Cinema Rif

Wat doet een mens op een regenachtige avond in Tanger? Die mysterieuze stad aan het uiterste einde van het Afrikaanse continent waar je op een heldere dag Europa haast lijkt te kunnen aanraken. Waar een nostalgicus niet weet naar welke vergane glorie eerst gekeken? Een mens gaat een film bekijken in de Cinemathèque in de voormalige Cinema Rif!

Een met zorg gerestaureerde bioscoop in het hart van de oude stad, met een terras dat uitgeeft op de Grand Socco, het centrale plein. Levenswerk van Yto Barrada, fotografe en kunstenares die zich de naad uit het lijf heeft gewerkt om de indrukwekkende restauratie te financieren.

Donderdagavond, uitgaansavond

Tangiers finest zit er in de cafetaria op een Macbook te surfen, nippend aan een muntthee of café au lait. Hier wordt zorgvuldig een programma samengesteld met films en documentaires die mooi en/of nodig zijn. Docu’s helemaal gratis, dit moet een plek voor iedereen zijn, vooral geen drempels.

Het is donderdagavond, uitgaansavond. De medina bruist, in patisserieën staan netjes uitgedoste mannen en vrouwen aan te schuiven om een voorraad taartjes in te slaan. Langs de Rue de Kasbah zitten Berbervrouwtjes die naar de stad zijn afgezakt met de oogst van de dag, hun traditionele rieten hoed biedt weinig weerstand tegen de niet aflatende plensbuien.

In de grote zaal van de Cinemathèque heerst er minder bedrijvigheid. Een aantal van de hipsters die toch even tot in de zaal zijn komen kijken, zitten naast expats en Franstalige Tangerois die ik de dag ervoor al op een theatervoorstelling zag. Small world.

Tinghir-Jerusalam

Niet de hele stad is komen aanlopen voor de documentaire ‘Tinghir-Jerusalem: les échos du Mellah’ van voormalig leraar Kamal Hachkar. Dat is jammer. Deze Fransman is geïntrigeerd door het feit dat in zijn geboortedorp Tinghir, in de Midden-Atlas, gedurende ruim tweeduizend jaar een grote groep berber joden woonde en werkte, vreedzaam naast de moslimbevolking. Eind jaren zestig zijn al deze joden van de ene dag op de andere vertrokken, al hun bezittingen achterlatend.

Hij gaat die ‘Chleuch’-joden opzoeken in Jerusalem om te weten wat hen in godsnaam bezielde om hun geboorteland zomaar achter te laten. Voor sommigen is dat inderdaad God en de belofte van het beloofde land, anderen vertellen met tranen in de ogen dat ze weken gehuild hebben toen ze in Israël aankwamen en dat ze decennia later nog steeds niet kunnen wennen aan deze ballingschap, want terugkeren is vaak onmogelijk en vooral ‘not done’. Naast een pijnlijke schets van een niet zo nette bladzijde uit de recente Marokkaanse geschiedenis (er wordt meer dan gesuggereerd dat de Marokkaanse staat hen ‘verkocht’ heeft aan de Zionisten die actief Joodse migranten kwamen ronselen) is de documentaire een ontroerend document over migratie, identiteit en de noodzaak van een collectief geheugen.

De joodse families staan Hachkar in het Berbers te woord, zingen verdrietig oude liederen in het Amazight. Schoorvoetend bekennen de berberjoden dat ze als onderontwikkelde boeren werden beschouwd, de minderwaardige stukken grond kregen toegeschoven. En die verschrikkelijke ironie dat zij zwaar onder druk werden gezet om hun land te verlaten, om op een plek te gaan zitten waar een ander voor verjaagd is. Mooiste moment is als Hachkar bij een verkeerde vrouw aanbelt, die echter ook uit zijn dorp blijkt te komen en zij ontsteekt in een monoloog over vrede en verdraagzaamheid: ‘c’est haram de s’entretuer et de toutes les façons, la terre ne bougera pas’.

Schreeuw tegen amnesie

De zaal, die stilaan wat verder is volgelopen, gaat volledig op in de film, applaudisseert en valt sommige protagonisten luidkeels bij. Telkens als er uitdrukkelijk werd gesteld dat verschillende geloofsgemeenschappen in perfecte harmonie kunnen samenleven, gaan de handen op elkaar.

In een kort nagesprek met de regisseur wordt allusie gemaakt op de parlementaire vraag die werd gesteld door Ahmed Boukhobza, kamerlid van de PJD, de gematigde islamisten. De regisseur werd er door hem van beschuldigd ‘de betrekkingen met Israël te normaliseren’. Zijn documentaire is zijn ‘schreeuw tegen de amnesie’ repliceert hij. Jonge Marokkanen dreigen te vergeten dat hun land van oudsher joden heeft gehuisvest, ver buiten de grenzen van Casablanca en Essaouira waar er nu nog kleine gemeenschappen wonen.

De mensen in het publiek tonen zich bezorgd over de toenemende tendens om de geschiedenis van hun land te herschrijven. Ze drukken op het belang van het herinneren. Ze zijn bezorgd over de toenemende islamisering van hun land. De organisator van het debat, de directeur van het Institut Français, blokt de politieke vragen wat af en drukt op het feit dat het een nagesprek is, en geen debat. Gevoelige materie, dat is het in elk geval.

Hoe kunnen wij ooit nog samen leven?

‘We weten alleen maar echt wie we zijn, als we met de ander geconfronteerd worden’, de slotwoorden van de documentaire, klinken nog lang bij me na. Zeker als ik bij mijn thuiskomst het nieuws doorneem uit die regio die me zo dierbaar is, en waar het aantal landen waar ik zorgeloos naartoe kan reizen steeds kleiner wordt.

In Egypte werden de haren van christenmeisjes op de metro gekortwiekt en dreigen de Salafisten de piramides op te blazen. In Syrië is iedereen die enigszins kan, fysiek en/of financieel, vertrokken. De vluchtelingen blijven Turkije, Jordanië en Libanon binnenstromen, mensen die dachten dat dit hen nooit zou overkomen. Ik lees blogs en tweets van zij die het voorlopig nog trachten uit te zingen in Damascus, maar weten dat het niet meer goed komt. “Die gebouwen, die kunnen we terug opbouwen, maar hoe gaan wij ooit nog samen kunnen leven…?”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Projectmedewerker bij Demos vzw

    Bie Vancraeynest is coördinator van Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiveert tot tijdelijke en autonome socioculturele centra.