De apocalyps ging niet door (dit jaar)

Opinie

2013 in Zuidwest-Azië

De apocalyps ging niet door (dit jaar)

24 december 2013
De apocalyps ging niet door (dit jaar)
De apocalyps ging niet door (dit jaar)

Bevlogen politici vinden optimisme een morele plicht, maar de wereld blijkt telkens weer een redelijk hopeloze plek voor zowel pessimisten als optimisten. De verwarrende nuances en onvoorziene wendingen die de realiteit in petto heeft, voldoen nooit aan de schema’s waaraan professionele doemdenkers of obsessieve dromers zich vastklampen. Dat bleek het afgelopen jaar nergens duidelijker dan Zuidwest-Azië, de regio die wij begin 2013 een "levensgevaarlijk jaar" tegemoet zagen gaan.

‘Het politieke klimaat en de daarin geldende mores zijn in Zuid-Azië altijd al wispelturig, maar de voorspellingen voor het komende jaar zijn extreem ongunstig.’ Daarmee opende ik eind april een artikel , dat meteen ook het begin werd van een dossier over de (politieke) ontwikkelingen in Iran, Afghanistan, Pakistan en India van mei 2013 tot en met 2014. De vier buurlanden stonden immers voor beslissende verkiezingen en de vooruitzichten waren allesbehalve gunstig. Dat bevestigde ook Iran-kenner Reza Aslan in een interview kort voor de stembusgang.

Apocalyps uitgesteld

Met Nawaz Sharif stevig in het zadel in Islamabad en Hassan Rouhani die in Teheran duidelijk de steun geniet van de Opperste Geestelijke Leider Khamenei, waait er een voorzichtig optimistische wind door de regio. Met name de bereidheid van de nieuwe regering in Iran om te onderhandelen met het Westen over zijn atoomprogramma -en de tijdelijke overeenkomst die daarover eind november gesloten werd in Genève- voeden de hoop dat de dreigende en door velen onafwendbaar geachte militaire confrontatie tussen de VS en Iran toch niet zal plaatsvinden.

De ontwikkelingen in Pakistan waren minder stormachtig, maar het feit dat na de verkiezing van Nawaz Sharif ook de andere topfuncties (president, legerleider en opperrechter) rimpelloos ingevuld werden door nieuwe namen, is voor het diep gemilitariseerde land niet minder dan een historische verwezenlijking.

Pakistan kwam dit jaar ook in het nieuws door het opvallende  optreden van Malala Yousufzai, de intussen zestienjarige voorvechtster van het recht van meisjes op goed onderwijs. In 2012 werd ze daarvoor neergeschoten door de Pakistaanse taliban, dit jaar mocht ze de Verenigde Naties toespreken, publiceerde ze I am Malala -het verhaal van haar nog korte leven-, ontving ze de Europese Sacharov-prijs voor de verdediging van mensenrechten én werd ze tot op het laatst getipt voor de Nobelprijs voor Vrede. En dan beginnen we zelfs niet aan de lijst prijzen en erkenningen die ze elders kreeg. Die volgehouden en opgeklopte aandacht voor Malala onderlijnt hoe wanhopig het Westen op zoek is naar symbolen van -voor haar herkenbare- hoop in Afghanistan en Pakistan.

Arabieren versus Perzen

Maar zoals elk nadeel ook zijn voordeel heeft, geldt ook het omgekeerde. De politieke coup de thêatre van Hassan Rouhani in de Iraanse verkiezingen en de al even onverwachte respons door Washington, waar minister van Buitenlandse Zaken John Kerry het nucleaire dossier zelf ging bestieren, deed zo ongeveer alle bestaande machtsevenwichten en geopolitieke allianties in de regio kantelen. Israël schreeuwt moord en brand over de afspraak met Iran, maar krijgt in het Witte Huis blijkbaar geen gehoor. Maar het meest verontrust blijken de Arabische Golfstaten te zijn, Saoedi-Arabië voorop. Op 17 december publiceerde de Saoedische ambassadeur in Londen een striemende opinie in de New York Times, waarin hij het Westen de levieten leest voor zijn houding tegenover Iran en Syrië, en aankondigt dat Saoedi-Arabië offensiever zal optreden nu het Westen de Syrische president Assad en zijn Iraanse steunpilaren manu militari te verdrijven, en dat het geen enkele actie bij voorbaat wil uitsluiten om ‘duurzame vrede en stabiliteit in de Arabische wereld’ te verzekeren. Met andere woorden: wie dacht dat de hele wereld zou applaudiseren bij een dooi in de relaties tussen Teheran en Washington, heeft buiten de belangen van de Arabische bondgenoten van het Westen gerekend.

Pakistan blijft explosief

Of de machtswissels in Pakistan leiden tot een noodzakelijke wijziging in de regionale politiek van dat land is nog niet duidelijk. Dat heeft te maken met de moeilijke economische situatie van Pakistan, de complexe machtsverhoudingen en het voortdurende geweld in Baloetsjistan, Karachi, en de grensregio met Afghanistan. De Amerikaanse drones schakelden eind 2013 opnieuw een leider van de Pakistaanse taliban uit, maar dat leidde tot de terugkeer van Mullah Fazlullah, de extremistische predikant die eerder al verantwoordelijk was voor een terreurbewind in de Swat-Vallei.

Overigens zijn de taliban zeker niet de enige die voor geweld en ontwrichting zorgen. Dit jaar vonden er verschillende grote aanslagen plaats op de sjiitische minderheid, onder andere in Quetta, Peshawar en Karachi. Die interne instabiliteit veroorzaakt ook steeds meer spanningen met de Grote Broer in Washington. Activisten van de PTI, de partij die de Khyber Pakhtunkwa provincie bestuurt sinds de verkiezingen van mei, hebben ervoor gezorgd dat er in december nauwelijks een vrachtwagen over de Khyberpas in het noordwesten van het land geraakte.

De Khyberpas is een van de onmisbare grensovergangen voor de bevoorrading van het Amerikaanse leger in Afghanistan én een cruciale doorgang voor de gigantische logistieke operatie van de terugtrekking van wel vijftigduizend soldaten en al hun materieel in 2014. De Amerikanen hebben dan ook al gereageerd met een vermindering van de hulp aan Pakistan en dreigen de nu voorziene anderhalf miljard dollar voor 2014 helemaal in te houden als de doorgang van de transporten niet verzekerd wordt.

India onder hoge druk

Echt bepalend voor de richting die de nieuwe Pakistaanse regering uit kan of wil, is echter de uitkomst van de politieke transities in de buurlanden Afghanistan en India, die nog in de komende maanden voltrokken moet worden. Intussen zorgen de warme relaties tussen die twee buurlanden van Pakistan overigens voor zenuwachtigheid in politieke en militaire kringen. President Karzai ging op bezoek in Delhi, en enkele weken later werden gezamenlijke militaire oefeneingen gehouden -in Rajasthan nog wel, op de grens met Pakistan.

In India groeit de kans dat de regerende coalitie onder leiding van de Congress-partij afgestraft zal worden bij de parlementsverkiezingen die wellicht in april zullen plaatsvinden. De onvrede over corruptie, gebrek aan daadkracht om de oude machtsstructuren te doorbreken en zeer ontoereikende resultaten in de herverdeling van de indrukwekkende economische groei vormen de ondergrond van het ongenoegen van de kiezers.

De deelstaatverkiezingen van eind 2013 hebben trouwens al aangetoond dat het Congress onder vuur ligt. In de hoofdstad Delhi wordt op dit moment een sleutelrol gespeeld door een nieuwe partij van de anti-corruptie-activist Kejriwal. Niet toevallig dat een anti-corruptievoorstel dat al een hele tijd hangende was, intussen door het parlement werd goedgekeurd. Intussen heeft Delhi trouwens ook hommeles met Washington, naar aanleiding van de behandeling van een diplomate die haar haar huispersoneel niet aan het wettelijke minimumloon betaalde.

Of de gedoodverfde winnaars -de hindoenationalisten van de BJP, onder leiding van Narendra Modi, deelstaatpremier van Gujarat- dat ongenoegen zullen wegnemen is zeer de vraag. Indien Modi inderdaad aan de macht komt, mag zijn Pakistaanse ambtsgenoot Sharif normaliter ook rekenen op een koud onthaal als hij wil onderhandelen over betere betrekkingen tussen de twee landen. Over dé zweer in de bilaterale relaties, de noordelijke deelstaat Jammu en Kasjmir, valt volgens de BJP namelijk niet te onderhandelen. Die hoort in haar geheel tot India, ook al wordt een derde ervan vandaag door Pakistan bestuurd en een achtste door China.

2013 werd voor India ingezet met geweld tegen vrouwen als thema. Eind 2013 keerde dat thema weer op de voorpagina’s van de kranten toen Tarun Tejpal - hoofdredacteur van het progressieve blad Tehelka- beschuldigd werd van aanranding door een jonge medewerkster. Voor de hindoenationalisten was dat het bewijs van de verdorvenheid van de links-liberale (media)kringen. Voor feministen was het voorval een bewijs van het onverbeterlijke machismo van Indiase mannen in het algemeen, en machthebbers in het bijzonder.

Drama in Kaboel

Afghanistan heeft zich zonder veel extra kleerscheuren door 2013 geworsteld, al is dat in een land dat gewoon is aan oorlog, geweld en economische malaise nog geen goed nieuws. Het ronduit slechte bestuur van Hamid Karzai en zijn gouverneurs, ministers, parlementsleden, generaals, politiecommissarissen en rechters is trouwens niet enkel het gevolg van “de Afghaanse cultuur”, maar vooral van de grote militaire interventie door het Westen. Dat bevestigde Mark Bowden, humanitair coördinator van de VN in Afghanistan en plaatsvervangend speciaal gezant van de VN in dat land, in een interview met MO*.

In december voerde Hamid Karzai nog eens een groot drama op door eerst de Loya Jirga (grote bijeenkomst van tribale leiders) te consulteren over een overeenkomst die hij met de VS onderhandelde over blijvende aanwerzigheid van (ongeveer) 15-20.000 soldaten na de “vollledige terugtrekking” van 2014. Toen die Loya Jirga meteen instemde met die overeenkomst, liet Karzai weten dat hij het Westen niet vertrouwt en dus niet zal tekenen voor de verkiezingen van het voorjaar.

Dat het ook mét de aanwezigheid van de westerse troepen niet lukt om het land te controleren, blijkt uit de cijfers van papaverteelt en opium- en heroïneproductie, die het voorbije jaar opnieuw een recordhoogte bereikten.