Het Europees Jaar voor de Ontwikkeling? Laat me niet lachen

Voor de Europese Unie is 2015 een belangrijk jaar op het vlak van ontwikkelingssamenwerking, zegt Joren Verschaeve. Of het had een belangrijk jaar moeten zijn. Want door de quasi afwezige rol van de Europese Commissie in het publieke debat over het al dan niet snoeien in de ontwikkelingsbudgetten, zou 2015 wel eens een van de donkerste jaren in de geschiedenis van de Europese ontwikkelingssamenwerking kunnen worden.

  • Υπουργείο Εξωτερικών (CC by-sa 2.0) 2015 zit er bijna op en kunnen we niet anders dan vaststellen dat er van de mooie beloftes over ontwikkelingssamenwerking door de Europese Unie weinig in huis is gekomen. Υπουργείο Εξωτερικών (CC by-sa 2.0)

2015 is in vele opzichten een bijzonder jaar voor internationale ontwikkelingssamenwerking. Zo verstrijkt dit jaar de deadline voor de acht “Millennium Development Goals” (MDGs). Eind september werden dan ook met veel bombarie de opvolgers van de MDGs – de Sustainable Development Goals (SDGs) oftewel Global Goals – bekend gemaakt op de VN-top in New York. En nog dit jaar streek het ganse ontwikkelingscircus neer in Addis Ababa om er afspraken te maken over de financiering van ontwikkelingshulp post-2015.

Mooie beloftes

Ook voor de Europese Unie is 2015 een belangrijk jaar op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. Sterker nog, 2015 werd officieel gedoopt tot het Europees jaar voor de Ontwikkeling. Dit is een unicum in de geschiedenis van de Europese integratie.

Sinds 1983 werkt de Europese Unie met zogeheten “Europese jaren”. Hiermee wil de EU elk jaar een bepaalde problematiek of thema in de verf zetten en geeft men het politieke signaal om een extra inspanning te leveren rond dit onderwerp. Zo had je in het verleden onder meer het Europees jaar van de vrijwilligers (2011), van creativiteit en innovatie (2009), sport (2004), verkeersveiligheid (1986)…

Grote afwezige in deze lijst waren thema’s gelinkt aan het externe optreden van de EU. Tot men vorig besliste om van 2015 het Europees jaar voor de ontwikkeling te maken: hoera. De ambities van de EU zijn ook niet gering. Zoals te lezen staat op haar website, wil Europa er dit jaar alles aan doen om de “burgers uit te leggen hoe de ontwikkelingshulp van de EU werkt en aan te tonen dat de hulp een werkelijk en blijvend verschil maakt”.

Ondertussen zit 2015 er bijna op en kunnen we niet anders dan vaststellen dat er van bovenstaande mooie beloftes weinig in huis is gekomen. Op PR-vlak valt er niets aan te merken op de prestaties van de EU. Het twitteraccount van het Europees jaar van de ontwikkeling (@EYD2015) is bijzonder actief en ook de bijbehorende website puilt ondertussen uit van de succesverhalen over Europese ontwikkelingshulp.

Als het er écht toe deed, blonk de Europese Commissie het afgelopen jaar uit in afwezigheid.

Versta me niet verkeerd, dergelijke successen zijn er zeker en ze zijn talrijk. Maar als het er écht toe deed, blonk de Europese Commissie het afgelopen jaar uit in afwezigheid. Het meest tragische voorbeeld is zonder twijfel de quasi volledig afwezige rol van de Commissie in het (hevige) publieke debat dat momenteel leeft in tal van Europese lidstaten over het al dan niet snoeien in de ontwikkelingsbudgetten.

Dit is, op zijn zachtst uitgedrukt, vreemd en verontrustend. Waarom? De EU – en dan in het bijzonder de Europese Commissie – heeft zich het voorbije decennium binnen Europa prominent een voortrekkersrol aangemeten op vlak van ontwikkelingsfinanciering. Een voortrekkersrol die anno 2015 echter niets meer voorstelt.

De alarmbel van de Europese Commissie

Het EU leiderschap inzake ontwikkelingsfinanciering gaat terug tot 2002, meer bepaald de VN-conferentie in Monterrey waar op mondiaal niveau engagementen werden gemaakt om de MDGs financieel te ondersteunen. In de aanloop naar deze conferentie nam de Europese Commissie binnen Europa het voortouw en er werd in Barcelona afgesproken dat we op Europees niveau gezamenlijk 0,7% van ons BBP aan ontwikkelingshulp zouden besteden tegen 2015.

Nadien werd dit politieke engagement nog verder verfijnd door middel van een aantal tussentijdse doelen die gehaald moesten worden in respectievelijk 2006 (0,33%) en 2010 (0,50%). De Europese Commissie kreeg een centrale rol als scheidsrechter en moest op permanente basis opvolgen in hoeverre de verschillende EU-lidstaten hun engagementen nakwamen. Juridische stappen kon de Commissie niet nemen, maar het idee was dat men vanuit Brussel landen publiek aan de schandpaal kon gaan nagelen moest dat nodig blijken.

Zo gezegd, zo gedaan, en sindsdien publiceert de Commissie elk jaar een lijvig rapport waarin het de prestaties van alle EU-lidstaten uitvoerig gaat bespreken. En dreigde het dan toch de verkeerde kant uit te gaan in een bepaald land, dan was ze er als de kippen bij om –samen met andere spelers zoals pakweg de OESO of Oxfam – de alarmbel te luiden.

Anno 2015 kunnen we niet anders dan vaststellen dat de alarmbel (van de Europese Commissie) nooit meer weerklinkt in Brussel

Anno 2015 kunnen we echter niet anders dan vaststellen dat die alarmbel nooit meer weerklinkt in Brussel, waarschijnlijk ergens verloren gegaan met het aantreden van de nieuwe Commissie eind vorig jaar. Zo bleef het opvallend stil in Brussel toen het afgelopen jaar eerst Frankrijk, en later ook Finland, Denemarken en Zweden bekend maakten dat ze van plan zijn zwaar te snoeien in hun ontwikkelingsbudgetten.

Het meest recente voorbeeld is dat van Zweden. Begin november gaf de Zweedse regering te verstaan dat ze hun ontwikkelingsbudgetten naar alle waarschijnlijk tot 60% gaan verminderen om op die manier extra middelen vrij te maken om de vluchtelingencrisis in eigen land aan te pakken.

Het hoeft weinig verbazing dat deze uitspraken heel wat stof deden opwaaien, zeker als je weet dat Zweden relatief gezien sinds jaar en dag de grootste donor is ter wereld. Opiniemakers, ngo’s en politieke actoren uit zowel binnen- als buitenland spaarden hun kritiek niet. Grote afwezige in het debat: de Europese Commissie.

Ook eerder dit jaar, toen zware besparingen werden aangekondigd in Parijs (-6%), Kopenhagen (-20%) en Helsinki (-43%) kwam de Europese Commissie niet verder dan deze af te doen als een “ongelukkige keuze”. Het contrast met de scherpe kritieken van pakweg de Franse Assemblee, de OESO of Concord (de Europese koepel van Noord-Zuid ngo’s) kan bijna niet groter.

En laat dit laatste nu net zijn waar het schoentje knelt. Je kan je terecht de vraag stellen in hoeverre de Europese Commissie überhaupt ooit sterk kan wegen op de budgettaire beslissingen van haar lidstaten.

De macht van de lidstaten

De engagementen die in 2002 werden aangegaan en de niet bindende opvolgingsmechanismen die werden geïnstalleerd, waren misschien té naïef als je weet dat ontwikkelingssamenwerking tot op de dag van vandaag een belangrijk onderdeel is van de buitenlandse politieke toolbox van een land. En zeker wanneer het gaat over het besteden van euro’s zijn het finaal nog altijd de nationale regeringen die de knopen doorhakken, heel vaak uitsluitend in functie van binnenlandse politieke overwegingen.

Je kon de Europese Commissie er echter nooit van beschuldigen dat ze haar best niet deed. Op zeer consequente wijze, en ongetwijfeld vaak tegen beter weten in, mengde de Commissie zich in het publieke debat, schouderklopjes uitdelend aan de lidstaten die goed presteerden, en de slechte leerlingen besmeurend met pek en veren.

Ironisch genoeg is hier verandering ingekomen in 2015, in het Europees jaar voor de Ontwikkeling nota bene. En dat is laakbaar. Donoren zoals Zweden, Finland of Denemarken zijn al decennia lang toonaangevend, jaar na jaar flink 0,7% (en vaak zelfs meer) van hun BBP spenderend aan ontwikkelingshulp. Terecht vrezen velen dan ook voor een domino-effect, want waarom zou pakweg België of Spanje nog extra inspanningen leveren wanneer zelfs de besten van de klas blijk geven die niet langer hun best te willen doen.

Er is nu, meer dan ooit te voren, nood aan een krachtig signaal vanuit Brussel.

Daarom is er nu, meer dan ooit te voren, nood aan een krachtig signaal vanuit Brussel. Wil de Europese Commissie aantonen dat “hulp een werkelijk en blijvend verschil maakt”, zoals zo mooi geschreven staat op de website van het Europees jaar voor de Ontwikkeling, dan doet ze er goed aan om die alarmbel in het Berlaymontgebouw zo snel mogelijk terug te vinden.

Slaagt men hier niet in, dan dreigt de Europese Commissie immers de deur open te zetten voor een nieuw rondje besparingen in de EU lidstaten die nog niet aan de beurt zijn geweest. En zo zou het Europees jaar voor de Ontwikkeling wel eens een van de donkerste jaren in de geschiedenis van de Europese ontwikkelingssamenwerking kunnen worden.

Joren Verschaeve is dr. in de EU studies en onderzoeker aan het Centrum voor EU Studies aan de UGent. Hij schrijft deze opinie in eigen naam

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3091   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift