Dit is een aanslag op de liefde

Ik ben bang. Niet voor mijn vege lijf. Gek. Ik ben bang voor morgen. Voor het België waarin mijn kinderen moeten opgroeien. Bang voor de liefde.

  • © Reuters De wereld van ongelijkheid, frustratie en haat – die vele mede-Belgen al lang voor de aanslagen aan den lijve ondervonden - is in alle hevigheid doorgedrongen tot hun beschermde bubbel. Zullen we daar samen tegen opgewassen zijn? © Reuters

Wat zinnigs kan je zeggen als je verdoofd door de shock, denkt iets te moeten zeggen? Omdat je behalve Belg, vader van, familielid, vriend en collega, ook journalist bent. Een pavlov-reflex als zou jij iets meer moeten plegen dan een Facebook-post.

Zoals vele Belgen vandaag – getuige de overbelasting van het gsm-netwerk – heb ik afgevinkt of mijn naasten in leven zijn. En evenveel vragen beantwoord van ongeruste bellers en mailers. Nu het erop lijkt dat ik zelf geen bloedverwanten of intimi te betreuren heb, lijkt het alsof de tranen die vertrekkensklaar zijn, geen recht op bestaan hebben.

Want hoe moeten die anderen zich niet voelen, die op de vermaledijde plek van de aanslagen waren en zij die slachtoffers te betreuren hebben? Voor hen is dit de zwartste dag van hun leven, wellicht.

Zal morgen liefde op de voorpagina’s staan, vraag ik me af.

En toch ben ik in shock, spijts een koffie buiten op een terras vlakbij Hallepoort. Ik heb het bericht over de lockdown – binnenblijven, zegt mijn overheid! - gemist. Ik werk al jaren in Sint-Gillis en hou van de buurt, van de metro, van het Station Brussel-Zuid. De wereld waait er binnen en verfrist mijn pendelrit uit het eerder monocolore Gent.

Nu echter loeien de sirenes en blauwe zwaailichten, op of achter de voorruiten van politiewagens.

Ik ben bang. Niet voor mijn vege lijf. Gek. Ik ben bang voor morgen. Voor het België waarin mijn kinderen moeten opgroeien. Bang voor de liefde.

Ongewild denk ik terug aan een woordje dat schrijfster Rachida Lamrabet plaatste tijdens een redactiefeestje ter ere van onze hoofdredacteur Gie Goris. Ik vraag hem op het op te zoeken, als ik terug ben op bureau. Ze brak een lans voor meer journalistiek over liefde. Het is blijven plakken.

Ik lees haar opnieuw en hoor haar lijzige stem. ‘Kunnen we met ons gebroken hart ook praten over de liefde? Een liefde die in staat is om iets te veranderen? Hebben wij het in ons om de hemel te stichten? En waarom staat de liefde nooit op de eerste pagina van de kranten, staat ze er eigenlijk helemaal niet in. Of toch veel te weinig. Het is dat de liefde nooit spectaculair kan uitpakken met alarmerende cijfers en statistieken wellicht.’

Op de redactievloer zijn de bliepjes van gsm’s en de naar elkaar geroepen updates van het aantal doden hier en daar, de enige geluiden, naast het getik en getokkel van klavieren.

Zal morgen liefde op de voorpagina’s staan, vraag ik me af. En vooral. Zal die sterke doch frêle emotie partij zijn voor het geweld van het zwaard en het antwoord van de wet dat wellicht niet op zich zal laten wachten?

Onze tweede zoon aan de ontbijttafel deze morgen. “Zal ik een bord meenemen en daarop schrijven: weg met racisme?” Hij wil iets maken van de Internationale Dag tegen Racisme. Ik blijf het antwoord bijster of dat gisteren dan wel vandaag was. “Begin maar bij jezelf, schat”, zeg ik, belegen als een Bond Zonder Naam-sticker. Wat moet ik ze vanavond vertellen bij het avondeten?

Er zijn krachten waar wij geen invloed op hebben en de enige manier om die het hoofd te bieden is door er te zijn voor elkaar.

De wereld van ongelijkheid, frustratie en haat – die vele mede-Belgen al lang voor de aanslagen aan den lijve ondervonden - is in alle hevigheid doorgedrongen tot hun beschermde bubbel. Zullen we daar samen tegen opgewassen zijn? Hoe groot is straks nog de ruimte voor begrip en solidariteit in ons Belgenlandje? Voorlopig heb ik alleen maar vragen. Dus grijp ik terug naar de speech van Rachida en speel zonder haar goedkeuring pikkendief. Hopelijk vindt ze het niet erg, dat ik haar fijn verwoord cadeau weer doorgeef aan anderen, op deze dag waarop ons bloedend hart troost nodig heeft.

‘Een goede samenleving bouw je niet alleen op door respect. Respect voor gezag , respect voor regels en afspraken, met respect alleen kom je niet heel erg ver. Natuurlijk heb je instituties nodig en democratische structuren, law and order, maar zonder liefde van de mensen voor elkaar en de wil van die mensen om voor elkaar te zorgen omdat ze samen deel uitmaken van dezelfde mensengemeenschap, houden die structuren nooit lang stand. En daarnaast, hoeveel structuren er ook mogen zijn, er zijn altijd dingen die aan onze controle ontsnappen, er zijn krachten waar wij geen invloed op hebben en de enige manier om die het hoofd te bieden is door er te zijn voor elkaar, door voor elkaar te willen zorgen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift