‘Democratische weerbaarheid is mogelijk zolang mensen bereid zijn om haar telkens opnieuw te verdedigen’

Saartje Van den Bossche

25 maart 2026
Opinie

Politieke kwetsbaarheid, ideologische overtuigingen en complotnarratieven

‘Democratische weerbaarheid is mogelijk zolang mensen bereid zijn om haar telkens opnieuw te verdedigen’

Een leeg parlement in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul
Een leeg parlement in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul

De mislukte staatsgreep in Zuid-Korea van 3 december 2024 was te danken aan het goede geheugen van haar burgers. Dat maakte de collectieve herinnering tot een moreel kompas voor politiek menselijk gedrag. Een belangrijke les in weerbaarheid voor landen die onder democratische druk staan, schrijft onderzoekster Saartje Van den Bossche.

Stelt u zich een rustige winteravond voor, thuis. U maakt zich klaar om naar bed te gaan. U wil de televisie uitzetten wanneer plots het staatshoofd op het scherm verschijnt en meedeelt dat hij onmiddellijk de staat van beleg afkondigt.

Precies dát gebeurde in Zuid-Korea op de avond van 3 december 2024. Vele Zuid-Koreanen zullen dat moment hebben aangevoeld als onwerkelijk en surrealistisch. Maar het was wél de realiteit.

Sinds eind jaren tachtig is Zuid-Korea een democratie. De staat van beleg is voor Zuid-Koreanen iets uit een afgesloten verleden en herinnert hen aan een tijd van verstikkende militaire dictatuur, van tanks in de straten, van gewelddadig neergeslagen studentenprotesten.

En nu, op 3 december 2024 stuurde het staatshoofd plots troepen naar het parlement, bleken er pogingen om politici te arresteren en balanceerde het land op de rand van een constitutionele crisis. In een fractie van een seconde wierp het de mensen terug naar onzalige, diep weggeborgen herinneringen over de dreiging van militairen op straat, het oorverdovende geluid van helikopters boven de stad, de angst dat de staat zich plots tegen zijn eigen burgers keert.

Een Koreaanse vriend die tijdens die avond en nacht in het ziekenhuis lag voor enkele onderzoeken, stuurde mij ontsteld berichten als ‘Waarom lig ik hier zo machteloos? Ik zou buiten op straat moeten zijn om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt!’

Voor de Zuid-Koreanen was de gevreesde staat van beleg geen abstract historisch begrip maar een levende herinnering.

Geen klassieke politicus

Waarom beslist een democratisch verkozen president tot zo’n extreme stap? Het lijkt irrationeel; maar kijkend naar de politieke context, blijken verschillende factoren samen te leiden tot deze beslissing.

In 2020 won president Yoon heel nipt de verkiezingen, met de kleinste marge in de Zuid-Koreaanse geschiedenis. Hij begon aan zijn ambtstermijn beseffend dat bijna de helft van het land niet voor hem had gestemd. Kort daarop daalden ook nog eens zijn populariteitscijfers en die bleven laag.

Yoon was bovendien geen klassieke politicus. Als openbaar aanklager had hij bekendheid verworven door staalharde corruptieonderzoeken tegen politieke elites en zelfs tegen een voormalige president. Conservatieve kiezers zagen hem als een symbool van strijd tegen corruptie. Yoon had echter weinig ervaring met hoe een democratie functioneert, het voeren van onderhandelingen, het politieke spel van geven en nemen en het democratisch sluiten van compromissen.

Daarnaast blokkeerde de oppositiepartij, die een parlementaire meerderheid bezat, veel van zijn plannen. Zo ontstond een politieke patstelling. Zuid-Koreaanse politiek staat bekend om zijn confrontatiestijl. Presidenten krijgen slechts één termijn van vijf jaar, en na die termijn wordt bijna elke voormalige president vervolgd of veroordeeld voor corruptie. Politiek wordt daardoor vaak gezien als een strijd met als inzet het eigen politiek overleven.

President Yoon vond dat de oppositie hem verhinderde het land te besturen. Hij legde zijn afkondiging van de staat van beleg uit door de oppositie te beschuldigen van “anti-staatsactiviteiten” en zelfs van samenwerking met Noord-Korea. Dit soort retoriek heeft diepe historische wortels. Politieke oppositie werd tijdens de Koude Oorlog immers vaak voorgesteld als een bedreiging voor de nationale veiligheid en een rechtvaardiging voor het dictatoriale bestuur.

New Right

Daarnaast speelden ook radicaal-rechtse ideologische netwerken een rol. Binnen de Zuid-Koreaanse conservatieve beweging bestaat de “New Right”: een stroming die de autoritaire periode van de Zuid-Koreaanse geschiedenis op een positievere manier probeert te herinterpreteren en stelt dat sterke leiders soms noodzakelijk zijn om de staat te beschermen. Volgens die beweging rechtvaardigt dat uitzonderlijke maatregelen in naam van nationale veiligheid.

Ook complotnarratieven over verkiezingsfraude speelden een rol. Op de avond van de staat van beleg werden niet alleen troepen naar het parlement gestuurd, maar ook naar de Nationale Kiescommissie, in een poging bewijs te verzamelen voor vermeende fraude die de oppositiepartij haar grote meerderheid in het parlement had opgeleverd.

Culturele netwerken die oorspronkelijk niets met politiek te maken hadden, werden plots instrumenten van politieke actie

Het gaat hier dus om een samenloop van factoren: politieke kwetsbaarheid, ideologische overtuigingen en complotnarratieven. Samen creëerden ze de omstandigheden voor een zogenaamde self-coup: een staatsgreep door een verkozen leider, om democratische instellingen te neutraliseren en de eigen macht te concentreren.

Opmerkelijker dan de poging tot staatsgreep zelf is hoe snel ze mislukte. Onmiddellijke parlementaire actie, digitale communicatie, burgerlijke mobilisatie en militaire terughoudendheid herstelden de orde opvallend snel. Ongeveer twee uur na de afkondiging werd de staat van beleg door een stemming in het parlement opgeheven. Zodra politici de afkondiging hadden gehoord, haastten ze zich naar het parlementsgebouw. Soms moesten ze over de muren en hekken klimmen om binnen te raken, omdat politie en militairen de toegang blokkeerden.

Informatie verspreidde zich razendsnel via livestreams en sociale media. Burgers verzamelden zich rond het parlement of positioneerden zich tussen de militairen en het gebouw. Anderen fungeerden louter als getuigen. Dit alles gaf het parlement de tijd om te stemmen.

Binnen het leger aarzelde men om in te grijpen. Zuid-Korea kent een lange dienstplicht voor jonge mannen. Een groot deel van het leger bestaat dus uit jonge burgers die slechts tijdelijk een uniform dragen. Daarom waren sommige officieren terughoudend om geweld te gebruiken tegen burgers of verkozen politici. Die aarzeling vertraagde de operatie en voorkwam mogelijk een escalatie.

De rol van collectieve herinnering

Wat hier bijzonder opvalt, is de rol van collectieve herinnering, precies het onderwerp van mijn onderzoek. De staat van beleg riep voor velen meteen herinneringen op aan de militaire dictaturen van de jaren zestig tot tachtig, en vooral aan de Gwangju-opstand in 1980, waarbij het leger een pro-democratische opstand bloedig onderdrukte. Gwangju is in Zuid-Korea niet alleen een historisch feit. Het is een moreel kompas.

Tijdens de crisis van 2024 verwezen veel demonstranten expliciet naar die gebeurtenis. Historische herinneringen functioneren hier als alarmsysteem: ze herinneren mensen aan wat er kan gebeuren wanneer democratische instellingen verdwijnen.

Tegelijk brachten de protesten ook nieuwe vormen van solidariteit met zich mee. Op straat stonden jonge vrouwen, queer activisten, boeren, vakbondsleden en mensen met een handicap: groepen die niet altijd dezelfde politieke agenda delen, maar plots beseften dat hun strijd tegen marginalisering zich binnen dezelfde politieke structuur afspeelt.

Een anekdotische gebeurtenis tijdens de protesten illustreert dat treffend. Een boer bedankte jonge demonstranten door te tweeten: ‘Dank jullie, onze dochters.° Waarop een queer demonstrant antwoordde: ‘Eigenlijk zijn wij geen dochters.’ De boer zei simpelweg: ‘Dat begrijp ik nu. Ik zal het onthouden.’ Dit toont hoe solidariteit kan ontstaan, namelijk niet door consensus, maar door te luisteren naar de ander en verschillen te erkennen.

Een ander opvallend element was de rol van de K-pop-fandomcultuur. Veel jonge vrouwen, gewend massale fanactiviteiten te organiseren, gebruikten diezelfde vaardigheden tijdens de protesten: informatie verspreiden, logistiek coördineren en grote groepen mobiliseren. Culturele netwerken die oorspronkelijk niets met politiek te maken hadden, werden plots instrumenten van politieke actie.

Ondanks deze indrukwekkende mobilisatie bracht de crisis ook diepe politieke verdeeldheid aan het licht. Zuid-Korea is een samenleving waarin generaties, regio’s, sociale klassen en zelfs mannen en vrouwen steeds vaker tegenover elkaar staan in politieke discussies. Die polarisatie is niet nieuw, maar verscherpt zich duidelijk de laatste jaren.

Thema’s zoals gendergelijkheid, arbeidsrechten en de relatie met Noord-Korea zijn bijzonder controversieel geworden. Tijdens de presidentsverkiezingen van 2022 werd bijvoorbeeld sterk ingezet op anti-feministische retoriek om jonge mannelijke kiezers te mobiliseren. Tegelijk bekritiseerden feministische bewegingen en minderheidsbewegingen wat zij zien als een hardnekkige patriarchale politieke structuur. Online media versterken die dynamiek vaak. Algoritmes creëren echo­kamers waarin mensen vooral informatie zien die hun eigen overtuigingen bevestigt.

Zelfs na de crisis bleef die polarisatie zichtbaar. Rechts-radicalen organiseerden tegenprotesten om president Yoon te steunen. In januari 2025 bestormden honderden demonstranten zelfs een rechtbank nadat een arrestatiebevel tegen de president was uitgevaardigd, een gebeurtenis door sommigen vergeleken met de bestorming van het Capitool in de Verenigde Staten in 2021.

En toch: de meerderheid van de Zuid-Koreaanse bevolking steunde de juridische stappen tegen president Yoon. Zijn arrestatie en latere veroordeling bewezen dat de rechtsstaat functioneert. Opiniepeilingen toonden aan dat een grote meerderheid de afkondiging van de staat van beleg veroordeelde. Het juridisch proces bevestigde een fundamenteel principe: een president staat niet boven de grondwet.

Politieke polarisatie

Deze gebeurtenissen zeggen niet alleen iets over Zuid-Korea. Ze zeggen ook iets over de wereld waarin wij vandaag leven. In veel democratieën neemt de politieke polarisatie toe. Leiders trekken de legitimiteit van verkiezingen in twijfel. Parlementen lopen vast. Burgers vragen zich af of democratische regels nog wel vanzelfsprekend zijn.

De crisis in Zuid-Korea toont hoe kwetsbaar democratische normen kunnen zijn. Anderzijds blijkt democratische weerbaarheid mogelijk te zijn. Niet alleen dankzij instellingen, maar dankzij burgers die waakzaam blijven. Dankzij politici die, uitstijgend boven hun verschillen, bereid zijn de grondwet te verdedigen. En dankzij een samenleving die haar eigen geschiedenis niet vergeet.

Misschien is dat wel de belangrijkste les. Democratie is geen toestand die we ooit bereiken en daarna automatisch behouden. Ze is iets dat voortdurend onderhouden moet worden, een kwetsbaar ecosysteem. De documentaire ‘The Seoul Guardians’ (vertoond tijdens DOCVILLE 2026) toont een dramatisch moment uit de Zuid-Koreaanse geschiedenis. Tegelijk stelt ze een vraag die vandaag voor alle democratieën relevant is: Wat doen wij wanneer democratische normen en waarden plots onder druk komen te staan? De ervaring van Zuid-Korea laat zien dat democratische weerbaarheid mogelijk is. Maar alleen wanneer mensen bereid zijn om haar telkens opnieuw te verdedigen.

Saartje Van den Bossche is doctoraatsonderzoeker aan KU Leuven en UCLouvain en bestudeert de collectieve herinnering en democratisering in Zuid-Korea, meer bepaald hoe historische gebeurtenissen vandaag doorwerken in politiek menselijk gedrag.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld.