‘Ik leerde Gaza opnieuw liefhebben’

Interview met auteur Inge Neefs

Het heeft even geduurd voor Inge Neefs het jaar dat ze in Gaza woonde in zwarte letters op wit papier boekstaafde. Het resultaat werd een indringende, literaire kijk op het leven en de mensen in Gaza.

Inge Neefs werd in Vlaanderen bekend nadat ze in 2010 op de Freedom flotilla naar Gaza stapte, een buitenlands hulpgoederenkonvooi dat tegelijk ook een aanklacht was tegen de blokkade van Gaza. De flotilla werd onderschept door het Israëlisch leger en negen Turkse activisten werden gedood. Neefs zelf werd met de mede-actievoerders een tijd vastgezet door Israël. Voor Neefs waren die ervaringen zeker de trigger die haar even later naar Gaza voerden. Ze draaide mee in een lokale ngo, trok op met activisten. Drie jaar later schreef ze echter geen pamflet, wel een boek dat de diepmenselijke verhalen uit Gaza vertolkt, de complexiteit van het leven in Gaza vertelt, en ook een kanaal vormt voor haar verontwaardiging.

Het boek leest, mede dankij Neefs’ narratieve stijl als een trein. Maar het is een stoptrein die de lezer dwingt om uit het raam te kijken en geregeld uit te stappen, en de onverschilligheid achter zich te laten. Neefs leerde ook van de Palestijnen, schreef onvervalst en met een luchtige pen. ‘Het is immers met een façade voor luchtigheid dat men het inwendige gevoel van hopeloosheid bestrijdt.’

Met haar boek werpt Neefs licht op hoe de Palestijnen leven, in een alledaagse herkenbaarheid. ‘De bezetting komt uiteraard aan bod’, vertelt Inge Neefs. ‘Die is onlosmakelijk verbonden met het beperkte kader waarin Palestijnen kunnen handelen, denken, voelen, eten, slapen.’

Neefs vertelt vanuit twee gezichtshoeken: dat van zichzelf, als bezoeker, en dat van Anaah, de Palestijnse blogster. Door te schrijven vanuit haar eigen vertelstandpunt – die haar vragen, vertwijfeling, ongeloof, verontwaardiging, wanhoop, maar evengoed met haar hervonden liefde voor Gaza verhaalt– treedt ze op als brugfiguur tussen de realiteit van een conflictueus Gaza en een westerse welvaartsamenleving. Anaah werd een compilatie van de verschillende personen die Inge Neefs ontmoette. ‘Anaah verenigt zowel het huiselijke, heel persoonlijke als het politieke Gaza dat nooit echt uit de Palestijnse huiskamers verdwijnt.’

Populariteit Hamas kalft af

Dat die huiskamers in Gaza lang niet allemaal getooid zijn met Hamasvlaggen, lees je in Neefs boek.  ‘Hamas wordt wel degelijk bekritiseerd door de bevolking, omwille van de corruptie waaraan ze zich nu zelf bezondigen, en ook omwille van de doctrines die de individuele vrijheden van de Gazanen beperken. Mensen zijn teleurgesteld omdat ze zien dat er van de verkiezingsslogan “change and reform’’, gericht tegen de corruptie van Fatah, weinig terecht is gekomen.’

Tegelijk krijgt Hamas nog kredietpunten van de burgers van Gaza, een kwestie van strategische consensus, zo lijkt. ‘Enerzijds zijn de Palestijnen boos op Hamas, anderzijds staat het voor hen als een paal boven water dat de Israëlische bezetting de motor is voor de ellende, en dat verzet gelegitimeerd en noodzakelijk is.’ Weerloos ondergaan is geen optie, het zou immers een doodsteek voor de Palestijnse identiteit en natie betekenen. ‘En dus overstijgt het Palestijnse verzet de politieke verdeeldheid van de Palestijnen.’

Verzet = weerstand

‘Hamas is enkel te kaderen binnen de context van de bezetting’, zegt Neefs. ‘Zonder dit te verwarren met het automatisch goedkeuren van Hamas’ beleid en keuzes, Hamas is wel degelijk een reactie op de bezettingspolitiek, niet omgekeerd. Die oorzakelijkheid wordt echter voortdurend verdraaid. Hamas wordt in de media voorgesteld als het probleemelement in het conflict. Maar men vergeet dat Hamas nog maar bestaat sinds 1987, terwijl het Israëlisch-Palestijns conflict wel degelijk officieel bestaat sinds 1948.’

Neefs worstelt met de zogenaamde neutraliteit waarmee de westerse media het conflict willen benaderen, ‘een vals argument’ vindt ze. ‘De vredesonderhandelingen zijn niet het analysepunt voor het hele conflict want die beginnen in 1967, met de Israëlische bezetting van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Door de oorlog van 1948 buiten beschouwing te laten, doen de vredesonderhandelingen onrecht aan de miljoenen Palestijnse vluchtelingen. Die verdwijnen namelijk uit de analyse. Dit conflict is geen conflict met twee gelijkwaardige partijen. Die zogenaamde neutrale houding normaliseert het feitelijke onrecht en haalt de waarheid onderuit. Je kan de Israëlische en de Palestijnse realiteiten niet vergelijken. Niet.’

Elke raket op Israël is er een teveel, zegt het Westen, want gericht op Israëlische burgers. ‘Je kan het ethisch absoluut oneens zijn met het Palestijns gewapend verzet en ieder slachtoffer is wat mij betreft een slachtoffer teveel, maar de vaststelling moet blijven dat dit een reactie is. De raketten vormen inderdaad een militair maar evengoed een futiel weerwoord tegen de bezetting’, zegt Neefs. ‘De Palestijnen beseffen maar al te goed dat hun verzet niet kan optornen tegen de kracht van het Israëlische leger die hun dagen en uren zo kan vernietigen. Maar verzet is het enige wat de Palestijnen rest om hun rechten op te eisen. Het is de lijm die Gaza samenhoudt, de trots ook die hen als volk rechthoudt tegen de vernedering. “We gunnen Israël geen rust tot er rechtvaardigheid en bevrijding is”, zegt Anaah. Tegelijk beseffen de Palestijnen de consequenties van dat verzet, waarmee ze tegelijk in hun eigen vlees snijden. De raketten komen even vaak op eigen grondgebied terecht, maken ook slachtoffers onder de Palestijnen. En tegelijkertijd gebruikt Israël de raketten om hun aanvallen te legitimeren.’

De Palestijnse hoop

De Arabische Lente gaf ook de Palestijnen nieuwe hoop. ‘De Palestijnen waren aan hun schermen gekluisterd toen ze Tahrir in opstand zagen, deelden de hoop en de vreugde. Ze hoopten dat de val van Moebarak naar de opening van Gaza, aan de grens met Egypte zou leiden. Even was dat zo, maar het eindigde weer snel.’

Ook Gaza kende zijn jongerenopstand, opgetekend in het manifest van de jongerenbeweging Gybo (Gaza’s Youth breaks out). ‘Wij, de jeugd in Gaza, hebben genoeg van Israël, Hamas, Fatah, de bezetting, de schendingen van de mensenrechten en de onverschilligheid van de internationale gemeenschap.’ Met het manifest steken de Gazaanse jongeren hun middenvinger op tegen elke vorm van gezag, ook die van de VN en UNRWA. Het betekende ook een uiting van de woede en radeloosheid die hun deel was. ‘We’re fucked, zo fucked we don’t know whom raise our fists too first’, zegt een medeschrijver van het Manifest in Neefs’ boek.

Soms heb ik het gevoel dat ik op de breuklijn tussen een nauwe realistische wereld en een onverschillige “variety”-wereld zit.

 

‘Er is zoveel om zich tegen te verzetten: van –evident- de bezetting tot de VN en de ngo’s. Die laatste maakten de situatie overleefbaar, legitimeerden de bezetting, vindt GYBO.’ Jongeren zijn ook boos om de interne Palestijnse verdeeldheid, vertelt Neefs. ‘Die is het gevolg van de Israëlische verdeel-en-heers-strategie. Palestijnen zijn doodsbang om in verdeeldheid de collectieve Palestijnse identiteit en belangen en de focus op Israël te verliezen.’

De Palestijnse 15-maartbeweging bestaat vandaag nog enkel virtueel, op persoonlijke blogs en sociale media. De angst voor repressie is te groot. ‘De repressie komt van twee kanten en maakt het wantrouwen enorm. Bloggers krijgen telefoontjes uit Israël en krijgen te maken met rechtstreekse bedreigingen van Hamas. Iedereen is verdacht.’

Verraad of blijven

Veel jonge Palestijnen, dromen, hoe kan het anders, om te vertrekken. Ook wie geschoold is en Engels spreekt, lijkt eraan voor de moeite. De jeugdwerkloosheid in Gaza is groot, en meer dan vijftig procent van de Palestijnen is jonger dan achttien. De verhalen die jongeren keer op keer verteld krijgen over het Palestina van weleer zijn fictie geworden. ‘Ook Anaah beseft dat. Wanneer ze in het cafeetje aan de haven koffie drinkt, ziet ze het dorp van haar grootvader liggen: al-Majdal Asqalan. Ze weet dat het dorp allang niet meer is wat het was, dat de verhalen die haar grootvader vertelde om haar dorp letterlijk in beelden vast te leggen ook voor haar voorbij zijn.’

Het is de logica zelve dat jongeren willen gaan, gaat Neefs verder. Het buitenland is voor jongeren het Walhalla dat hun geluksfactor kan vergroten. ‘Maar het is dubbel. Net zoals Gaza, is dat verlangen een mes dat langs twee kanten snijdt. Jongeren worden geboren en groeien op in een beklemmend klimaat: door de bezetting die hun identiteit aan banden legt, maar ook door de enorme sociale druk met weinig ruimte voor individualisme en de islamitische doctrine van Hamas. Veel mensen zijn het oneens met de manier waarop Hamas de islam dicteert en de religieuze beleving weghaalt van de mensen. Tegelijk is weggaan voor veel van die jongere mensen een vorm van verraad tegenover de strijd voor Palestina’

 Tussen journalistiek en emotie

 In het boek beschrijft Inge neefs de moeilijke momenten, rauw en zonder franjes en de strijd die ze met zichzelf voert. Wat is haar rol, haar identiteit in dit hele conflict? Tijdens de rouwplechtigheid van de tienjarige Mohamed en zijn achttienjarige naamgenoot, gedood door Israël tijdens het voetballen, komt die vraag heel sterk naar boven. Ze krijgt de volle laag van Umm Tariq, die in razend verdriet haar pijlen naar Neefs richt, als vertegenwoordiger van het Westen.

 ‘Dat was inderdaad een bijzonder moeilijk moment, een moment van alomvattende en intense emotie, sterk gelinkt aan onrecht en onmacht. Die vrouw had net haar familie verloren, haar zoon lag in het ziekenhuis, en de drones hingen nog in de lucht te zoemen. Daar sta je dan als westerling. Ze was woedend op me, ze wou dat ik erover zou schrijven, maar besefte ook dat de wereld alles al wist. Ze was razend op de apathie van de buitenwereld die ik vertegenwoordigde voor haar. Ze vreesde voor het weerzinwekkende: dat de buitenwereld haar getuigenis en dit ongelofelijke onrecht alweer aan zich voorbij zou laten gaan.’

 Apathie

 ‘Ik heb vaak gezien hoe mensen hun energie wegbergen en in hun hopeloosheid kiezen voor apathie.’ Zelf zag Inge Neefs haar blik op de wereld veranderen. Ze werd kritischer tegenover de rol van de buitenlanden in de instandhouding van de bezetting, kijkt vandaag cynisch naar de symbiose tussen economische belangen en politiek.

Tegelijk werd ook de blik waarmee ze naar Gaza keek zwaarder. Na een moeilijke terugkeer leerde ze Gaza opnieuw liefhebben.

 ‘Die eerste periode was loodzwaar’, vertelt Neefs, die haar eerste verblijf van zes maanden afsloot een maand nadat de Italiaanse ‘Vik’, een bevriend schrijver en activist, in 2011 door een salafistische groepering in Gaza vermoord werd. ‘Ik was in die eerste periode ook vooral op zoek gegaan naar getuigenissen over de verwoestende impact van de bezetting. Het kostte me enorm veel moeite om weer op te laden en te vertrekken. Ik kreeg het niet op zijn plaats, kon dingen niet verwerken, vond geen antwoord op vragen.’

 ‘De tweede keer heb ik Gaza opnieuw leren appreciëren,  door afstand te nemen en mijn ogen weer open te trekken zonder achterdocht, zonder in elke hoek verwoestend gevaar in te zien. Mijn focus was nu ook veel ruimer, veel meer gericht op de sociale, culturele en familiale invulling van het leven in Gaza. Dat hielp, ik herontdekte de kant van Gaza die ik kwijt was: een ontspannen Gaza, waar mensen ook lachen, elkaar liefhebben, waar getrouwd wordt, waar levens gevierd worden.’

 Neefs nestelde zich in de gastvrijheid van Gaza, ‘zo eigen aan Arabische landen’. ‘In Gaza krijg je daar die verwondering en nieuwsgierigheid bovenop. Voor Palestijnen in Gaza bestaan buitenlanders enkel op tv, of als ngo-medewerkers die niet buiten hun strikt beveiligde compounds komen. De verhalen die ik opraapte in de taxi’s waren geweldig, leidden tot nieuwe ontmoetingen en lange gesprekken. Ik werd uitgenodigd in de huizen van mensen voor mierzoete thee, straffe koffie met kardemom en vaak met een overdaad aan eten. Als ze me ontvingen in hun armtierige huiskamers, was dat vooral met trots en blijdschap, omdat ze de dingen konden delen met een gast die ook nog eens een buitenlander was. Omdat het hun noodzakelijk gesloten vensters even opende naar de buitenwereld.’

 De uitdaging

 Inge Neefs brengt met haar boek Gaza dichter bij Brussel maar blijft zich verwonderen en ergeren over de afstand. ‘Soms heb ik het gevoel dat ik letterlijk pal op die breuklijn tussen twee werelden zit: een rauwe realistische wereld en een “variety” wereld die niet de minste idee wil hebben hoe het leven daar nu werkelijk is. Mensen lijken soms te denken dat ik de realiteit en de impact van de bezetting aandik. Dan heb ik ook het absurde gevoel dat ik mijn getuigenis moet verantwoorden. We willen die informatie vooral niet laten doordringen. Dat doorbreken is een voortdurende uitdaging.’

 Gaza op mijn hoofd, door Inge Neefs, werd uitgegeven door EPO. 246 blzn. ISBN -94-978-91297-48-9

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3094   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur