Manuel Esperon-Rodriguez, Rob McDonald en Tirthankar Chakraborty
“‘‘Bomen zijn de airconditioners van onze steden, maar ze redden het niet alleen’’
Bomen brengen veel meer verkoeling in steden dan we al dachten - toch kunnen we ook niet enkel op hen rekenen, zeggen drie experts naar aanleiding van nieuw hitte-onderzoek.
Steden en dorpen zijn doorgaans 1 tot 3 graden Celsius warmer dan het omliggende platteland. Dat komt omdat asfalt, beton en baksteen de warmte van de zon absorberen en die langzaam weer afgeven. Sommige steden kunnen daardoor tot wel 7 graden Celsius warmer zijn, een fenomeen dat bekend staat als het ‘stedelijk hitte-eilandeffect’.
Dat kan gevaarlijk zijn, vooral in warme landen. Bij heel hoge temperaturen vormen uitdroging en hitte-uitputting een reëel risico. Als het te warm wordt, kan dat met andere woorden dodelijk zijn.
Tegen die stedelijke opwarming bestaat één eenvoudig tegengif: stadsbomen. Dat hebben veel overheden goed begrepen, want over de hele wereld hebben ze bomen geplant om de hitte meer tegen te gaan.
Maar hoe effectief is dat nu echt? Hoeveel warmer zouden onze steden zijn zonder hun bomen?
Om daarachter te komen, hebben wij gegevens geanalyseerd van bijna 9000 steden over de hele wereld, waar ongeveer 3,6 miljard mensen wonen. Uit ons onderzoek blijkt dat bomen de hoeveelheid warmte halveren die door het stedelijk hitte-eilandeffect wordt vastgehouden.
Die verkoeling is welkom. Maar er schort iets met de gelijkheid: rijkere, voorstedelijke en vochtigere steden hebben immers gemiddeld meer bomen.
Waarom focussen op bomen?
Bomen werken als natuurlijke airconditioners. Ze bieden schaduw en voorkomen zo dat asfalt en gebouwen opwarmen. Ze koelen ook de lucht af door waterdamp uit hun bladeren af te geven via transpiratie, waardoor de omgevingstemperatuur daalt. Ze kunnen zo een merkbaar temperatuurverschil creëren, vooral op broeierig hete zomerdagen.
Bomen bieden ook een eenvoudige manier om de hitte in steden tegen te gaan. Dit is belangrijk, want volgens gegevens van de Verenigde Naties woont meer dan de helft van de wereldbevolking (55 procent) in stedelijk gebied. Naar verwachting zal dat percentage in 2050 zelfs nog verder stijgen tot 68 procent. Steden staan ook voor een hetere toekomst omdat klimaatverandering leidt tot intensere en frequentere hittegolven. Het stedelijk hitte-eilandeffect zal steden dan dus nóg heter gaan maken.
Wat hebben we gedaan?
We wilden een antwoord krijgen op een simpele vraag: hoeveel warmer zouden steden zijn zonder bomen?
Om dat te achterhalen hebben we datasets geanalyseerd van luchttemperatuur en gedetailleerde boomdekking in de negenduizend onderzochte steden. Vervolgens hebben we een 'wat als'-scenario gemodelleerd, waarbij alle boomdekking werd verwijderd, en dat vergeleken met de huidige situatie.
Zo konden we het werkelijke verkoelende effect van bomen op de luchttemperatuur inschatten, wat de belangrijkste manier is waarop we warmte waarnemen.
De meeste eerdere studies maakten gebruik van oppervlaktetemperaturen, vaak afkomstig van satellietgegevens. Maar oppervlakken zoals wegen en daken kunnen veel warmer worden dan de omringende lucht erboven, vooral in direct zonlicht. Dat kan dus leiden tot een overschatting van de verkoeling die bomen bieden. De luchttemperatuur daarentegen weerspiegelt beter wat mensen ook echt voelen, waardoor het een meer betrouwbare maatstaf voor warmte is.
Wat is het werkelijke effect?
Dat bleek veel groter dan we hadden verwacht.
Wereldwijd verminderen bomen het stedelijk hitte-eilandeffect met bijna 50 procent. Aangezien het gemiddelde stedelijk hitte-eilandeffect doorgaans ongeveer 1 tot 3 graden Celsius extra temperatuur oplevert, vertaalt dit zich in een verkoeling van ongeveer 0,5 tot 1,5 graden Celsius in veel steden.
Voor meer dan 200 miljoen mensen verlagen bomen de plaatselijke luchttemperatuur dus met minstens een halve graad, genoeg voor een merkbaar verschil tijdens extreme hitte.
Ook bleek verder dat de mate van koeling sterk varieert van plaats tot plaats.
In hete, droge steden zoals Phoenix in de Verenigde Staten, kunnen verschillen in boomdekking duidelijkere verschillen in luchttemperatuur geven. In steden met een meer gematigd klimaat, zoals Lissabon in Portugal of Göteborg in Zweden, is de algehele koeling nog steeds significant, maar over het algemeen kleiner en gelijkmatiger verdeeld over de stad.
Waar de bomen staan
De bomen in een stad zijn niet gelijkmatig verdeeld. Ze zijn vaak geconcentreerd in rijkere buurten en voorsteden. Steden in koelere of vochtigere klimaten hebben doorgaans ook meer bomen.
Verder zagen we dat bomen schaarser zijn in steden met lagere inkomens of in snelgroeiende regio's. Die ongelijkheid is in veel steden zichtbaar. Groene voorsteden zijn meestal enkele graden koeler dan nabijgelegen buurten met weinig vegetatie.
Er blijkt ook een sterk verband met welvaart. In de Verenigde Staten hebben armere gebieden gemiddeld 15 procent minder bomen dan rijkere gebieden – en het is er 1,5 graden Celsius warmer. Dat betekent dat de mensen die het meest baat hebben bij de gratis verkoeling van bomen, daar vaak het minst van profiteren.
Meer bomen planten is niet genoeg
Bomen planten wordt vaak gepromoot als een simpele oplossing voor de hitte in steden. Bomen zijn zichtbaar, relatief goedkoop en bieden ook andere voordelen, zoals schonere lucht en een betere mentale gezondheid.
Het is dan ook geen wonder dat overheden ze zien als een goede manier om de hitte van de toenemende klimaatverandering tegen te gaan. Als je op een snikhete dag onder een boom staat, voel je de verkoeling meteen.
Maar ons onderzoek toont dat hun effect beperkter is in het licht van klimaatverandering. De huidige stadsbomen in de wereld zouden, volgens onze berekeningen maar 10 procent van de extra hitte compenseren die tegen het midden van de eeuw wordt verwacht onder gematigde klimaatveranderingsscenario's. Met een ambitieuze aanplant zou dat cijfer kunnen oplopen tot ongeveer 20 procent.
Maar hoe belangrijk dat ook is: genoeg is het niet, want een groot deel van de extra hitte zal dus niet worden opgevangen.
Wat kan er dan nog meer gebeuren?
Als de steden in de wereld de stijgende temperaturen het hoofd willen bieden, moeten bomen worden gezien als onderdeel van een bredere strategie – niet als de enige oplossing.
Slimme stadsplanning kan de hitte ook verminderen door reflecterende materialen te gebruiken, groene ruimtes te creëren en de luchtcirculatie tussen gebouwen te verbeteren. Ook groene daken en schaduwrijke straten kunnen een verschil maken.
Bomen zijn wonderlijk. Maar ze kunnen niet alles alleen dragen.
Nieuwe boomaanplantingen moeten zich richten op warmere buurten waar nu nog minder bomen staan, omdat die hier het grootste voordeel kunnen opleveren.
Natuurlijk vervangen die maatregelen niet de noodzaak om klimaatverandering direct aan te pakken door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Verstandig omgaan met bomen
Wereldwijd groeien er miljarden bomen in de steden. Ze zijn bijzonder waardevol, ze dragen bij aan de verkoeling van steden, ondersteunen de biodiversiteit en maken stedelijke gebieden leefbaarder.
De uitdaging voor stadsbewoners en -besturen is om die bomen verstandig te gebruiken. Plant ze waar ze het meest nodig zijn en combineer ze met andere methoden om de hitte te verminderen. Bomen zijn wonderlijk. Maar ze kunnen niet alles alleen dragen.
Manuel Esperon-Rodriguez is onderzoeker Stedelijke Transformatie aan de Western Sydney University, Rob McDonald is onderzoeker Nature-Based Solutions aan de University of New York en Tirthankar Chakraborty is Aardwetenschapper aan de Pacific Northwest National Laboratory.
Deze opinie is eerder verschenen bij IPS-partner The Conversation.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteurs en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.


