Respect voor mensenrechten steeds belangrijker voor multinationals

Een op vijf internationale bedrijven betrokken bij schendingen mensenrechten

Het volgende nieuwsfeit werd de laatste weken gelukkig niet volledig ondergesneeuwd door ander wereldschokkend nieuws zoals de tropische temperaturen (of het gebrek daaraan) en de BHV-saga: “Op 16 augustus schoot de Zuid-Afrikaanse politie 34 stakende mijnwerkers dood in Marikana, zo’n 70 kilometer van Johannesburg, in een uit de hand gelopen poging om een staking te breken. Behalve de 34 mijnwerkers die onder politiekogels zijn bezweken, vielen ook tien doden bij rellen tussen twee rivaliserende mijnvakbonden. De mijn in Marikana is eigendom van het Britse platinumbedrijf Lonmin.”

  • REUTERS/Mike Hutchings Een van de slachtoffers van de slachtpartij in het Zuid-Afrikaanse Marikanga wordt ten grave gedragen. REUTERS/Mike Hutchings

Ook al ligt de hoofdverantwoordelijkheid van dit dodelijk drama in dit geval duidelijk bij de Zuid-Afrikaanse politiediensten, de zaak plaatst het debat over de verantwoordelijkheid van ondernemingen op het vlak van mensenrechten weer onder de schijnwerpers. Zijn mensenrechten dan geen exclusieve bevoegdheid van overheden, naties, staten…? Neen dus.

Verantwoord ondernemen en investeren

In haar laatste richtlijnen (2011) stelt de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties dat “ondernemingen verantwoordelijk zijn voor het respecteren van de mensenrechten, niet alleen in de eigen onderneming, maar ook in z’n relaties met derden, zoals zakenpartners, leveranciers en onderaannemers, overheden en alle andere mogelijke betrokken partijen. Ondernemingen worden ook verwacht rekening te houden met de lokale context en de mogelijke risico’s hieraan verbonden op het vlak van mensenrechten.”

Deze richtlijn heeft verregaande gevolgen: geen enkele onderneming kan zich nog verschuilen achter het excuus dat het respect voor mensenrechten buiten haar ‘bevoegdheid’ valt. De groeiende aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en Maatschappelijk Verantwoord Investeren versterkt deze trend alleen maar.

1 op 5 multinationals betrokken

Recent onderzoek, gebaseerd op data en analyse van het beleid en de prestaties op het vlak van mensenrechten van 1500 Europese, Noord-Amerikaanse en Aziatische beursgenoteerde ondernemingen in de periode 2009-2012 komt tot de vaststelling dat:

  • Het respect voor mensenrechten meer en meer integraal deel uitmaakt van het beleid en publiek discours van multinationale ondernemingen. Bedrijven worden ook transparanter op dit vlak, en verwijzen steeds meer naar mensenrechtenconventies en internationale richtlijnen van multilaterale instellingen zoals de Verenigde Naties, de Internationale Arbeidsorganisatie, en de OESO.
  • Niettegenstaande blijft de implementatie van deze principes op het terrein vaak achterwege, of is deze ondermaats. Dit wordt weerspiegeld in het feit dat één op vijf ondernemingen (21,5%) de laatste drie jaar betrokken was bij, of beschuldigd werd van, mensenrechtenschendingen (op het vlak van fundamentele mensenrechten, arbeidsrechten of discriminatie).
  • Fundamentele arbeidsrechten, zoals vrijheid van (vak)vereniging en het recht op collectief overleg krijgen nog altijd zeer weinig aandacht.
  • De toenemende druk van zowel ngo’s, consumenten, vakbonden, maar recent ook investeringsfondsen, pensioenfondsen, en ‘ethische’ beleggers hebben voor een omslag gezorgd in het mensenrechtenbeleid van veel ondernemingen.

Deze 1500 beursgenoteerde ondernemingen werden uitvoerig gescreend op de volgende (mensenrechten-) principes:

  1. Respect voor fundamentele mensenrechten en preventie van mensenrechtenschendingen
  2. Respect voor vrijheid van vereniging en recht op collectief overleg
  3. Non-discriminatie en promotie van gelijke kansen
  4. Preventie van sociale dumping bij leveranciers en onderaannemers.

Europa goede leerling

 

Wanneer we even meer in detail op de resultaten van dit onderzoek ingaan zien we dat Europese ondernemingen over het algemeen beter scoren op het vlak van mensenrechten dan Noord-Amerikaanse of Aziatische. Bedrijven met hoofdzetel in Zweden, Noorwegen en Frankrijk hebben het meeste aandacht voor mensenrechten. Maar ook Belgische ondernemingen scoren hoog.

In de lijn met het Europees sociaal overlegmodel blijkt ook dat Europese ondernemingen best scoren op het vlak van vakbondsvrijheid en collectief overleg. Twee Belgische beursgenoteerde ondernemingen, Umicore en Belgacom, presteren hier opvallend goed. Maar toch enige kanttekening: Europese ondernemingen die op het vlak van fundamentele arbeidsrechten goed scoren in Europese vestigingen, presteren soms ondermaats in opkomende groeilanden of de VS.

Energie en mijnbouw

In een periode waarin de honger naar grondstoffen groter is dan ooit (exponentiële vraag van China en India), is de rush naar nieuw te ontginnen oliebronnen (Eskimo-gebieden, Amazone,…) en zeldzame grondstoffen (Congo) één van de grootste uitdagingen op het vlak van mensenrechten voor de grondstoffensector.
Wat betreft het respect voor fundamentele basisrechten (fysieke integriteit, privacy, recht op vrije meningsuiting, recht op zelfbeschikking…) zien we dat één op vijf ondernemingen (21,5%) betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen. Ondanks het feit dat de meerderheid van de banken de ‘Equator Principles’ onderschrijven, maakt de financiële sector hier geen al te beste beurt: de meerderheid van de banken wordt er van beschuldigd via hun financieringsactiviteiten indirect bij te dragen tot mensenrechtenschendingen (het gaat hier vooral om investeringen of participaties grote infrastructuurwerken in de energie- en mijnbouwsector).

Paradoxaal genoeg zijn het net die sectoren – met name de energie- en mijnbouw — die het mensenrechtenbeleid in hun beleid op een duurzame wijze hebben geïntegreerd, die geconfronteerd worden met het grootste aantal mensenrechtenschendingen. Bedrijven actief in de grondstoffensector opereren dan ook vaak in landen of gebieden waar de mensenrechten structureel geschonden worden, een effectief werkende overheid ontbreekt (de zogenaamde ‘failed states’) of waar de plaatselijke bevolking zich hevig verzet tegen de mogelijk negatieve impact van deze ondernemingen.

In een periode waarin de honger naar grondstoffen groter is dan ooit (exponentiële vraag van China en India), is de rush naar nieuw te ontginnen oliebronnen (Eskimo-gebieden, Amazone,…) en zeldzame grondstoffen (Congo) één van de grootste uitdagingen op het vlak van mensenrechten voor de grondstoffensector.

Gelijke kansen

Op het vlak van non-discriminatie en promotie van gelijke kansen scoren Amerikaanse bedrijven doorgaans beter dan de Europese. De strengere wetgeving in de VS, specifieke programma’s voor minderheden (positieve discriminatie), en bedrijven die sneller voor de rechtbank gebracht worden zijn hier niet vreemd aan. Aziatische ondernemingen, en dan met name Japanse, bengelen helemaal onderaan. In Europees perspectief behoort ook op het vlak van non-discriminatie het Belgische Umicore tot de top.

Meer en meer wordt verwacht dat ondernemingen ook eisen stellen op het vlak van sociale standaarden en respect voor mensenrechten aan hun leveranciers en onderaannemers. De boycotacties in de jaren 90 tegen bekende merken zoals Nike en Adidas hebben deze problematiek definitief op de agenda geplaatst van de multinationals. De recente kritiek op onder meer Apple en Samsung (schending arbeidsrechten bij Chinese leveranciers en onderaannemers) toont aan dat ook hier nog werk aan de winkel is. In de Belgische context scoort Colruyt sterk op het vlak van duurzame relaties met z’n leveranciers, met inbegrip van sociale clausules.

Onethisch gedrag wordt afgestrafd

Uit ons onderzoek blijkt dat ondernemingen die het nalaten om een mensenrechtenbeleid uit te stippelen reputatie- en imagoschade riskeren. Risico’s gelieerd aan mensenrechtenschendingen, zoals stakingen, geweld, protest van lokale bevolking, rechtszaken, consumentenboycots en demotivatie van personeel, kunnen op termijn een desastreuze impact hebben op het normaal functioneren van de onderneming, en bij uitbreiding, haar marktwaarde en marktaandeel. Het hierboven aangehaalde voorbeeld van de Lonmin Marikana mijn in Zuid-Afrika toont dit treffend aan.

Waar vroeger ethiek en moraal de belangrijkste drijfveer waren voor sommige ondernemingen en investeerders om rekening te houden met mensenrechten, is nu vooral een gedegen risicobeheer één van de belangrijkste drijfveren. Met dit verschil dat “onethisch” gedrag nu wél afgestraft wordt op de beursvloer. Een evolutie die niet meer te stoppen is in een geglobaliseerde wereld.

Jordi Lesaffer is resaerch manager bij Vigeo Belgium.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift