Jong Groen genetisch gemanipuleerd? Tijd om bij de feiten te blijven!

Milieudeskundige Nina Holland en boer Tijs Boelens reageren in een opiniestuk op het onlangs aangenomen standpunt van Jong Groen over ggo’s. Een standpunt waar slechts acht van de grofweg drieduizend leden van Jong Groen vóór hebben gestemd, en dat op belangrijke punten getuigt van een groot gebrek aan kennis rond genetische manipulatie.

Liam Wilde (CC BY-NC-SA 20)

De politieke implicatie van de stelling dat ggo’s niet risicovoller zijn dan niet-ggo’s, zou zijn dat de ggo-wetgeving in de Europese Unie opengebroken moet worden.

Het standpunt van Jong Groen ondermijnt – misschien zonder dat de auteurs het beseften – de strijd die door organisaties en bewegingen wordt gevoerd tegen multinationale ondernemingen actief in de chemie- en zaaigoedmarkt… de Monsanto’s, Bayers, Duponts en Syngenta’s van deze wereld. Dit ondanks het feit dat het standpunt ook positieve elementen bevat, zoals het afwijzen van octrooien op zaden en een pleidooi voor meer middelen voor agro-ecologisch onderzoek.

Het standpunt van Jong Groen getuigt nog steeds van een groot gebrek aan inzicht in de echte problematiek van boeren en de duurzame landbouw

Na uitgebreide e-mailcommunicatie en een lang gesprek, heeft Jong Groen uiteindelijk de tekst van het standpunt aangepast, waarin in elk geval één essentiële correctie werd doorgevoerd – namelijk dat het niet “de conclusie van de EU” is dat ggo’s net zo veilig zijn als niet-ggo’s. Het omgekeerde is namelijk het geval, en dat is de reden dat elke ggo in de EU apart moet worden beoordeeld.

Al met al getuigt het standpunt van Jong Groen nog steeds van een groot gebrek aan inzicht in de echte problematiek van boeren en de duurzame landbouw, en in de politieke implicaties van sommige stellingen. Op een paar punten willen we dit verder toelichten.

Geen wetenschappelijke consensus over veiligheid GGO’s

In de originele versie van het standpunt werd een uitspraak over ggo-veiligheid van iemand die zeer actief is binnen een lobby-platform van de biotech-industrie ILSI, opgevoerd alsof het een conclusie van de EU zelf is. ILSI is een lobbyplatform van zo’n beetje alle grote voedsel- en biotechbedrijven, van Monsanto tot Unilever en MacDonald’s, en heeft met name tot doel de testmethoden voor voedselveiligheid te beïnvloeden. ggo’s worden in de EU elk apart beoordeeld juist omdat ze als risicovoller worden gezien.

Een peer-reviewed standpunt van onafhankelijke experts, verenigd in het ENSSER-netwerk, stelt ook vast dat er geen wetenschappelijke consensus is over de veiligheid van ggo’s. Dit werd in eerste instantie compleet genegeerd door Jong Groen, maar wordt nu wel vermeld. Verder wordt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) maar ten dele geciteerd.

Onafhankelijke experts, verenigd in het ENSSER-netwerk, stellen vast dat er geen wetenschappelijke consensus is over de veiligheid van ggo’s.

De WHO stelt weliswaar dat er nog geen negatieve effecten zijn vastgesteld op de volksgezondheid door consumptie van genetisch gemodificeerd voedsel, maar zegt ook dat het niet mogelijk is om algemene uitspraken over de veiligheid van ggo’s te doen. Jong Groen laat dit laatste weg in haar standpunt, hetgeen een misleidend beeld geeft.(*)

Verder schrijft Jong Groen in haar standpunt dingen zoals dat bij GM de impact op het totale DNA (i.e. genoom) “veel kleiner” is, vergeleken met “andere hedendaagse veredelingstechnieken”. Dergelijke uitspraken geven de schijn van meer veiligheid van ggo’s, maar de werkelijkheid is veel complexer dan dat: ook kleine en precieze veranderingen kunnen onverwachte en onwenselijke effecten hebben.

Het aangepaste Jong Groen standpunt schaart zich nog steeds achter de uitspraak van de hand van de betreffende ILSI-persoon, namelijk dat “ggo’s niet risicovoller zijn dan niet-ggo’s”. Een afgewogen redenering hiervoor wordt niet gegeven. De politieke implicatie van deze stelling zou zijn dat de ggo-wetgeving in de Europese Unie opengebroken moet worden. Deze regels zijn weliswaar niet perfect, maar toch zeker het verdedigen waard.

GGO’s en duurzame landbouw

De vraag moet niet zijn: kunnen we ggo’s inpassen in agro-ecologie? Maar wel: welk soort onderzoek (welk soort veredeling) heeft een echt agro-ecologische aanpak nodig?

De intensivering in ons Europa bracht een verschraling met zich mee op genetisch vlak. Voor de nieuwe generatie bioboeren is het echt zoeken naar populatie-veredelde gewassen die door hun genetische diversiteit voldoende potentieel bieden om veranderende omgevingsfactoren het hoofd te bieden.

Maar nog steeds zijn bioboeren vaak overgelaten aan variëteiten die voor een grootschalige, industriële landbouwbenadering zijn voorzien.

In de aardappelteelt heeft al een ommezwaai plaatsgevonden. Tot voor kort hadden we slechts één ras dat resistent is tegen de aardappelziekte – Sarpo Mira. Plots kwamen een aantal nieuwe resistente variëteiten op de markt, waarvan sommigen door boeren – al dan niet met ondersteuning vanuit de wetenschap – werden ontwikkeld. Na de natte zomer van 2016 konden boeren eindelijk de verwerkende industrie ervan overtuigen dat soortendiversiteit essentieel is.

Maar nog steeds zijn bioboeren vaak overgelaten aan variëteiten die voor een grootschalige, industriële landbouwbenadering zijn voorzien. Deze hebben bijvoorbeeld een hoge anorganische stikstofopname voor maximale groei, wat gevoelige planten oplevert en dus nood aan veel bestrijding van plagen en ziekten. Die veredelingsproducten zijn dus niet afgestemd op een agro-ecologische manier van werken. Agro-ecologie heeft nood aan iets anders.

In die zoektocht botsen we echter op compleet absurde wetgevingen die het ons onmogelijk maken om op vrij initiatief om te gaan met onze landbouwdiversiteit. Zo moeten gewassen voldoen aan een standaard uitzicht en mogen we geen zaad van eigen teelt verhandelen.

Van een vrije markt is echter geen sprake wanneer je als boer(in) je eigen erfgoed niet economisch mag valoriseren.

Van een vrije markt is echter geen sprake wanneer je als boer(in) je eigen erfgoed niet economisch mag valoriseren. In Wallonië doet het netwerk van boeren, molenaars, bakkers en consumenten ‘Li Mestère’ baanbrekend werk op het vlak van vermeerderen en verbeteren van oude graanvariëteiten. De huidige wetgeving blokkeert haar in haar werking en door de huidige dogma’s verwerpt het heersende onderzoekslandschap hun kennis.

Deur open voor Terminator?

Voor tal van boeren in het Zuiden is het bijhouden van hun zaden een economische activiteit van levensbelang. Indien we een wetenschap willen ten dienste van de maatschappij, zouden deze boeren in die activiteit van “eigen zaadteelt” moeten worden ondersteund.

Jong Groen geeft geen enkel antwoord op de vraag in welke extreme omstandigheden zij steriele zaden toelaatbaar acht.

Het is in deze context schokkend te noemen dat het Jong Groen standpunt de deur opent voor steriele ggo-zaden oftewel Terminator-technologie, zogezegd in het geval dat een ggo voor “teveel verstoring van het ecosysteem” zou zorgen. Dit terwijl boeren en milieu-organisaties in 2006 een enorm succes behaalden met het VN-moratorium op dergelijke Terminator zaden en Genetic-Use Restriction Technologies (GURTs). Terminator technologie is onwenselijk in elk landbouwmodel. Jong Groen geeft geen enkel antwoord op de vraag in welke extreme omstandigheden zij steriele zaden toelaatbaar acht.

Samenwerking met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB)… of met Bayer, BASF

In het kader van het door Jong Groen voorgestelde Europese Agro-Ecologische Instituut wordt gesuggereerd dat samenwerking – onder bepaalde voorwaarden – ook mogelijk is met instituten als het VIB. Wij vragen ons af of Jong Groen beseft dat het VIB momenteel Bayer, BASF en Syngenta in haar algemene vergadering en bestuur heeft zitten. Deze bedrijven doen in Brussel hun uiterste best doen om feiten en wetenschappelijk bewijs zo te verdraaien dat ze hun giftige producten op de markt kunnen houden.

Het standpunt van Jong Groen is een slag in het gezicht van de boeren- en boerinnen-doeners.

Het VIB doet daarnaast zeer brede octrooi-aanvragen betreffende vele boom- en plantensoorten met bepaalde eigenschappen (ook wel “biopiraterij” genoemd). Het VIB voert een onverantwoorde lobby bij de EU voor zwakkere ggo-regels en zelfs voor de complete de-regulering van nieuwe ggo-technieken. Dit lijkt geen goede basis voor een succesvol partnerschap voor duurzame landbouw.

De vingerafdrukken van de biotech-lobby waaronder VIB zijn helaas duidelijk herkenbaar in het Jong Groen standpunt. De biotech lobby als EuropaBio gaat er daarom flink mee aan de haal op twitter en in lobbynieuwsbrieven. Het standpunt van Jong Groen is een slag in het gezicht van de boeren- en boerinnen-doeners, en van hen die zich al jaren op serieuze manier op nationaal of internationaal niveau met het ggo-thema bezighouden.

Uiteindelijk moet de realiteit veranderen op het boerenveld, en daar is het keihard werken. Dat is dan tegelijk de uitnodiging aan iedereen binnen Jong Groen die zich voor dit thema interesseert, om zich in dat werkveld in te werken en zo aan de broodnodige omslag bij te dragen.

Tijs Boelens (boer bij De Groentelaar, biologisch groentenbedrijf met graanteelt) & Nina Holland (milieukundige en werkzaam bij Corporate Europe Observatory)

(*) Zie voor meer details het artikel GM crops: rebuttal of claims on safety and benefits, Corporate Europe Observatory, juni 2016

LEES OOK

NAVFAC (CC BY 2.0)
Niet alleen met het oppompen van olie en gas wordt CO2 naar de oppervlakte gehaald. Ook slinkende grondwaterlagen blijken een aanzienlijke bron van broeikasgassen te zijn.
Neil Palmer (CC BY-SA 2.0)
Overschakelen op biologische landbouw verlaagt de uitstoot van broeikasgassen zonder de productie drastisch te verlagen of meer areaal in te nemen.
Dave Emerson (CC BY-NC-ND 2.0)
De wereld kan 825 miljoen mensen meer voeden als alle gewassen op de meest aangewezen plek zouden worden geteeld.
Will Fuller (CC BY-NC-ND 2.0)
Het boek “Giftig spul. Over het pesticide Roundup, kanker, Monsanto en corruptie” van Carey Gillam ligt in de rekken.