Dossier: 
De grote reset na corona

‘We moeten durven veranderen wat niet meer past bij de toekomst die we willen’

Iqbalbnuril / Pixabay (CC0)

Wat is dit nieuwe normaal precies? En wat moet er precies veranderen?

Sinds de coronapandemie hebben ontelbare krantenkoppen één of andere variatie gebruikt van de zinnen ‘teruggaan naar het nieuwe normaal’ en ‘alles moet veranderen’. Maar wat moet er dan precies veranderen? Chandran Nair doet een poging om het ‘nieuwe normaal’ vorm te geven.

De wereldwijde pandemie heeft een licht geworpen op belangrijke binnenlandse en internationale zwaktes. Het legde ook enkele van de mythen en drogredenen bloot die tot nu gebruikt werden om de wereld te verklaren. Veranderingen die al aan het gebeuren waren, zijn in een stroomversnelling terechtgekomen, in enkele maanden gebeurde wat anders misschien tientallen jaren zou kosten.

Niet elke verandering hoeft ons zorgen te baren. Dit is het moment voor de huidige en de volgende generatie leiders om hun stempel te drukken en hun kans te grijpen deze fouten te herstellen en een echte reset mogelijk te maken.

De pandemie heeft de noodzaak duidelijk gemaakt om onze veronderstellingen en ons inzicht in vraag te stellen. We moeten veranderen wat duidelijk niet meer past bij onze tijd en de toekomst die we willen, in het licht van verschillende existentiële bedreigingen. Hier zijn tien brede domeinen die we moeten overwegen.

1. Transformatie van de bedrijfswereld

De pandemie legde de kwetsbaarheid van de wereldeconomie en haar netwerken bloot.

Vóór de pandemie leken de wereldwijde bedrijven ongelooflijk veerkrachtig te zijn. Interconnectiviteit moest ervoor te zorgen dat een probleem op de ene plaats de toeleveringsketens simpelweg naar elders zou verplaatsen, en dat de consument het verschil nooit zou merken. De goederen zouden in de winkelrekken blijven liggen (of, in toenemende mate, op e-commercesites), zonder dat de klant weet wat er achter de schermen gebeurt.

Maar de pandemie, een echte wereldwijde schok, legde de kwetsbaarheid van de wereldeconomie en haar netwerken bloot. In plaats van de veerkracht te versterken, maakte een onderling verbonden economie het domino-effect nog groter – door het verspreiden van economische pijn en ontwrichting over de hele wereld toen bedrijven werknemers begonnen te ontslaan.

Regeringen kunnen niet voorkomen dat er weer een wereldwijde schok plaatsvindt, maar ze kunnen er wel voor zorgen dat bedrijven klaarstaan om hun verplichtingen tegenover de samenleving na te komen. Dit begint bij de werknemers, de basis van het sociale contract tussen het bedrijfsleven en de samenleving. Beleidsmakers moeten nadenken over de manier waarop ze de stimuleringsmaatregelen voor bedrijven kunnen vormgeven om veerkracht in te bouwen.

2. Een monetair beleid ten behoeve van het algemeen belang

Om te reageren op de economische pijn en de verstoring door de pandemie en de daarmee samenhangende maatregelen op het gebied van de volksgezondheid, verspreiden de regeringen hulppakketten met een recordgrootte, die oplopen in de miljarden dollars. Vóór de pandemie waren regeringen sceptisch over het uitgeven van te veel geld. De vraag ‘maar hoe betaal je dit?’ was gebruikelijk bij het bespreken van grootschalige publieke programma’s bij zowel de wetgevende macht als in de media.

De pandemie heeft deze overtuigingen getorpedeerd. Terwijl de regeringen hun reserves aanboren om overheidsuitgaven vrij te maken, zouden ze kunnen investeren in noodzakelijke infrastructuur, betalen voor de openbare voorziening van basisbehoeften en openbare diensten, en investeren in onderzoek en ontwikkeling om de samenleving voor te bereiden op toekomstige uitdagingen.

Het aanbieden van goedkope huisvesting bijvoorbeeld zou gezinnen met een laag inkomen zekerheid bieden en de nodige middelen om in zichzelf te investeren. Van het starten van hun eigen bedrijf tot het verbeteren van hun gezondheid, het zou een langetermijninvestering zijn in het vergroten van het vermogen van meer segmenten van de bevolking om een bijdrage te leveren aan de samenleving.

3. Het heruitvinden van de groei

Vóór de pandemie vertrouwden regeringen op een voortdurende groei voor politieke legitimiteit. Economische groei is een indicatie voor succes. Het is gebruikelijk dat opkomende economieën kiezen voor een ‘groeidoelstelling’: ofwel een gericht groeipercentage voor het jaar ofwel een gerichte economische omvang voor een bepaalde periode.

De wereld moet afzien van groei als doel op zich.

De wereld moet afzien van groei als doel op zich. Voortdurende groei dwingt de samenleving om steeds meer hulpbronnen te consumeren. Als gevolg daarvan is het economisch beleid vertekend. De nadruk ligt op boekhoudkundige trucs en investeringstrucs in plaats van op reële economische ontwikkeling en vooruitgang.

In plaats daarvan moeten regeringen in zowel opkomende als geavanceerde economieën onthouden waar groei voor dient: het verbeteren van de levensstandaard van een hele bevolking, en niet alleen van segmenten van de samenleving.

Als landen afzien van economische groei als maatstaf, zullen ze meer betekenisvolle meetsystemen nodig hebben om hen te leiden. Misschien kan een combinatie van werkgelegenheid, toegang tot basisbehoeften, duurzaamheidsdoelstellingen en investeringen gericht op de toekomst een uitkomst bieden.

4. De onzichtbare hand van de markt opgeven

Naarmate de pandemie zich uitbreidde, kregen consumenten te maken met tekorten aan essentiële producten: mondmaskers, handreinigers, huishoudelijke schoonmaakmiddelen, toiletpapier en diepvriesproducten. Ziekenhuizen en artsen hadden een tekort aan medische voorzieningen en persoonlijke beschermingsmiddelen.

De pandemie heeft aangetoond dat de markt niet in staat is om snel te reageren op grote crisissen.

De pandemie heeft aangetoond dat de markt niet in staat is om snel te reageren op grote crisissen. Maar landen met een sterke overheid waren in staat om de particuliere sector te mobiliseren en te richten op wat nodig is voor de samenleving. Zo breidde China bijvoorbeeld zijn productie van maskers en medische apparatuur uit en kon Zuid-Korea zijn testcapaciteit drastisch uitbreiden. De particuliere sector heeft behoefte aan begeleiding, steun en, misschien wel het belangrijkst, een gegarandeerde koper: dingen die de publieke sector zou kunnen bieden.

De samenleving moet haar controle over de markt en de particuliere sector weer in handen krijgen en ervoor zorgen dat deze op het algemeen belang gericht zijn. Ondernemingen hebben een ‘licence to operate’, maar wanneer bedrijven dat begrip schenden, moeten samenlevingen ervoor zorgen dat de particuliere sector zich verantwoordelijk gedraagt.

5. Het intrekken van vrij spel voor de kluseconomie

De spanningen van de zogenaamde kluseconomie begonnen zich te vertonen vóór de pandemie, met zware werklasten en strakke schema’s voor koeriers. Platformen stellen strikte operationele richtlijnen in, waardoor elke speling in het systeem wordt bestraft. Toch trekken deze platformen financiering aan op basis van hun schaalmogelijkheden, waardoor de kosten van hun model worden gecompenseerd door de werknemers en de rest van de maatschappij.

Ondanks hun tekortkomingen slagen deze platformen wel degelijk in wat ze beogen: aanbieders en klanten met elkaar verbinden. Een platform dat een aanbieder — of het nu gaat om een restaurant, een klusjesman, een chauffeur, een kunstenaar of een klein bedrijf — in staat stelt om efficiënter goederen en diensten te leveren aan een klant, zou een echte aanwinst zijn voor kleine en middelgrote bedrijven die niet over de middelen beschikken om een oplossing op maat te creëren.

Overheden moeten kijken naar welke platformen succesvol zijn en waarom, en dan proberen alternatieven te ondersteunen die niet afhankelijk zijn van het schaalgeobsedeerde model van technische financiering.

6. Waardering van werk dat essentieel is

Veel landen namen hun toevlucht tot bevelen om thuis te blijven, met als doel de overdracht van virussen in de gemeenschap tegen te gaan en een overbelasting van het gezondheidssysteem te voorkomen. Werkplekken en scholen gingen dicht, winkels en restaurants werden gesloten. Bedrijven en hele industrieën — vliegreizen, toerisme, live entertainment — kwamen tot stilstand.

Maar niet iedereen kon thuis blijven. De pandemie introduceerde de term ‘essentiële werknemer’ in ons lexicon: het gaat niet alleen om gezondheidswerkers en mensen die andere essentiële openbare diensten voorzien, maar ook om bezorgers, schoonmakers, medewerkers in supermarkten, landarbeiders en fabrieksarbeiders die voedsel verpakken. Deze banen zijn vaak onderbetaald, maar de pandemie heeft de sociale waarde van deze banen duidelijk gemaakt.

Net zoals regeringen de goederen moeten heroverwegen die strategisch gezien van essentieel belang zijn voor een economie in een crisis, moeten ze ook heroverwegen welke arbeid echt essentieel is. Ze moeten ervoor zorgen dat degenen die in deze functies werken naar behoren worden gecompenseerd en beschermd.

7. Herformulering van de ontwikkelingsprioriteiten

Het economische verhaal van de afgelopen twee decennia draait om digitale mogelijkheden en het internet. De ontwikkelingsprioriteiten zijn verschoven om tegemoet te komen aan de opkomst van het internet en om de introductie van smartphones te verdiepen. Dit was ondanks het ontbreken van enig echt bewijs dat dit was wat de mensen echt willen.

Basisdiensten zijn niet de enige ontwikkelingsprioriteit die genegeerd werd.

Er werd te weinig geïnvesteerd in infrastructuur die zou hebben geholpen om deze huidige pandemie te bestrijden en het risico van de volgende crisis te verminderen: schoon water, betere voeding, betere sanitaire voorzieningen en een bredere infrastructuur voor de volksgezondheid. Basisdiensten zijn niet de enige ontwikkelingsprioriteit die genegeerd werd. Miljoenen mensen in de wereld hebben nog steeds geen veilige en verzekerde huisvesting, geen stabiele toegang tot elektriciteit of belangrijke openbare diensten zoals onderwijs.

De samenleving moet het gebruiken van ontwikkelings- of overheidsgeld voor digitale technologie aan banden leggen, tenzij een onafhankelijk orgaan — en niet een orgaan dat door de technologiebedrijven wordt gedomineerd — overtuigend kan aantonen waarom dit de ontwikkelingsresultaten zou verbeteren.

8. Heropbouw van het ingestorte voedselsysteem

De pandemie heeft geleid tot twee zeer verschillende verhalen over de voedingsindustrie. Aan de ene kant lege winkelrekken en panikerende shoppers; aan de andere kant verontruste boeren die overtollige producten dumpen.

Onze voedselsystemen blijken fundamenteel instabiel: de behoefte aan arbeidsmigranten die geblokkeerd worden door gesloten grenzen, de knelpunten in fabrieken en havens en de afhankelijkheid van enkele grote institutionele consumenten. De pandemie onthult ook de gevaren van sociale keuzes op lange termijn rond voedsel. Slechte voeding als gevolg van de wereldwijde proliferatie van junkfood heeft geleid tot een toename van het aantal niet-overdraagbare ziekten, die ook bijdragen aan hoe infectieziekten ervaren worden.

Regeringen zullen radicaal moeten herzien hoe we voedselsystemen benaderen. Ten eerste moeten regeringen betere systemen ontwikkelen om voedsel te verdelen, vooral in armere gemeenschappen die weinig opties hebben. Ten tweede moeten de overheden ervoor zorgen dat de kruidenierswinkels voldoende voorraden van essentiële goederen hebben. Tot slot moeten overheden investeren in lokale voedselproductie, met name in basisproducten.

9. Start van een begeleide terugtrekking uit de natuur

Een zilveren randje van het feit dat de mensen zich binnenshuis terugtrokken, is het herstel van het milieu, van de terugkeer van wilde dieren naar de openbare ruimte tot een betere luchtkwaliteit. In veel landen werd de milieuschade voorgesteld als een noodzakelijk gevolg van de groei — een soort nevenschade voor een groter goed.

Maar het herstel van het milieu en het regenereren van wilde dieren tijdens lockdowns is het bewijs dat de natuur veerkrachtiger is. De achteruitgang is niet onomkeerbaar. Dus kunnen en moeten we investeren in grootschalig herstel, reparatie en conservering.

Regeringen moeten dit zien als een aanmoediging om moediger te zijn in hun milieustrategieën. Kan de luchtvervuiling niet worden geminimaliseerd, maar uitgeroeid? Hoe zit het met vaste afvalstoffen? Kunnen we de uitbreiding van de voorsteden beperken en de natuurgebieden uitbreiden? De samenleving kan beginnen met het herstel van bepaalde gebieden, door de menselijke activiteit drastisch te beperken en de uitbreiding van de menselijke bewoning terug te schroeven. Als de pandemie enige indicatie is, zouden we de natuurlijke voordelen hiervan eerder kunnen zien dan we denken.

10. Geopolitiek voorbij de westerse overheersing

De “soft power” van het Westen is aanzienlijk beschadigd door de pandemie.

De mislukte reactie van de wereld op de pandemie zal de internationale betrekkingen beïnvloeden. Azië heeft de controles snel verscherpt en de uitbraak ingedamd. De reactie van China, Japan, Zuid-Korea, Vietnam, Singapore en Taiwan stond in schril contrast met die van Europa en Amerika.

De soft power van het Westen is ook aanzienlijk beschadigd door de pandemie. Verre van China’s ‘Tsjernobyl’ te zijn, zoals The Financial Times suggereerde toen de ziekte voor het eerst opdook, zijn de Aziatische regeringen snel en besluitvaardig geweest in hun reactie om de pandemie in te dammen. Nu Europa en de Verenigde Staten diep verdeeld zijn en worstelen om de pandemie onder controle te krijgen, heeft dit geleid tot ernstige bezorgdheid over het bestuurssysteem in het Westen.

Een post-pandemische wereld zal er een zijn met veel verschillende machten: China, India, Rusland, Europa, Afrika, Brazilië en de Verenigde Staten. Er zullen spanningen bestaan tussen deze verschillende landen en de grenzen van hun invloed zullen worden betwist. Maar er zijn ook belangrijke mondiale problemen die alleen door nauwe samenwerking tussen hen kunnen worden opgelost.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Als er één ding is dat de COVID-19-pandemie ons heeft geleerd, dan is het wel dat de oude aannames niet meer gelden.

Landen, bedrijven en particulieren moeten zich aanpassen aan het nieuwe normaal dat op handen is.

Landen moeten zich bezighouden met andere machten, zelfs met die waarover zij ernstige meningsverschillen hebben. Anders zullen de mondiale problemen onopgelost blijven en zal de mondiale samenleving eronder lijden.

De COVID-19-pandemie toont aan dat het wereldwijde systeem plat op zijn gezicht valt wanneer het geconfronteerd wordt met een wereldwijd probleem.

Bedrijven moeten omgaan met de nieuwe realiteiten voor veerkracht in de onderling verbonden economie, en wat groei betekent in een steeds meer gedigitaliseerde wereld.

Individuen moeten zich, hoe hard we ook allemaal verlangen om terug te keren naar het leven van voor de pandemie, aanpassen aan een leven dat meer beperkingen heeft op wat we kunnen doen, en bovenal, in harmonie met de natuur.

Vooral de leiders moeten hun stempel drukken en de kans grijpen om de fouten uit het verleden te herstellen en een echte reset mogelijk te maken.

Chandran Nair is een zakenman uit Singapore en oprichter en CEO van The Global Institute for Tomorrow, een denktank in Hongkong. Dit opiniestuk werd vertaald uit het Engels door Els Van Daele.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift