De weg naar een wereldwijde COVID-19-wapenstilstand

Stop de bewapening, investeer in een feministische vrede

UN Women/Elma Okic (CC BY-NC-ND 2.0))

Phumzile Miambo-Ngcuka, uitvoerend directeur van UN Women, houdt een vurig pleidooi voor een ‘feministische vrede’. In plaats van ons geld te verspillen aan wapentuig, zouden we het beter investeren in initiatieven die de elementaire economische en sociale rechten van iedereen respecteren. Feministische organisaties lopen voorop in deze strijd. Laat ons vooral naar hen luisteren.

 

Tijdens de COVID-19 pandemie is het openbaar leven in een groot deel van de wereld tot stilstand gekomen. Maar voor de twee miljard mensen die in conflictgebieden leven kwam geen einde aan ontreddering en geweld. Sommige conflicten zijn zelfs geëscaleerd of opnieuw ontvlamd, met als gevolg zware schade aan infrastructuur en gezondheidssystemen die in de eerste fase van wederopbouw zaten. Over heel de wereld blijven we onnoemlijk meer investeren in werktuigen voor oorlog en vernietiging dan in grondvesten voor vrede.

 

Over heel de wereld blijven we onnoemlijk meer investeren in werktuigen voor oorlog en vernietiging dan in grondvesten voor vrede.

Natuurlijk blijven sommigen ijveren voor vrede. Op 23 maart, bij het begin van de pandemie, heeft secretaris-generaal van de Verenigde Naties Antonio Guterres opgeroepen tot een wereldwijd staakt-het-vuren. Dat zou landen in staat stellen alle aandacht aan COVID-19 te wijden en geeft humanitaire organisaties de mogelijkheid om kwetsbare bevolkingsgroepen te bereiken.

 

Meer dan honderd vrouwenorganisaties uit Irak, Libië, Palestina, Syrië en Jemen hebben deze oproep onmiddellijk beantwoord. In een gemeenschappelijke verklaring stellen zij een brede COVID-19 wapenstilstand voor die de basis kan vormen voor een duurzame vrede.

 

Het mag geen verwondering wekken dat vrouwen de eersten zijn om een oproep tot wapenstilstand te steunen. Vorige week kwamen vertegenwoordigers van regeringen en de civil society samen om te herdenken dat 20 jaar geleden de Veiligheidsraad resolutie 1325 goedgekeurde. Daarin wordt de centrale rol van vrouwen in vredestichting beklemtoond.

 

Het zijn vrouwen, en vooral jonge vrouwen, die het grootste deel van het moeizame basiswerk leveren die latere formele akkoorden denkbaar en mogelijk maken. Ze worden meestal uitgesloten van de besprekingen zelf die tot die akkoorden leiden.

 

In Syrië hebben vrouwen lokale wapenstilstanden onderhandeld, zodat de levering van humanitaire hulp mogelijk werd. Ze hebben gewerkt in veldhospitalen en scholen, voedsel en geneesmiddelen uitgedeeld en schendingen van de mensenrechten gesignaleerd. In Zuid-Soedan bemiddelden vrouwen in etnische conflicten en hebben zo het losbarsten van nieuw geweld vermeden.

 

Feministische organisaties roepen al heel lang op tot nucleaire ontwapening, wapenbeheersing en het heroriënteren van militaire fondsen naar sociale investeringen.

Vrouwen stonden ook vooraan in campagnes voor vrede en leerden jongeren dat oorlog nooit onvermijdelijk is. Feministische organisaties roepen al heel lang op tot nucleaire ontwapening, wapenbeheersing en het heroriënteren van militaire fondsen naar sociale investeringen.

 

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Deze oproepen zijn van fundamenteel belang maar ze bleven zonder antwoord. En dat geldt ook voor de oproep van de VN om tot een COVID-19-wapenstilstand te komen.

 

Volgens de Noorse Vluchtelingenraad (NRC) zijn in de twee maanden die volgden op de oproep van Guterres minstens 661.000 mensen als gevolg van gewapende conflicten uit hun woonplaats verdreven. De verwoestingen zullen voortduren zolang we niet naar vrouwen luisteren en onze investeringen afleiden van oorlog naar vrede.

 

Vorig jaar stegen de militaire uitgaven wereldwijd tot 1.900 miljard dollar – de budgetten stegen de voorbije tien jaar nooit zo sterk. Vijfentwintig jaar geleden werd de Verklaring en het Actieplatform van Peking goedgekeurd. Daarin werden regeringen opgeroepen tot ‘het erkennen van de gevaren van gewapende conflicten en van de negatieve effecten van buitensporige militaire uitgaven’. Maar in dezelfde periode verdubbelden de militaire uitgaven.

 

Meer wapens en meer soldaten betekenen minder middelen voor de 55 procent van de wereldbevolking – met daarin twee derden van de kinderen op deze wereld – die zonder enige vorm van sociale bescherming blootgesteld zijn aan de sociale en economische gevolgen van COVID-19.

 

De Liberiaanse vredesactiviste en Nobelprijswinnaar Leymah Gbowee heeft zonder meer gelijk: ‘Vrede is niet de afwezigheid van oorlog maar volledig respect voor de menselijke waardigheid … Het is een situatie waarin de menselijke behoeften bevredigd kunnen worden. Het betekent onderwijs voor onze kinderen, goed werkende gezondheidssystemen, een faire en neutrale rechtspraak, in elke woning eten op tafel, een sterke en gewaardeerde en correct betaalde gemeenschap van vrouwen, en nog zoveel meer’.

 

Wij zouden ons geld niet mogen verspillen aan werktuigen voor vernietiging, we moeten het reserveren voor een ‘feministische’ vrede, een situatie waarin elementaire economische en sociale rechten voor iedereen gerespecteerd worden. Dat betekent het voorzien in een brede sociale bescherming en vitale diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en kinderbescherming. Het is bewezen dat de aanwezigheid van deze diensten de ongelijkheid vermindert die in veel gevallen conflicten aanwakkert.

 

Een feministische vrede betekent ook dat elke stem gehoord wordt, dat alle groepen hun zeg hebben in beslissingen die hun leven beïnvloeden.

De pandemie toont ook het fundamenteel belang van andere diensten aan. Vluchthuizen moeten meer middelen krijgen voor de opvang van slachtoffers van geweld tegen vrouwen want de COVID-19-lockdowns doen de vraag naar bescherming toenemen. Regeringen moeten voorzien in voldoende medische en persoonlijke beschermingsmiddelen want de voorraden zijn zelfs in de rijkste landen onvoldoende gebleken.

 

Een feministische vrede betekent ook dat elke stem gehoord wordt, dat alle groepen hun zeg hebben in beslissingen die hun leven beïnvloeden. Hier hebben vrouwenorganisaties een vitale rol te spelen. Zij moeten verzekeren dat vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen toegang krijgen tot de beslissingscentra en ze moeten hen de middelen en het vertrouwen geven om zich daar te doen gelden.

 

Opnieuw rijst hier de kwestie van de financiële middelen. Bilaterale hulp voor vrouwenorganisaties in zwakke staten of in conflictgebieden bedroeg gemiddeld 96 miljoen dollar in 2017-2018, nauwelijks 0,005% van de mondiale militaire uitgaven.

 

COVID-19 veroorzaakt veel schade maar biedt ook een unieke kans om meer inclusieve economieën en samenlevingen op te bouwen, vrij van de gesel van gewelddadige conflicten. Een gezamenlijke inspanning om onze wereld te demilitariseren en een feministische vrede op te bouwen – te beginnen met een veralgemeend staakt-het-vuren en gevolgd door een volledige herziening van de besteding van onze middelen — moet daarin centraal staan.

 

Phumzile Miambo-Ngcuka is uitvoerend directeur van UN Women. Dit stuk verscheen oorspronkelijk in het Engels bij Project Syndicate en werd vertaald door Emiel Vervliet.

 

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift