Branden kunnen weldaad zijn voor sommige planten en dieren

Deze planten en dieren gedijen weer na de bosbranden in Australië

Flickr (CC BY 4.0)

 

De bosbranden in Australië hebben niet alleen veel schade aangericht in de natuur, ze helpen bepaalde dieren en planten ook vooruit, schrijft Kathryn Teare Ada Lambert, ecoloog aan de University of New England.

Nu de crisis in het door bosbranden geteisterde Australië eindelijk afneemt, is het gemakkelijk om alleen te zien wat verloren is gegaan. Meer dan 11 miljoen hectare landschap is verkoold en meer dan een miljard dieren vonden de dood.

Maar het is goed om te weten dat branden een weldaad kunnen zijn voor sommige planten en dieren. We zien alweer verse groene scheuten, omdat planten en bomen opnieuw uitlopen. Kevers en andere insecten maken korte metten met de karkassen van dieren; binnenkort zullen de vogels volgen die insecten eten.

De bosbranden in Australië zijn ook voor deze tolerante soorten een uitdaging. Maar laten we eens kijken hoe het leven terugkeert naar de bossen en hoe het zich in de komende maanden zal ontwikkelen.

De wetenschap van kiemkracht

Natuurlijk doden bosbranden talloze bomen – maar er overleven er ook veel. De meeste mensen hebben wel eens jonge, groene scheuten gezien aan de takken van bijvoorbeeld eucalyptusbomen. Maar hoe kan het dat ze zich zo snel herstellen?

Het is goed om te weten dat branden een weldaad kunnen zijn voor sommige planten en dieren

Het geheim is een beschermde “kiembank” die zich achter de dikke bast bevindt en die niet beschadigd wordt door de vlammen. Deze “epicormische” kiemen produceren blaadjes, waardoor fotosynthese kan plaatsvinden – het creëren van suiker uit zonkracht zodat de boom kan overleven.

Onder normale omstandigheden wordt die kiemkracht onderdrukt door hormonen in scheuten die zich hoger in de boom bevinden. Maar als de boom alle bladeren verliest door brand, droogte of een aanval van insecten, dalen de hormoonniveaus. Vervolgens kunnen de kiemen hun werk doen.

Insecten

De branden van deze zomer lieten een spoor van ontbindende dierenkarkassen, houtblokken en boomstammen achter. Hoewel dergelijk verlies desastreus is voor veel soorten – in het bijzonder soorten die al kwetsbaar waren – gedijen veel insecten in zo’n omgeving.

Vliegen leggen bijvoorbeeld eitjes in dierenkarkassen; als de maden uitkomen, is het rottende vlees een goede voedingsbron. De vliegen helpen bij de afbraak van het dierenlichaam en verminderen bacteriën, ziekten en stank. Vliegen zijn belangrijk voor de ontbinding. Door hun toename zijn ze op hun beurt weer voedsel voor vogels, reptielen en andere soorten.

Kevers voeden zich op hun beurt met rottende boomstronken en takken en brengen met hun ontlasting voedingsstoffen in de bodem, waardoor planten sneller weer opkomen.

Insecten profiteren ook van de vele nieuwe blaadjes aan de bomen. Inheemse bladvlooien bijvoorbeeld, insecten die lijken op bladluizen, voeden zich met het sap uit bladeren. Zij gedijen dus bij zo veel nieuwe blaadjes.

En dan de vogels

Als de insecten eenmaal terugkeren vanuit een naastgelegen bosgebied, zullen de vogels die de insecten eten snel volgen. Een toename van bladvlooien moedigt de terugkeer van honingeters aan, zoals belhoningeters en tuinhoningeters. Deze vogels veroorzaken soms overlast.

Een toename van bladvlooien moedigt de terugkeer van honingeters aan

Uit een studie die verscheen na de bosbranden in East Gippsland in Victoria in 1983, bleek dat diverse inheemse vogelsoorten snel groeiden en groter werden in aantal dan voor de branden. Dat gold bijvoorbeeld voor de vuurbuik- en scharlakenvliegenvanger, vaalstuitdoornsnavel en het ornaatelfje. Als struikgewas zich herstelt, zullen andere soorten zich aandienen en herstelt de biodiversiteit zich langzaam.

Na de recente bosbranden in de buurt van Moonbi in New South Wales zijn talloze vogelsoorten teruggekeerd. Tijdens een bezoek vorige week zag ik klauwwierkraaien landen in bomen, ornaatelfjes dartelen rond uit de grond opschietende scheuten en hoorde ik winterkoninkjes kwetteren in bosjes bladeren op schors en hoge takken.

Honingeters vlogen heen en weer tussen verbrande en intact gebleven takken aan de rand van het zwartgeblakerde bos en vlinders bezochten nieuwe planten die zijn gaan bloeien na de recente regen.

Onkruid helpt

Onkruid profiteert er meestal van als vuur het bladerdak van bomen verbrandt, waardoor meer licht de bodem bereikt. Hoewel dit een nadelige kant heeft – het hindert het herstel van inheemse planten – kunnen onkruiden ook dekking geven aan inheemse dieren.

Uit een studie in 2018, waarvan ik medeauteur was, bleek dat de zeer invasieve Lantana camara in sommige bossen een habitat bood aan kleine zoogdieren zoals de bruine rat. De aantallen zoogdieren op plaatsen waar lantana groeide, waren hoger dan waar het niet groeide.

Lantana groeit vaak snel na bosbranden, vanwege de hogere lichtintensiteit en de capaciteit om de groei van andere planten te belemmeren.

Is er hoop voor bedreigde soorten?

Generalistische soorten – die gedijen in veel verschillende omgevingen – kunnen zich aanpassen aan verbrande bossen. Maar specialistische soorten hebben ecosystemen met bepaalde eigenschappen nodig om te overleven en zijn veel minder veerkrachtig.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De ernstig bedreigde buideleekhoorn bijvoorbeeld leeft alleen in kleine stukjes bos in Victoria.

Alleen de tijd kan ons leren of de biodiversiteit in deze gebieden voorgoed beschadigd is of zich na verloop van tijd zal herstellen

Er zijn grote bosbranden nodig om een specifieke habitat te creëren: grote dode bomen bieden holtes waar dieren kunnen schuilen en nestelen, en insecten die voedsel halen uit verbrand hout en karkassen dienen als voedselbron.

Maar de buideleekhoorn kan pas profiteren van branden als ze niet te vaak voorkomen – zo eens in de 75 jaar – zodat er voldoende tijd voor herstel van de bossen is. Als er vaker branden zijn, krijgen grote bomen onvoldoende tijd om te groeien en ontstaan er geen holtes, met als gevolg dat de soort in aantal afneemt.

In New South Wales doet zich een soortgelijke situatie voor. Minstens 50 procent en bijna 80 procent van het leefgebied van bedreigde soorten zoals de kwetsbare rosse doornkruiper ging verloren door de recente bosbranden.

De toekomst

Alleen de tijd kan ons leren of de biodiversiteit in deze gebieden voorgoed beschadigd is of zich na verloop van tijd zal herstellen.

Sommige inheemse soorten kunnen profiteren van grote bosbranden, maar ze stimuleren ook roofdieren zoals verwilderde katten en vossen. De nieuwe, open gebieden bieden veel zoogdieren weinig mogelijkheden zich te verbergen voor deze roofdieren. Daardoor verandert de voedselketen binnen een ecosysteem.

Dat betekent dat er mogelijk andere vogelsoorten, reptielen en zoogdieren actief zijn in een bos na de branden. En als deze gebieden niet in staat blijken op langere termijn hun oorspronkelijke vegetatie te herstellen, kunnen ze voorgoed veranderen. Het is dan onvermijdelijk dat soorten uitsterven.

Kathryn Teare Ada Lambert is ecoloog aan de University of New England.

Bron: The Conversation.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift