Hoe ik het belang van solidariteit, zorgzaamheid en gastvrijheid voor vluchtelingen leerde kennen

Bleri Lleshi zag zijn lievelingsneef de grens oversteken naar Griekenland en hielp later zelf oorlogsvluchtelingen uit Kosovo. Vandaag ziet hij in Brussel vooral politici die hun verantwoordelijkheid niet opnemen. Hij scandeert samen met voetbalsupporters: ‘Refugees welcome!’

  • (Twitter/@markito0171) Duitse voetbalsupporters tonen hun solidariteit met de vluchtelingen. (Twitter/@markito0171)

De eerste vluchteling die ik heb gekend is mijn neef. Begin jaren negentig, net na de val van communisme, was hij een van de duizenden Albanezen die het land verlieten richting Griekenland of Italië. Wie een beetje geld had, ging naar Italië. Wie geen geld had, waagde zijn kans naar Griekenland, te voet door de bergen.

Vier keer is mijn neef vertrokken. Drie keer werd hij opgepakt en teruggestuurd. De vierde keer is het gelukt en vandaag woont hij nog steeds in Griekenland.

Economische vluchteling

Mijn neef woonde diep in de bergen en kende veel armoede. Hij wilde zijn familie helpen en een ander leven voor zichzelf. Hij was een economische vluchteling. Toen ik bij mijn oom op bezoek was tijdens de zomer gingen we met jongeren uit het dorp voetballen met een bal die een moeder met kapotte kleren had gemaakt. Niemand in het hele dorp had geld genoeg om een bal te kopen. Dat was een luxeproduct. Ik herinner me hoe we met vier kinderen sliepen op een matras, ook gevuld met oude kapotte kleren.

Mijn neef was een harde werker. Maar het maakte niet uit hoe hard hij werkte, zijn gezin bleef in armoede. Het is daarom dat hij op zijn vertiende besloot om te vertrekken. Als kind kon ik dat niet begrijpen. Hij was enige zoon van mijn oom, een ook enige neef van mijn vaderskant. Ik was met hem opgegroeid. Hoe kon hij ons verlaten?

De keren dat hij teruggestuurd werd, vertelde hij verhalen over hoe hij behandeld werd door sommige Grieken. ‘Veel erger dan dieren’, zei hij altijd. ‘Ga dan niet terug’, zei ik. ‘Ik heb geen keuze. We werken ons kapot en zelfs eten komen we tekort. Wat is de zin van zo’n leven?’ Hierop wist ik toen niet wat zeggen, nog steeds niet trouwens.

Oorlogsvluchteling

De verhalen die ik moest vertalen waren een horror.

Op mijn 17 ontmoette ik voor de eerste keer oorlogsvluchtelingen. In de stad waar ik woonde in het noorden van Albanië, tegelijk de armste regio in het land en misschien in Europa, verschenen opeens duizenden vluchtelingen. Ze waren Albanese Kosovaren op de vlucht voor hun leven. Milosevic was toen bezig aan een genocide. In een aantal maanden tijd kwamen er 800.000 vluchtelingen naar Albanië, de overgrote meerderheid arriveerde in het noorden.

Ik moest toen aan de verhalen van mijn neef denken. Ik ben gestopt met de school en voltijds gaan helpen met het opvangen van de vluchtelingen. Ik hielp met vertalen naar het Engels en het Italiaans, en met activiteiten voor kinderen. Met journalisten en vluchtelingenorganisaties gingen we regelmatig tot aan de grens en we zagen met eigen ogen de Servische tanks. De verhalen die ik moest vertalen waren een horror.

Het dode kind

Een keer hebben we een moeder opgevangen met een kind van twee jaar in haar armen. Het meisje was dood, de moeder verkeerde in schok en wilde het kind niet loslaten. Iemand die met haar de grens had overstoken en dagen onderweg was geweest om aan de Servische leger te ontsnappen, deed verhaal. De nacht ervoor was het kindje luidop aan het wenen en stopte maar niet. De moeder probeerde haar stil te krijgen maar dat lukte niet. Toen Servische troepen steeds dichterbij kwamen, was het groepje bang dat ze ontdekt zouden worden. De moeder heeft toen haar dochter doen stoppen met wenen, maar ook met ademen.

Het verhaal van mijn neef had me geleerd wat een economische vluchteling is. Nu wist ook wat oorlogsvluchtelingen waren. Toen ik het dode lichaam zag van Aylan Kurdi, het driejarige Koerdisch-Syrische kindje aangespoeld op het Turkse strand, moest ik denken aan het dode lichaam van het Kosovaars meisje.

Hun verhalen zijn de verhalen die we kennen. Er zijn nog duizenden andere kinderen die hun leven hebben gelaten op vlucht voor een beter leven. Hun verhalen zullen we nooit kennen. Politici vertellen ons dat dit een vluchtelingencrisis is. Politici uit het zuiden van Europa klagen over de onverschilligheid van Noord-Europese landen. Politici uit Noord-Europa verdedigen zich door te verwijzen naar landen van Midden- en Oost-Europa. Wat ze gemeen hebben is dat ze allemaal hun verantwoordelijkheid niet opnemen.

Golf van solidariteit

Op de onverschilligheid van de politiek hebben duizenden burgers van Griekenland tot en met IJsland geantwoord met een golf van solidariteit. Mensen die vluchtelingen thuis opnemen; anderen brengen eten en kledij voor asielinstanties; mensen zonder wettig verblijf koken voor vluchtelingen; burgers die vluchtelingen aan stations met open armen en warmte ontvangen; anderen zetten zich in voor de vluchtelingen die vastzitten in Calais… enzovoort. En er zijn nog meer mensen die iets willen doen.

Uit mijn ervaring van werken met vluchtelingen en samen zijn met hen kan ik zeggen dat elke daad, hoe klein of groot ook, welkom is en helpt. Wetend dat er ook duizenden burgers zijn die deze vluchtelingen liefst zien verdrinken in de zee, hen in opvangcentra aanvallen, hun huizen in brand steken of op straat aanvallen… is elke daad van tegengif belangrijker dan ooit.

Duitsland

Een van de meest gastvrije landen op dit moment in Europa is Duitsland.

Mensen vluchten door oorlog, geweld, vervolging en economische miserie. Allemaal zaken die het resultaat zijn van menselijk handelen. Zaken ook waar de politiek vat op moet krijgen maar niet heeft omdat politici hun macht uit de handen hebben gegeven aan een rijke elite die maar één doel lijkt te hebben: winst maken ten koste van alles, van mens en natuur.

Het is belangrijk dat we de solidariteit met de vluchtelingen politiek vertalen en politici confronteren met hun falen, wanbeleid en onverschilligheid. Middenveldorganisaties, lokale politici en besturen, burgerbewegingen moeten manieren zoeken samen met de burgers hoe ze solidariteit kunnen versterken en hun stem luider laten klinken.

Een van de meest gastvrije landen op dit moment in Europa is Duitsland. Dit is geen toeval. Tot niet zo lang geleden domineerden vooral de extreemrechtse beweging Pegida en zij die vluchtelingen buiten willen houden of terugsturen het debat. Het laatste jaar zijn er steeds meer intellectuelen, belangrijke journalisten en vooral burgers zich hiertegen gaan verzetten. De burgers zagen in dat ze niet alleen staan. Hun aantal wordt steeds groter. Intussen is ook de politiek gaan volgen.

Het is daarom belangrijk dat we beseffen dat alle kleintjes helpen en dat we ons moeten proberen te organiseren om vluchtelingen te helpen. Dit is niet alleen voor hen belangrijk maar ook voor elk van ons. Via solidariteit, zorgzaamheid, gastvrijheid, menselijkheid en strijd voor rechtvaardigheid redden we mensenlevens en menselijkheid.

Daarom: vluchtelingen, medemensen in nood: welkom!

Bleri Lleshi is politiek filosoof en auteur van o.a ‘De neoliberale strafstaat’, EPO, 2014. Momenteel werkt hij aan een boek over racisme. Zijn blog vind je hier en je kan hem volgen op Facebook en Twitter.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Filosoof, politicoloog & auteur

    Bleri Lleshi is filosoof, politicoloog en documentairemaker en heeft verschillende boeken geschreven, waaronder De neoliberale strafstaat (2014), Liefde in tijden van angst (