De toekomst van het verleden

De Britse kerkhoven, de Menenpoort en de Last Post, tot op heden houdt de frontregio paradoxaal vast aan de oorlog. Het wil zich de oorlog herinneren en tegelijk vergeten, het koestert en negeert. De gedenktekens en de monumenten zijn er de illustratie van. Het ene wordt overspoeld, een ander verkommert. Zo vertelt het oorlogserfgoed meer over het heden dan over het verleden. Her-denken is niet alleen metgezel van herinneren, maar evenzeer van het vergeten. Vergeten? Jawel, we leggen uit.

Her-denken is vergeten

Een tijd geleden bezoekt een tiental studenten van Die Hochschule Merseburg uit het voormalige Oost-Duitsland de hogeschool Katho in Kortrijk. Merseburg, een industriestad met bijna evenveel inwoners als de Gulden Sporenstad, is op zijn demografisch retour. Ooit was het anders. Bij het begin van de 20ste eeuw is het één van de modernste chemische sites. Nu zorgt de ontvolking voor een kaalslag. Contactpersoon is professor Berg. Aan de vooravond van 100 jaar wereldbrand is hij te gast in de frontregio. Als reisleider bezoekt hij met zijn studenten beide frontzijden.

De interesse van Berg is eigenaardig. Geen mens herinnert zich graag het verlies van een oorlog. Professor Berg is een ex West-Duitser, keurig en kleurrijk. Het contrast met zijn studenten, de ex Oost-Duitsers, springt in het oog. Hun stuk gedragen textiel heeft als hoofdkleur afgewassen zwart. Voor eentje kocht men nieuwe schoenen, zo versleten waren ze. De achterstelling van de Oost-Duitsers is een economische realiteit. De studenten en hun professor, de Ossies en Wessie zijn vreemden voor elkaar. De professor beseft het, zij, de studenten, nog niet. Hun verwondering gaat naar de overvloedige aandacht die deze streek heeft voor het oorlogsverleden. De Eerste Wereldoorlog zegt hen weinig en beleven ze als een random gekozen feit. De gedachte dat dit de wereldgeschiedenis beïnvloedde, vinden ze overdreven en het ontgaat hen dat er tussen Nieuwpoort en Armentières per jaar 350.000 toeristen passeren. Dat is tien keer Merseburg, het zijn aantallen die aan de oorlog doen denken. Een museum met meer 200.000 bezoekers per jaar? Onmogelijk. Notie over het leed is er evenmin. Dat lijkt hen in niets te verschillen van eender welke strijd. De gedachte dat de oorlog hun familiegeschiedenis richting gaf, is al even nieuw. Op de schoolbanken leerden ze weinig over de Groote Oorlog. Lesmateriaal over de jaren 1939 tot 1945, dat kennen ze. Het Oost-Duitse regime kon ideologisch weinig aan met het zelfbeeld ondermijnende 14-18. De Tweede Wereldoorlog daarentegen legitimeerde het Russische regime dat Hitler in de pan hakte. Enfin, u hoort het komen. Dit gaat over historisch besef.

Historisch besef

Historisch besef is vaak een wat snobistisch begrip dat het onderscheid aanbrengt tussen wie erover beschikt en zij die het niet hebben. De code is ‘to be expert or not to be’.  Het duidt het verschil aan tussen ontwikkeld en (nog niet) ontwikkeld, een belerend begrip, niet zonder pretentie.  Wij houden ons liever weg van het vingertje.

In Tielt, indertijd Duits hoofdkwartier, hebben de studenten een eerste herkenningspunt. Ze ontmoeten er Fritz Haber. En, toegegeven, die naam zei ons eigenlijk niets. Het blijkt een wereldberoemde Duitse scheikundige. Eén student weet wat dat er in Merseburg een Fritz Haberstraat is. Een ander vertelt dat de man de nobelprijs won. Zijn vinding? Kunstmest. En in Tielt kennen ze hem ook. Dat schept banden. Maar Haber reisde niet naar West-Vlaanderen om de landbouwproductiviteit op te drijven. De reden van zijn komst, was een test van strijdgas, het Yperiet. Dat verhaal is de Duitse studenten onbekend. Hun verwondering stijgt bij de uitleg dat hij ook het Zyklon-B ontwikkelde. ‘Maar met de holocaust heeft Habers niets te maken’ vertelt de gids erbij. Het klinkt de studenten als een geruststelling in de oren. Duitse herinneringen in de frontregio, men moet spieden om ze te vinden. En dat is niet toevallig. Er is -in marxistische terminologie- geen geschiedenis, tenzij achteraf. En die is per definitie beladen en gekleurd met de traditie en de denkpatronen van de overwinnaar.

Aan de vooravond van een nieuwe herdenkingshause  valt ons het volgende op: op de herdenkingstafel ligt naast ‘de groote oorlog’ het heden gespreid. Het menu omvat verzoening, integratie, verdraagzaamheid, mensenrechten… in een bedje van hedendaags conflict en hellebrand. Rond de tafel zitten de representanten van oudstrijders, de historici, de erfgoedgilde, politici en commercie. Grosso modo luiden er twee stemmen. We maken even abstractie van de in chocolade grossierende commercie. Vooreerst zijn er diegenen die het historische besef mobiliseren als de meest betrouwbare garantie om de herhaling van conflict te vermijden. Daarnaast zijn er zij die de genoemde waarden op de tafel politiek en sociaal coderen en de oorlog gebruiken om te werken aan sociale cohesie,  aan gemeenschappenvorming, het bevorderen van en bijbrengen van zachte burgerschapscompenties.

The ‘Lost Past’, niet the Last Post

De youngsters waarover we het hierboven hadden, spreken doorgaans niet zo luid. Soms wel maar niet altijd ‘in de kwestie’.  Evenmin de regiobewoners en de ‘groote’ wereld die toen kwam en verdween (en intussen terug is): van vriendelijke Senegalees tot jawel, de vijandige Pruis. Zijn wij ook gul voor hun verhalen? Als u het ons vraagt dan briefen wij scholieren om niet meteen het herdenken te zoeken in de versteende Westhoek waar bij voorbaat een afgerond verhaal zich in de geest nestelt, voor zover dit nog niet gebeurde. Neen, en bij voorkeur zitten ze ook niet mee aan de genoemde tafel waar het herdenken gestroomlijnd wordt. Nee, veeleer verkennen ze de grotendeels weggegumde Duitse rand, die ongeveer de spoorlijn van Brugge tot Kortrijk volgt. Of het achterland dat systematisch ingepalmd werd tussen augustus en het begin van de IJzerslag halverwege oktober. En als het kan, in het gezelschap van hun Duitse jonge collega’s. De ontmoeting brengt beslist nieuwe kennis bij over een ongekend Duits en sinds 1914 lokaal verleden, een verhaal dat knapen en juffrouwen raakt met zijn andere interpretatie en beleving. Een rendez-vous zonder a-priori die zich niet vastpint op het geschil of vermeende verschillen en daar ook geen bevestiging noch ontkenning van zoekt. Zo ontdekt de deelnemer aan 2014-2018  zelf betekenissen in het kleine, vergeten verleden van de ‘Lost Past’ in plaats van de grote, voorgekauwde herinnering van de Last Post.

Dominique Nuyttens en Benedict Wydooghe zijn docent aan de hogeschool Katho, departement Ipsoc en verbonden aan het Expertisecentrum Kunst en Cultuur.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift