‘Het Federaal Planbureau moet verschillende perspectieven meenemen om tot inclusief beleid te komen’

Michael Mietz (Rethinking Economics Gent)

12 februari 2024
Opinie

Discussie over de zin en onzin van een vermogensbelasting

‘Het Federaal Planbureau moet verschillende perspectieven meenemen om tot inclusief beleid te komen’

‘Het Federaal Planbureau moet verschillende perspectieven meenemen om tot inclusief beleid te komen’
‘Het Federaal Planbureau moet verschillende perspectieven meenemen om tot inclusief beleid te komen’

Het Planbureau staat voor de uitdaging om beleidsvoorstellen van politieke partijen in ons land te analyseren en te evalueren. De instelling gebruikt hiervoor specifieke economische modellen, maar die zijn volgens onderzoeker Michael Mietz niet neutraal. Hij pleit voor een bredere discussie.

Ibrahim Boran / Unsplash

Ibrahim Boran / Unsplash

Het Planbureau staat voor de uitdaging om beleidsvoorstellen van politieke partijen in ons land te analyseren en te evalueren. De instelling gebruikt hiervoor specifieke economische modellen, maar die zijn volgens onderzoeker Michael Mietz niet neutraal. Hij pleit voor een bredere maatschappelijke discussie.

Het Federaal Planbureau staat voor een enorme uitdaging: het analyseren en evalueren van beleidsvoorstellen van verschillende politieke partijen in ons land. Om die analyse te doen, gebruikt het Planbureau specifieke economische modellen en technieken. Maar die modellen werken op basis van bepaalde aannames, en zijn dus niet neutraal.

De keuze voor het ene of het andere model kan vooroordelen versterken en de eindconclusie sterk beïnvloeden. Door deze analyses toch te beschouwen als de absolute waarheid, riskeren we als samenleving af te glijden naar een econocratie, waar strak economisch denken onze politieke beweegruimte beperkt. Laat ons de discussie net breder trekken in plaats van het Planbureau te gebruiken om ze stil te leggen.

Dat economische modellen niet perfect zijn, weten we al langer. De grote recessie van 2008 kwam bijvoorbeeld volledig onverwacht voor zowat alle mainstreameconomen. Om zo’n blinde vlekken te voorkomen, moeten in de economische wetenschap alle gebruikte modellen, aannames en methodes constant uitgedaagd en in vraag gesteld worden.

In Nederland leidt deze vaststelling tot een specifiek probleem. Bij onze Noorderburen laten almaar minder partijen hun plannen doorrekenen door hun Planbureau. In verkiezingstijd klinkt steevast dezelfde kritiek: dat de modellen van het Planbureau te beperkt zijn.

In Nederlandse verkiezingstijd klinkt steevast dezelfde kritiek: dat de modellen van het Planbureau te beperkt zijn.

De discussie over een mogelijke vermogensbelasting in België toont dat ook hier dit probleem zich zal voordoen. Tot voor kort werd de vraag ontweken of een vermogensbelasting een piste kon zijn om de grote ongelijkheid in ons land recht te trekken, omdat ons Planbureau de technische meting van grote vermogens te moeilijk vond. Er zijn namelijk verschillende technieken en methodes, elk met voor- en nadelen, en er is een gebrek aan data.

Eind vorig jaar kwam er dan toch een studie, besteld bij een groep wetenschappers, Dulbea, aan de Université Libre de Bruxelles. Dit werd pas de tweede studie voor ons land over het onderwerp in lange tijd. De nadruk van deze studie lag vooral op de kosten en problemen die zich kunnen voordoen. De pers schreef vervolgens het idee af dat de meest vermogenden in België bijkomend zouden kunnen worden belast.

Een belangrijk argument in de Tijd bijvoorbeeld was dat België al de tweede hoogste belastingdruk op vermogen heeft. Dit is een foute stelling, zo blijkt uit de studie van Dulbea zelf. Ze baseert zich op cijfers van de ECB en de OESO, die omwille van internationale consistentie veel breder tellen, wat voor ons land een vertekening oplevert.

Deze maand verscheen een tweede studie van Dulbea voor het Planbureau. Ditmaal werd onderzocht welke baten er verbonden zijn aan een vermogensbelasting. Maar Dulbea kwam tot een heel andere conclusie dan eerder onderzoek van Apostel en O’Neill in 2022. Dulbea voorspelde een opbrengst tussen de 3 en de 5 miljard euro, terwijl de andere studie sprak over 10 tot 40 miljard euro.

Dit hangt natuurlijk samen met de assumpties over en de constructie van de soort belasting die men wil onderzoeken. Ook internationaal zien we een groot verschil in de cijfers van zowel kosten als baten van een vermogensbelasting. De universiteiten van Warwick en de London School of Economics verzamelden in 2020 vijftig experts om te becijferen wat een enkele vermogensbelasting van 5% op miljonairs tussen de 80 en 260 miljard pond zou kunnen betekenen. Het werd in ieder geval duidelijk dat een bedrag van die grootteorde steevast kan helpen om de transitie te financieren voor het Verenigd Koninkrijk weg van een op koolstof gebaseerde economie.

Te grote vermogens en bijhorende ongelijkheid kunnen wegen op de economie en beperken de ruimte voor de staat om in te grijpen wanneer nodig.

Het is opvallend dat de stemming in ons land voor vermogensbelasting zo koeltjes is, wanneer het Nederlandse Planbureau vooral spreekt over de mogelijke baten van het invoeren van de vermogensrendementsheffing, ondanks mogelijke hordes. Te grote vermogens en bijhorende ongelijkheid kunnen wegen op de economie en beperken de ruimte voor de staat om in te grijpen wanneer nodig.

Ook de ESB, de Nederlandse vereniging van economen, pleitte in de lente van vorig jaar nog voor een ‘vermogensbelasting zonder compromis’. In andere landen groeit evenzeer interesse in het thema, nadat het twintig jaar lang werd afgeschreven. Dit is een belangrijke nuance die ontbreekt in ons land. Het beleid zou meer rekening moeten houden met het feit dat we ons niet in neutrale tijden bevinden.

Indien de decarbonisatie van onze economie in het Westen niet snel wordt ingezet, zal economisch beleid een pak complexer worden. De klimaatverandering zal niet alleen voor meer rampen en doden zorgen, maar bijvoorbeeld ook stevige inflatie veroorzaken. Om de huidige inflatiegolf te bekampen heeft de Europese Centrale Bank een reeks van interestvoetverhogingen doorgevoerd, wat vandaag voor minder investeringen in decarbonisatie zorgt. Het kan niet de bedoeling zijn om in die negatieve spiraal te verzeilen.

In de modellen van het Belgische Planbureau en de studie van Dulbea wordt hier geen rekening mee gehouden omdat van hen wordt verwacht dat zij binnen vernauwde lijnen hun opdracht vervullen. Hierdoor worden echter ook onze politieke discussies beperkt en ontbreken bredere bekommernissen. Dat is zeer waarschijnlijk een kostelijke vergissing.

De eerdere studie van Apostel en O’Neil (2022) onderzocht in welke mate een vermogensbelasting een effect kan hebben om de ecologische voetafdruk van de rijksten in onze samenleving terug te dringen. Die is namelijk vele malen hoger dan die van de gemiddelde mens. Zij waren hierbij één van de eersten die onderzochten of de grootste vermogens belasten ook andere bijkomende economische baten zou kunnen hebben.

Om een gezonde basis voor beleidsvorming te leggen, moet het Federaal Planbureau zich openstellen voor diverse wetenschappelijke benaderingen.

Opnieuw zijn deze overwegingen niet opgenomen in de studie van het Planbureau, en ontbreekt dit idee in het publieke debat. In België lijkt de berichtgeving in de media na de tweede studie van 6 februari zich andermaal te concentreren op problemen in plaats van oplossingen. Het Planbureau loopt het gevaar te worden gebruikt om de groeiende wetenschappelijke discussie in een vernauwende trechter te gieten. De resultaten van één onderzoek mogen nooit gezien worden als de finale en enige waarheid.

Dit is het probleem van econocratie, een technocratie op basis van (vernauwd) economisch denken. Een kleine groep van experts zal onvermijdelijk diverse perspectieven mislopen, waardoor er een gebrek aan representatie ontstaat. Door deze onvolledigheid wordt de complexiteit van de echte economie niet volledig weerspiegeld.

Er ontstaat een kleinere marge voor besluitvorming, die de behoeften en belangen ten aanzien van de bredere bevolking niet adequaat zal weerspiegelen. Op zijn beurt zal dat het vertrouwen in alle expertise en het economisch systeem kan ondermijnen. Omdat de media de inhoudelijke boodschap stroomlijnen dragen ook zij bij aan deze vernauwing.

Om econocratie te vermijden en een gezonde basis voor beleidsvorming te leggen, moet het Federaal Planbureau zich openstellen voor diverse wetenschappelijke benaderingen en discussies. Een brede betrokkenheid van verschillende perspectieven is essentieel voor een weloverwogen en inclusief beleid voor ons land.

Michael Mietz is lid van de denktank Rethinking Economics Gent.