‘Het is tijd voor niet-lineaire energieprijzen’

Eleni (denktank)

12 oktober 2021
Opinie

‘Een budgetneutrale hervorming die zowel sociaal, economisch efficiënt als ecologisch is, wie kan daar iets op tegen hebben?’

‘Het is tijd voor niet-lineaire energieprijzen’

‘Het is tijd voor niet-lineaire energieprijzen’
‘Het is tijd voor niet-lineaire energieprijzen’

Nu de energieprijzen exponentieel stijgen, is het niet verwonderlijk dat steeds meer regeringen koudwatervrees beginnen te krijgen, schrijven leden van de denktank Eleni in een opiniestuk. Zonder maatregelen om de meest kwetsbaren te steunen, is een ambitieus klimaatbeleid onhaalbaar.

Tomislav Georgiev / World Bank / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Hoewel de huidige prijsturbulentie van gas en elektriciteit weinig te maken heeft met het klimaatbeleid, tonen de politieke reacties duidelijk aan hoe gevoelig energieprijzen liggen.

Tomislav Georgiev / World Bank / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Nu de energieprijzen exponentieel stijgen, is het niet verwonderlijk dat steeds meer regeringen koudwatervrees beginnen te krijgen, schrijven leden van de denktank Eleni in een gezamenlijk opiniestuk. Een ambitieus klimaatbeleid politiek is onhaalbaar indien er geen maatregelen worden genomen om de financiële impact op de meest kwetsbare leden van de samenleving te neutraliseren.

Sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen in Europa gedaald van bijna 6 miljard ton tot ongeveer 4 miljard ton. Dit klinkt zeer hoopgevend, tot je beseft dat dit grotendeels te wijten is aan verminderingen in industrie en in de elektriciteitssector. Dit zijn twee sectoren waar veel mogelijk was door maatregelen zoals het overschakelen van steenkool op gas en door een verhoogde energie-efficiëntie – maatregelen waarvan de kost al bij al beperkt was, en waar de consument weinig tot niets van merkte.

Dit zal veranderen in de komende jaren. De transitie naar een volledig koolstofneutrale economie vereist bijvoorbeeld fundamentele veranderingen in sectoren zoals de metallurgie en de cementproductie, waar momenteel geen commercieel leefbare alternatieven bestaan voor CO2-intensieve processen – maar die wel ongeveer de helft vertegenwoordigen van de uitstoot van de Europese industrie.

Het is niet verwonderlijk dat steeds meer regeringen aan koudwatervrees beginnen te lijden.

Maar bovendien komen onvermijdelijk activiteiten in beeld die de burger rechtstreeks zullen raken in zijn persoonlijke financiën: huishoudelijke verwarming en transport. De Europese Commissie heeft voorgesteld om voortaan ook deze sectoren op te nemen in het Europees systeem voor emissiehandel.

De protesten van de “gele hesjes” in Frankrijk liggen nog vers in het geheugen, en het is niet verwonderlijk dat steeds meer regeringen aan koudwatervrees beginnen te lijden. Meer recent zijn bovendien de energieprijzen doorheen Europa relatief plots door het dak geschoten: de gasprijzen zijn bijvoorbeeld met 250% toegenomen sinds januari.

Hoewel deze prijsturbulentie weinig te maken heeft met het klimaatbeleid, tonen de politieke reacties duidelijk aan hoe gevoelig energieprijzen liggen: Om de impact op de consument te milderen, zijn in meerdere lidstaten drastische maatregelen genomen, zoals financiële subsidies aan arme huishoudens, verlagingen van belastingen op elektriciteit en prijscontroles. De Europese Commissie werkt aan richtsnoeren voor de lidstaten om de hoge energieprijzen aan te pakken zonder de Europese regels te overtreden.

Hoge energieprijzen zullen op termijn leiden tot gedragsaanpassingen die de factuur zullen milderen – denk bijvoorbeeld aan het beter isoleren van huizen of het overschakelen op zuinigere auto’s. Maar dat neemt niet weg dat deze op korte termijn heel erg pijn kunnen doen, zeker bij mensen met een laag inkomen die niet onmiddellijk over een alternatief beschikken.

Steunmaatregelen die inkomensafhankelijk zijn, kunnen een werkloosheidsval creëren.

Een ambitieus klimaatbeleid is politiek bijgevolg onhaalbaar indien er geen maatregelen worden genomen om de financiële impact op de meest kwetsbare leden van de samenleving in grote mate te neutraliseren.

Steunmaatregelen die rechtstreeks afhangen van het energieverbruik (zoals verlaagde btw en/of accijnzen) nemen echter voor de begunstigden elke financiële prikkel weg om hun energieverbruik te verminderen. Betekent dit dat klimaatbeleid en sociaal beleid onvermijdelijk met elkaar in conflict komen?

Niet noodzakelijk.

Een andere oplossing bestaat er bijvoorbeeld in om financiële steunmaatregelen te voorzien, die specifiek gericht zijn op mensen met een laag inkomen. In Frankrijk bestaat er zo het systeem van de chèque énergie, die jaarlijks automatisch wordt toegekend aan gezinnen onder een bepaalde inkomensdrempel; indien gevraagd kan deze som zelfs aan de bron worden afgetrokken van de gas- en de elektriciteitsfactuur. Aangezien dit bedrag forfaitair is, blijven er prikkels om energiezuiniger te leven eenmaal het bedrag van de cheque overschreden is.

Maar ook aan deze benadering zijn nadelen verbonden. Steunmaatregelen die inkomensafhankelijk zijn, kunnen een werkloosheidsval creëren voor mensen die deze steun zouden verliezen indien het aanvaarden van een jobaanbod zou leiden tot een inkomenstoename. Bovendien veroorzaken maatregelen die specifiek gericht zijn op een bepaalde doelgroep frustratie bij wie net uit de boot valt – wat trouwens voor een groot deel aan de basis lag van het ontstaan van de “gele hesjes” beweging.

Er bestaat echter een alternatieve oplossing: het gebruik van niet-lineaire prijzen.

In abstracte termen uitgedrukt zijn niet-lineaire prijzen elk tariefsysteem waarbij de totale factuur voor de consument niet evenredig stijgt met de hoeveelheden die hij verbruikt. De meest eenvoudige versie bestaat erin dat de consument niets betaalt tot zijn verbruik een bepaalde drempel overschrijdt, en vanaf dan een vast tarief per verbruikseenheid betaalt.

Laten we even ingaan op hoe deze specifieke variant zou kunnen werken voor energie. Voor huishoudelijke verwarming zouden we bijvoorbeeld een “basispakket” kunnen definiëren, waarvan we vinden dat het overeenkomt met het minimum dat men nodig heeft om menswaardig te leven. Iedereen, ongeacht zijn inkomen, zou kunnen genieten van een gratis basispakket. Maar eenmaal deze drempel is overschreden, betaalt elke verbruiker terug het vol tarief – en wordt hij terug geconfronteerd met de financiële prikkels om zijn verbruik terug te dringen en/of te verplaatsen naar meer milieuvriendelijke alternatieven.

Ergens zal men een budgettaire compensatie moeten vinden voor het subsidiëren van het basispakket.

Bovendien creëert dit systeem geen werkloosheidsval: de drempel is niet inkomensafhankelijk, en je verliest het voordeel niet als je werk vindt of de kans op een promotie krijgt. Doordat iedereen van het voordeel geniet, stelt zich ook geen probleem van afgunst: de maatregel zal daardoor breed gedragen worden, en is daardoor minder kwetsbaar voor veranderingen in politieke coalities.

Zoiets bestond eigenlijk in Vlaanderen van 2003 tot 2016. Vlaamse huishoudens kregen een minimum van 100 kWh gratis elektriciteit, vermeerderd met 100 kWh per gezinslid. Eenzelfde systeem bestond voor water met 15 m³ per gezinslid. De afschaffing van de maatregel was vooral gemotiveerd door budgettaire overwegingen. Maar merkwaardig genoeg werd toen ook het argument gebruikt dat deze maatregel niet “ecologisch” zou zijn – terwijl we hierboven hebben aangetoond dat dit flagrant onjuist is indien het basispakket niet overdreven ruim wordt gedefinieerd.

Maar de Vlaamse ervaring wijst wel op een belangrijk aandachtspunt: ergens zal men een budgettaire compensatie moeten vinden voor het subsidiëren van het basispakket. Men zou de hele operatie budgetneutraal kunnen houden door het aanbieden van het basispakket te combineren met verhoogde heffingen op het verbruik bovenop het basispakket – waardoor de financiële prikkels om zuiniger om te gaan met energie in feite nog groter worden voor de grootverbruikers.

In feite komt dit systeem er dus op neer dat de mensen die op grote energie-voet leven, zullen meebetalen voor het basispakket van de hele samenleving – maar tegelijkertijd kunnen zij hun eigen factuur terugdringen door milieuvriendelijker te leven.

Een budgetneutrale hervorming die zowel sociaal, economisch efficiënt als ecologisch is, wie kan daar iets op tegen hebben?

Deze opinie werd geschreven door meerdere leden van de denktank Eleni en ondertekend door Dr. Lode De Waele in naam van de denktank.