tunesiërs zeker aan hun trekken wat muzikaal vertier betreft. Zelf treed ik heel zelden op in open lucht. Er is bijna per definitie te weinig aandacht voor het soort muziek dat ik breng. Festivalgangers gedragen zich eerder als feestvierders dan als muziekliefhebbers. Al kan een concert in een mooie tuin op een zachte zomeravond natuurlijk magisch zijn.
De festivals en de radio- en tv-programma’s zijn zelf ook nauwelijks geïnteresseerd in ernstige muziek. Op tv wil ik niet meer optreden omdat je daar in formats gedwongen wordt die niets heel laten van de kunst die je probeert te maken. En zo wordt een spiraal van culturele gemakzucht gecreëerd waarin het publiek niet meer uitgedaagd wordt en de media hun opdracht niet meer vervullen.
Het publiek dat in Tunesië naar mijn concerten komt, verschilt in wezen niet zo sterk van het publiek dat ik hier in België heb. [Brahem speelde in mei in de Antwerpse Roma, de Gentse Vooruit en de Stadsschouwburg te Brugge]. Het zijn mensen die bereid zijn de inspanning van het luisteren op te brengen. Daar zijn jongeren van zestien bij en ouderen van zeventig, mannen en vrouwen, hooggeschoolden en huismoeders.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur