‘Gezondheidszorg met twee snelheden is voor niemand goed’

Vorig jaar beviel de Belgische Françoise Vermeersch van een zoontje en daarbij kon ze beroep doen op private zorg. Intussen beviel haar Zuid-Afrikaanse vriendin zonder die steun. De vergelijking toont aan waarom de strijd voor het recht op gezondheid nog niet gestreden is.

  • Rafiq Sarlie (CC BY-ND 2.0) Het Rahima Moosa ziekenhuis in Johannesburg. Rafiq Sarlie (CC BY-ND 2.0)
  • © FOS '17% van de inwoners van Zuid-Afrika zijn in meer of mindere mate medisch verzekerd.' © FOS
  • © FOS 'Wie net als 83% van de Zuid-Afrikanen geen plaatselijke medische verzekering heeft, moet alle kosten zelf voorfinancieren.' © FOS

Morgen is het Wereldgezondheidsdag. Naar aanleiding van die dag lanceerde FOS de campagne #solidariteitkanjezien, waarmee het wereldwijde verschijnsel van commercialisering van gezondheidszorg wordt aangeklaagd.

Zelf ben ik bevoorrecht, omdat ik met bescherming van de Belgische sociale zekerheid gebruik kan maken van de private gezondheidszorg in Zuid-Afrika, maar ook omdat ik dankzij mijn werk kennis kan maken met mensen die in een volledig andere context als mij opgroeien. Khomotso, 22 jaar, is een van hen. Ze is afkomstig uit het rurale noorden van Zuid-Afrika en is, zoals 50% van de jongeren, werkloos. Ze woont samen met haar partner en baby in Makouse, een grote sloppenwijk ten oosten van Johannesburg. Net als mij bracht ze in 2015 een kind op de wereld.

Khomotso

Door de gezondheidszorg open te stellen voor big business hebben heel wat mensen geen toegang tot kwalitatieve en betaalbare zorg. Naar aanleiding van de Wereldgezondheidsdag op 7 april start de ngo FOS, samen met ABVV, de Socialistische Mutualiteiten en 11.11.11, een campagne om dat onrecht aan te kaarten. Meer info op solidariteitkanjezien.be.Tijdens haar zwangerschap komt Khomotso terecht in de lokale kliniek. Er is geen openbaar vervoer ernaartoe, alleen overvolle collectieve busjes.

Je moet er ’s morgens vóór zes uur toekomen en je beurt geduldig afwachten, maar het is gratis. Haar bloeddruk en temperatuur wordt gemeten en er is hartslagmonitoring voor de baby. Ze krijgt wel geen advies, ziet geen artsen en al zeker geen gynaecoloog.

Op zeven maanden neemt ze het zekere voor het onzekere en ze gaat ze naar een privépraktijk voor een echo. In totaal zal ze een zestal keer prenatale opvolging hebben gehad.

‘Het ziekenhuis kostte haar niets, maar ze spendeerde wel fortuinen aan transport.’

Als de weeën starten brengt een ambulance haar 25 km verder naar het publieke Bara ziekenhuis in Soweto. Het ziekenhuis wil haar terugsturen wegens niet ver genoeg, maar ze dringt aan. Ze krijgt een kamer toegewezen en wordt daar alleen achtergelaten. Rond acht uur bevalt ze, begeleid door twee dames. Verpleegsters? Vroedvrouwen? Dat weet ze niet.

Ze blijft alleen achter in haar kamer en moet zelf zien te ontdekken hoe ze borstvoeding moet geven. Ze moet haar plan trekken om een douche te nemen. De volgende dag krijgt haar kind vaccins. Verder geen info, geen dokters. Om vijf uur in de namiddag moet ze buiten. Ze gaat naar huis met de taxi.

Drie dagen na de bevalling moet ze naar de lokale kliniek voor controle. Wandelen doet pijn, maar ze moet wel. Ze krijgt te horen dat alles goed is met haar en haar baby. Bij de zes wekencontrole blijkt dat de baby geelzucht heeft. Ze moet haar dochter laten opnemen in het ziekenhuis. Overdag mag ze bij haar kind blijven, maar ’s nachts moet ze haar achterlaten. Niemand vertelt haar wat mis is met haar baby.

Uiteindelijk gaat ze met haar baby naar het Baraziekenhuis, waar ze eerder beviel. De baby ondergaat een kijkoperatie maar er wordt niets gevonden. Ook hier mag ze niet bij haar baby blijven en reist ze dus elke dag op en af, vijfentwintig kilometer. Ze krijgt bitter weinig informatie en al helemaal geen steun. Na zes weken mag de baby weer naar huis. Khomotso zal nooit weten wat er met haar baby scheelde. Het ziekenhuis kostte haar niets, maar ze spendeerde wel fortuinen aan transport en is nu nog steeds onzeker omdat ze niet weet wat haar dochter scheelt.

© FOS

‘17% van de inwoners van Zuid-Afrika zijn in meer of mindere mate medisch verzekerd.’

Françoise

Ook ik werd voor het eerst mama in Zuid-Afrika. Via de Belgische sociale zekerheid krijg ik, veertig jaar, toegang tot de privézorg. Omdat ik, net als 83% van de Zuid-Afrikanen, geen plaatselijke medische verzekering heb, moet ik alle kosten zelf voorfinancieren.

Ik ga naar de huisarts om te weten wat ik in Zuid-Afrika moet doen. Die verwijst me door naar een gynaecoloog verbonden aan een privéziekenhuis. Er wordt een schema afgesproken voor opvolging. Bij vier maanden weet ik dankzij de echo dat ik een zoontje verwacht.

‘Een keizersnede is bijna de standaardprocedure, het brengt namelijk meer op voor artsen.’

Inmiddels heb ik beslist dat ik poliklinisch wil bevallen omdat ik geen keizersnede wil, bijna de standaardprocedure in de privézorg. Keizersneden brengen immers meer op voor de artsen en velen zijn er inmiddels van overtuigd dat dit het meest comfortabele is.

Daarom moet ik op zoek gaan naar een ziekenhuis dat poliklinisch bevallen toestaat, me daar inschrijven en een vroedvrouw aanwerven voor de bevalling. Ik wissel bezoeken bij de gynaecoloog af met afspraken bij de vroedvrouw, telkens met maximaal een uur wachttijd in de wachtzaal. In totaal zal ik vóór de bevalling zo’n 70.000 rand (ongeveer €4171) op tafel hebben moeten leggen.

Wanneer ik in week tweeënveertig naar de kliniek wordt doorverwezen om de geboorte in te leiden, krijg ik te horen dat ik eigenlijk niet meer zou mogen worden aanvaard, want de kliniek is overgenomen door een grote commerciële groep en mensen zonder lokale ziekteverzekering mogen er niet meer komen, omdat het moeilijker zou zijn om haar bij eventuele complicaties door te sturen naar een ander ziekenhuis.

Maar aangezien ik eerder aangemeld was, is het uiteindelijk gelukkig geen probleem. Mijn man blijft de hele tijd bij me en er is constant medische attentie. Na de geboorte krijg ik van vier vroedvrouwen ondersteuning bij het aanleggen van de baby voor borstvoeding. Voor de douche komen twee mensen hepen. Er komt een verpleegster langs voor vaccins, een pediater onderzoekt m’n baby en er wordt een gehoortest genomen. Mama en baby mogen met een gerust hart naar huis.

De vroedvrouw komt na drie dagen thuis langs. Tien dagen na de bevalling ontdek ik complicaties en moet ik onder het mes, maar de kosten worden gerecupereerd ter hoogte van de terugbetalingen in de Belgische sociale zekerheid.

© FOS

‘Wie net als 83% van de Zuid-Afrikanen geen plaatselijke medische verzekering heeft, moet alle kosten zelf voorfinancieren.’

Werk aan de winkel

Een goede perinatale begeleiding is cruciaal voor een goede start in het leven, maar die is gebruikers van het Zuid-Afrikaanse publieke gezondheidssysteem niet gegund. Via dat publieke gezondheidssysteem krijg je wel gratis toegang tot gezondheidszorg, maar geen informatie. Voor Khomotso was poliklinisch bevallen de standaardzorg. Ik moest daarentegen actief zoeken naar manieren om dat te kunnen doen, omdat ik geen extra risico’s wilde lopen door voor een keizersnede te kiezen.

Ik kreeg informatie van het medisch personeel, kreeg keuzemogelijkheden, kende de vroedvrouw die me begeleid heeft bij de geboorte, en  een gynaecologe volgde me op. Ik moest zelden wachten om medisch personeel te zien terwijl Khomotso telkens heel vroeg ’s morgens in de kliniek aanwezig moest zijn. Kleine ongemakken tijdens de zwangerschap werden bij mij vroeg aangepakt, terwijl ze bij Khomotso niet eens werden opgespoord. Ik ben duidelijk de winnaar in dit verhaal.

En toch heb ik ook m’n bedenkingen bij de privézorg. Ten eerste is de toegang ertoe beperkt. 17% van de inwoners van Zuid-Afrika zijn in meer of mindere mate medisch verzekerd. Je verzekeraar bepaalt welke zorgen je mag hebben. Bij het binnenkomen in het ziekenhuis wordt gecontroleerd welke zorgen je mag krijgen en welke kosten je mag maken. Indien je onvoldoende verzekerd bent, moet je meteen grote bedragen op tafel leggen. Informatie is beschikbaar, maar je moet er nog steeds je weg in banen en hard je best doen om keuzes te maken. Omdat er geen maatschappelijke controle is, ben je ook nooit zeker dat je de beste zorg zal krijgen. Mijn conclusie: werk aan de winkel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift