Ecocentrisme of hoe een gebrek aan empathie de mobiliteitsknoop strakker trekt

Dit weekend gingen de Brusselse diehard fietsers wild tekeer op sociale media naar aanleiding van een opiniestuk in Mo* waar Brussels schepen en parlementair Els Ampe op de vingers wordt getikt naar aanleiding van haar uitspraken omtrent het ‘wegpesten’ van automobilisten. Vroeger stonden de beste stuurlui aan wal, nu zitten ze blijkbaar op Twitter of Facebook.

  • winny biets (CC BY 2.0) ‘Ondertussen ben ik blij dat er politici zijn die een kat een kat durven noemen en zich verzetten tegen de capaciteitsinkrimping van Brusselse invalswegen’ winny biets (CC BY 2.0)
  • © Floris Van Cauwelaert De mobiliteitschaos in Brussel laat zich dagelijks gelden © Floris Van Cauwelaert

Met 23km extra fietspad, 375 nieuwe fietsrekken en 23 nieuwe fietsboxen kon de Brusselse fietser het wel slechter treffen dan met hun mobiliteitsschepen Ampe.

Blijkbaar speelt de Brusselse fietswereld zich ook grotendeels af in de Vijfhoek, want over de sterk verbeterde situatie in het Terkamerenbos of de nieuwe fietspaden in het dichtbevolkte Laken worden amper met een woord gerept. Ik geef ze wel op één punt gelijk. Die transformatie van de nieuwe voetgangerszone: dat duurt véél te lang. We dienen ons echter spijtig genoeg neer te leggen met de Belgisch kafkaiaanse weg van langdurige procedures voor onder meer bouwvergunningen. Toch ben ik een fiere Brusselaar wanneer ik in dat zelfde weekend mobiliteitsexpert Linus Hellemont in De Standaard hoor zeggen: ‘De Brusselse voetgangerszone is de grootste stap vooruit van de laatste decennia.’

Dus wanneer je écht over een alternatief beschikt, dan kruip je die wagen ook niet in.

Maar terug bij de les. De wagen zou de ultieme vorm van egocentrisme zijn. Wel, de ultieme vorm van egocentrisme is stellen dat een wagen een overbodige luxe is. Hebben zij er ooit bij stilgestaan dat velen geen ander alternatief hebben: ouderen, mindervaliden, jonge gezinnen, mensen met onregelmatige werkuren, enz.

Om nog niet te spreken over degenen die pendelen vanuit ‘Houtsiplou’ en in geen velden of wegen een treinstation tegenkomen? In de file staan is geen prettige hobby, geloof me vrij. Dus wanneer je écht over een alternatief beschikt, dan kruip je die wagen ook niet in.

Die alternatieven zijn er echter vandaag onvoldoende. Het Brussels metronetwerk, zélfs met de geplande uitbreiding naar Bordet, is nog steeds niet ‘dicht’ genoeg. Daarenboven zijn vele van onze metrostations niet of onvoldoende aangepast aan mindervaliden. De geplande invoering van het GEN blijft op zich wachten. Ondertussen staken de spoorbonden te pas en te onpas, waardoor pendelen per trein meer weg heeft van Russische roulette. En nog steeds is er in 10 jaar geen enkele randparking bijgekomen, waardoor de wagens bijna worden verplicht verder het centrum in te rijden.

Ondertussen ben ik blij dat er politici zijn die een kat een kat durven noemen en zich verzetten tegen de capaciteitsinkrimping van Brusselse invalswegen.

Daarenboven zal technologie ervoor zorgen dat o.a. “die dieselvreters” een stuk milieuvriendelijker worden. Verder biedt die technologie ook een aantal andere kansen: de automatisering van bovengenoemde metro, bijvoorbeeld. Ik wacht al een tijdje op een ‘futureproof’ beleid in die richting.

Ondertussen ben ik blij dat er politici zijn die een kat een kat durven noemen en zich verzetten tegen de capaciteitsinkrimping van Brusselse invalswegen, zoals de Franklin Rooseveltlaan. Waarom? Omdat ik in mijn dagelijkse contacten merk dat mensen er génoeg van hebben.

Een studie van de VGC uit 2013 stelt dat slechts 30% van de Brusselaars vindt dat er voldoende parkeerplaatsen zijn in zijn of haar wijk. Tegelijk geven ze dit aan als een reden tot verhuizen. Sterk overdreven? Wel, ga dat maar uitleggen tegen mijn buurvrouw die elke dag honderden meters – van parkeerplaats tot voordeur- sleurt met de Maxicosi, haar laptop, luiertas en handtas, met een lumbago tot gevolg.

Middenklassegezinnen weg

Ook ondernemers hebben stilaan genoeg van de Brusselse stilstand in het mobiliteitsbeleid. De politieke barometer van BECI was duidelijk: van alle dringend aan te pakken beleidstopics zijn bijna allen mobiliteitsgerelateerd. Met stip op één: de tunnels en het oplossen van het fileprobleem. Hoeveel jonge middenklassegezinnen gaan er overblijven wanneer hun werkgever de brui geeft aan Brussel en zij zich elke dag naar Mechelen, Waver of een andere stad in de periferie dienen te begeven? De frustratie over mobiliteit zorgt voor een potentiële stadsvlucht bij zowel middenklasse als ondernemers: de economische motoren bij uitstek. En dat kan Brussel missen als kiespijn.

Dus, beste Brusselse diehard fietser, voor je iemand beschuldigt van egocentrisme of een gebrek aan voeling met de Brusselaar; vertoon wat empathie en breid je leefwereld uit. Ga in dialoog met je autorijdende buurman, collega of kennis. Ze hebben vast een goede reden om elke dag die wagen in te stappen en in de file te staan. En dan zingen ze geen “Dancing Queen”, maar “Highway to Hell”.

Fréderic Masil is een vastgoedmakelaar en projectontwikkelaar uit Laken en stond in 2014 als opvolger op de verkiezingslijst van Open Vld voor de Kamer

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift