Hoe staat het met de Cubaanse revolutie, vijf jaar na de dood van Fidel?

‘Veel Cubanen zien het als hun revolutionaire plicht om vragen te stellen en kritiek te uiten’

© Ladyrene Pérez/ Cubadebate

Herdenking van Fidel Castro na zijn dood in 2016.

Amerikaanse sancties, COVID-19, ongelijkheid en politieke onenigheid: Cuba staat, vijf jaar na de dood van de revolutionaire leider Fidel Castro, voor grote uitdagingen. Dat schrijft Cuba-experte Parvathi Kumaraswami. ‘Cuba heeft zijn lot als soevereine natie nog steeds niet helemaal in eigen handen.’

Als de recente gebeurtenissen in Cuba iets aantonen, dan is het dat de regering van Miguel Díaz-Canel Bermúdez voor grote uitdagingen staat, vijf jaar na de dood van de revolutionaire leider Fidel Castro, op 25 november 2016.

Ten minste één vooraanstaande dissident, journalist Guillermo Farinas, werd gevangengenomen voorafgaand aan een protest dat gepland stond voor 15 november. Anderen werden onder huisarrest geplaatst. Ook Yunior García, een van de organisatoren van het protest – dat door de autoriteiten werd stilgelegd – werd onder huisarrest geplaatst, maar mocht Cuba verlaten en naar Spanje gaan.

Veel Cubanen zien het als hun revolutionaire plicht om vragen te stellen en kritiek te uiten.

Het is verleidelijk om protest, en daarmee het idee van een constante interne crisis, als hét bepalende kenmerk van hedendaags Cuba te zien. Maar al sinds de onafhankelijkheid maken kritiek en protest deel uit van Cuba’s geschiedenis. En belangrijker nog, veel Cubanen zien het als hun revolutionaire plicht om vragen te stellen en kritiek te uiten.

Debatten zijn dan ook niet beperkt tot de intelligentsia: de meeste Cubanen hebben een mening over hoe ze hun land kunnen verbeteren. Maar, ondanks de onmiskenbare ontberingen waarmee het Cubaanse volk nog steeds wordt geconfronteerd, toont de meerderheid zich betrokken om het systeem in stand te houden, daarbij wel werkend aan verbetering van de omstandigheden.

Herdenking

Hoe in Cuba de dood van Fidel Castro werd herdacht, zegt veel over de complexiteit van de Cubaanse samenleving. De Caravana de la Libertad (‘Vrijheidskaravaan’) bracht Castro’s as naar de Santa Ifigenia-begraafplaats in de oostelijke stad Santiago de Cuba, en verbeeldde zo de triomfroute die de guerrilleros begin 1959 aflegden toen ze terugkeerden naar Havana, nadat ze de dictator Fulgencio Batista hadden verdreven.

En in 2016 stonden, net als in 1959, overal Cubanen langs de centrale snelweg van het eiland om hun respect te betuigen, velen met posters van Fidel Castro, zwaaiend met de Cubaanse vlag of de hashtag #Yo soy Fidel (‘Ik ben Fidel’). Sommige externe analisten zagen in deze ongebruikelijke herdenking het bewijs van een autoritair – of op zijn minst dwingend – systeem dat loyaliteit en gehoorzaamheid eist. Anderen zagen wisselende reacties vanuit verschillende generaties, wier verwachtingen veranderd zijn nu de personen met directe herinneringen aan het prerevolutionaire Cuba beginnen uit te sterven.

Wie de Cubaanse samenleving volgt, herkende een scala aan reacties en emoties van Cubanen van alle generaties. Sommigen kwamen rouwen om een figuur die hun leven had verbeterd, anderen kwamen het einde van een historische periode herdenken, en weer anderen wilden getuige zijn van een historisch moment dat de aandacht van de hele wereld trok.

Amerikaanse sancties

Vijf jaar later is die complexiteit nog steeds duidelijk aanwezig. De context is echter totaal veranderd, op manieren die we niet hadden kunnen voorzien. De toenadering tussen Cuba en de VS tijdens de regering-Obama werd ongedaan gemaakt door een reeks van 243 sancties die de regering van Donald Trump invoerde om de economische activiteiten van Cuba te beperken. Joe Biden moet deze sancties, die Cuba bijzonder hard treffen, nog altijd ongedaan maken. Vooral de inkomsten uit toerisme blijven hierdoor uit, dé economische steunpilaar van het eiland sinds de ineenstorting van de handel met het Sovjetblok begin jaren negentig.

In december 2020 werd met de zogenoemde Tarea Ordenamiento een einde gemaakt aan de dubbele valuta die sinds 1990 op het eiland bestond (als een reactie op het einde van de handel met het Sovjetblok). Deze valutahervormingen brachten hogere salarissen voor werknemers in de publieke sector, maar heeft ook geleid tot stijgende inflatie. Dat zorgde, in combinatie met de beperkingen van de pandemie en de negatieve impact van het Amerikaanse embargo, voor verdere economische instabiliteit, ongelijkheden en onzekerheid.

Ondertussen zorgden de dood van Fidel Castro, de pensionering van zijn broer Raúl en de verkiezing van een nieuwe generatie leiders in de vorm van Miguel Díaz-Canel in 2019 voor meer onzekerheden, zeker nu de “historische generatie” die in 1959 de revolutie leidde, zo goed als verdwenen is.

De impact van COVID

Op het eerste gezicht laten de cijfers zien dat Cuba de pandemie goed heeft aangepakt: slechts 8,5 procent van de bevolking is besmet, en er zijn 0,73 doden per duizend inwoners (vergeleken met respectievelijk 15 procent en 2,13 in het VK). Bovendien blijkt uit cijfers van Our World in Data van de Universiteit van Oxford dat Cuba 80 procent van zijn (totale, dus ook minderjarige) bevolking volledig heeft ingeënt. Hiermee heeft het land bijna de hoogste vaccinatiegraad ter wereld.

Cuba’s gerenommeerde biotechsector heeft vijf COVID-19-vaccins geproduceerd.

Cuba’s gerenommeerde biotechsector heeft bovendien vijf COVID-19-vaccins geproduceerd; Cuba is het eerste Latijns-Amerikaanse land dat een vaccin produceerde. Ondertussen werd de traditie van medische internationale samenwerking, waar Cuba beroemd om is, voortgezet: via de Henry Reeve International Medical Brigade werden medische professionals naar veertig landen gestuurd.

Maar COVID zorgde ook voor sociale verdeeldheid, grotendeels tussen degenen die de regels volgden en degenen die dat niet deden. Al vroeg in de pandemie laaide de discussie op over hoezeer Cubanen afhankelijk zijn van coleros: mensen die in wachtrijen staan voor kostbare basisgoederen en deze vaak doorverkopen tegen hogere prijzen. De kritiek klonk dat deze mensen de collectieve discipline en sociale gelijkheid in gevaar brachten.

Wie bepaalt de verandering?

De protesten van juli en november moeten tegen deze achtergrond van politieke en economische onzekerheid en COVID-beperkingen gezien worden. In feite verschillen ze niet veel van soortgelijke demonstraties in de VS, het VK of Europa. Maar op Cuba hebben deze protesten een extra component: er is bewijs van aanhoudende en georganiseerde inmenging van Noord-Amerikaanse organisaties.

Sinds 1959 benadrukken Cubanen dat revolutie een doorgaand proces is; geen gebeurtenis. Huidige discussies binnen Cuba richten zich op de revolutionaire plicht om “alles wat veranderd moet worden te veranderen” – een verwijzing naar Fidel Castro’s definitie van revolutie als een constant concept dat ten grondslag ligt aan de Cubaanse revolutie. In die zin is het echte probleem het concept van verandering en wie besluit het te implementeren.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In 2021 is, net als in 1959, de belangrijkste kwestie wie de macht heeft over Cuba. Het land werd in 1898 onafhankelijk, bijna een eeuw na vele andere Spaanse koloniën in Amerika. Weer een eeuw verder - en dankzij de tussenkomst van de VS-, heeft Cuba zijn lot als soevereine natie, en daarmee het recht om eigen fouten te maken en eigen successen te vieren, nog steeds niet helemaal in eigen handen.

Parvathi Kumaraswami is verbonden aan de leerstoel Latijns-Amerikaanse studies van de Faculteit der Letteren, Universiteit van Nottingham.

Deze analyse is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift