Waarom het enorm belangrijk is om iedereen te vaccineren tegen COVID-19

‘Niemand is beschermd totdat iedereen beschermd is’

Oscar Zurriaga / Flickr (CC BY-ND 2.0)

Hoe goed de vaccinatiecampagnes ook vooruitgaan in rijke of kleine landen; als er in de rest van de wereld weinig of geen vooruitgang wordt geboekt, zal een groot deel van de wereldbevolking nog steeds geen toegang hebben tot vaccins.

‘Uit solidariteit én uit eigenbelang moeten we streven naar een wereldwijde hoge vaccinatiegraad’, zegt epidemioloog en volksgezondheidsexpert Oscar Zurriaga. Hij ziet de mondiale ongelijkheid in de verdeling van vaccins tegen COVID-19 met lede ogen aan.

Tegenwoordig vraagt iedereen zich af wat er met het concept van groepsimmuniteit gebeurd is? De verwachting was toch dat we die zouden bereikt hebben bij een vaccinatiegraad van 70 procent?

Op basis van de laatste studies is dat cijfer achterhaald. Het moet op z’n minst verhoogd worden, en sommigen vrezen dat het simpelweg onmogelijk is om groepsimmuniteit te bereiken in het geval van covid-19. Dat werd ook gesuggereerd in een studie die afgelopen maart werd gepubliceerd in het tijdschrift Nature.

De komst van de vaccins

Aan het begin van de pandemie, toen de vaccins nog ver in het verschiet lagen, hebben sommige landen ervoor gekozen om te proberen om de groepsimmuniteit op een natuurlijke manier te realiseren.

De “Great Barrington Declaration”, een controversiële verklaring geschreven door drie volksgezondheidsexperts van Harvard, Stanford en Oxford, moedigde regeringen vorig jaar aan om de lockdownbeperkingen voor jonge en gezonde mensen op te heffen en tegelijkertijd de beschermingsmaatregelen op ouderen te concentreren. Ook die tekst stelt dat ‘we weten dat uiteindelijk alle populaties groepsimmuniteit zullen bereiken. Dat wil zeggen, het punt waarop het aantal nieuwe infecties stabiel blijft. We weten ook dat dit baat kan hebben bij een vaccin, maar het er niet afhankelijk van is’.

De toegang tot vaccins en het begin van groepsimmuniteit heeft de discussie doen verschuiven naar een ander punt. Begin 2021 werd de vaccinatiegraad bepaald door de beschikbaarheid van vaccins en de verschillende vaccinatiestrategieën. Enkel in welvarende landen – die voldoende doses konden bemachtigen voor hun hele bevolking – kon die een wenselijk niveau bereiken. In andere landen blijft het wachten.

Verschillen in vaccinatiegraad

Tijdens de eerste helft van 2021 werd Israël het land waar iedereen zich aan spiegelde: een snel stijgende vaccinatiegraad en een relatief kleine bevolking. Dit was te danken aan de afspraken die de Israëlische regering heeft gemaakt met een farmaceutisch bedrijf. Aanvankelijk waren de data die Tel Aviv naar buiten bracht zeer bemoedigend. Bovendien bleef het tot begin juni de wereldleider in vaccinatie.

De situatie is veranderd. Israël voert niet langer de wereldranglijst aan en wordt door heel wat landen overtroffen. Hoewel het land een aanzienlijke vaccinatiegraad kan voorleggen - met 62,6 procent van de bevolking die twee spuitjes heeft gekregen - moet ook de ongelijke verdeling van vaccins over de bevolking die binnen haar grenzen leeft opgemerkt worden: slechts 8 procent van de Palestijnse bevolking heeft twee doses gekregen.

Volgens de gegevens van “Our world in data” is Malta momenteel het hoogst gerangschikt qua vaccinatiepercentage met 80 procent van de bevolking die volledig gevaccineerd is. IJsland, Verenigde Arabische Emiraten, Portugal en Singapore zitten tussen 75 en 80 procent. Tussen 70 en 75 procent hebben we de Kaaimaneilanden, Qatar, Denemarken, Spanje, Uruguay, Jersey, Chili, de Faeröer, San Marino, Seychellen en België.

Voor sommige naties zijn er geen gegevens beschikbaar, wat niets goeds betekent. Dit is onder meer het geval in Ghana en Irak.

Zoals te zien is, zijn het niet per se de rijkste landen ter wereld. In feite maakt geen van hen deel uit van de G7. Maar ze delen wel het kenmerk dat ze een relatief gunstige economische positie hebben. In sommige gevallen gaat het bovendien om landen met een zeer kleine bevolking. Het zijn ook stuk voor stuk landen met gezondheidssystemen die deze uitdaging het hoofd hebben kunnen bieden.

Tussen haakjes, dit zijn de respectieve vaccinatiegraden van de G7-landen: Verenigde Staten 52,2 procent, Verenigd Koninkrijk 63,2 procent, Duitsland 60,5 procent, Frankrijk 60,5 procent, Italië 61,7 procent, Canada 67,2 procent en Japan 47,3 procent.

Onderaan de ladder

En welke landen zitten er onderaan de vaccinatieladder? Voor sommige naties zijn er zelfs geen gegevens beschikbaar, wat niets goeds betekent. Dit is onder meer het geval in Ghana en Irak.

Hieronder volgen enkele cijfers van landen met een minder geslaagde vaccinatiecampagne.

Onder de landen waarbij 1 procent van de bevolking al twee spuitjes heeft gekregen tellen we: Syrië, Libië, Nigeria, Somalië, Vanuatu, Centraal-Afrikaanse Republiek, Liberia, Oeganda, Tanzania, Mauritanië, Mali, Sierra Leone, Soedan, Niger, Benin, Kameroen, Papoea-Nieuw-Guinea, Guinee-Bissau, Tsjaad, Burkina Faso, Haïti, Zuid-Soedan en de Democratische Republiek Congo.

Voor een vaccinatiegraad tussen 1 en 2 procent hebben we Congo Brazzaville, Algerije, Lesotho, Zambia, Kenia en Afghanistan.

Ook hier is er een patroon vast te stellen: veel van deze landen bevinden zich op het Afrikaanse continent en staan onderaan de Human Development Index (HDI).

Uit solidariteit of eigenbelang?

Het resultaat is dat tot op heden slechts 27 procent van de wereldbevolking de volledige vaccinatiekuur heeft gekregen.

Hoe goed de vaccinatiecampagnes ook vooruitgaan in rijke of kleine landen; als er in de rest van de wereld weinig of geen vooruitgang wordt geboekt, zal een groot deel van de wereldbevolking nog steeds geen toegang hebben tot vaccins.

Het verstrekken van doses vaccins en logistieke steun aan landen die niet over voldoende middelen beschikken, zou de globale aanpak moeten kenmerken.

Het grootste nadeel daarvan is dat dit het virus kansen geeft om nieuwe varianten te ontwikkelen. Als sommige van die mutaties veel besmettelijker zijn, of resistent tegen de huidige vaccins, zal de vaccinatiegraad van de rijke landen niet veel nut hebben.

Het concept van groepsimmuniteit is gebaseerd op aannames zoals een homogene mix van de bevolking en uniforme immuniteit bij mensen van alle demografische groepen. Ook aan dit uitgangspunt wordt wereldwijd niet voldaan.

We zijn getuige van een historische mijlpaal: proberen de hele wereldbevolking in enkele maanden tijd te vaccineren. Zoiets is nog nooit eerder gedaan. De wereldwijde vaccinatiecampagne tegen polio begon in de jaren zestig en wordt vandaag, zes decennia later, nog steeds voortgezet.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het is een van de vele redenen waarom het concept van mondiale solidariteit zo cruciaal is om de pandemie voorgoed achter ons te laten. Het verstrekken van doses vaccins en logistieke steun aan landen die niet over voldoende middelen beschikken, zou de globale aanpak moeten kenmerken.

Maar als solidariteit niet genoeg is, volstaat eigenbelang. Het is van groot belang voor de bevolking van rijke landen om een hoge vaccinatiegraad te hebben in minder ontwikkelde landen.

Niemand is beschermd totdat iedereen beschermd is.

Deze opinie verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner The Conversation

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift