‘Geopolitieke chaos toont nog maar eens waarom we snel af moeten van olie’

IPS / The Conversation / Hussein Dia

06 maart 2026
Opinie

‘Geopolitieke chaos toont nog maar eens waarom we snel af moeten van olie’

De oorlog in het Midden-Oosten doet landen over de hele wereld een versnelling hoger schakelen om minder afhankelijk van olie te worden. Landen die voluit inzetten op elektrificatie hebben een stevige voet voor, schrijft energie-expert Hussein Dia. ‘Minder olieafhankelijkheid is niet enkel klimaatbeleid, het is van vitaal belang voor energiezekerheid en nationale veiligheid.’

Wereldwijd staan de oliemarkten op scherp, nu de aanvallen van Israël en de Verenigde Staten op Iran in volle hevigheid woeden.

We zagen de olieprijzen al stijgen, nog voor er sprake was van verstoringen in de aanvoer. Oliehandelaren hielden al meteen rekening met de mogelijkheid dat de Straat van Hormuz geblokkeerd zou worden.

Ongeveer een vijfde van de wereldwijd verhandelde olie passeert de smalle waterweg tussen Iran in het noorden en Oman en de Verenigde Arabische Emiraten in het zuiden. Ondertussen is een olietanker gebombardeerd en is het scheepvaartverkeer zo goed als volledig tot stilstand gekomen. Maar voor de wereldwijde energiemarkten deed de dreiging van een onderbreking alleen al de prijzen stijgen.

Olie is een apart verhaal. De controle over deze erg energierijke brandstof bepaalt de geopolitiek. Driekwart van de wereldbevolking woont in landen die afhankelijk zijn van olie-import. Het beheersen van de olie- en, in toenemende mate, ook gasstromen wordt al lange tijd als drukmiddel gebruikt, van de oliecrisissen in de jaren 1970 tot de Russische stopzetting van de gasleveringen aan Europa in 2022.

Elke serieuze verstoring van het tankerverkeer in de Golf stuurt schokgolven door de wereldwijde oliemarkten en bedreigt de economische stabiliteit. Ook in Australië zijn er bijvoorbeeld al lange files waargenomen, omdat automobilisten proberen te tanken voordat de prijzen stijgen.

Maar naarmate de internationale spanningen toenemen, zien we dat landen van Cuba tot Oekraïne en Ethiopië hun plannen versnellen om de afhankelijkheid van olie te verminderen en hun energiezekerheid te versterken.

De macht van olie

De machtige status van olie werd duidelijk tijdens het olie-embargo van 1973. Grote olieproducenten in het Midden-Oosten verlaagden de productie toen drastisch in een poging om het buitenlands beleid van de VS te beïnvloeden. 

De prijzen verviervoudigden, economieën stagneerden en de energiezekerheid werd vrijwel van de ene op de andere dag een centraal politiek thema. De Organisatie van Petroleumexporterende Landen (OPEC) heeft sindsdien de productie gecoördineerd om de prijzen op te drijven.

Tegenwoordig zien de controlemechanismen er nog anders uit, maar de macht die voortvloeit uit de olieafhankelijkheid is niet meer afgenomen.

Zelfs vóór de Amerikaanse militaire actie hebben sancties tegen grote producenten zoals Iran en Venezuela de productie doen dalen en de handelsstromen beïnvloed.

De huidige spanningen in de buurt van knooppunten zoals de Straat van Hormuz leiden tot risicopremies in de prijzen.

Oliemarkten zijn toekomstgericht, wat betekent dat de prijzen niet alleen de huidige vraag en aanbod weerspiegelen, maar ook de verwachtingen over wat er mogelijk gaat gebeuren.

De aanvallen op Iran hebben ertoe geleid dat de prijs van Brent-olie – het wereldwijde ijkpunt – schommelt rond de 76 dollar per vat, terwijl dat een paar weken geleden nog 68 dollar was. Omdat de prijzen globaal zijn, kan politieke instabiliteit waar dan ook, wereldwijde economische gevolgen hebben.

Minder afhankelijk

In 2015 blokkeerde India de olie-import naar Nepal, wat tot chaos leidde. Maar als reactie stimuleerde de Nepalese overheid een snelle groei van elektrische voertuigen. Sindsdien daalt de olie-import.

Recent hebben de oorlog tussen Rusland en Oekraïne en de Amerikaanse aanvallen op Venezuela en Iran de aandacht opnieuw sterk gevestigd op het verminderen van de olie-import en het versterken van de binnenlandse energiezekerheid.

In het sterk olieafhankelijke Cuba heeft de Amerikaanse druk de olietoevoer drastisch verminderd. Stroomuitval is er dagelijkse kost en auto's staan ​​stil. De reactie die we zien: overheid en bedrijven importeren maar liefst 34 keer zoveel Chinese zonnepanelen als een jaar geleden.

Die verschuiving wordt niet gedreven door ideologie, maar door noodzaak. Ook de import van elektrische voertuigen groeit explosief. ‘Cuba maakt mogelijk de snelste energietransitie ter wereld door’, zei een Cubaanse econoom aan The Economist.

Hernieuwbare energiebronnen veranderen de koers 

In tegenstelling tot olie kunnen zonnepanelen en windturbines wel getransporteerd worden via andere wegen dan de maritieme knelpunten zoals de Straat van Hormuz. En hernieuwbare energiebronnen worden niet op dezelfde gecentraliseerde, wereldwijde manier verhandeld. Elektriciteit wordt lokaal opgewekt en ook steeds vaker op veel kleinere locaties.

Rusland heeft tijdens de oorlog van bij het begin de energie-infrastructuur en elektriciteitscentrales van Oekraïne als doelwit genomen. Als reactie daarop voerde Oekraïne de productie van hernieuwbare energie zo snel als mogelijk op. Decentrale energieopwekking is immers veel moeilijker te vernietigen. Of zoals een Oekraïense energie-expert aan Yale360 vertelde: één enkele raket kan een kolencentrale uitschakelen, voor een windmolenpark zijn er minsten veertig raketten nodig.

Decentrale energieopwekking is ook een stuk veerkrachtiger - schade aan één windmolenpark zal het elektriciteitsnet echt niet doen instorten.

Elektrische auto’s 

Elektrificatie van het vervoer is een belangrijk onderdeel van deze nieuwe benadering inzake energiezekerheid.

Elektrische auto’s en vrachtwagens, aangedreven door lokaal opgewekte elektriciteit, verminderen de afhankelijkheid van de wereldwijde oliemarkten. Deze gedachte is onder meer terug te zien in het besluit van Ethiopië om de verkoop van nieuwe auto's met verbrandingsmotor te verbieden.

China importeert het grootste deel van zijn olie, en die komt grotendeels uit Iran. Maar ook Peking schakelt een versnelling hoger in de overgang naar elektrische voertuigen. Vorig jaar was de helft van de nieuwe auto's in China al elektrisch, inmiddels goed voor 12 procent van het totale wagenpark. China gebruikt olie echter steeds meer voor de productie van plastic, niet voor transport. De toegenomen import vorig jaar was dan ook vooral een gevolg van de aanleg van enorme voorraden - anticiperend op de wereldwijde onzekerheid.

Australië is een land dat het overgrote deel van de geraffineerde brandstoffen moet importeren. Na ongeveer een maand zou het al door de benzinevoorraad heen zijn.

Als oorlogen de olieprijzen opdrijven, zal de pijn aan de benzinepomp ook voelbaar worden in de transportkosten, voedselprijzen en inflatie.

En hoewel de overgang naar elektrische voertuigen versnelt, loopt Australië achter op de rest van de wereld. Zelfs nu elektriciteit snel groen wordt, blijft het transport grotendeels afhankelijk van buitenlandse olie. Dat maakt een land als Australië tegenwoordig bijzonder kwetsbaar.

Energiebeleid is veiligheidsbeleid

Hernieuwbare energie zal geopolitieke risico’s niet doen verdwijnen. Elektriciteitsnetten worden bijvoorbeeld ook geconfronteerd met cyberdreigingen. Kritieke toeleveringsketens voor mineralen introduceren nieuwe afhankelijkheden – en een groot deel van de huidige productie van zonnepanelen, batterijen en elektrische voertuigen is geconcentreerd in China.

Maar toch is er een duidelijk structureel verschil. Gedecentraliseerde systemen zijn moeilijker te manipuleren via knelpunten in de toeleveringsketen. Eenmaal geïnstalleerd wekken zonnepanelen lokaal energie op.

Olie heeft de wereldpolitiek decennialang bepaald omdat het transporteerbaar is, wereldwijd wordt verhandeld en slechts een paar landen over grote reserves beschikken.

De afhankelijk van olie verminderen wordt vaak louter gezien als klimaatbeleid. Maar het is ook van vitaal belang voor energiezekerheid en nationale veiligheid. Minder olie verbruiken vergroot de weerbaarheid tegen schokken en tegen beïnvloeding door andere landen.

De crisis in Iran zal mogelijk niet leiden tot aanhoudende prijsstijgingen. Het aanbod kan zich aanpassen. Markten kunnen stabiliseren. Maar wereldleiders dienen wél te heroverwegen hoe slim blootstelling aan wereldwijd verhandelde olie nog is, in een wereld die zo volatiel is als vandaag.

Hussein Dia is hoogleraar Transporttechnologie en Duurzaamheid aan Swinburne University of Technology.

Deze opinie is eerder verschenen bij IPS-partner The Conversation.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.