‘Ecomodernisten aller landen, verantwoord u’

Aaron Van Poecke

27 februari 2026
Opinie

Tijd om het dominante narratief in vraag te stellen

‘Ecomodernisten aller landen, verantwoord u’

Onze planeet heeft grenzen en het is een kwestie van tijd voor we op die grenzen botsen. Toch ziet milieuwetenschapper Aaron Van Poecke dat de huidige beleidsmakers blijven ijveren voor ongebreidelde economische groei ten koste van dringende ecologische maatregelen. Hij roept op tot een eerlijk debat waarbij de wetenschappelijke realiteit als vertrekpunt wordt genomen om tot een economisch model te komen dat niet ten koste gaat van de planeet.

‘In het Westen gaan economie en ecologie al decennia hand in hand’, dixit premier Bart De Wever (N-VA) in zijn nieuwe boek Over Welvaart. Hij schrijft dat twee weken nadat de Verenigde Naties de wereld waterbankroet hebben verklaard. Intussen hebben we, met de verzuring van de oceanen als laatste toevoeging in het afgelopen jaar, zeven van de negen kritische planetaire grenzen overschreden, zo blijkt uit recente toonaangevende studies waar ook de Europese Commissie naar verwijst.

Tegelijkertijd schroeft de Europese Unie haar milieu- en klimaatambities duchtig terug, onder andere door het afzwakken van haar felbevochten Green Deal in de naam van ‘versimpeling’ en ‘competitiviteit’.

Hoe kan het dat het dominante ecomodernistisch narratief, met economische groei, technologische innovatie en competitie als speerpunten, nog steeds nauwelijks tegenwind krijgt in een wereld waarin al onze ecologische fundamenten één voor één afbrokkelen?

Groei als onbetwistbaar kompas?

Dat we in een unieke periode in de menselijke geschiedenis leven, staat buiten kijf: waar economische groei tot de Industriële Revolutie nog vrijwel verwaarloosbaar was, zijn we er in geslaagd om onze economie sinds 1820 bijna zeven keer te verdubbelen in omvang, waarvan de laatste verdubbeling ons slechts twintig jaar kostte.

Het hoeft niet te verbazen dat die verdubbelingen gepaard gingen met nooit geziene stijgingen in energie- en materiaalverbruik maar ook in CO2-uitstoot. Ze leidden tot brede ecologische degradatie in het algemeen.

Stel dat we de globale BBP-groei, die vandaag 3,2% bedraagt, stabiel houden op 2%, dan zou onze economie binnen duizend jaar 400 miljoen keer groter moeten zijn. Je hoeft geen doctoraat in de economie te hebben om in te zien dat eindeloze groei op een eindige planeet fysisch onmogelijk is, welke technologische wonderen zich ook nog mogen voltrekken.

Toch blijft het Bruto Binnenlands Product (BBP) onze primaire maatstaf voor succes. ‘Let us not forget that when we destroy a forest, we are creating GDP. When we overfish, we are creating GDP’. Aan het woord is niet de woordvoerder van Extinction Rebellion, maar António Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die aan The Guardian duidelijk maakte dat het blind nastreven van de groei van het BBP (of GDP in het Engels) de wereld naar de rand van de afgrond aan het brengen is.

Het taboe op groeikritiek

Ondanks het feit dat ze de laatste jaren ontsnapten uit de marginaliteit van het maatschappelijk debat, worden academici en activisten die het dogmatisch nastreven van economische groei in vraag durven stellen steevast weggezet als naïeve vijanden van de welvaart. Of, om het in de woorden van wetenschapsfilosoof Maarten Boudry te zeggen, als aanhangers van ‘het ene plan na het andere om welvaart en groei helemáál om zeep te helpen’.

Alsof wetenschappers die de correlatie tussen economische groei en ecologische degradatie aankaarten dat doen omdat ze tegen welvaart en rijkdom zijn. Alsof het nadenken over een economisch systeem dat planetaire grenzen respecteert een gevaarlijke utopie is.

Critici van het groeimodel moeten zich voortdurend verantwoorden: hoe willen zij de pensioenen betalen, banen creëren en innovatie stimuleren? Dat zijn noodzakelijke vragen waarin groeicritici in de vorm van progressieve vermogensbelasting, arbeidsverkorting en gerichte groene investeringen imperfecte oplossingen voor zoeken. De kritiek op die voorstellen is terecht en noodzakelijk aangezien een gezonde democratie gebaat is bij een scherp maatschappelijk debat als fundament.

Laat ons eerlijk zijn

Diezelfde kritische houding blijft uit wanneer we in debat gaan met voorstanders van het dominante groeimodel dat ons, naast de huidige welvaart, deze ecologische impasse heeft gebracht.

Ecomodernisten wijzen maar al te graag naar selectief uitgekozen, bemoedigende cijfers en extrapoleren daar dan uit dat we op de goede weg zijn. Een vaak aangehaald voorbeeld: er zijn al elf landen in geslaagd een absolute ontkoppeling te realiseren tussen BBP-groei en consumptiegerelateerde CO2-uitstoot. Dat is goed nieuws dat toegejuicht verdient te worden.

Alleen, het totaalplaatje blijkt al snel een stuk precairder: zelfs deze zogenoemde voortrekkers zouden aan het huidige tempo gemiddeld meer dan 220 jaar nodig hebben om klimaatneutraal te worden, een proces waarin ze dan nog eens 27 keer hun resterende eerlijke aandeel binnen het 1,5°C-budget uitstoten, zoals becijferd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

We moeten het aandurven om vanuit de wetenschappelijke realiteit te vertrekken en zo naar oplossingen te zoeken, en ons niet te laten verblinden door geïsoleerde statistieken die de illusie van een succesverhaal wekken.

Als we het debat werkelijk en intellectueel eerlijk willen voeren, dan moeten we erkennen dat blind nastreven van eindeloze groei in de huidige ecologische realiteit minstens even utopisch is als het zoeken naar een economisch model dat die realiteit wél als vertrekpunt neemt.

Het is dringend tijd dat we het dominante narratief in vraag stellen en onze samenleving op een écht duurzame manier organiseren om zo het welzijn én de welvaart van onze toekomstige generaties te garanderen. De vraag is niet of onze planeet grenzen heeft, maar of we die tijdig genoeg gaan respecteren voor we er onherroepelijk op botsen.

Aaron Van Poecke is als doctoraatstudent verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Hij is milieuwetenschapper en doet onderzoek naar hernieuwbare energie in de duurzaamheidsgroep Modelling for Sustainability.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.