Bekentenissen van een ontwikkelingsoptimist

De voorstelling van de beleidsnota Internationale Ontwikkeling is voor vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking De Croo geen routineklus. Hij maakt voor MO* de rekening op van zijn eerste jaar in een voor hem nieuwe omgeving en formuleert de ambities voor de volgende jaren. Hij wil meer debat over de resultaten van OS, minder over centen en procenten.

  • © Tim Dirven Minister Alexander De Croo op terreinbezoek in Goma, DR Congo. 'We zouden beter in de buitenwijken vergaderen om echt te zien waar we over praten.' © Tim Dirven

Iets langer dan een jaar geleden kreeg ik wat onverwacht de portefeuille Ontwikkelingssamenwerking onder mijn bevoegdheid. De kleine Belgische ontwikkelingswereld vroeg zich af wat ze met die liberaal moesten aanvangen. Ik kan niet ontkennen dat dat gevoel wederzijds was.

Die aarzeling heeft langs mijn kant maar kort geduurd. Een jaar later moet ik erkennen dat ik de internationale ontwikkelingsmicrobe stevig te pakken heb. Iets wat niet eens zou moeten verbazen voor een liberaal. Want internationale ontwikkeling gaat over onze liberale corebusiness. Mensen sterker maken zodat ze op eigen benen kunnen staan, het is een bij uitstek liberaal verhaal.

Onverbeterlijke optimist

Komt daar nog bij dat ik als liberaal een onverbeterlijke optimist ben. Ondanks de recente gebeurtenissen, mogen we dat optimisme niet opgeven. Meer nog: de cijfers staan aan de kant van de optimisten. De voorbije vijftien jaar is het aantal mensen dat in extreme armoede leeft gehalveerd. Ook de kindersterfte is met de helft gedaald en er zitten meer meisjes dan ooit in de geschiedenis op de schoolbanken - niet onbelangrijk als je weet dat vrouwen vaak de échte motor van vooruitgang zijn.

Het voorbije jaar is mijn respect voor iedereen die zich voor internationale ontwikkeling en humanitaire hulp inzet alleen maar gegroeid.

Het voorbije jaar is mijn respect voor iedereen die zich voor internationale ontwikkeling en humanitaire hulp inzet alleen maar gegroeid. Tijdens zendingen op het terrein, gesprekken in Brussel en debatten op internationale vergaderingen heb ik honderden mensen gesproken. In de marge van een bijeenkomst van de Verenigde Naties in Addis Abeba bezocht ik een lokaal project net buiten de Ethiopische hoofdstad.

Daar realiseerde ik mij dat we beter in de buitenwijken zouden vergaderen om echt te zien waar we over aan het praten waren. Een gelijkaardige gedachte overviel me bij mijn bezoek aan een vluchtelingenkamp op de Turks-Syrische grens. Hoeveel Europese toppen in Brussel zijn er nodig vooraleer er tot actie wordt overgegaan? Begrijpen we hier wel voldoende dat het over mensen gaat, over miljoenen mensen die na vier winters op de vlucht geen enkel perspectief meer zien?

Mensen in plaats van procenten

Soms heb ik het gevoel dat we meer spreken over wat we in het ontwikkelingsbeleid steken dan over wat we er uit halen.

De meest verhitte discussies gaan helaas niet over die mensen, maar over centen en procenten. Sinds een jaar word ik verplicht om een eindeloos debat te voeren over het al dan niet behalen van de doelstelling van 0,7%. Deze procentendiscussie lijkt voor velen belangrijker dan de vraag welke resultaten we boeken, hoe we het lot van de bevolking in de armste landen kunnen verbeteren, hoe we de burgers in die landen sterker maken. Soms heb ik het gevoel dat we meer spreken over wat we in het ontwikkelingsbeleid steken dan over wat we er uit halen.

Ik hoop dat ik de volgende vier jaar meer over de inhoud kan praten. Er wordt bespaard op het budget voor internationale ontwikkeling. Dat heeft de regering bij haar aantreden beslist. Dat zal niet meer veranderen. Laten we die discussie die nu een jaar heeft geduurd, achter ons laten en kijken hoe we ons beleid zo hervormen dat we de beschikbare middelen optimaal inzetten waar we als klein land een verschil kunnen maken.

Momentum

Want België kan wel degelijk het verschil maken. Dat heb ik gemerkt tijdens een bezoek aan een project van drinkbaar water in Kinshasa. Een waterkrachtcentrale in Rwanda. Een school in Burundi. Dat heb ik ook gemerkt toen ik samen met mijn Nederlandse collega Lillianne Ploumen aan de alarmbel trok over de opvang van oorlogsvluchtelingen in de Syrische regio. Of toen ik mijn Europese collega’s kon warm maken om sterker in te zetten op digitalisering als hefboom voor ontwikkeling.

In België voeren we soms nog de discussies van de vorige eeuw

We mogen het momentum van de nieuwe Sustainable Development Goals, de opvolgers van de Millenniumdoelstellingen, niet verloren laten gaan. Dat betekent dat we ook in ons land erkennen dat internationale ontwikkeling zonder economische groei onmogelijk is. Handel en een sterke private sector zijn de belangrijkste motoren van economische groei en tewerkstelling.

Die discussies zijn internationaal afgesloten, niemand trekt dit nog in twijfel. Maar in België voeren we soms nog de discussies van de vorige eeuw. We moeten erover waken dat iedereen kan genieten van de vruchten van de economische groei, dat we duurzaam omspringen met het klimaat en werkgelegenheid niet leidt tot moderne slavernij. Dàt zijn de discussies van vandaag.

Digitalisering hefboom voor ontwikkeling

We moeten ook de kracht van technologie omarmen. De wereld is vandaag één global village waar intussen al vier op tien mensen toegang hebben tot het internet, elke seconde komen daar 7 nieuwe gebruikers bij, 600.000 per dag. Meer dan de helft van de wereldbevolking beschikt over een mobiele telefoon. In verschillende landen beschikken armen wél over een gsm en toegang tot sociale media, maar niet over toegang tot drinkbaar water. Dat is de nieuwe realiteit waar we mee aan de slag moeten.

De digitale revolutie is vandaag één van de krachtigste motoren van ontwikkeling

De digitale revolutie is vandaag één van de krachtigste motoren van ontwikkeling. Dat besef begint ook te dagen in de internationale ontwikkelingswereld. Tijdens de laatste Algemene Vergadering van de VN was de rol van technologie voor ontwikkeling één van de rode draden tijdens heel wat debatten in de marge van de top. De Wereldbank zal later dit jaar haar World Development Report volledig wijden aan de cruciale rol van technologie voor ontwikkeling.

Digitale Agenda en Ontwikkelingssamenwerking onderbrengen bij één bevoegd minister leek voor velen in eigen land een jaar geleden nog een exotische combinatie. Vandaag zorgt het ervoor dat België internationaal in de voorhoede loopt.

Geen egelstellingen

Om te slagen moeten we ook in ons land een paar harde noten kraken. Alle ontwikkelingsactoren moeten uit hun egelstelling. Er is geen ruimte meer voor verkokering. Overheden, universiteiten, wetenschappelijke instellingen, niet-gouvernementele organisaties en ondernemers moeten veel sterker samenwerken en meerwaarde genereren: samen verantwoordelijkheid opnemen, de resultaten bepalen die we willen bereiken, samen de risico’s inschatten en samen lessen leren over wat wel en wat niet werkt.

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking moet weg van een pretparkmodel waarbij we onze middelen versnipperen over verschillende attracties die ons een warm gevoel geven

Internationale ontwikkeling is geen liefdadigheid. We moeten in de Belgische Ontwikkelingssamenwerking weg van een pretparkmodel waarbij we onze middelen versnipperen over verschillende attracties die ons een warm gevoel geven. Onze focus moet zijn om veranderingsprocessen te voeden en via samenwerking mensen sterker te maken.

Een politie die zijn bevolking beschermt in plaats van bedreigt, een overheid die garant staat voor kwaliteitsvol onderwijs en gezondheidszorg zonder corruptie, vrij je mening mogen zeggen op het internet, van de liefde genieten in plaats van opgesloten te worden omwille van je geaardheid, als ondernemer een eigen zaak of bedrijf beginnen, een eerlijk loon en degelijke sociale bescherming voor werknemers. Het zijn allemaal waarden en mogelijkheden die we in eigen land belangrijk vinden.

Als er iets is waar we moeten durven op inzetten, dan is het wel het uitdragen van die vrije en open samenleving, ook in ons internationaal ontwikkelingsbeleid. Zeker nu, een paar dagen na de gruwel van Parijs.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift