Dossier: 

Europees grondstoffenbeleid: ertsen of ontwikkeling?

Eind vorige week keurde de commissie voor industrie, onderzoek en energie van het Europees Parlement een rapport over het Europees grondstoffenbeleid goed. Broederlijk Delen vreest dat het beleid ten koste zal gaan van ontwikkelingsdoelstellingen en roept de europarlementairen op om dit niet door de vingers te zien.

  • Grassroots Group Tinerts uit Oost-Congo Grassroots Group

Ertsen zoals koper, ijzer, kobalt en coltan zijn onontbeerlijk voor de Europese industrie. Omdat vele ervan niet (meer) te vinden zijn in Europa, zijn we afhankelijk van de invoer uit grondstofrijke landen zoals Congo, Zuid-Afrika en Peru. Ook in de economische groeilanden zoals Brazilië en China stijgt de vraag naar grondstoffen. Te midden van deze groeiende concurrentie, wil de Europese Unie de aanvoer van een aantal kritische ertsen veiligstellen.

De Europese Raad keurde daarom in maart een hernieuwd grondstoffenbeleid goed. Naast investeringen in recyclage en ontginning in Europa, wil men via het handelsbeleid en ‘grondstoffendiplomatie’ de toegang tot grondstoffen in andere landen verzekeren. Zo heeft de EU zich voorgenomen hard op te treden tegen handelspartners die de export van grondstoffen beperken.

Broederlijk Delen vindt dat ontwikkelingslanden zelf moeten kunnen kiezen hoe ze hun grondstoffen aanwenden voor hun ontwikkeling, in plaats van verplicht te worden ze ruw te exporteren. De Europese Commissie beweert dat er ruimte kan zijn voor uitzonderingen voor ontwikkelingslanden, maar dat is niet voldoende. De Europese Commissie moet vastleggen welke ontwikkelingslanden vrijgesteld zullen zijn van handelssancties, want landen die nu ‘uiteraard’ uit het vizier blijven, kunnen in de toekomst wél in het kruisvuur van de groeiende grondstoffenconcurrentie terecht komen.

De EU moet ook rekening houden met welke soort ertsen er geïmporteerd worden. Soms gebeurt de ontginning van mineralen ook in ondermaatse sociale omstandigheden, richt ze onherstelbare milieuschade aan, of ligt ze aan de basis van mensenrechtenschendingen. In andere gevallen komen de ertsen regelrecht uit oorlogsgebieden, zoals tantaal uit Oost-Congo. Een Europees grondstoffenbeleid moet dus ook verplichte normen opleggen voor de aankoop van mineralen, en voor de werking van Europese bedrijven in het buitenland. Vrijblijvende initiatieven, zoals het beleid nu voorstelt, zijn ontoereikend.

Ook de beloofde investering in ontwikkelingssamenwerking rond het beheer van grondstoffen in het Zuiden biedt geen garantie dat economische belangen niet zullen primeren in deze nieuwe grondstoffendiplomatie. Volgens het Verdrag van Lissabon zou het Europees grondstoffenbeleid de ontwikkelingsdoelstellingen niet in het gedrang mogen brengen. Het Europees Parlement is bevoegd om de werking van de Europese Unie te controleren. Daarom is het grondstoffenrapport dat vorige week gestemd werd in de commissie voor industrie, onderzoek en energie van het Europees Parlement van cruciaal belang. Broedelijk Delen hoopt dat de commissieleden, ondanks de grote druk van de industrielobby, via dit rapport erover zullen waken dat de toevoer van grondstoffen niet ten koste gaat van de ontwikkeling in het Zuiden.

Tamira Gunzburg is beleidsmedewerkster extractieve industrieën bij Broederlijk Delen

Lees meer over kritische elementen en hoe Europa voor zijn bevoorrading sterk afhankelijk is van andere landen in het artikel De aarde wordt zeldzaam dat verscheen in MO*magazine editie juli 2011

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift