Exclusief interview met Nobelprijswinnaar Rajendra Pachauri

De Nobelprijs voor de Vrede wordt dit jaar verdeeld tussen Al Gore en het IPCC, het Intergouvernementeel Panel over Klimaatverandering. De “voormalige toekomstige president van de VS” wordt gelauwerd omdat hij de klimaatverandering bovenaan de mondiale agenda heeft geplaatst. Het IPCC krijgt de prijs omdat het de wetenschappelijke basis legde voor een mondiaal klimaatbeleid. MO* had een exclusief gesprek met IPCC-voorzitter dr. Rajendra Pachauri.
New Delhi. Het is zaterdagochtend, half acht, als we met dr. Pachauri naar een cricketmatch vertrekken. De rit van ruim een uur naar de bedrijfsterreinen van TREI –het onderzoekscentrum dat dr. Pachauri leidt– was de enige ruimte in zijn agenda voor een interview. De Nobelprijs is daar gedeeltelijk verantwoordelijk voor, maar ook de voorbereidingen voor de VN-vergadering over een post-Kyoto-afsprakenkader (in Bali, Indonesië, van 3 tot 14 december) vragen veel extra tijd.
De dag na ons gesprek vertrok dr. Pachauri voor overleg naar China. 2007 was sowieso een druk jaar voor de voorzitter van het IPCC, met op 2 februari de publicatie van het rapport over de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering, op 6 april het rapport over de impact van de klimaatverandering, op 6 mei het rapport over het beperken van de klimaatverandering, en in november de jaarlijkse algemene vergadering van het IPCC in Valencia, Spanje. Maar ook al staat het water van de afspraken en verplichtingen dr. Pachauri aan de lippen, het cricket is heilig en dus kunnen wij -terwijl de chauffeur zich concentreert op het helse verkeer in de Indiase hoofdstad- uitgebreid vragen stellen over klimaat, verantwoordelijkheid en Noord-Zuidverhoudingen.
We feliciteren dr. Pachauri met de Nobelprijs, en vragen hoe hij reageert op de kritiek dat het werk rond klimaatverandering wel belangrijk is, maar niet echt met vrede te maken heeft.
Rajendra Pachauri: Er is een brede consensus dat de klimaatverandering kan leiden tot verscherpte conflicten rond bijvoorbeeld toegang tot drinkwater. Landen waar de landbouw afhankelijk is van regenwater zullen wellicht massale verplaatsingen van hun bevolking meemaken. Kortom: stabiliteit en veiligheid zijn op heel wat plaatsen in de wereld zeer nauw verbonden met het klimaat, en vandaag is geen enkel conflict louter lokaal. Dat is volgens mij de boodschap van het Nobelcomité: als we de klimaatverandering vandaag niet ernstig nemen, riskeren we morgen een wereld vol conflicten.
Klimaatsceptici zoals Björn Lomborg en Vaclav Klaus vinden de wetenschappelijke consensus over klimaatverandering een vorm van totalitair denken.
Pachauri: Dat is hilarisch. Ik ken geen systeem dat transparanter werkt dan de aanpak van het IPCC. En bovendien worden de auteurs van de IPCC-rapporten niet gekozen op basis van hun politieke overtuigingen. Gelukkig krimpt het aantal “klimaatsceptici” snel, wellicht klinkt hun stem daardoor ook steeds schriller. Het feit dat de wetenschappelijke feiten steeds breder verspreid geraken, zorgt er trouwens voor dat de critici steeds minder gehoor vinden bij een steeds beter geïnformeerd publiek. 
De werkmethode van het IPCC dicteert dat de wetenschappelijke kennis pas gepubliceerd wordt na onderhandelingen met de regeringen van de lidstaten. Dat betekent wellicht dat een aantal zaken die u weet niet eens gepubliceerd geraken. Is dat niet frustrerend?
Pachauri: Ik ben eigenlijk erg positief over de manier van werken in het IPCC, omdat het tegelijk de beste wetenschappers en experts uit de hele wereld samenbrengt én regeringen engageert. We baseren onze rapporten op peer reviewed wetenschappelijke literatuur -het IPCC doet dus zelf geen onderzoek- die in elk stadium van het schrijven van een rapport nagelezen en beoordeeld wordt door onderzoekers. Uiteindelijk leggen we dat werk inderdaad voor aan regeringen. Wij moeten met hun commentaren rekening houden, of tenminste verantwoorden waarom we dat voor bepaalde opmerkingen niet doen. Van elke opmerking en van de opvolging die wij eraan geven, wordt een verslag opgesteld. Dat is dus een heel transparante procedure. De echte onderhandelingen komen pas helemaal op het einde van het proces, als het rapport klaar is en de samenvatting voor beleidsmakers voorgesteld wordt. Regeringen bevragen de auteurs dan over zowat elk woord.
Kan u een voorbeeld geven van een feit of een standpunt dat in de loop van dat proces gesneuveld is?
Pachauri: Ik kan niet echt een concreet voorbeeld geven. Maar stel dat er zou staan dat ‘de impact van de klimaatverandering op veranderende neerslagpatronen in dit-of-dat deel van de wereld gevaarlijk kan zijn’. Gegarandeerd komt er dan de vraag of het gebruik van het woord “gevaarlijk” wel terecht is en wat het echt inhoudt. In die zin is het onderhandelingsproces met de overheden vaak verhelderend. Een standpunt kan wetenschappelijk helemaal juist zijn en toch niet goed geformuleerd vanuit het oogpunt om beleidsmakers aan te spreken. De vaststellingen van het IPCC moeten, om ten volle hun doel te bereiken, de zegen krijgen van overheden. Dat maakt de rapporten uiteindelijk zo betekenisvol.
Op de voorstelling van het VN-milieurapport in Brussel op 25 oktober 2007 was de boodschap dat de politieke leiders hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun bevolking en de toekomstige generaties niet opnemen.
Pachauri: Ik zou de politici niet als stam willen veroordelen. Tenslotte doen zij wat het publiek van hen vraagt. Dat is een van de redenen waarom ik binnen het IPCC al jaren ijver voor nog meer communicatie-inspanningen: wat wij weten, moeten de mensen ook weten. Als mensen weten dat hun toekomst in gevaar wordt gebracht door de klimaatverandering, dan zal het publiek veel duidelijker om actie vragen om die gevaren te vermijden of minimaliseren. De burgers moeten hun politici vertellen dat ze de huidige status-quo niet aanvaarden. Ik dat is net wat ik overal zie gebeuren.
U gelooft dat wetenschappers de mensen moeten wakker schudden. Maar wat als het publiek niet of onvoldoende reageert?
Pachauri: Wetenschappers zijn geen goden. We moeten dus ook niet arrogant worden of beginnen denken dat wij de bestemming van de mensheid moeten controleren. Onze job is het leveren van stevig wetenschappelijk werk én ervoor zorgen dat die kennis verspreid wordt -en ik vind beide delen van die opdracht evenwaardig. Die communicatie over wat we vaststellen is geen eenmalig evenement, het moet een volgehouden inspanning zijn. Maar als we dat goed doen, dan moet de samenleving zelf bepalen welke conclusies er getrokken worden. Geen enkele wetenschapper heeft meer wijsheid dan de honderden miljoenen mensen die samen moeten nadenken over hun toekomst.
Neemt het bedrijfsleven zijn volle verantwoordelijkheid op voor het klimaat? Of moeten regeringen de bedrijven daartoe verplichten?
Pachauri: Op dit moment doen bedrijven zeker nog niet genoeg. De enige reden die bedrijven er zelf zal toe aanzetten om andere wegen te bewandelen, is winst. Zodra bedrijven beseffen dat de markten van de toekomst in elk geval om CO2-arme technologieën zullen vragen, dan zullen zij die CO2-arme producten ook aanbieden. Regeringen moeten dus de nodige regulering voorzien, maar berdrijven moeten zelf ook de tekenen van de tijd lezen. Zelfs in landen waar de regering voorlopig niets doet, moeten bedrijfleiders beseffen dat er over een jaar of tien wel degelijk mondiale afspraken zullen zijn waaraan ze zich zullen moeten houden. Wie vandaag beseft dat de toekomst er anders moet uitzien, zal straks het meeste winst maken. De slimste bedrijven hebben een hele goede antenne voor wat er leeft en beweegt in de samenleving. 
Tata, het bedrijf dat uw onderzoeksinstituut in New Delhi financierde, heeft aangekondigd dat het een wagen voor 100.000 roepie (1760 euro) op de markt gaat brengen. Is dat geen ramp voor de luchtkwaliteit in India en voor het klimaat wereldwijd?
Pachauri: Wellicht. Als we het aantal wagens op onze wegen gaan vermenigvuldigen, vragen we om problemen. Ik had liever gezien dat Tata geïnvesteerd had in het ontwikkelen van degelijk openbaar vervoer. Dat zou bedrijfsmatig én maatschappelijk verantwoord geweest zijn? Maar als ze zo een kleine wagen op de markt brengen, zal het wellicht beantwoorden aan een vraag. Iedereen wil vandaag met een wagen rijden, niet?
Moeten milieuregels opgelegd worden op mondiaal niveau of eerder regionaal, zodat ze meer rekening kunnen houden met verschillen in ontwikkelingsniveau?
Pachauri: Klimaatverandering is een mondiaal probleem dat om een mondiale aanpak vraagt. Regionale regels missen al snel een aantal opportuniteiten en mogelijkheden die mondiale afspraken wel bieden. In elk geval moet gezorgd worden voor een stevige coördinatie tussen de verschillende landen en voor de nodige synergie tussen regio’s.
Moeten opkomende economieën zoals India, China en Brazilië zich al engageren om hun CO2-uitstoot te verminderen?
Pachauri: In India heeft vandaag een half miljard mensen nog geen toegang tot elektriciteit. In die context zou het voor elke regering zelfmoord zijn om te beloven dat het land zijn uitstoot van broeikasgassen zal verminderen. Het zou bovendien moreel onverantwoord zijn en oneerlijk tegenover de huidige armen. Het raamakkoord voor de aanpak van klimaatverandering werd al in 1992 afgesloten. Gedurende vijftien jaar hebben de ontwikkelde landen nauwelijks iets gedaan waaruit zou blijken dat ze het principe van gezamenlijke maar verschillende verantwoordelijkheid respecteren. Het is dan ook niet ernstig om nu al van India en China te verwachten dat zij zouden doen wat de rijke landen nagelaten hebben. Ik denk dat de benadering van de Duitse kanselier Angela Merkel correct is. Zij stelt voor te onderhandelen op basis van uitstoot per hoofd. Al mag dat ook weer niet betekenen dat de ontwikkelingslanden gaan streven naar hetzelfde uitstootniveau als de geïndustrialiseerde landen vandaag halen. Dat zou zelfmoord op wereldschaal betekenen. De rijke landen moeten een serieuze vermindering van de uitstoot realiseren, terwijl de ontwikkelingslanden nog kunnen stijgen, maar naar een niveau dat veel lager ligt dan vandaag in Europa of de VS. Als men het daarover eens wordt, dan is het een kwestie van technische afspraken om te komen tot een aanvaardbaar niveau voor iedereen.
Is klimaatverandering verbonden met de snel groeiende internationale handel en de globaliserende economie? 
Pachauri: Je kan ontwikkeling vandaag niet los zien van het klimaat. Zeker in de regio’s die het meest getroffen worden door de gevolgen van de klimaatverandering -Afrika beneden de Sahara, delen van Zuid- en Oost-Azië en wellicht bepaalde landen in Latijns-Amerika- moet bij het opzetten van ontwikkelingsprocessen meer rekening gehouden worden met de klimaatgevolgen. Instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds moeten zich daarvan ook veel meer bewust worden.
Staan Noord en Zuid tegenover elkaar in de klimaatdiscussies?
Pachauri: De klimaatverandering is een mondiaal probleem dat je niet in twee hemisferen kan opdelen. Al moet je natuurlijk wel de verschillen tussen landen en regio’s incalculeren als je zoekt naar initiatieven en oplossingen. India, bijvoorbeeld, moet dringend werk maken van duurzame ontwikkeling in plaats van de heilloze weg die bewandeld is door de ontwikkelde landen te volgen. Een land als Ghana moet dan weer volop inzetten op infrastructuur en de ontwikkeling van de verwerkende industrie, om eindelijk los te komen uit de koloniale afhankelijkheid van export van ruwe grondstoffen. En een land als Groot-Brittannië zou zich moeten profileren als een mondiaal voortrekker in het terugdringen van broeikasgassen. Dat zou het voor ontwikkelingslanden veel makkelijker maken om dat voorbeeld te volgen.
Je kan niet verwachten dat Afrikaanse landen hun CO2-uitstoot verminderen, zeker niet zolang Noord-Amerika dat niet doet. Landen als Bangladesh, India en de Afrikaanse landen beneden de Sahara moeten vooral inzetten op aanpassen, terwijl Europese en Noord-Amerikaanse landen moeten inzetten op veranderingen. Maar de verschillen in verantwoordelijkheden zijn niet zwart-wit: elk land zal aanpassingen moeten doorvoeren en iedereen zal aan gedragsverandering moeten werken.
De internationale aandacht voor klimaatverandering is bijna exclusief gefocust op C02-uitstoot. Zijn er aspecten die buiten het debat gebleven zijn?
Pachauri: Een van de schokkende vaststellingen in ons vierde rapport is dat een temperatuurverandering van 1,5 tot 2,5 graden Celsius zal resulteren in het verdwijnen van 20 tot 30 procent van de planten- en dierensoorten die we bestudeerd hebben. We zullen dus zeker meer aandacht moeten hebben voor het aspect biodiversiteit, op de eerste plaats in onze communicatie.
President Bush kondigde aan dat hij nieuwe initiatieven zal nemen om de uitstoot van CO2 te verminderen. Is dat goed nieuws?
Pachauri: Wat ik bijzonder positief vond, was dat hij verklaarde dat hij naar een overeenkomst streeft binnen het VN-Raamakkoord over Klimaatverandering (UNFCCC). Dat is duidelijk een verandering in zijn positie. De vraag blijft natuurlijk of men verder zal gaan dan wat al in het Kyoto-protocol overeengekomen was.
Het Witte Huis gelooft overigens dat de klimaatverandering ook zal zorgen voor gezondheidsvoordelen.
Pachauri: Als je in de koudste delen van de wereld leeft, zal een opwarming wel voor wat gezondheidsvoordelen zorgen, zeker? Wij hebben in ons tweede rapport ook aangegeven waar er voordelen te verwachten zijn van de opwarming, maar we hebben daar meteen aan toegevoegd dat die maar gelden tot op een bepaalde temperatuurstoename. Eenmaal je dat niveau overschrijdt, zijn er alléén maar nadelen. Dus: achter de erg tijdelijke en lokale vreugde over opwarming ligt een periode van mondiale, zwarte misère.
Toch blijft u een optimist?
Pachauri: Ja, absoluut. Ik zal altijd de lichtpunten zien, zelfs in een omgeving die volledig in duisternis gehuld is.
Een lange cricketmatch later ligt het team Jet Airways verslagen en uitgeteld in het gras van het onderzoekscentrum TERI in Gurgaon. De overwinning van het TERI-team is grotendeels te danken aan de sterke worp van de Nobelprijswinnaar tijdens de tweede helft van de match.
Hoe erg is het klimaat eraan toe? De IPCC-rapporten samengevat door Emiel Vervliet verscheen als MO*paper nr. 11 in juni 2007. Gratis te downloaden op www.MO.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift