De media smullen van Trump. De samenleving gaat eraan kapot.

‘Wie me niet bekritiseert, dat zijn de burgers’, zegt Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump. En wie hem sowieso een podium geeft, dat zijn de media. Tine Destrooper van het Centrum voor Mensenrechten aan New York University vindt dat tweede bijna even bedenkelijk als het eerste. Een opinie over de zin en onzin van redelijkheid in politiek en media.

  • CC Chris Piascik (CC BY-NC-ND 2.0) CC Chris Piascik (CC BY-NC-ND 2.0)
  • CC Gage Skidmore (CC BY-SA 2.0) CC Gage Skidmore (CC BY-SA 2.0)

Wie me niet bekritiseert dat zijn de burgers, zij staan honderd procent achter mij.’ De zelfverzekerde uitspraak van Donald Trump na zijn omstreden en –laat ons wel wezen– volstrekt belachelijke voorstel om de moslims in de ban van de Verenigde Staten te slaan, toont hoezeer de potentiële presidentskandidaat ervan overtuigd is de stem van het volk te zijn. Maar is dit wel zo?

Donald Trump scoort inderdaad hoog in polls, maar het is geweten dat de grote gematigde meerderheid van stemgerechtigden minder vaak deelneemt aan dit soort polls dan een kleine radicalere minderheid. Bovendien, dat iemand een voorkeur uitspreekt voor een mogelijke presidentskandidaat wil uiteraard niet zeggen dat die persoon in de praktijk elk vergezocht voorstel van betreffende kandidaat werkelijkheid wil zien worden.

Maar media maken dit onderscheid vaak niet. Steun voor Trump als personage wordt niet zelden gelijkgesteld aan steun voor zijn absurde voorstellen. Gesprekken met aanhangers van Trump tonen echter vaak dat deze vooral aangetrokken zijn door de anti-politieke retoriek van de man en door zijn afstand van het heersende politieke systeem, eerder dan door zijn inhoudelijke boodschap.

‘De krant had meer aandacht kunnen hebben voor het feit dat zowat het hele Republikeinse kamp zich tegen Trump had uitgesproken’

Desalniettemin kopte verscheidene Vlaamse kranten op 10 december: ‘Tweederde Republikeinen steunt Trumps moslimverbod’ (DS 10 dec. 2015, DM 10 dec. 2015), alsof het om een feitelijk implementeerbaar voorstel ging dat werkelijk op tafel lag voor stemming. Dat dit voorstel niet enkel onethisch, maar ook volstrekt onrealiseerbaar was, daar was noch in de kranten, noch in de originele Bloomberg poll, sprake van.

Dergelijke berichtgeving stelt daarmee deze moreel laakbare voorstellen van een extremistische populist voor als zaken die we werkelijk zouden kunnen of moeten bediscussiëren. Bovendien waren een heleboel andere koppen mogelijk geweest.

Zo had de krant meer aandacht kunnen hebben voor het feit dat zowat het hele Republikeinse kamp zich tegen Trump had uitgesproken, en zijn uitspraken had weggezet als belachelijk, onsamenhangend en niet serieus te nemen.

Of voor het feit dat zelfs het Witte Huis en het Congres zich voor het eerst hadden uitgesproken over de campagne, en Trump ongeschikt verklaarden voor een functie als president van de VS. Of voor de massale internationale reacties, inclusief uit Frankrijk, die een ‘niet in mijn naam’ declareerden. Of voor de massale burgerinitiatieven en twittercampagnes die in een mum van tijd duizenden volgers hadden, #YouAintNoAmericanBro, #WHISIS, #WeAreBetterThanThis.

Gematigde of onbesliste kiezers horen telkens weer dat ene geluid, net zolang tot dat de standaard wordt.

Maar deze verhalen bleven onderbelicht, en andermaal werden alle schijnwerpers gericht op de stokebrand. Zelfs zijn aanvaring met een arend kreeg in de Vlaamse media meer aandacht dan mensen die op een genuanceerde manier oplossingen voor dwingende problemen zoeken.

Dergelijke onkritische berichtgeving en sensationalisme kan verdere polarisering in de hand werken. Gematigde of onbesliste kiezers horen telkens weer dat ene geluid, net zolang tot dat de standaard wordt.

Ook in Europa lijken prominente politici steeds vaker expliciet de kaart van ‘wij’ tegen ‘zij’ te trekken. Met welk doel op de lange termijn, dat is niet duidelijk. Le Pen’s recente uitspraak ‘Ik zal het leven van de regering ruïneren, elke dag van de week, elke minuut van de dag’, Wilders die via twitter PVV kamerleden zoekt met ‘een afkeer van islam’, De Wever die zonder enige schroom de onwaarheid poneert dat het grootste deel van de vluchtelingen in ons land analfabeet is. Zowel morele grenzen als respect voor feitelijkheid lijken mijlen ver weg.

Desalniettemin echoën media deze onwaarheden vaak zonder veel contextualisering of reflectie, en geven, onder het mom van redelijkheid en objectiviteit, evenveel -en vaak meer- spreektijd aan poseurs dan aan hen die een werkbare, langdurige oplossing zoeken. In tijden waarin informatie vrij beschikbaar is, kan “objectieve” of “redelijke” berichtgeving niet langer simplistisch worden geconceptualiseerd als het geven van een welhaast onbeperkt forum aan losse projectielen.

Het is hoog tijd voor media om in eigen boezem te kijken en te reflecteren over de rol die zij kunnen spelen –en reeds gespeeld hebben– in de radicalisering van het politieke bestel, dat aan weerszijden van de Atlantische Oceaan samenlevingen langdurig en diepgaand dreigt te ontwrichten.

Tine Destrooper (Dr.) is Uitvoerend Directeur van het Centrum voor Mensenrechten aan New York University in de Verenigde Staten. Ze schrijft dit stuk in eigen naam.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • onderzoeker CHRGJ en Wissenschaftskolleg

    Tine Destrooper is onderzoeker aan het Centrum voor Mensenrechten aan New York University (CHRGJ) en aan het Wissenschaftskolleg Berlijn.