‘Het gevaar van een religieus oorlogsdiscours is reëel’

Azza Karam

13 maart 2026
Opinie

‘Het gevaar van een religieus oorlogsdiscours is reëel’

De Amerikaanse minister van oorlog Pete Hegseth staat met gespreide armen op een podium

Het lichaam van de Amerikaanse minister van Oorlog Pete Hegseth staat vol tatoeages met fundamentalistisch religieuze en extreemrechtse symbolen. Ook zijn discours staat vaak bol van referenties naar kruistochten en heilige oorlogen.

De Amerikaanse minister van oorlog Pete Hegseth staat met gespreide armen op een podium

Het lichaam van de Amerikaanse minister van Oorlog Pete Hegseth staat vol tatoeages met fundamentalistisch religieuze en extreemrechtse symbolen. Ook zijn discours staat vaak bol van referenties naar kruistochten en heilige oorlogen.

De retoriek rond de spanningen tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran heeft de voorbije maanden een opvallend religieuze component gekregen. Volgens internationaal expert Azza Karam is dat een ontwikkeling die iedereen die begaan is met de wereldvrede zorgen moet baren.

In televisiestudio's, online preken en politieke commentaren beschrijven Amerikaanse predikanten en commentatoren het conflict niet langer enkel als geopolitiek of nationale veiligheid, maar steeds vaker als een “heilige oorlog”.

Berichten in onder meer de Britse krant The Guardian en andere internationale media wijzen op het groeiende koor van christelijk-nationalistische en evangelische stemmen die het conflict in het Midden-Oosten expliciet in theologische termen kaderen.

Bijbelse verhalen

Sommige evangelische predikanten in de Verenigde Staten interpreteren de spanningen met Israël al langer vanuit apocalyptische of bijbelse verhalen. In die interpretaties wordt de confrontatie met Iran soms voorgesteld als onderdeel van een door God bevolen strijd tussen goed en kwaad.

In preken die online worden uitgezonden en op sociale media worden verspreid, wordt beschreven hoe gelovigen aan de zijde van Israël moeten staan in een strijd die als spiritueel belangrijk wordt beschouwd.

Die retoriek beperkt zich niet tot de preekstoel. Ook voormalige militairen en commentatoren hebben dat soort thema’s herhaald. Ze gebruiken daarbij taal die de confrontatie met Iran afschildert als onderdeel van een bredere botsing tussen de joods-christelijke beschaving en een islamitische tegenstander.

Wanneer dergelijke taal in het strategische discours terechtkomt, transformeert het een politiek conflict in iets veel gevaarlijkers: een oorlog die doordrenkt is met een heilige betekenis.

En de geschiedenis leert ons dat, eens oorlogen worden gekaderd als een heilige strijd, compromissen vrijwel onmogelijk worden. Voor zuiver politieke conflicten kunnen, althans in theorie, onderhandelde oplossingen gevonden worden. Maar heilige oorlogen worden gezien als gevechten voor goddelijke waarheid – in zo’n context wordt onderhandelen verraad.

Oekraïne

Religieuze legitimering van oorlog is overigens niet uniek voor de huidige crisis in het Midden-Oosten; het duikt regelmatig op in hedendaagse conflicten. Bij de start van de Russische invasie in Oekraïne in 2022 bijvoorbeeld, kaderde het hoofd van de Russisch-orthodoxe kerk, patriarch Kirill, ook die strijd in spirituele termen.

In preken en openbare verklaringen suggereerde hij dat het conflict neerkwam op een strijd om de morele toekomst van de Russische wereld. De taal van spirituele oorlogvoering, culturele zuivering en beschavingsverdediging raakte verweven met de politieke rechtvaardiging voor militair ingrijpen.

Mobilisering van gelovigen

Dergelijke retoriek is van belang. Wanneer religieuze autoriteit geweld heiligt, verleent ze een morele legitimiteit aan oorlogvoering en ontmoedigt ze afwijkende meningen onder gelovigen. Geloofsgemeenschappen die anders vrede zouden bepleiten, kunnen zo gemobiliseerd worden voor nationalistische of militaristische agenda's.

Daarom zijn we ook nu getuige van een verontrustende trend: de terugkeer van expliciet religieuze taal in moderne oorlogsvoering. Decennia lang probeerde de wereldwijde diplomatie – onvolmaakt maar doelbewust – conflicten primair in politieke en juridische termen te kaderen.

Internationale instellingen, verdragen en multilaterale raamwerken zijn ontworpen om juist dat soort beschavingsvorming te voorkomen, die eeuwenlang bloedvergieten heeft aangewakkerd.

Die beperkingen lijken nu te verzwakken. Oorlogen worden opnieuw beschreven als existentiële strijd tussen geloofssystemen. Politieke leiders, geestelijken en mediapersoonlijkheden maken steeds vaker gebruik van religieuze symboliek om steun te verwerven.

Het gevaar is lang niet alleen retorisch. Wanneer oorlogen worden geheiligd, dreigen ze uit te monden in eindeloze conflicten, zonder grenzen of diplomatie.

Stilte bij religieuze instellingen

Ik schrijf en spreek al jaren over de moeizame relatie tussen religie, mondiaal bestuur en vredesopbouw. In artikelen, interviews en lezingen waarschuw ik telkens dat regeringen en intergouvernementele entiteiten er niet in zijn geslaagd een coherent kader te ontwikkelen voor een constructieve betrokkenheid van religies bij internationale aangelegenheden.

Religieuze organisaties zijn tegenwoordig overal. Ze nemen deel aan humanitair werk, ontwikkelingsprogramma's, diplomatieke initiatieven en interreligieuze dialogen. Internationale instellingen erkennen steeds vaker het belang van religieuze actoren bij vredesopbouw en ontwikkeling. Conferenties, lezingen en wereldwijde initiatieven over ‘religie en...’ of ‘geloof en...’ zijn alledaags en worden steeds talrijker.

Maar ondanks die schijnbaar toenemende betrokkenheid blijft het dieperliggende structurele probleem onopgelost: religieuze actoren zelf blijven sterk gefragmenteerd, net als de politieke actoren die met hen te maken hebben.

In plaats van robuuste allianties te vormen die in staat zijn geweld in naam van religie te bestrijden, blijven veel geloofsorganisaties opereren binnen beperkte institutionele of theologische grenzen. Interreligieuze initiatieven bestaan wel, maar blijven vaak symbolisch – zeer zichtbaar, maar beperkt in hun vermogen om de politieke macht uit te dagen of gelovigen op grote schaal te mobiliseren.

Ik maak vaak het punt dat religieuze organisaties hun verantwoordelijkheid onderschatten in de vormgeving van het publieke discours rond conflicten. En wanneer religie wordt ingeroepen om geweld te legitimeren, wordt de stilte van religieuze leiders medeplichtigheid.

Multilateralisme onder druk

Tegelijkertijd staat het bredere internationale systeem dat dergelijke dynamieken ooit had kunnen temperen, zelf onder druk. De erosie van het multilateralisme is een van de bepalende kenmerken van dit decennium. Internationale instellingen die ooit als bemiddelaars in mondiale crises fungeerden, lijken steeds meer verzwakt of buitenspel gezet.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zit vast. Internationaal recht wordt selectief – of helemaal niet – ingeroepen. De concurrentie tussen grootmachten is met hernieuwde intensiteit teruggekeerd. In zo'n omgeving wegen oproepen tot universele normen minder zwaar door.

Die institutionele verzwakking gaat gepaard met een zorgwekkende toename van autoritarisme wereldwijd. Regeringen in verschillende regio's hebben steeds minder liberale praktijken ingevoerd: ze beperken burgerlijke vrijheden, marginaliseren minderheden en onderdrukken afwijkende meningen. In veel gevallen wordt religie gebruikt om nationalistische verhalen te versterken of politiek gezag te legitimeren.

Die combinatie – de achteruitgang van multilateraal bestuur en de opkomst van gepolitiseerde religie – creëert een volatiel mondiaal klimaat. Zonder sterke internationale kaders om te bemiddelen bij geschillen, winnen imperialistische verhalen en acties aan kracht. Dat zien we nu in de oorlog van Trump en Netanyahu tegen Iran. Religie, etniciteit en cultuur worden instrumenten waarmee politieke conflicten worden geïnterpreteerd.

Religieuze organisaties hebben, ondanks hun potentiële invloed, moeite om die trend effectief tegen te gaan. Vaak blijven ze zich richten op humanitaire hulpverlening in plaats van zich te verzetten tegen het ideologische discours dat het geweld legitimeert. De meeste organisaties aarzelen om politieke autoriteiten, waarmee ze vaak nauwe banden onderhouden, uit te dagen.

Het gevolg is dat het mondiale religieuze landschap vandaag de dag gekenmerkt wordt door een paradox: religie is steeds meer aanwezig in het wereldwijde debat, maar haar potentieel als kracht voor vrede blijft onderbenut.

Islamofobie en de kiem van een groter conflict

Het meest verontrustende aspect van de huidige situatie is misschien wel de heropleving van islamofobie als sterke politieke kracht in het internationale discours.

Meer dan twee decennia na de aanslagen van 11 september 2001 zijn verhalen die de islam afschilderen als inherent verbonden met extremisme diep verankerd in de politieke retoriek en media in veel westerse samenlevingen. Ondanks inspanningen van wetenschappers, religieuze leiders en maatschappelijke actoren blijven ze de publieke perceptie vaak beïnvloeden.

In de context van de huidige confrontatie met Iran dreigt dat soort verhalen de perceptie te versterken dat het conflict niet alleen geopolitiek, maar ook beschavingsgericht is. Wanneer Iran niet gewoon wordt gezien als een staat, maar ook als een vertegenwoordiger van een bedreigende islamitische macht, wordt het conflict symbolisch veel groter.

Het gevaar is duidelijk: politieke oorlogen worden geïnterpreteerd als religieuze oorlogen.

Als die framing wortel schiet, kunnen de gevolgen veel verder reiken dan het Midden-Oosten. Conflicten die worden gezien als religieuze strijd kunnen gelovigen tot ver over de grenzen mobiliseren. Ze kunnen gemeenschappen radicaliseren, sektarische polarisatie aanwakkeren en de fragiele co-existentie van diverse religieuze bevolkingsgroepen ondermijnen.

Godsdienstoorlogen

De geschiedenis biedt ontnuchterende voorbeelden. De godsdienstoorlogen in Europa in de zestiende en zeventiende eeuw verwoestten hele regio's en verstrengelden politieke machtsstrijd met theologische geschillen. Toen religieuze identiteit eenmaal verweven raakte met oorlogvoering, verspreidde het geweld zich over koninkrijken en imperia.

En de geglobaliseerde wereld van vandaag is nog meer intergeconnecteerd. Diaspora-gemeenschappen, digitale media en transnationale netwerken zorgen ervoor dat verhalen over conflicten zich razendsnel over continenten verspreiden. Een oorlog die wordt gezien als een aanval op de islam kan duizenden kilometers verder spanningen aanwakkeren.

Ook religieus nationalisme in verschillende regio's – of het nu christelijk, joods, hindoeïstisch, boeddhistisch of islamitisch is – wint de laatste jaren aan kracht. Wanneer een religieus conflict ontstaat, kan dat andere conflicten versterken. Verhalen over beschavingsstrijd voeden elkaar.

Als de confrontatie tussen de VS, Israël en Iran steeds vaker vanuit een religieus perspectief wordt geïnterpreteerd, kunnen de gevolgen ingrijpend zijn. De spanningen tussen christenen en moslims, die in veel contexten al hoog oplopen, zouden dramatisch kunnen escaleren. En dergelijke conflicten zouden geen rekening houden met nationale grenzen. Ze zouden zich afspelen binnen samenlevingen, tussen gemeenschappen en via wereldwijde netwerken van gelovigen.

Ironisch genoeg gebeurt die escalatie op een moment dat religieuze leiders vaak de vredelievende leer van hun tradities benadrukken. Interreligieuze initiatieven vieren dialoog, co-existentie en gedeelde waarden. Religieuze teksten uit verschillende tradities bevatten krachtige oproepen tot mededogen, rechtvaardigheid en verzoening.

Toch blijven die idealen kwetsbaar wanneer ze botsen met de politieke realiteit.

Als religieuze instellingen er niet in slagen het discours aan te vechten dat geweld verheerlijkt, lopen ze het risico toeschouwers te worden in een nieuw tijdperk van religieuze conflicten. Of erger nog: ze zouden erin meegezogen kunnen worden.

Zijn religies werkelijk voor vrede?

Daarom staan we mogelijk aan de vooravond van een bijzonder gevaarlijk historisch moment.

Religieuze taal wordt opnieuw gebruikt om oorlog te rechtvaardigen en politieke conflicten worden steeds vaker gezien als strijd tussen beschavingen. De multilaterale instellingen die ooit bemiddelden in mondiale geschillen, lijken verzwakt. En geloofsgemeenschappen – ondanks hun morele autoriteit – leveren geen eensgezinde strijd tegen het discours dat geweld verheerlijkt.

Dit betekent allemaal niet dat religie onvermijdelijk tot oorlog leidt. Integendeel: religieuze tradities bevatten enkele van de meest krachtige ethische lessen van de mensheid over vrede, rechtvaardigheid en mededogen. Geloofsgemeenschappen hebben ook een cruciale rol gespeeld in verzoeningsprocessen, humanitaire actie en sociale bewegingen voor rechtvaardigheid.

Maar die mogelijkheden zijn niet vanzelfsprekend. Ze zijn afhankelijk van bewuste keuzes van religieuze leiders, instellingen en gelovigen.

Als religieuze actoren toestaan dat hun tradities worden ingezet ter ondersteuning van politiek geweld, dan wordt religie onderdeel van het probleem in plaats van de oplossing.

De vraag waar we vandaag voor staan is daarom zowel urgent als ongemakkelijk.

In een tijd waarin oorlogen steeds vaker worden beschreven als heilige strijd, waarin geopolitieke conflicten worden geïnterpreteerd aan de hand van religieuze verhalen, en waarin islamofobie en andere vormen van religieuze vooroordelen zich blijven verspreiden, moeten we ons afvragen: hoe kunnen religies werkelijk krachten voor vrede zijn?

Azza Karam is auteur en hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Ze is internationaal bekend om haar werk op het gebied van de integratie van religie en duurzame ontwikkeling bij de VN. Ze is ook oprichter en voorzitter van adviesbureau Lead Integrity, dat zich inzet voor het algemeen belang door middel van het leiderschap van vrouwelijke professionals, geïnspireerd door hun religie.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in