VS tegen verstrekken van leningen aan China

De Chinese leningen bij de Wereldbank onder de loep

Justin CC BY-NC-ND 2.0

Chinese geldboom

China leent elk jaar een gemiddelde van 2 miljard dollar bij de Wereldbank en staat op die manier in de top van de grootste ontleners terwijl het zelf de tweede grootste economie ter wereld is. Dat zeggen Scott Morris en Gailyn Portelance in hun recent verschenen studie.

Een analyse van de recente leningen van China bij de Wereldbank leert ons dat de Internationale Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling (IBRD), een financiële instelling van de Wereldbank die geld ontleent aan middeninkomenslanden en kredietwaardige lage-inkomenslanden, sinds 2016 nog meer dan 7,8 miljard dollar aan China heeft geleend.

‘Sinds 2016 heeft China meer dan 7,8 miljard dollar geleend, nochtans had het land sinds dat jaar de inkomensgrens overschreden’

Nochtans had China sinds dat jaar de inkomensgrens voor leningen uit deze instelling overschreden.

De huidige drempelwaarde van de Wereldbank om gesprekken tussen landen en de IBRD op gang te brengen, is 6895 dollar bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking.

Lenen aan landen die boven deze grens zitten, heeft altijd tot controverse geleid. Vooral de Verenigde Staten tonen zich misnoegd over recente leningen aan China. Critici ijveren voor striktere toepassing van de regels zodat rijkere leners niet meer in aanmerking komen.

Armste provincies

In 2018 kwamen de aandeelhouders van de Wereldbank tot een overeenkomst om leningen aan landen boven die grens enkel te beperken tot projecten die focussen op het globale belang (projecten die het belang van de hele wereld nastreven) en projecten rond capaciteitsopbouw (initiatieven die helpen om het land te “promoveren” zodat het niet langer nood zou hebben aan Wereldbankleningen).

Maar wat blijkt? Minder dan de helft van de toegestane leningen aan China vallen onder deze twee categorieën. Capaciteitsopbouw is maar goed voor 5 procent van de portefeuille, projecten die het globale belang nastreven tellen voor ongeveer 38 procent.

Een bredere interpretatie van capaciteitsopbouw, waarbij de nadruk ligt op de toewijzing van middelen aan de armste provincies in China, kan dit beeld eventueel nog wel wat bijsturen. Achtenvijftig procent van de kredietverlening aan China is immers gericht op provincies met een inkomen per hoofd van de bevolking onder de fameuze inkomensdrempel waarop je “promoveert.”

‘Met een derde van de portefeuille gericht op de vermindering van de CO2-uitstoot in het land, voldoet de lening duidelijk aan de vereiste voor het globale goed’

En met een derde van de portefeuille gericht op de vermindering van de CO2-uitstoot in het land, voldoet de lening duidelijk aan de vereiste voor het globale goed. Als ‘s werelds grootste vervuiler moet China immers flink investeren in klimaatvriendelijke financiering, tenminste als we vooruitgang willen boeken wat betreft deze cruciale agenda.

De wereld heeft dus naar onze mening veel te winnen bij een duurzame en productieve relatie tussen China en de Wereldbank. Maar, om het politieke briesen van de Verenigde Staten en andere critici te temperen, zou de Bank meer van China moeten eisen wat betreft rentelasten op leningen en ervoor zorgen dat alle projectleningen voldoen aan de normen zoals ze werden vastgelegd in 2018.

De volledige studie kunt u hier lezen.

Scott Morris is verbonden aan het US Development Policy Initiative en het Center for Global Development,
Gailyn Portelance is onderzoeker aan Stanford University.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift