Geert Bourgeois over de Mapuche

In de Wereldblog schreef Tijs Boelens een open brief aan Vlaams minister Geert Bourgeois. Aanleiding: de Vlaamse steun voor de Chileense Mapuche-indianen. Minister Bourgeois antwoordt.
Mari Mari Pu Lamien!
Met deze traditionele begroeting in het Mapudungun, de taal van de Mapuche-indianen, wil ik het antwoord beginnen op de open brief van Tijs Boelens over mijn steun aan die Chileense inheemse bevolkingsgroep.
Geachte heer Boelens,
Eerst en vooral wil ik u bedanken omdat u de problematiek van de Mapuches nog eens onder de aandacht brengt van een breed publiek. Ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn politiek ten aanzien van de pueblos originarios van Chili uit de doeken te doen.
Om te beginnen wil ik hier een misverstand rechtzetten. De initiatieven die ik wil ontplooien met de Mapuche-gemeenschap vallen niet onder het Vlaamse Ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, maar wel onder het bilaterale beleid. Dit is een belangrijk verschil. Vlaanderen werkt al sinds 1995 samen met Chili op zowat alle terreinen waarvoor het bevoegd is: wetenschap, milieu, onderwijs, cultuur, huisvesting, landbouw, welzijn… Iedere Vlaamse minister kan, voor wat haar of zijn bevoegdheid betreft, meestappen in het tweejaarlijkse werkprogramma dat beide partners samen opstellen. Als Vlaams minister voor Buitenlands Beleid beschik ik ook over een budget om uitvoering te geven aan de internationale verdragen die Vlaanderen heeft gesloten. Ik heb een tijdje geleden inderdaad besloten om die middelen voor Chili hoofdzakelijk te richten op de ontwikkeling van de inheemse volkeren.
Uiteraard speelt mijn persoonlijke gevoeligheid voor de ontvoogdingsstrijd van volkeren daar een rol in. Ik zie die ontvoogdingsstrijd niet in een marxistisch kader van kapitalisme versus identiteit, maar wel als een samengaan van economische en sociale vooruitgang en culturele verheffing. Het klopt dat in de huidige Chileense samenleving de cultuur van de Mapuche in de verdrukking is. Vele duizenden Mapuche zijn uit het zuiden naar de hoofdstad Santiago uitgeweken, op de vlucht voor de armoede. Daar worden zij niet zelden geconfronteerd met discriminatie en uitsluiting. Zij die toch werk hebben, krijgen doorgaans de slechtst betaalde baantjes. Deze situatie bestaat al decennia en heeft er toe geleid dat de Mapuche in de steden zich hoe langer hoe meer lieten en laten ‘verchilenen’ om toch maar vooruit te komen op de sociale ladder. Zo zijn velen hun taal en cultuur grotendeels kwijt geraakt.
De initiatieven die ik wil ontplooien zullen er juist op gericht zijn om de economische ontwikkeling in het land van de Mapuche zelf een duwtje te geven. Het is dus heus niet zo dat ik de Mapuche ten prooi wil laten vallen aan het alom heersende harde kapitalisme. Het is juist mijn overtuiging dat een gezonde basis voor welvaart bestaat in het creëren van kleine en middelgrote ondernemingen – zoals dat in Vlaanderen het geval is. Ondernemingen die lokaal ingebed zijn vormen geen bedreiging voor de eigen taal en cultuur, maar produceren juist de nodige economische zuurstof die nodig is voor het vrijwaren van de eigen taal en cultuur.
Het spreekt vanzelf dat ik daarbij niet wil te werk gaan als een olifant in een porseleinwinkel. Vlaanderen heeft  in de voorbije jaren al projecten gefinancierd met de Mapuche en andere inheemse groepen, o.m. via de Corporacion Justicia y Democracia van oud-president Aylwin. Dankzij Justicia y Democracia werden enkele tientallen jonge inheemse leiders opgeleid om te kunnen participeren binnen de democratische structuren van Chili, zodat zij de rechten van hun volk beter kunnen verdedigen. Ik heb tijdens mijn zending naar Chili kunnen vaststellen dat die opleidingen hun effect niet missen.
Ik wil hier terzijde nog opmerken dat de Chileense overheid wel degelijk inspanningen doet om het lot van de inheemse bevolking te verbeteren. Reeds 15 jaar geleden werd de Ley Indígena afgekondigd, gevolgd door een reeks bijkomende wetten en decreten die er op gericht zijn de oorspronkelijke bevolking in haar rechten te herstellen. Met die wet werd o.m. het Agentschap voor de Ontwikkeling van Inheemse Volken, CONADI opgericht. Niettemin is er nog een heel lange weg af te leggen op dat gebied. De overheid ontwikkelt maar met mondjesmaat nieuwe initiatieven. Door middel van de projecten die ik met de inheemse bevolking wil doen hoop ik de Chileense autoriteiten te kunnen meetrekken in dat verhaal.
Mijn administratie zal de komende maanden in Chili op zoek gaan naar projecten die de ontwikkeling van de Mapuche ten gunste kunnen komen, bijvoorbeeld duurzaam toerisme. We laten ons hierin adviseren door mensen die het terrein kennen en die op de hoogte zijn van de do’s en don’ts. Het laatste wat ik wil is dat we de Mapuche zouden opzadelen met projecten die niet verenigbaar zijn met hun visie op de omgeving en de wereld. Het wordt een uitdaging om daarin een evenwicht te vinden.
Ik ben er van overtuigd dat de Mapuche en het land waarin zij leven alle troeven in huis hebben om op een duurzame wijze tot ontwikkeling te komen. Economische vooruitgang kan wel degelijk hand in hand gaan met het behoud van de eigen cultuur.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift