Een groot menselijk kapitaal alleen is niet genoeg, ook het bestuur en het ondernemingsklimaat moeten verbeteren

Gebrek aan menselijk kapitaal zet rem op groei in Latijns-Amerika

Luis Wilker Perelo WilkerNet / Pixabay

In 1990 bedroeg het gemiddelde bruto binnenlands product (bbp) per persoon in Latijns-Amerika iets meer dan een kwart van het inkomensniveau van de Verenigde Staten. In de ontwikkelingslanden en opkomende economieën van Azië was dat slechts 5 procent. In 2019 hadden Aziatische landen hun groei verviervoudigd, maar Latijns-Amerika zat nog steeds op hetzelfde niveau. Wat zijn de redenen voor deze zwakke relatieve inkomensgroei?

Aangezien Azië dubbel zoveel investeringen heeft als Latijns-Amerika, is het verleidelijk om de lage groei te wijten aan de lage investeringen. Maar de ervaring van Centraal-, Oost- en Zuidoost-Europa ontkracht dat verhaal, aangezien die regio een snellere groei realiseerde dan Latijns-Amerika met minder investeringen dan Azië.

Minder menselijk kapitaal

In een nieuw werkdocument vergelijken we de ervaringen van de drie regio’s (vóór COVID-19) en concluderen we dat Latijns-Amerika armer is doordat er minder menselijk kapitaal en lagere productiviteit is, en niet door een gebrek aan investeringen.

We nemen Mexico en Polen als voorbeeld. In de afgelopen 25 jaar heeft Mexico meer geïnvesteerd (als percentage van het bbp), maar de groei per hoofd van de bevolking is veel trager verlopen. Wat is de oorzaak voor deze situatie?

Investeringen verhogen in feite het inkomen. Een grotere kapitaalvoorraad per werknemer verhoogt het bbp per persoon. Maar alleen tot een bepaald punt; daarna begint het investeringsrendement te dalen. Iemand die pizza bezorgt met een motorfiets, levert meer dan iemand die dat te voet doet. Maar als de bezorger twee motorfietsen heeft, of een duurdere motorfiets, zal zijn productie niet veel toenemen.

Verhoging van productiviteit

Op de lange termijn wordt de groei niet door een groter volume aan middelen (arbeid en kapitaal) gegenereerd maar door meer productiviteit (hoeveel men de productie kan verhogen met dezelfde middelen in dezelfde tijd).

Een verhoging van de productiviteit hangt slechts gedeeltelijk af van technologische vooruitgang. In de tijd van Charles Dickens werden brieven met ganzenveer geschreven. Een eeuw geleden met typemachines. Tegenwoordig met computers. 

Het is duidelijk dat kantoormedewerkers nu veel productiever zijn. Maar dat hangt ook af van menselijk kapitaal. Met dezelfde computer kan iemand met een universitair diploma veel productiever zijn dan iemand die alleen de basisschool heeft afgemaakt.

Menselijk kapitaal en productiviteit

We hebben de verschillende componenten van de bbp-groei in Polen en Mexico sinds 1995 bestudeerd en het beeld is heel duidelijk: de combinatie van menselijk kapitaal en productiviteit is een belangrijke positieve factor in het Europese land, maar vaak een negatieve factor in het Noord-Amerikaanse.

Onze studie stelt dat landen niet sneller zullen groeien of het inkomensniveau van de rijkste regio’s van de wereld zullen benaderen als het menselijk kapitaal, het bestuur en het ondernemingsklimaat niet verbeteren.

Goed bestuur en een goed ondernemingsklimaat zijn belangrijk om de productiviteit te verhogen. In landen waar eigendomsrechten niet gegarandeerd zijn en het bestuur tekortschiet, blijven bedrijven klein en de productiviteit laag. In goed beheerde landen kunnen succesvolle bedrijven groeien in omvang en efficiëntie.

Verschillen in inkomensniveau 

Ons document laat zien dat landen met meer menselijk kapitaal en beter bestuur en een beter ondernemingsklimaat over het algemeen rijker zijn dan landen waar deze variabelen tekortschieten. Een groot menselijk kapitaal alleen is niet genoeg: onze analyse laat zien dat landen alleen floreren als ook het bestuur verbetert.

Het is niet verwonderlijk dat Mexico in beide opzichten achterblijft bij Polen. In het algemeen geldt hetzelfde voor Latijns-Amerika in vergelijking met de ontwikkelde landen of opkomende economieën in Europa, wat verklaart waarom het relatief armer is. Er zijn natuurlijk uitzonderingen: in Chili is het bestuur vergelijkbaar met sommige geavanceerde economieën en beter dan in de meeste opkomende economieën in Azië.

Onze studie stelt dat landen niet sneller zullen groeien of het inkomensniveau van de rijkste regio’s van de wereld zullen benaderen als het menselijk kapitaal, het bestuur en het ondernemingsklimaat niet verbeteren.

Het succes van Oost-Europa

In 1989, aan de vooravond van de val van de Berlijnse Muur, waren de landen achter het IJzeren Gordijn veel armer dan die in West-Europa. Tegenwoordig hebben sommigen een inkomensniveau dat vergelijkbaar is met dat van Spanje en Italië.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De convergentie verliep snel omdat het menselijk kapitaal al vergelijkbaar was met dat van West-Europa, terwijl het inkomen veel lager was in het begin van de jaren negentig. De versterking van de instellingen droeg daartoe bij, en daarbij speelde de Europese Unie (EU) een belangrijke rol. 

Het vooruitzicht van EU-lidmaatschap leidde tot verdere hervormingen en versterkte de groei. Landen die lid zijn geworden of daartoe inspanningen hebben geleverd, kenden aanzienlijke verbeteringen.

Geen convergentie in Latijns-Amerika 

Latijns-Amerika bleef om twee belangrijke redenen achter in het convergentieproces. Ten eerste had het niet dezelfde combinatie van groot menselijk kapitaal en laag inkomen als de voormalige communistische landen. 

In feite was het niveau van het bbp per hoofd van de bevolking halverwege de jaren negentig iets hoger dan kon worden verwacht met het aanwezige menselijk kapitaal. Ten tweede kende Latijns-Amerika niet de sterke institutionele verbetering die zich in Europa heeft voorgedaan. In veel landen gingen de indicatoren voor goed bestuur zelfs achteruit.

De factoren die de groei belemmeren, maken beleggen ook minder aantrekkelijk. Onze conclusie is dat het gebrek aan investeringen in Latijns-Amerika niet de oorzaak is van de lage groei maar het resultaat. Overheden die zich uitsluitend richten op het stimuleren van investeringen, moeten het probleem misschien vanuit een ander perspectief bekijken.

Bas Bakker is hoofd van de afdeling Zuid-Amerika III van het Departement Westelijk Halfrond van het IMF. Manuk Ghazanchyan, Alex Ho en Vibha Nanda zijn economen op dezelfde afdeling.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift