Een eerlijk debat over Turkije moet ook deze drie pijnpunten aanpakken

Stephen Bouquin

30 november 2016
Opinie

Een eerlijk debat over Turkije moet ook deze drie pijnpunten aanpakken

Een eerlijk debat over Turkije moet ook deze drie pijnpunten aanpakken
Een eerlijk debat over Turkije moet ook deze drie pijnpunten aanpakken

MO* publiceerde al een open brief van Dirk Vermeiren naar aanleiding van het boek “Wat u niet mag weten over Turkije”. Auteur Dries Lesage antwoordde daar uitvoerig op. Toch blijven zaken als de Koerdische kwestie, het Turkse nationalisme en terrorisme te veel onder de radar, vindt professor sociologie Stephen Bouquin.

Dries Lesage publiceerde onlangs Wat U niet mag weten over Turkije (Lannoo, 2016) met als ondertitel Hoog tijd voor een eerlijk debat. Dries Lesage wil ‘het beeld over Turkije nuanceren en de waarheid in ere herstellen’. Helaas wordt deze lovenswaardige ambitie niet gerealiseerd. Al formuleert Dries Lesage – in tegenstelling tot zijn talrijke opiniestukken – ditmaal wel duidelijke kritieken op de autoritaire verleiding van Erdogan.

Link

Dries Lesage schreef een uitgebreide reactie op de kritiek van Stephen Bouquin. Lees die reactie hier…

Link

Lees hier de open brief van Dirk Vermeiren naar aanleiding van het boek “Wat u niet mag weten over Turkije”.

Maar deze evolutie is volgens hem in eerste instantie een gevolg van de handelingen van de oppositiekrachten, gaande van het terrorisme van de PKK of IS, de ‘parallelle staat’ van de clericus Fethullah Gülen tot en met de poging tot staatsgreep van 15 juni jongstleden. Lesage gaat zelfs zo ver dat het Westen met zijn kritiek het draagvlak voor een autoritaire Erdogan consolideert.

Lesage gaat zo ver dat het Westen met zijn kritiek het draagvlak voor een autoritaire Erdogan consolideert.

Ik heb geen probleem met opiniërende boeken, met essays of met pamfletten. Zelf schrijf ik er ook regelmatig. Maar ik maak steeds een onderscheid tussen geëngageerde epistels en wetenschappelijke werken. Ik ga met andere woorden ideologische of politieke stellingnames niet verpakken als wetenschappelijke analyse. Wat U niet mag weten over Turkije doet het omgekeerde.

Link

Lees hier het antwoord van Dries Lesage aan Dirk Vermeiren naar aanleiding van diens open brief.

Het pretendeert de befaamde axiologische neutraliteit van Max Weber te respecteren om partisane stellingnames als uitgebalanceerd en wetenschappelijk te verpakken. Dit is althans mijn evaluatie na het lezen van het boek. Om mijn kritiek te staven zal ik drie scharnierkwesties bespreken die in het boek veelvuldig terugkeren

1. Een onbevraagd Koerdisch vraagstuk

Als we het boek van Lesage uitgelezen hebben weten we nog steeds niet wat de precieze inzet of inhoud is van dit vraagstuk. Al schrijft Lesage over Koerden en niet over ‘bergturken’ – zoals de traditionele Kemalisten pleegden te doen – dan nog blijft het oorverdovend stil over hoe we dit vraagstuk moeten begrijpen. Bijgevolg wordt het ook onmogelijk de gebeurtenissen van de laatste jaren te begrijpen.

Volgens officiële Turkse analyses bestaan er geen Koerdische talen maar een veelheid aan dialecten. Dat zouden allemaal verbasterde en vereenvoudigde vormen van het Turks zijn.

Volgens Lesage bestaan er enkel ‘Koerdische dialecten’ (p.30) zonder dat hij preciseert tot welke talengroep deze behoren. Volgens officiële Turkse analyses bestaan er geen Koerdische talen maar een veelheid aan dialecten. Dat zouden allemaal verbasterde en vereenvoudigde vormen van het Turks zijn. Indien we even stilstaan bij wat de taalwetenschappen hierover schrijven, komen we te weten dat Koerdisch tot de Indo-Perzische talengroep behoort en niet tot de Turkmeense talenfamilie.

Volgens de vigerende classificaties kunnen er vier verschillende Koerdische talen geïdentificeerd worden: Kurmanji, Sorani, Zazaki en Gurani [1]. Dit is historisch gegroeid vermits de Koerden altijd al onherbergzame bergen en hoogvlaktes hebben bevolkt aan de rand van de Iraanse en Perzische beschavingen.

Het is pas nadat de Turkmenen in de loop van de 10de eeuw van Centraal-Azië naar Anatolië hebben gemigreerd dat de Koerden onder invloed komen te staan van Turkmeense talen. Voordien vormden zij samen met Griekstaligen en Armenen het gros van de bevolking in het huidige Turkije en daarrond. Op religieus vlak is er evenmin sprake van homogeniteit, vermits er vandaag zowel soennieten, zoroasters (jezidi’s), alevieten alsook … atheïsten terug te vinden zijn.

Zowel de taal, de cultuur – zoals bijvoorbeeld het Newroz-feest op het einde van de winter – de poëzie als muziek verschillen duidelijk van de Turkse cultuur. Door zijn stilzwijgen over wat nu precies het Koerdisch vraagstuk mag wezen, ontkent Lesage elke grond voor een streven naar het recht op eigen taal, de uitoefening van culturele rechten en politieke autonomie.

Misschien moet hij zich eens inbeelden voortaan cursussen te doceren in het Frans, alsof de Universiteit Gent, net als de rest van het onderwijssysteem in Vlaanderen, nog steeds het Nederlands is blijven ontkennen. Het is misschien moeilijk te geloven maar in Turkije is het hele onderwijssysteem voor 100 procent Turks.

Dat de Koerdische cultuur niet enkel wordt ontkend maar ook hardhandig onderdrukt, is een waarheid die u niet zal lezen in het boek van Dries Lesage

Wie schoolonderricht wil krijgen in één van de talen van de culturele minderheden, moet een beroep doen op parallelle community-scholen. De Koerdische kwestie betreft met andere woorden een culturele onderdrukking en zo lang men deze realiteit niet onder ogen wil zien, gaat men uiteraard ook de spanningen en het conflict rond het Koerdische vraagstuk op eenzijdige wijze bekijken.

Dat de Koerdische cultuur niet enkel wordt ontkend maar ook hardhandig onderdrukt, is een waarheid die u niet zal lezen in het boek van Dries Lesage. Wanneer hij de repressie van de Koerdische opstand van de jaren dertig vermeldt, weigert hij duiding te geven over de oorzaak ervan. Nutteloze details zal u zeggen, maar het boek bevat anderzijds op elke pagina talloze details die blijkbaar wél tellen.

Bengin Ahmad (CC BY-ND 2.0)

Op religieus vlak is er evenmin sprake van homogeniteit, vermits er vandaag zowel soennieten, zoroasters (Koerdische zoaraster in beeld), alevieten alsook … atheïsten terug te vinden zijn.

Bengin Ahmad (CC BY-ND 2.0)​

Men moet weten dat sinds de uitroeping van de Turkse Republiek talloze gedwongen volksverhuizingen – in feite deportaties – plaatsvonden. De Turkse taal werd opgelegd en na enkele jaren veroorzaakte dit ware Koerdische volksopstanden.

In 1938 vond er een bloedbad plaats in de provincie Dersim, wat nu Tunceli heet, met afhankelijk van de bronnen, 13.000 à 50.000 doden. Mustafa Kemal Ataturk leidde persoonlijk de militaire operaties tegen de ‘bandieten’ en zijn dochter was één van de piloten die dorpen bombardeerde. Een van de luchthavens van Istanboel draagt haar naam.

Vandaag speelt de slachting van Dersim nog steeds mee in het Koerdisch collectief geheugen. Niet toevallig verontschuldigde Erdogan zich hiervoor in 2011, toen hij de electorale steun van Koerden wou bekomen.

Fundamenteel is te onderkennen dat het Turks politieke systeem een lange traditie heeft van repressie. In de jaren ‘50, ‘60 en ‘70 werden alle partijen die zich uitspraken ten voordele van de erkenning van culturele diversiteit gewoon verboden. Pas in de jaren ‘90 slagen Koerdische partijen erin op lokaal gemeentelijk en nationaal vlak verkozenen te bekomen.

Wanneer Leyla Zana in 1994, na haar eedaflegging in het Koerdisch, de assemblée toespreekt met de woorden ‘lange leve het broederlijk samenleven van Koerden en Turken’, wordt zij onmiddellijk gearresteerd en zal ze tien jaar in de gevangenis doorbrengen.

Wanneer Leyla Zana in 1994, na haar eedaflegging in het Koerdisch, de assemblée toespreekt met de woorden ‘lange leve het broederlijk samenleven van Koerden en Turken’, wordt zij onmiddellijk gearresteerd en zal ze tien jaar in de gevangenis doorbrengen.

Evenmin staat Lesage stil bij het feit dat alle Koerdische partijen een kort leven beschoren zijn [2]. Volgens de officiële staatsdoctrine zijn al deze partijen niets anders dan mantelorganisaties van de terroristische PKK. Nooit nuanceert Dries Lesage die aantijging, die aan de basis ligt van opeenvolgende golven van arrestaties.

Een neutrale analyse zou tenminste in overweging moeten durven nemen dat er in Turkije een gewapend conflict gaande is, en dat het bestaan van Koerdische politieke partijen misschien een kans biedt dit conflict te pacificeren.

Maar telkens opnieuw wordt de Koerden het recht ontzegd hun eigen politieke organisaties te vormen en Lesage ondersteunt hier volmondig het repressief beleid. Dit terwijl partijen en organisaties stelselmatig worden gecriminaliseerd, wat uiteindelijk het gewapend conflict nieuwe brandstof geeft.

2. Een miskenning van het racistisch karakter van de Turkse Republiek

Dries Lesage vermeldt even het mono-identitaire karakter van Turkije maar staat verder niet stil bij dit gegeven. Het is echter hoegenaamd geen banaal gegeven, vermits artikel 301 van het Strafwetboek alleen al het ‘denigreren van de Turkse taal’ als een delict beschouwt.

Wanneer het Ottomaanse rijk implodeert in 1919 en de Jonge Turken de strijd verder zetten tegen koloniale mogendheden (Frankrijk, Groot-Brittannië), dragen zij een ultra-nationalisme uit. De Turkse Republiek zal een homogene Natiestaat worden. In Turkije is de natie de staat van één volk en één cultuur met één taal en hoegenaamd geen sociaal contract zoals de oorspronkelijke Franse republikeinse traditie bepleitte.

In Turkije is de natie de staat van één volk en één cultuur met één taal en hoegenaamd geen sociaal contract zoals de oorspronkelijke Franse republikeinse traditie bepleitte.

Het is dit racistisch homogeniteitstreven dat de Armeense genocide verklaart. Armenen waren onbetrouwbare afvalligen en moesten verstoten worden. Dit racistische homogeniteitsdenken verklaart ook waarom er een grootschalige bevolkingsruil plaatsvond in de jaren twintig. De 1,5 miljoen Griekstalige orthodox-christelijke inwoners van Anatolië of de kuststreken werden ‘geruild’ met ongeveer 600.000 moslims die in het Griekenland woonden.

In tegenstelling tot wat dikwijls wordt gedacht, zijn de etnische zuiveringen niet beperkt tot de oorlogsjaren en de pijnlijke ontstaansgeschiedenis. In 1955 vinden er in Istanboel grootschalige pogroms plaats die de Griekse gemeenschap viseren. In Istanboel zakt deze op amper enkele jaren tijd van 135.000 naar minder dan 10.000 zielen [3].

Natuurlijk zal Lesage zich verdedigen door te stellen dat hij wel degelijk de Armeense genocide erkent. Maar hij voegt er onmiddellijk aan toe dat er destijds heel wat andere ‘genocides’ plaatsvonden. In feite banaliseert Dries Lesage het systematisch uitroeien van de Armeense bevolking waarbij verschillende honderdduizenden de Syrische woestijn werden ingestuurd om er langzaam te sterven.

De cijferdans hieromtrent is veelzeggend. Lesage citeert Justin Mc Carthy volgens dewelke het aantal slachtoffers rond de 1,2 miljoen zou draaien. Maar Mc Carthy’s cijfers worden vandaag door verschillende auteurs betwist als zijnde een onderschatting van het aantal doden en een overschatting van het aantal overlevenden[4]. Lesage zwijgt in alle talen over deze kritiek op Mc Carthy en haalt zelf het aantal slachtoffers nog meer naar omlaag, tot ongeveer 300.000.

Terzelfdertijd maakt hij melding van ‘vele andere genocides’ waaronder de Turkse moslims in de Balkan en maakt hij gewag van de fysieke liquidatie van 2,5 miljoen Ottomaanse moslims in Anatolië. Dit gebeurt echter zonder duidelijke bronvermelding en na lang zoeken komen we opnieuw uit bij de zeer betwistbare Justin Mc Carthy[5].

In september 2015 werden de HDP-lokalen door ultra-nationalisten van de MHP en de fascistische grijze wolven aangevallen met de slogan ‘we hebben komaf gemaakt met de Armeniërs, we zullen hetzelfde doen met de Koerden’

Lesage tendeert zeer selectief om te gaan met de feiten. Volgens hem zou er in Turkije ‘geen ontkenningscultuur meer heersen’ (p.302). Nochtans werden in september 2015 de HDP-lokalen door ultra-nationalisten van de MHP en de fascistische grijze wolven aangevallen met de slogan ‘we hebben komaf gemaakt met de Armeniërs, we zullen hetzelfde doen met de Koerden’.

In januari 2007 werd Hrant Dink, de Turks-Armeense hoofdredacteur van de tweetalige krant Agon vermoord. In 2010 veroordeelde het Europese Gerechtshof voor mensenrechten de Turkse autoriteiten, wegens schuldverzuim in het beschermen van de fysieke integriteit van de vermoorde journalist[6].

Een onpartijdige en aandachtige lezer zal zich niet van de indruk kunnen ontdoen dat er zeer tendentieus werd geschreven. Helemaal potsierlijk wordt het wanneer Lesage stelt dat ‘Erdogan beter andere genocides op tafel had gelegd als voorwaarde om de Armeense genocide te erkennen’. Alsof rond dergelijke kwestie een soort koehandel acceptabel zou zijn.

Als kers op de taart bekritiseert hij het aanwenden van Armeense genocide voor politieke doelstellingen waardoor Turken zich ‘oneerlijk behandeld voelen’. Natuurlijk zal dit wel het geval zijn, vermits het overgrote deel van de bevolking is gesocialiseerd in een cultuur van ontkenning. Maar waarom moet een buitenlands politicoloog zoals Dries Lesage daarom vermijden de realiteit te bekijken vanuit het perspectief van de slachtoffers van het Turks nationalisme, vraag ik mij af.

De oorzaak hiervoor is eenvoudig: koste wat het kost moet verhinderd worden dat de chauvinistische en racistische funderingen van de Turkse Staat worden blootgelegd. In tegenstelling tot wat Lesage beweert (pagina 30-31), werden het Turks nationalisme en het kemalisme niet zozeer beïnvloed door de jeugdige USSR en het Frans Jacobinisme, dan door een zeer modernistische fascinatie voor de euraziatische culturele “roots”[7].

Mustafa Zya Gökalp was een Ottomaans socioloog die na het lezen van Emile Durkheim en Ferdinand Tönnies begrepen had hoe belangrijk de uitwerking was van een normatieve identiteit. Samen met hem construeerden Tataarse en Azerische intellectuelen een geformaliseerde taal en een ontstaansgeschiedenis van de Turkse identiteit.

De ontdekking van de oudste Turkmeense schriften in de buurt Okhon, nabij Mongolië, verschaft een plek van oorsprong. Volgens de officiële doctrine was de Turkmeense migratie van de 9de eeuw enkel een vervolg op voorgaande migraties waarbij ook de Hitieten onder de Turkmeense stamboom werden gebracht.

Vandaag telt Turkije tussen 55.000 en 60.000 Armeniërs, minder dan 5000 Grieken en iets meer dan 20.000 joden. Assyrische, Chaldeïsche en Syrische christenen zijn met minder dan 40.000.

Daarbovenop formuleren de Turkologen van Mustafa Kemal Ataturk een fantasierijke theorie van de ‘zonne-taal’ waardoor het Turks als oertaal kon worden aanzien[8]. Uiteindelijk kan men stellen dat de Turkse identiteit een mooie illustratie is van hetgeen Eric Hobsbawn een uitgevonden traditie noemt[9]. Samen met de taal moet deze traditie de Turkse Republiek de nodige legitimiteit geven waarbij het kemalisme de functie vervult van een staatsgodsdienst voor de heersende politiek-militaire kaste[10].

Vandaag telt Turkije tussen 55.000 en 60.000 Armeniërs, minder dan 5000 Grieken en iets meer dan 20.000 joden. Assyrische, Chaldeïsche en Syrische christenen zijn met minder dan 40.000, wat alles samen 0,2 procent van de bevolking vertegenwoordigt, daar waar christelijke minderheden in het begin van de 20ste eeuw ongeveer 25 procent van de bevolking vertegenwoordigden[11].

Van alle minderheden die het Ottomaanse rijk bevolkten, zijn enkel de Koerden nog een significante groep met 12 à 15 miljoen leden op een totaal van omzeggens 80 miljoen inwoners.

De steeds terugkerende Koerdische kwestie moet dus ook gezien worden in het licht van de ware aard van de Turkse republiek. Die heeft tot op heden haar racistische kenmerken niet weten te overstijgen. Nochtans wordt ze net geconfronteerd met een significante minderheid die zich niet heeft laten assimileren.

CC kurdisstruggle

‘Volgens mij is het veel correcter alle vormen van geweld in rekening te nemen, ook degene die door het leger en paramilitaire krachten worden uitgeoefend op de bevolking.’

CC kurdisstruggle​

3. Een eenzijdige blik op terreur

Lesage stelt dat het gepast is de PKK een terroristische organisatie te noemen ‘omdat ze dodelijk geweld pleegt tegen gewone burgers’. Hoewel er zeker burgerslachtoffers gevallen zijn, is het niet onbelangrijk te vermelden dat deze slachtoffers in vele gevallen door het ministerie betaalde dorpswachten betreft die de taak hebben in de Koerdische regio iedereen in het oog te houden.

Volgens voormalig Frans ambassadeur Eric Rouleau heeft het Turks-Koerdisch conflict in de periode 1984-2010 nagenoeg 50.000 slachtoffers gemaakt[12]. Op de Wikipedia-pagina over dit conflict lezen we dat Human Rights Watch, Amnesty International en het Europees Hof van Mensenrechten gewag maken van talrijke en terugkerende acties die onder de noemer van staatsterreur vallen[13].

In de jaren ‘90 werden er dorpen door F16’s gebombardeerd terwijl elders doodseskaders duizenden mensen hebben doen verdwijnen. Familieleden van PKK-militanten werden ontvoerd en na enige tijd op het dorpsplein teruggevonden met afgehakte handen, voeten, afgesneden borsten en andere afschuwelijke verminkingen.

De jaren ’90 staan bekend als ‘dirty war’ en wie erover leest ziet een grote gelijkenis met de tactieken die IS heeft gebruikt in Irak en Syrië om de bevolking te terroriseren en ontzag in te boezemen. Sinds vorig jaar staan oostelijke provincies opnieuw onder staat van beleg en heerst er opnieuw een avondklok. Hele wijken van Cizre, Nusaybin, Sur werden vernield nadat meer dan 400.000 Koerdische inwoners hun toevlucht hebben zochten in veiligere streken.

Zodra men de staatsterreur opneemt in de analyse en men zich realiseert dat het Koerdische vraagstuk het gevolg is van de culturele verdrukking van een minderheid, komt men tot een andere, veel genuanceerder analyse

Volgens mij is het veel correcter alle vormen van geweld in rekening te nemen, ook degene die door het leger en paramilitaire krachten worden uitgeoefend op de bevolking. Van zodra men de staatsterreur opneemt in de analyse en men zich realiseert dat het Koerdische vraagstuk het gevolg is van de culturele verdrukking van een minderheid die terzelfdertijd een meerderheidsgroep vormt in het zuidoosten van Turkije, dan komt men tot een andere, veel genuanceerder analyse dan deze die Dries Lesage in zijn boek ontwikkelt.

Het zou bovendien helpen te verstaan waarom de PKK haar strijd al zo lang weet aan te houden en waarom deze partij een massa-aanhang heeft weten uit te bouwen onder de plaatselijke bevolking.

Ook is het vanuit wetenschappelijk oogpunt belangrijk ten minste de hypothese te weerhouden dat er sprake is van een gewapend conflict, en dat de PKK op regelmatige momenten heeft gekozen voor een guerrillastrijd. Ook kan men de gewapende strijd als een vorm van zelfverdediging aanzien, met de zeer problematische cyclus van represailles en weerwraak. Natuurlijk zijn er burgerslachtoffers gevallen, aan beide kanten. In een burgeroorlog is dat niet anders.

Lesage vermeldt op summiere wijze de vredesbesprekingen en deze zijn volgens hem afgesprongen omdat de PKK de wapenstilstand heeft opgeheven. Al wat er precies aan vooraf is gegaan blijft buiten beschouwing. Nochtans had Erdogan het gedurende enkele jaren over een andere boeg gegooid.

In 2011 sprak hij excuses uit voor de slachting van Dersim en kreeg zodoende heel wat stemmen van de Koerden. Sinds 2013 vonden onrechtstreekse vredesbesprekingen plaats, nadat al enkele jaren een wapenstilstand werd gehuldigd. Abdullah Öcalan, de politieke leider van de Koerdische bevrijdingsbeweging, speelde bij deze gesprekken een belangrijke rol.

Na zijn arrestatie in 1999 was Öcalan tot levenslang veroordeeld. Vanaf 2003 verdedigde hij een anti-separatistische koers waarbij de Koerden geen onafhankelijke staat meer moesten nastreven maar culturele erkenning afdwingen en zelfbestuur opbouwen van onderuit.

Öcalan gaf ook harde kritiek op de gewapende strijd, op het warlordism van de eigen gewapende vleugel. Hij stelt dat bloedvergieten nooit productief kan zijn om de Koerdische kwestie op te lossen.

Öcalan gaf ook harde kritiek op de gewapende strijd, op het warlordism van de eigen gewapende vleugel. In zijn Prison Writings stelt hij dat deze aanpak tot een impasse heeft geleid en dat het bloedvergieten nooit productief kan zijn om de Koerdische kwestie op te lossen[14].

De vredesbesprekingen draaiden rond een roadmap waarbij op het einde van de rit de guerrilla de wapens zou neerleggen, terwijl de Turkse staat het principe van een politieke oplossing zou aanvaarden[15]. De Koerdische bevrijdingsbeweging wees het separatisme af maar vroeg wel een grondwettelijke erkenning van de culturele diversiteit van Turkije. Dit was volledig onbespreekbaar in regeringskringen.

In maart 2015 werden de besprekingen met Öcalan eenzijdig stilgelegd op vraag van Erdogan, die verklaarde dat er geen ‘Koerdisch probleem bestaat, enkel een terroristisch probleem’ en dat het ‘Akkoord van Dolmabahce’ niet bestaat.

Deze wending valt te verklaren door enerzijds de druk die de ultranationalistische MHP uitoefende en de successen van de Syrische Koerden in Rojava anderzijds. De herovering van Kobane op IS was een keerpunt en betekende dat het kantonale systeem van zelfbestuur in Syrië gestalte begon te krijgen.

Als gevolg van de doorbraak van de HDP (15 procent) behaalde de AKP bij de parlementsverkiezingen van 7 juni 2015 geen absolute meerderheid. Hierop koos Erdogan voor een polarisatie die op zijn beurt werd beantwoord door aanslagen van de TAK (een afsplitsing van de PKK) op militaire en politionele doelwitten.

Ten opzichte van dit toenemend geweld ondertekenden meer dan 1200 universitairen een petitie met de oproep om de vredesbesprekingen te hervatten. Ook deze petitie vindt Lesage schandalig (pp. 190-191). Met terroristen kan je niet onderhandelen, is zijn stelling.

Meer dan 300 ondertekenaars zijn intussen hun baan kwijt en een aanzienlijk aantal wordt beticht van actieve steun aan de ‘terreurorganisatie PKK’

Meer dan 300 ondertekenaars zijn intussen hun baan kwijt en een aanzienlijk aantal wordt beticht van actieve steun aan de ‘terreurorganisatie PKK’. Guilty by association dus.

Ook de arrestatie van journalisten en advocaten wordt door Lesage geenszins als problematisch aanzien. Steeds opnieuw herhaalt hij de officiële propaganda-lijn: alle betichten en veroordeelden hebben het staatshoofd beledigd en/of zijn verbonden met de terroristische netwerken van de PKK of van de Gülenbeweging. Altijd is de repressieve en criminaliserende aanpak legitiem…

Natuurlijk stelt Lesage dat hij Erdogan niet steunt, dat ook hij een autoritaire verglijding vreest. Gezien hij daarnaast zowat alle standpunten en het feitenrelaas volgens regeringskringen blijft verkondigen, heeft dit echter veel weg van een soort tactische opstelling.

Zo plakt Lesage op de Syrische Koerdische Democratische Volkspartij en de YPG/YPJ hetzelfde terroristische etiket als op de PKK, terwijl deze bewegingen nooit één actie hebben ondernomen op Turks grondgebied en hun handen vol hebben met de strijd tegen IS in Syrië. Kortom, Lesage zet nooit vraagtekens bij de paranoïde politieke cultuur die Turkije kenmerkt en hij lijkt me sterk in hetzelfde bedje ziek te zijn.

Besluit: minder kritiek, meer democratie?

Son Tiiki (CC BY-NC 2.0)

‘De afwezige definitie of invulling van de Koerdische kwestie, de minimalisering en banalisering van de Armeense genocide, en de stilte over de racistische funderingen van de Turkse Republiek vormen de onzichtbare steunpilaren van het boek van Lesage’

Son Tiiki (CC BY-NC 2.0)​

Ik had het boek aan een systematische kritische lezing kunnen onderwerpen. Ik heb dit in deze bijdrage niet gedaan. Ik heb willen kijken naar wat Lesage schrijft over een aantal sleutelaspecten die bepalend zijn voor de algemene analyse van feiten en gebeurtenissen.

De afwezige definitie of invulling van de Koerdische kwestie, de minimalisering en banalisering van de Armeense genocide, en de stilte over de racistische funderingen van de Turkse Republiek vormen de onzichtbare steunpilaren van het boek en geven Lesage de mogelijkheid Erdogan als een conservatieve moslimleider te aanzien die de democratie heeft gered van de Gülenbeweging en van de PKK-terroristen.

Minder kritiek zou ervoor zorgen dat de Turken zich minder belaagd zouden voelen, zo stelt Lesage, en hierdoor zou de ruimte voor democratie opnieuw toenemen

In zijn besluit doet Lesage een oproep om ‘andere accenten te leggen over persvrijheid, de PKK, de immuniteit van de HDP-parlementsleden, Syrië, de vluchtelingen’. Er is volgens hem teveel kritiek op Turkije.

Het opflakkerend nationalisme is volgens hem ook een gevolg van deze kritiek op Turkije. Minder kritiek zou ervoor zorgen dat de Turken zich minder belaagd zouden voelen, zo stelt hij, en hierdoor zou de ruimte voor democratie opnieuw toenemen (p. 333).

Dat Turkije opnieuw de dictatoriale en autoritaire weg is ingeslagen, gaat aan Lesage voorbij. De arrestatie van tien parlementsleden van de HDP en veertig co-burgemeesters passen volgens hem in de strijd tegen terrorisme. Dat deze verkozen werden door 6 miljoen kiezers, wat de HDP betreft, of in de dorpen en steden door steeds meer dan 55% of 70% van de kiezers, is van geen tel.

Maar hoe kan men zich inbeelden dat de strijd tegen een terrorisme dat over dergelijke massa-aanhang beschikt ooit tot een pacificatie zal komen?

Dagelijks worden de mensenrechten op grote schaal geschonden. In navolging van de coup werden meer dan honderdduizend mensen ontslagen, vele tienduizenden werden aangehouden en/of gearresteerd. Onder hen ontelbare politici, advocaten, mensenrechtenactivisten, ambtenaren, politiefunctionarissen, militairen, tienduizenden leerkrachten en academici, rectoren van de universiteiten en meer dan 3000 rechters en openbare aanklagers.

Meer dan 130 mediakanalen werden gesloten, meer dan 100 journalisten gearresteerd en meer dan 2500 ontslagen. 370 ngo’s en verenigingen moeten de deuren sluiten. En meer dan 2000 verenigingen, vakbonden, private scholen, medische instellingen en universiteiten werden al gesloten.

Sinds juli werden meer dan 130 mediakanalen gesloten, meer dan 100 journalisten gearresteerd en meer dan 2500 journalisten ontslagen. Onlangs kondigde de regering aan dat nog eens 370 ngo’s en verenigingen de deuren zullen moeten sluiten. Eerder werden ook al meer dan 2000 verenigingen, vakbonden, private scholen, medische instellingen en universiteiten gesloten.

Zowel de persvrijheid, het principe van de scheiding der machten, de onafhankelijke rechtsstaat, de academische vrijheid als de parlementaire democratie worden vandaag in Turkije ontmanteld. Er is een tweede coup gaande en die wil Lesage tegen elke prijs verhullen.

Lesage wil in Nederlandstalige kringen de stelling verdedigen dat Europa er beter aan doet een positieve verstandhouding te ontwikkelen ten aanzien van het AKP-regime. Volgens hem zal dit de Turken aanzetten tot minder autoritarisme en nationalisme.

Het echt of geveinsd naïef karakter van dergelijke oproep komt mooi tot uiting wanneer men naar his masters voice luistert. In een reactie op het bevriezen van de aansluiting van Turkije bij de EU stelde Erdogan hij dat Europa niet te veel kritiek moet hebben op zijn beleid want anders zullen de grensposten voor de uittocht van de oorlogsvluchtelingen geopend worden.

Ondanks de subtiele argumentatie, de mooie verpakking en de uitvoerige aandacht voor details is Wat U niet mag weten over Turkije van Lesage een wetenschapper onwaardig. Het is een ideologisch traktaat dat best vergeleken wordt met Ludo Martens’ Andere kijk op Stalin.

Stephen Bouquin is hoogleraar sociologie aan de Universiteit Evry-Parisud.

Voetnoten

[1] Scalbert-Yücel Clémence, « Les langues des Kurdes de Turquie : la nécessité de repenser l’expression “langue kurde” », Langage et société, 3/2006 (n° 117), p. 117-140
DOI : 10.3917/ls.117.0117

[2] De HEP wordt opgericht in 1990 en verboden in 1993 ; de OZDEP opgericht in 1993 wordt hetzelfde jaar verboden ; DEP opgericht in 1993 en ontbonden het jaar erna. De HADEP werd op gericht in 1995 en verboden in 2003 ; DEHAP opgericht in 1997 en verboden in 2005 ; de DTP opgericht in 2005 en verboden in 2009 en de BDP opgericht in 2008 en omgevormd tot DBP verboden in 2016. Zie Chris Den Hond, links

[3] Speros Vryonis, Jr. The Mechanism of Catastrophe: The Turkish Pogrom of September 6–7, 1955, and the Destruction of the Greek Community of Istanbul, New York

[4] Frédéric Paulin Négationnisme et théorie des populations stables : le cas du génocide arménien, dans L’Invention des populations. Biologie, Idéologie et politique, éditions Odile Jacob, 2000

[5] Hij verwijst wel naar het boek van Eric Jan Zürcher die enerzijds een cijfer van 6 à achthonderdduizend vermeldt maar anderzijds ook het van staatswege georganiseerd karakter van de vervolgingen, de executies en de deportaties onderkent (p.116). Over het totaal aantal slachtoffers, zie Edward J. Erickson, Ordered to die. A history of the Ottoman Army in the First World War. Westport/London: Greenwood Press, 2001 die op zijn beurt zich ook baseert op Justin Mc Carthy.

[6] Assassinat de Hrant Dink, condamnation de la Turquie en raison de la passivité des autorités

[7] zie E. Copeaux,“”Le nationalisme d’Etat en Turquie : ambiguïté des mots, enracinement dans le passé”, in Dieckhoff A., Kastoryano R. (dir.), Nationalismes en mutation en Méditerranée orientale, Paris, CNRS-Editions, 2002, p. 23-40.  Zie ook Le nationalisme turc et l’invention de l’histoire - Partie 1

[8] Erik-Jan Zürcher, « La theorie du «langage-soleil» et sa place dans la reforme de la langue turque »

[9] Eric Hobsbawm (ed), The Invention of Tradition. Cambridge University Press, 1983.

[10] Sevan Nisanyan, La fausse république. 51 questions sur Atatürk et le kémalisme, 1993

[11] Bozarslan Hamit, « Les minorités en Turquie », Pouvoirs, 4/2005 (n° 115), p. 101-112.

[12] Éric Rouleau, Dans les coulisses du Proche-Orient  : mémoires d’un journaliste diplomate, 1952-2012, Paris , éd. Fayard, 2012, 433 p., 24 cm

[13] Conflit kurde en Turquie (Wikipedia)

[14] Ocalan “The gangs within our organization and open banditry, [which] arranged needless, haphazard operations, sending young people to their death in droves” (p. 54), “The intensity of the war was caused by the widespread petty-bourgeois mentality, a certain peasant stupidity and the political and military leadership’s irresponsibility and incapability” (p. 64). “Our theory, programme and praxis of the 1970s produced nothing but futile separatism and violence and even worse…. The nationalism we should have opposed infested all of us” (p. 44).

[15] De PKK wou wel de wapens neerleggen maar niet direct afgeven. Talrijke Armeense legeereenheden van het Ottomaanse rijk hadden zich ook laten ontwapenen in 1915 waarna de hele Armeense bevolking weerloos stond tegenover de genocide. Daarom verkoos de PKK leiding 30.000 strijders terug naar huis te sturen na het bekomen van amnestie maar dit zonder wapens af te geven. Dit was een eerste struikelsteen voor de Turkse staat.