Irak is ook Europa’s probleem

ISIS dwingt de Europese Unie tot een assertief Midden-Oostenbeleid, stelt Sven Biscop van het Egmont Instituut. Daarbij moeten de vastgeroeste ideeën over bondgenoten en vijanden herzien worden.

  • CC Ahmad Mousa Een anti-terrorisme-eenheid in actie in de Iraakse stad Najaf. CC Ahmad Mousa

Als er dan toch één lichtpuntje was in de gruwelijke burgeroorlog in Syrië, was het dat die tot nu toe niet overgeslagen was naar de buurlanden waar dat risico het grootst leek: Libanon en Turkije. Het gevaar is zeker niet geweken; militaire interventie kan nog altijd nodig zijn om het af te wenden. Beide buurlanden kampen sowieso, net als Jordanië, met een gigantisch vluchtelingenprobleem.

En toen trof de oorlog op spectaculaire wijze Irak. ISIS (de Islamitische Staat in Irak en de Levant), dat in Syrië tegen Assad vocht, verraste iedereen door grote delen van Noord-Irak over te nemen, met zijn tribale en Baath-gezinde bondgenoten. Het Iraakse leger smolt zienderogen weg en binnen de kortste keren rukte ISIS op richting Bagdad.

Voor Europa is Irak een probleem dat de Amerikanen gecreëerd hebben en dan ook maar moeten oplossen

Niemand lette eigenlijk nog op Irak. De Europeanen niet: voor hen is het een probleem dat de Amerikanen gecreëerd hebben en dan ook maar moeten oplossen. Maar de Amerikanen ook niet meer: zij waren blij van het Iraakse probleem verlost te zijn (dachten ze) en probeerden nu vooral uit dan andere moeras te ontkomen, Afghanistan.

De huidige crisis bewijst nog maar eens wat een enorme vergissing de inval in Irak was, in 2003, en hoe het beleid sindsdien volledig is misgelopen. Iedereen kijkt nu naar de VS om de regering in Bagdad te redden, ook met militaire middelen. Maar Europa kan niet langer meer doen alsof dit een louter Amerikaans probleem is.

De stabiliteit van de hele regio staat op het spel. En laat ISIS nu net de groep zijn waarbij de meeste Europese Syrië-strijders zich hebben aangesloten. Een potentieel veiligheidsprobleem als en wanneer die besluiten terug te keren.

Wat nu gedaan?

Er is geen militaire oplossing, heeft President Obama al gezegd. Maar als de opmars van ISIS niet gestopt wordt, zal er ook geen politieke oplossing komen. Militaire actie is nodig om terug het initiatief over te nemen. Niemand kan verwachten dat de VS opnieuw grondtroepen sturen, maar hun luchtsteun is wellicht cruciaal. Zelfs een massale luchtinzet (en dat zal het wellicht niet worden) heeft echter geen kans van slagen als het Iraakse leger niet standhoudt op de grond.

Tegelijkertijd moet een politieke ommekeer bewerkstelligd worden in Bagdad, zoals Obama stelde. Alleen een echt representatieve regering kan de gemarginalizeerde soennieten losweken van het extremistische ISIS. Wachten tot hun brutale methoden tegen hen beginnen werken is geen optie.

Ondertussen kunnen de EU en de VS, samen met de VN en Rusland, niet anders dan druk blijven zetten om de strijdende partijen in Syrië tot de onderhandelingstafel te dwingen en de oorlog te beëindigen die nu ook de chaos in Irak voedt.

Gezien de patstelling zou het enig werkbaar akkoord er weleens een kunnen zijn dat Assad toch tijdelijk op post laat. Hoezeer we hem ook verafschuwen, de crsis in Irak en de urgentie van een staakt-het-vuren laat ons weinig keuze.

Heeft het Westen bondgenoten? De Koerden houden stand, maar hen verder aanmoedigen kan ook de fragmentatie van Irak in de hand werken. Turkije werkt momenteel goed samen met Iraaks Koerdistan, maar hoe lang gaat dat duren als de Koerden hun ambities naar boven bijstellen?

Iran is uiterst begaan met de slachtpartijen tegen sjiieten, maar ziet tegelijk ook liefst de door sjiieten gedomineerde regering in Bagdad voortdoen.

De burgeroorlog is immers ook een strijd tussen Iran en Saoedi-Arabië

Hoe dan ook moet Iran verder betrokken worden bij de onderhandelingen over Syrië. De burgeroorlog is immers ook een strijd tussen Iran en Saoedi-Arabië. Het Westen moet geen kant kiezen, maar een regionale oplossing vinden waarin iedereen zich kan vinden.

De bredere onderhandelingen met Iran zelf zijn dus levensbelangrijk. Iran heeft nog grote concessies te doen, dus we mogen niet te hard van stapen lopen. Zeker de Europese energiebedrijven moeten nog even ingetoomd worden. Maar een normalizering van de relaties met Iran zou een strategische doorbraak zijn.

Daar zijn natuurlijk grenzen aan, gezien de mensenrechtensituatie (zoals het ophangen van homo’s). Maar de toestand in onze “bondgenoot” Saoedi-Arabië is echt niet veel beter. Zelfs een beperkte toenadering tot Iran, die constructieve samenwerking rond concrete problemen toelaat, kan een grote impact hebben. Bovendien is er wellicht meer kans op een echt transitie in Iran, dat een veel opener samenleving is dan Saoedi-Arabië.

Europa en de VS zouden dan een middenpositie kunnen innemen tussen Riyad en Teheran, hun energiebevoorrading verder diversifiëren, en het Midden-Oosten en de Golf stabilizeren. Om redenen van binnenlandse politiek kan de VS echter niet erg ver gaan. Een reden te meer voor de EU om een ambitieus diplomatiek initiatief te nemen.

Prof. Dr. Sven Biscop is directeur “Europa in de wereld” aan het Egmont – Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel en doceert aan de Universiteit Gent.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift