Het Europa van Francken is een wankele tempel

Francken spreekt met dubbele en eurosceptische tong in migratieboek

Mstyslav Chernov (CC BY-SA 4.0)

 

Theo Francken heeft zijn boek over migratie gelanceerd in het Europees parlement. Logische keuze. Ondanks de steeds meer openlijke euro-sceptische koers van de N-VA weten Francken & co dat migratiebeleid op Europees beleidsniveau gerealiseerd moet worden.

Francken hakt in zijn boek geheel voorspelbaar doch op niet geheel verlichtings-conforme wijze in op naïeve maatschappelijke organisaties, media, extreemlinkse advocatenkantoren en wereldvreemde rechters, opengrenzen politici, Gutmenschen, het Europese establishment, de Europese (mensenrechten)verdragen en de hoeders daarvan.

Francken stelt in zijn boek dat de “EU faalt in het migratiedossier”, maar gaat volstrekt voorbij aan zijn eigen aandeel daarin als lid van de Europese ministerraad.

Het tragische van Francken is dat hij in zijn boek stelt dat de “EU faalt in het migratiedossier” maar volstrekt voorbij gaat aan zijn eigen aandeel daarin als lid van de Europese ministerraad. Daar ligt immers een sleutel om een deel van de migratieknoop te ontwarren.

Aan de ene kant erkent hij halvelings dat de oplossing Europees moet zijn. Dat is voor hem de grenzen op repressieve Australische wijze potdicht afsluiten. Maar als het gaat om oplossingen die zowel Europa als Afrika ten goede komen en alleen echt Europees geregeld kunnen worden, wil hij de macht bij de lidstaten houden. En het dus niet Europees regelen.

De migratiecrisis is een deels politieke gecreëerde crisis: als je er voor zorgt dat ministers in de Raad van Ministers géén overeenstemming bereiken over een gezamenlijke aanpak — en dat doet Theo Francken — creëer je besluiteloosheid en Europese machteloosheid. Die chaos versterkt dan weer angstgevoelens en de euro-sceptische politieke beweging.

Legale migratie

Waar gaat het om? Als je wil dat Afrikaanse landen irreguliere migranten of uitgeprocedeerde asielzoekers terugnemen, dan zal de EU daar iets tegenover moeten plaatsen. “Ontwikkel legale manieren voor migranten om naar Europa te komen en hier te werken of te studeren.” Het is de oproep die in alle onderzoeksrapporten, beleidsnota’s en reportages over de migratieproblematiek terugkomt.

Of het nu gaat om NGO’s, denktanks, Afrikaanse landen of ambtenaren van de lidstaten of de Europese Commissie: allemaal erkennen ze dat het tegengaan van irreguliere migratie niet zal lukken als niet tegelijkertijd legale wegen worden open gesteld voor migranten, vanuit Afrika of elders. Ondanks die al zo vaak herhaalde bewering door deskundigen, komt er in de praktijk bitter weinig van terecht.

In mei 2015 publiceert de Europese Commissie de nota ‘A European Agenda on Migration’, een stuk dat de basis moet leggen voor de formulering van een nieuw Europees asiel- en migratiebeleid. Het eerste deel van dat voorstel gaat over de dan al acute problemen met grote groepen Syrische oorlogsvluchtelingen waarvoor een oplossing gezocht moet worden. In het tweede deel stelt de Commissie onomwonden dat zonder een uitgekiend migratiebeleid de huidige Europese welvaartsstaat en een duurzame economische groei niet gegarandeerd zijn.

Samen met de lidstaten zal de EU alles in het werk moeten stellen om een systeem te ontwerpen dat gekwalificeerde migranten van buiten Europa naar Europa toe haalt. Die moeten voorzien in de vacatures die onvermijdelijk de komende decennia zullen ontstaan in een Europa dat vergrijst en ontgroent.

Francken & co willen enkel de straffe bewaking van buitengrenzen, maar zonder de twee andere zuilen heb je enkel een wankele tempel.

Eén van de voorstellen betreft het opzetten van effectieve overlegkanalen met organisaties zoals het West-Afrikaanse samenwerkingsverband ECOWAS. Doel: het stimuleren van arbeidsmigratie binnen het ECOWAS-gebied en tussen de EU en ECOWAS. Aan het eind van de nota stelt de Commissie voor om de discussie de komende jaren te concentreren op drie concrete doelstellingen: een gezamenlijk Europees asielsysteem, een gedeelde Europese bewaking van de buitengrenzen en een nieuw model voor legale migratie. Francken & co willen enkel de straffe bewaking van buitengrenzen maar zonder de twee andere zuilen heb je enkel een wankele tempel.

In juni 2016 presenteert de EU het ‘Migration Partnership Framework’ dat ervoor moet zorgen dat de EU in nauwe samenwerking met individuele Afrikaanse landen werk maakt van het terugdringen van irreguliere migratie. Van de vijf eerste partnerschappen zijn er vier met West-Afrikaanse landen: Senegal, Mali, Niger en Nigeria. Het vijfde land is Ethiopië.

Een deel van de doelstellingen van de partnerschappen komt overeen met die van het ‘African Emergency Trust Fund’: het wegnemen van de grondoorzaken (root causes) van migratie. Dat is iets waar Francken zijn neus voor ophaalt: het stimuleren van duurzame ontwikkeling en het ontwikkelen van legale migratiekanalen. Specifieker zijn de nadruk op het aanpakken van smokkelnetwerken en vooral op het terugsturen van migranten uit de betrokken landen die geen recht hebben om in de EU te verblijven. Bij de aankondiging van het partnership framework wordt expliciet gerefereerd aan positieve en negatieve prikkels die gebruikt kunnen worden om samenwerking op dit punt te stimuleren of desnoods af te dwingen.

Kanten van dezelfde medaille

In een recent evaluatierapport ‘EU Migration Partnerships. A Work in Progress’ stellen de auteurs dat dit soort bilaterale afspraken al meer dan tien jaar bestaan en niet veel opleveren omdat de bedoelingen van de partners erg van elkaar verschillen. De EU wil graag afspraken maken over het tegengaan van irreguliere migratie en het terugsturen van migranten zonder verblijfsstatus. De partnerlanden, in Afrika en elders, zijn vooral uit op het creëren van meer legale mogelijkheden voor migratie en zijn niet bijzonder happig op terugkeerovereenkomsten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Afrikaanse regeringen weten drommels goed dat het accepteren van grote groepen repatrianten niet populair is bij de lokale bevolking. Dat heeft alles te maken met het belang voor Afrikaanse landen van de zogenaamde ‘remittances’, geld dat door de diaspora naar huis wordt gestuurd. Die geldstromen overtreffen in absolute cijfers de totale officiële ontwikkelingshulp. Voor sommige landen betekenen deze ‘remittances’ 15 tot 20 procent van hun BNP.

Uit onderzoek blijkt dat gezinnen die ‘remittances’ ontvangen veel meer investeren in de gezondheid en het onderwijs van hun kinderen. In Nigeria en Senegal leidde dat tot een verdubbeling van het aantal gezinsleden dat middelbaar onderwijs heeft genoten. Merkwaardig dus om te lezen dat Francken het terugsturen van geld moeilijk zoniet onmogelijk wil maken. Hoe hij dat overigens zou kunnen realiseren, is een zwart gat in zijn pamflet.

Het terugsturen van irreguliere migranten die geen recht op verblijf in de EU hebben, zal alleen maar lukken als de EU bereid is serieus na te denken over de beste manier om legale migratie mogelijk te maken.

Het terugsturen van irreguliere migranten die geen recht op verblijf in de EU hebben naar hun land van herkomst zal alleen maar lukken als de EU bereid is serieus na te denken over de beste manier om legale migratie mogelijk te maken. Terugname-overeenkomsten en legale migratiepaden zijn twee kanten van dezelfde medaille.

In 2016 komt de Europese Commissie met een aanvullende notitie waarin nogmaals helder stelling wordt genomen: “De EU moet beter worden in het plukken van de voordelen van migratie. Als Europa niet adequaat handelt bij het aantrekken van vaardigheden en talent van buiten Europa, zullen we daar op termijn zelf onder leiden. De EU moet actief buiten Europa gaan werven om de demografische uitdagingen en de toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt het hoofd te kunnen bieden. Die behoefte aan arbeidsmigranten ontstaat sowieso.”

Ook al treffen de EU-lidstaten allerlei andere maatregelen (herscholing werklozen, hogere pensioenleeftijd, hogere arbeidsmarktparticipatie) om tekorten in de zorg en andere sectoren op te vangen, toch blijft de verwachting van de meeste onderzoekers dat ook na uitvoering van al die andere maatregelen zich na 2025 een groot gebrek aan arbeidskrachten zal voordoen in sectoren als zorg, bouw, land- en tuinbouw.

“Het is tijd om de waarheid onder ogen te zien. We kunnen en zullen nooit in staat zijn om migratie te stoppen (…) We moeten beginnen eerlijk te zijn tegen burgers die bezorgd zijn over hoe we migratie zullen reguleren. We kunnen migratie dan wel niet stoppen. Maar we kunnen beter, slimmer en pro-actiever zijn in het beheren van dit fenomeen. Maar dit bereiken we niet als we geen verandering in onze houding en in ons verhaal kunnen accepteren”. Deze quote van Eurocommissaris Dimitris Avramopoulos maakt duidelijk dat ook bij sommige Europese beleidsmakers in Brussel het besef is doorgedrongen dat migratie een fenomeen van alle tijden is dat niet gestopt maar wel beter beheerst en gereguleerd moet en kan worden.

Blauwe kaart

In het recente rapport ‘Migratie, het eerlijke verhaal’ beschrijf ik samen met mijn GroenLinks collega Judith Sargentini vele suggesties om het Europees te regelen.

De afgelopen jaren formuleerden verschillende migratiedeskundigen suggesties over hoe zo’n Europees systeem van legale migratie zou kunnen worden opgezet: voor hoogopgeleide migranten (zoals de Blue Card, het enige concrete waar Francken in zijn vlugschrift aan refereert) maar ook voor laaggeschoolde waar op de arbeidsmarkt behoefte aan is. Daarbij is gebruik gemaakt van ervaringen en praktijken in andere landen die te maken hebben met economische immigranten.

Die opsomming maakt duidelijk dat er allerlei mogelijkheden zijn om geleidelijk een systeem op poten te zetten dat effectief en beheersbaar is en dat ten goede komt aan alle betrokkenen, dus zowel Europese landen als Afrikaanse migranten en hun landen van herkomst. Theo Francken erkent dat arbeidsmigratie belangrijk is voor de EU, maar wil het niet Europees regelen. Bizar. Beschamend!

In de wetenschap dat de bevoegdheden van de Commissie op dit terrein nu eenmaal beperkt zijn en de lidstaten bij monde van Francken continue op de rem staan, neemt de Commissie in 2015 het initiatief om alle bestaande instrumenten op EU-niveau op het gebied van legale migratie kritisch tegen het licht te houden. De zogenaamde Fitness Check moet duidelijk maken of die middelen wellicht effectiever kunnen worden ingezet. Het gaat om zeven Europese richtlijnen die de lidstaten verplichten tot eenduidig en gezamenlijk handelen op punten als gezinshereniging, verblijfsvergunningen, seizoensarbeid en de toelating van studenten en onderzoekers. Voor een van de zeven richtlijnen wordt door de Commissie reeds in 2016 een update voorgesteld: de Blue Card.

De Blue Card bestaat sinds 2009 en bepaalt aan welke voorwaarden hooggeschoolde migranten moeten voldoen als ze zich willen vestigen binnen de EU. De uiteindelijke beslissing tot verlening van een werkvergunning blijft altijd aan de betreffende lidstaat voorbehouden. De kaart wordt geen succes behalve in Duitsland waar meer dan 85 procent van de Blue Card-houders, 13.000 van de in totaal 15.000, terecht komt.

De procedure voor de Blue Card is ingewikkeld en de inkomensgrens hoog, het recht op familiehereniging en vrij reizen in de hele EU is beperkt. En dus is het systeem ook voor hoogopgeleide migranten minder interessant.

Belangrijkste redenen: lidstaten hebben allemaal hun eigen regels en vinden de Blue Card alleen maar ballast, de procedure is ingewikkeld en de inkomensgrens hoog, het recht op familiehereniging en vrij reizen in de hele EU is beperkt. En dus is het systeem ook voor hoogopgeleide migranten minder interessant.

Het nieuwe voorstel van de Commissie probeert aan die bezwaren tegemoet te komen. Op het altijd gevoelige punt van de competentieverdeling tussen de EU en de lidstaten windt de Commissie er geen doekjes om: alleen door in de hele EU met dezelfde regels te werken kan de EU aantrekkelijk zijn voor potentiële migranten en kan ze de concurrentiestrijd aan met andere landen (VS, Canada) die ook graag hoogopgeleide kenniswerkers verwelkomen.

De onderhandelingen sindsdien tussen het EP en de lidstaten over de nieuwe Blue Cardrichtlijn maken duidelijk dat de kloof tussen Commissie en EP aan de ene kant en de lidstaten aan de andere kant nog steeds heel groot is. De onderhandelingen zitten muurvast omdat de lidstaten blijven vasthouden aan hun eigen toelatingssystemen en elke verruiming van deze vorm van legale migratie eigenlijk niet zien zitten.

Deze patstelling voorspelt weinig goeds voor de aanpassing van de zes andere richtlijnen die de Commissie geagendeerd heeft. Het maakt ook duidelijk dat het probleem in Brussel niet een gebrek aan kennis, creativiteit of besef van urgentie is. Dat is een gebrek aan politieke moed bij de lidstaten om maatregelen te nemen die nu vaak nog stuiten op afkeuring en onbegrip. En Francken draagt daar dag-aan-dag flink aan bij! Nationale politici moeten dringend erkennen dat migratie naar Europa vanuit Afrika en elders niet gestopt kan worden, maar wel beter beheerst.

Franckens adagium ‘zacht voor de kwetsbaren, hard voor hen die misbruik maken van onze gastvrijheid’ is prachtig. Het verschil zit hem alleen in de analyse van wie kwetsbaar is en wie niet. Door alleen muren te bouwen zullen vele kwetsbaren onzacht aan hun einde komen.

Bart Staes is Europarlementslid voor Groen

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift