‘Hoelang blijven we nog wegkijken van de wreedheden in Darfur?’

IPS / The Conversation / Mike Brand

28 september 2023
Opinie

Nieuwe genocide dreigt in geplaagde Soedanese regio

‘Hoelang blijven we nog wegkijken van de wreedheden in Darfur?’

‘Hoelang blijven we nog wegkijken van de wreedheden in Darfur?’
‘Hoelang blijven we nog wegkijken van de wreedheden in Darfur?’

In de Soedanese regio Darfur vinden opnieuw wreedheden plaats die herinneren aan de massale gruweldaden van 2003. De Janjaweed-milities van weleer heten nu de Rapid Support Forces, maar internationale reactie op hun wreedheden blijft uit, schrijft adjunct-hoogleraar genocidestudies Mike Brand.

© Albert González Farran / UNAMID (CC BY-NC-ND 2.0)

Vandaag is er weinig animo bij de internationale gemeenschap om zich op een zinvolle manier in te zetten om een einde te maken aan de slachtpartijen in Darfur.

© Albert González Farran / UNAMID (CC BY-NC-ND 2.0)

In de Soedanese regio Darfur vinden opnieuw wreedheden plaats die herinneren aan de massale gruweldaden van 2003. De Janjaweed-milities van weleer heten nu de Rapid Support Forces (RSF), maar internationale reactie op hun wreedheden blijft uit, schrijft adjunct-hoogleraar genocidestudies Mike Brand.

De bevolking van de Soedanese regio Darfur wordt andermaal geteisterd door massale wreedheden. Er wordt zelfs opnieuw gesproken van een genocide.

Door het recente conflict zijn meer dan vijf miljoen mensen in heel Soedan hun huizen ontvlucht. Het is bijna exact twintig jaar geleden dat de eerste genocide in de regio begon.

Nu worden in Darfoer opnieuw (overwegend) niet-Arabische ongewapende burgers opgejaagd en afgeslacht, volgens ooggetuigen en overlevenden. Vrouwen en meisjes zijn het slachtoffer van systematische verkrachting, seksueel geweld en mensenhandel.

Er vinden dus opnieuw genocidale gruweldaden en misdaden tegen de menselijkheid plaats, maar toch is er bitter weinig internationale aandacht.

Men kan zich afvragen of de internationale gemeenschap een decennia oude verplichting om burgers te beschermen tegen massale wreedheden – bekend als de ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’ – volledig de rug heeft toegekeerd.

Ik ben adjunct-professor genocidestudies en mensenrechten aan de Universiteit van Connecticut. De vraag hoe de internationale gemeenschap genocide moet aanpakken is een onderwerp waar mijn studenten en ik elk semester mee worstelen.

Laten we, voordat we dat vraagstuk uit de doeken doen, eerst eens kijken waarom de verwachting van burgerbescherming überhaupt bestaat.

Belangrijke vraag

In 2000 stelde de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, deze vraag aan de internationale gemeenschap: ‘Als humanitaire interventie inderdaad een onaanvaardbare aantasting van de soevereiniteit is, hoe moeten we dan reageren op een Rwanda, op een Srebrenica – op grove en systematische schendingen van de mensenrechten die elk voorschrift van onze gemeenschappelijke menselijkheid schenden?

Het was een belangrijke vraag. Eeuwenlang al heerste het ‘soevereiniteitsprincipe in internationale betrekkingen. Men was het erover eens dat wat er binnen de grenzen van een land gebeurde, de verantwoordelijkheid van die overheid was. Regerende overheden waren zo goed als vrij om te doen wat ze wilden, zonder angst voor inmenging van andere internationale actoren.

Zelfs na de gruwelen van de Holocaust en de belofte van ‘dit nooit meer’, keek de wereld toe hoe de genocide plaatsvond in Rwanda en Srebrenica.

In het tijdperk na de Tweede Wereldoorlog begonnen staten bereidwillig een deel van hun soevereiniteit op te geven om zich aan te sluiten bij de nieuw opgerichte Verenigde Naties. Er werden allerlei akkoorden gesloten met gemeenschappelijke regels die ze zouden volgen.

Maar zelfs na het aanschouwen van de gruwelen van de Holocaust en de belofte van ‘dit nooit meer, keek de wereld toe hoe de genocide plaatsvond in Rwanda in 1994 en in Srebrenica het jaar daarop. Als de internationale gemeenschap een nieuwe genocide wilde voorkomen, moest de vraag van Annan worden beantwoord.

In 2001 probeerde de International Commission on Intervention and State Sovereignty een antwoord te formuleren op de vraag van Annan. Ze introduceerde het concept dat intussen bekend staat als de ‘verantwoordelijkheid om te beschermen.

Het nieuwe kader herdacht de soevereiniteit van staten en de verantwoordelijkheid van staten om hun bevolking te beschermen tegen massale wreedheden, zoals genocide, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuiveringen.

In gevallen waarin een staat niet bereid was om zijn verantwoordelijkheid om burgers te beschermen na te komen – of zelf de dader was van massale wreedheden – verschoof de verantwoordelijkheid naar de internationale gemeenschap via de Verenigde Naties.

Revolutionair idee

De commissie deelde de verantwoordelijkheid om te beschermen op in drie delen: de verantwoordelijkheid om te voorkomen, te reageren en opnieuw op te bouwen.

De verantwoordelijkheid om te voorkomen richt zich op het aanpakken van de onderliggende oorzaken van conflicten. Dat moet massale wreedheden voorkomen voordat ze uitbreken.

De verantwoordelijkheid om te reageren verwijst naar de reactie van de internationale gemeenschap op aanhoudende massale wreedheden. Dat kan door middel van diplomatieke interventies, sancties en soms militaire interventie.

Tot slot omvat de verantwoordelijkheid voor wederopbouw hulp aan een land bij het herstel na een conflict. Dit om het land na een conflict te stabiliseren en zo toekomstige wreedheden te voorkomen.

Vaak wordt vooral de verantwoordelijkheid om te reageren, en meer specifiek militaire interventie, geassocieerd met de verantwoordelijkheid om te beschermen. De tekst van de commissie stelt echter duidelijk dat militaire interventie alleen als laatste redmiddel mag worden gebruikt. Zoals het VN-Bureau voor Genocidepreventie en de Verantwoordelijkheid om te Beschermen heeft gezegd: ‘Preventie kost veel minder dan ingrijpen om deze misdaden te stoppen of de nasleep ervan te verwerken.

Het concept van de verantwoordelijkheid om te beschermen was in veel opzichten revolutionair. Slechts vier jaar nadat het concept werd geïntroduceerd, namen de lidstaten het principe aan op de VN-Wereldtop van 2005.

‘We zijn bereid om collectieve actie te ondernemen … als vreedzame middelen ontoereikend zijn en nationale autoriteiten er duidelijk niet in slagen om hun bevolking te beschermen tegen genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid, beloofden wereldleiders in een gezamenlijke verklaring.

Het was een belangrijke prestatie dat wereldleiders het nieuwe concept onderschreven, maar het was geen bindend internationaal recht. Staten waren niet verplicht om de bepalingen na te leven, en er waren geen sancties als landen er niet in slaagden bevolkingen te beschermen tegen massale wreedheden.

Eerste test

De noodzaak van de verantwoordelijkheid om te beschermen bleek duidelijk uit het feit dat er een genocide aan de gang was in Darfur, terwijl het principe werd besproken. Slechts 10 jaar na de genocide in Rwanda was de overwegend niet-Arabische burgerbevolking in het westen van Soedan systematisch het doelwit van vernietiging.

Er volgden enkele sancties en krachtige woorden van de  Verenigde Naties en verschillende landen. Maar in de eerste jaren van de genocide in Darfur werd er weinig directe actie ondernomen. Het kostte de Verenigde Naties vier jaar om een vredesmissie goed te keuren.

Zelfs nadat de VN-blauwhelmen eindelijk op het terrein waren, ging het geweld door. In totaal werden tussen de 200.000 en 400.000 mensen in Darfur gedood en miljoenen raakten ontheemd.

Veel van de daders van de genocide in het begin van de jaren 2000 begaan nu weer wreedheden.

Velen vluchtten naar buurland Tsjaad, waar ze nu nog steeds wonen. Het exacte dodental wordt betwist vanwege de beperkte humanitaire aanwezigheid en een gebrek aan onderzoekscapaciteit.

Verschillende boeken en academische artikelen analyseerden de reactie – of het gebrek daaraan – op de genocide in Darfur. Het is de casestudy bij uitstek geworden wat betreft de verantwoordelijkheid om te beschermen.

De meesten beschouwen de reactie van de internationale gemeenschap op Darfur in het begin van de jaren 2000 als een mislukking van het solidariteitsprincipe – ondanks de vredesmissie, de publieke aandacht en de diplomatieke betrokkenheid. Het is niet alleen mislukt om burgers te beschermen, het was ook een mislukking om daders verantwoordelijk te houden voor hun misdaden.

Veel van dezelfde daders van de genocide in het begin van de jaren 2000 begaan nu weer wreedheden, zeggen waarnemers. Dit trieste feit illustreert wat de gevaren zijn van straffeloosheid.

Nog erger dan vroeger

Maar er is een belangrijk verschil tussen vandaag en begin 2000: vandaag is er weinig animo bij de internationale gemeenschap om zich op een zinvolle manier in te zetten om een einde te maken aan de slachtpartijen in Darfur.

De Keniaanse president William Ruto heeft gepleit voor een een nieuwe vredesmissie, maar noch de Verenigde Naties noch de Afrikaanse Unie hebben hem daarin gesteund. De vorige VN-missie in Darfur eindigde in 2020.

De Verenigde Staten hebben sancties opgelegd aan elementen binnen de Rapid Support Forces en de Soedanese strijdkrachten, en hebben herhaaldelijk de daders van gruweldaden ter verantwoording geroepen.

De Amerikaanse ambassadeur voor Wereldwijd Strafrecht, Beth Van Schaack, heeft verklaard dat het geweld in West-Darfur ‘een onheilspellende herinnering is aan de gruwelijke gebeurtenissen die de Verenigde Staten er in 2004 toe hebben gebracht te verklaren dat er in Darfur een genocide aan de gang was.

Maar ze zei niet dat er opnieuw een genocide plaatsvond. Historisch gezien zijn de genocidebepalingen van de Verenigde Staten politieke beslissingen die vaak worden vertraagd door juristen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Wankele doctrine

De vraag over de levensvatbaarheid van het principe van de verantwoordelijkheid om te beschermen gaat verder dan de crisis in Darfur. In de afgelopen twintig jaar is de internationale gemeenschap er niet in geslaagd burgers te beschermen in Syrië, Zuid-Soedan, de Democratische Republiek Congo, Jemen, Myanmar en Ethiopië. Het concept heeft dus geen geweldige staat van dienst.

Misschien moeten we een nieuwe manier vinden om de vraag van Kofi Annan te beantwoorden.

Het lijkt erop dat zelfs de secretaris-generaal van de Verenigde Naties het vertrouwen in de doctrine heeft verloren. In het onlangs verschenen beleidsdocument van 40 paginas van António Guterres – New Agenda for Peace, waarin hij zijn visie op een vreedzamere wereld uiteenzet – komt de term ‘verantwoordelijkheid om te beschermen niet één keer voor.

Misschien is het na twee decennia van beperkt succes, flagrante schendingen en algemene apathie tijd om de verantwoordelijkheid om te beschermen met pensioen te sturen. Misschien moeten we een nieuwe manier vinden om de vraag van Kofi Annan te beantwoorden.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.