‘Democratische regeringen uit de hele wereld kunnen helpen het conflict sneller te beëindigen’

‘3 jaar na de staatsgreep beweegt er weer wat in Myanmar’

Pyae Sone Htun / Unsplash

Protest tegen de militaire coup in Myanmar (2021).

3 jaar na de afzetting van de democratisch verkozen regering in Myanmar door de militaire junta, is het land ontredderd door een brutale burgeroorlog. De voorbije maanden lijkt er verandering te komen in de patstelling tussen het leger en de oppositie, schrijven experts Adam Simpson en Nicholas Farrelly.

Myanmar staat ‘op de rand van een steeds diepere humanitaire crisis’, stelde een VN-rapport in december nog. Naar schatting een derde van de bevolking (ongeveer 18 miljoen mensen) verkeert in grote nood.

Aung San Suu Kyi, wier democratisch gekozen regering door de staatsgreep omver werd geworpen, zit momenteel een straf uit van 27 jaar op grond van vergezochte aanklachten. Ze zou de covid-regels overtreden hebben, illegaal walkietalkies geïmporteerd hebben en de wet op staatsgeheimen en verkiezingsfraude hebben geschonden. Ze is in beroep gegaan tegen de veroordelingen.

Desondanks heerst er enig optimisme in het kamp van de oppositie, omdat de burgeroorlog in hun voordeel aan het kantelen is na recente successen op het slagveld. De troepen van de junta lijken onderbemand en kwetsbaar.

Nochtans zit een snelle overwinning er niet in. De junta controleert nog steeds de regering, de belangrijkste overheidsinstellingen en de grootste steden.

Democratische regeringen uit de hele wereld zouden kunnen helpen het conflict sneller te beëindigen door de oppositiekrachten en meer progressieve etnische gewapende groepen hulp en militaire steun te geven. Maar tot nu toe is daar weinig van aan.

En zelfs als de oppositietroepen in 2024 verdere militaire overwinningen boeken, zullen de gevolgen van het bloedige conflict nog jaren voelbaar zijn voor de 55 miljoen inwoners van Myanmar.

Hoe is het leven onder de militaire junta?

Sinds de coup zijn de economische omstandigheden sterk verslechterd. Veel landen hadden het moeilijk tijdens het eerste jaar van de covid-pandemie, maar in Myanmar is er nog steeds geen sprake van herstel. De economie is naar schatting bijna een derde kleiner dan ze zou zijn geweest zonder covid en de staatsgreep. Het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking ligt zo’n 13 procent onder het niveau van 2019.

Myanmar is momenteel een ramp voor iedereen die hecht aan strenge eisen op vlak van milieu en sociaal ondernemen.

Veel andere delen van de samenleving zijn erop achteruitgegaan door drie jaar meedogenloos politiek geweld. Onderwijsinstellingen, zorgverleners, maatschappelijke organisaties, nieuws- en andere mediakanalen en technologiebedrijven krijgen allemaal te maken met enorme uitdagingen. Velen strompelen voort, maar zijn een schim van de levendige instellingen die vóór de staatsgreep indrukwekkend werk verrichtten.

Veel buitenlandse investeerders hebben zich teruggetrokken, en dat is begrijpelijk. Myanmar is momenteel een ramp voor iedereen die hecht aan strenge eisen op vlak van milieu en sociaal ondernemen. Sommige buitenlandse bedrijven blijven, zoals het Japanse Suzuki, de Zuid-Koreaanse beddenfabrikant Pan-Pacific en verschillende bank- en energieconglomeraten uit Singapore en Thailand.

Ze houden mensen aan het werk en geven gezinnen te eten. Maar veel bedrijven doen ook zaken met de junta en ze betalen belastingen die het leger financieren. Er is ook nauwelijks enthousiasme voor nieuwe investeringen.

In het dagelijks leven zijn de Myanmarezen armer en kwetsbaarder dan vroeger. Ze hebben minder toegang tot onderwijs en gezondheidszorg en minder kansen om hun economische omstandigheden te verbeteren. Veel jongeren hebben hun studie en carrière opgegeven om tegen de militairen te vechten of om te proberen het land te verlaten. Thailand en andere buurlanden blijven met tegenzin grote migrantenstromen opvangen.

Voor degenen die ervoor kiezen om te vechten, is het levensgevaarlijk. Vijanden van het regime worden genadeloos opgejaagd door de politie en de veiligheidstroepen die de generaals moeten beschermen.

Welke vooruitgang heeft de oppositie geboekt?

Het leger en de oppositie zaten het grootste deel van de afgelopen drie jaar in een patstelling, maar daar kwam de afgelopen maanden verandering in. Er zijn enkele belangrijke ontwikkelingen geweest op het slagveld, waarbij de junta catastrofale verliezen heeft geleden.

In oktober voerden oppositiekrachten onder de naam Three Brotherhood Alliance Operatie 1027 uit, waarbij ze twee grenssteden in het noorden van de deelstaat Shan veroverden en honderden militaire posities en basissen onder de voet liepen.

Het offensief ging gepaard met aanvallen op militairen in het oosten van Myanmar door etnische verzetsgroepen van de Karenni en de Karen. En in de centrale regio Sagaing veroverde de People’s Defence Force, de gewapende vleugel van de verbannen oppositieregering National Unity, een belangrijke stad.

Half november verbrak het machtige Arakanleger, onderdeel van de Three Brotherhood Alliance, een jarenlange wapenstilstand met het leger in het westen van de deelstaat Rakhine. De beweging nam grensposten in en viel troepen van het regime aan in vier grote sloppenwijken, met tienduizenden ontheemde inwoners tot gevolg.

In januari eiste de groep de controle op over de belangrijke westelijke stad Paletwa bij de grens met India en Bangladesh.

De inzet van drones

Het leger van Myanmar behoudt een overweldigend voordeel in de lucht. Het gebruikt straaljagers en helikopters om zowel burgers als opstandelingen te bombarderen. Maar net als in Oekraïne begint de oppositie ook met succes goedkope dronetechnologie in te zetten.

Het leger van Myanmar behoudt een overweldigend voordeel in de lucht. Het gebruikt straaljagers en helikopters om zowel burgers als opstandelingen te bombarderen.

Het opstandige Chin National Army is actief vlakbij de deelstaat Rakhine. Het gebruikt drones om troepen van het leger die zich ingegraven hebben in de heuvels, aan te vallen. Op die manier hebben ze minstens twee steden in de grensregio’s ingenomen.

De oppositiekrachten in Myanmar beweren dat ze sinds het begin van Operatie 1027 ongeveer 25.000 onbemande vliegtuigjes hebben ingezet op het slagveld.

Half januari werd een staakt-het-vuren afgekondigd tussen het leger en de Three Brotherhood Alliance in de deelstaat Shan, bemiddeld door China. Maar dat toont alleen maar het succes aan van Operatie 1027 en de moeilijkheden waarmee het leger te kampen heeft.

Het zal waarschijnlijk niet lang standhouden, en wordt waarschijnlijk door beide partijen gebruikt om hun posities in de grensgebieden te consolideren.

Hoewel China de belangrijkste internationale speler in de burgeroorlog blijft, verliest het ook een deel van zijn gezag. De opkomst van nieuwe militaire machten die niets met China te maken hebben, zoals de democratische People’s Defence Forces, hebben een toch al complex strijdtoneel verder versplinterd en het wordt steeds moeilijker om er invloed op uit te oefenen.

Wat zal 2024 brengen?

De grote vraag dit jaar is of het invloedrijkste orgaan van de regio, Asean, de democratische krachten in Myanmar meer zal steunen.

Tot nu toe heeft Asean gekozen voor een voorzichtige aanpak. Maar het bondgenootschap zou wel eens tot de conclusie kunnen komen dat het aan de macht houden van de coupplegers de wederopbouw van een verwoeste samenleving vertraagt en de regio verder zou kunnen destabiliseren.

De crisis in Myanmar werpt ook vragen op over de samenhang van Asean in een tijd waarin veel lidstaten hun strategische relaties met zowel China als de VS in evenwicht proberen te brengen.

Er is een nieuwe regering in Thailand, er zijn verkiezingen in aantocht in Indonesië, en de ontevredenheid over de situatie in Myanmar neemt toe in Singapore, Maleisië en de Filippijnen. De kans bestaat dan ook dat de overwinningen van de oppositie op het slagveld leiden tot een meer proactieve houding in de Zuidoost-Aziatische diplomatie.

Snelle verbeteringen in het gebruik van drones en andere militaire technologieën kunnen misschien ook westerse overheden overtuigen, van een relatief goedkope route naar succes voor de oppositie. Maar net als bij het conflict in Oekraïne heeft de Amerikaanse financiering voor Myanmar vertraging opgelopen door de patstelling in Washington.

De generaals zijn daarnaast kwetsbaar voor aanhoudende juridische druk. Er loopt een zaak voor het Internationaal Gerechtshof waarin het leger van Myanmar wordt beschuldigd van genocide bij de behandeling van de Rohingya. Die kreeg in november internationale steun.

Het is mogelijk dat de leiders van de junta uiteindelijk een soort politiek compromis zullen zoeken, vooral als er breuklijnen zouden ontstaan binnen het leger. Maar het is nog maar de vraag of de democratische leiders en de etnische milities opnieuw politieke betrokkenheid zullen tolereren van degenen die drie jaar geleden zo’n misleide en verwoestende staatsgreep hebben gepleegd.

Adam Simpson is hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de University of South Australia, Nicholas Farrelly doceert Zuidoost-Aziatische Politiek aan de University of Tasmania. Deze opiniebijdrage is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.