Kan een vredesmissie samenwerken met een repressief en corrupt regime?

‘Kabila moet opstappen!’ Ja, maar wat met MONUSCO?

MONUSCO Photos (CC BY-SA 2.0)

 

De krampachtige poging van president Kabila om vast te houden aan de macht resulteert in protesten waarbij de Congolese bevolking opnieuw slachtoffer is van gewelddadige repressie. Deze bevolking wordt echter al sinds 1996 gegijzeld door een conflict dat zijn oorsprong vindt in een kluwen van politieke machtsspelletjes, kostbare gronden en raciale en culturele verschillen.

De poging van de Verenigde Naties om met de vredesmissie MONUSCO dit conflict op te lossen, lijkt na 20 jaar impasse ijdele hoop. Zelfs een wisseling van de wacht in het presidentiële paleis is geen garantie op stabiliteit en net daarom moet MONUSCO zijn prioriteiten eens dringend op een rijtje zetten.

Terwijl de vredesmissie van de VN doorheen de jaren van MONUC in MONUSCO overliep, vermenigvuldigden de rebellengroepen zich in ijltempo en bleef de bevolking slachtoffer van willekeurige aanvallen en mensenrechtenschendingen.

Dubieus partnerschap

Zowel de Congolezen als het VN-personeel zijn eenduidig over het objectief van MONUSCO, wiens taak eruit bestaat de Congolese overheid -en diens leger- bij te staan om het conflict te stabiliseren.

Het gevoel van wantrouwen is torenhoog aangezien de samenwerking met het Congolese regime voortdurend de legitimiteit van de missie ondermijnt.

Maar het is net hier dat het schoentje wringt: MONUSCO is niet geliefd bij de gemiddelde Congolees en dat is een understatement. Het gevoel van wantrouwen is torenhoog aangezien de samenwerking met het Congolese regime voortdurend de legitimiteit van de missie ondermijnt. Dit dubieuze partnerschap met de regering wordt ook door het geïnterviewde VN-personeel erkend als een groot probleem.

Zo worden de wanpraktijken van het Congolese leger steeds geprojecteerd op de blauwhelmen en wordt de VN van partijdigheid met de regering beschuldigd. Dit resulteert in een hevige vijandigheid en zelfs aanvallen gericht tegen de VN-basissen.

De meeste Congolezen hekelen ook het racisme, de discriminatie en de onverschilligheid waaraan het VN-personeel en de ruimere internationale gemeenschap- zich schuldig maken.

‘Ze willen verandering brengen in Congo, maar ze willen hierbij liefst zo min mogelijk in contact treden met de bevolking’, zegt Alain van de protestbeweging La Lucha. ‘Ze leven in hun eigen bubbel, wonen in hun eigen wijken. Ze hebben er geen flauw benul van hoe de Congolese bevolking leeft en tonen niet de minste interesse’. 

Documentairemaker Luc beaamt dit en haalt beleefd aan dat het hoogst opmerkelijk is dat ik als “blanke buitenlandse student zonder ervaring” op enkele weken al talloze interviews in het MONUSCO-hoofdkwartier heb kunnen versieren, terwijl hij—ondanks zijn vele jaren van ervaring, brede netwerk en grotere betrokkenheid bij het conflict—zelf de binnenkant ervan nog nooit heeft gezien.

Jobs

De verhouding tussen de blauwhelmen en de bevolking die het hoort te beschermen is over de jaren vooral uitgegroeid tot een relatie van afhankelijkheid.

‘MONUSCO en de gehele internationale gemeenschap zijn één van de grootste werkgevers van het land. De enige manier van interactie met MONUSCO is dus die van werkgever-werknemer’, legt de jonge ondernemer Jean uit. ‘Ik zou graag hebben dat MONUSCO vertrekt, maar dan denk ik aan mijn vader, mijn neef, mijn oom en al mijn vrienden wiens job afhankelijk is van MONUSCO’s aanwezigheid. Natuurlijk is dit geen duurzame oplossing en moeten we opnieuw zelfredzaam worden, maar die onzekerheid leeft sterk’.

De gevallen waarbij MONUSCO te laat is en ze enkel nog de menselijke schade kunnen opmeten, lijken de regel in plaats van de uitzondering.

Ook Alain geeft aan dat hij zeer verheugd zal zijn op de dag dat MONUSCO de missie staakt. Hij stelt echter wel dat dit jammer genoeg ten koste zal gaan van de bevolking, ‘zelfs al is het maar door het afschrikkingseffect dat de VN heeft op rebellengroepen’.

Dit typeert het gevoel van de Congolezen, ze weten dat er hier en daar wel degelijk aanvallen van rebellengroepen verhinderd worden, maar op lange termijn boekt de missie te weinig resultaat. De gevallen waarbij MONUSCO te laat is en ze enkel nog de menselijke schade kunnen opmeten, lijken de regel in plaats van de uitzondering.

Naast alle schandalen en kritieken op de vredesmissie zijn er ook successen. Wanneer naar deze succesverhalen gehengeld wordt, is het steeds het departement voor burgerzaken dat wordt aangehaald.

MONUSCO Photos (CC BY-SA 2.0)

 

Urafiki

Julie, werkzaam in dit departement, vertelt over maandelijkse openbare meetings opgericht onder de naam Urafiki. ‘Dit is een soort van dorpsvergadering waarbij alle inwoners geïnformeerd worden en naar een gemeenschappelijke verstandhouding tussen de burgers en de VN wordt gestreefd. Naast Urafiki, hebben we ook “Community Alert Networks” in het leven geroepen, die een snellere respons van de blauwhelmen in de hand werkt’.

Ondanks de grote investering die het departement burgerzaken in de laatste jaren leverde, bleek de ware omzet bijzonder pijnlijk toen in een focusgroep gepeild werd naar de interactie met het personeel - zowel militair als civiel- van de VN-missie. Van zo’n 25 jongeren tussen de 18 en 35 jaar ging welgeteld 1 hand omhoog bij de vraag wie al ooit gesproken had met VN-personeel. Aangezien het hier gaat over geëngageerde en opgeleide jongeren die quasi opgegroeid zijn met de blauwhelmen in hun achtertuin, is het duidelijk dat zelfs de civiele tak van MONUSCO tekortschiet.

Bij de start van het nieuwe jaar, afgetrapt met Kabila’s gebroken belofte, werd duidelijk dat de Belgische regering het Congolese regime niet langer steunt. Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders en minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander de Croo verklaarden dat ze de 25 miljoen euro ontwikkelingssteun, die normaliter via de Congolese regering zou worden verdeeld, stopzetten.

Net als de Belgische ministers zou ook MONUSCO de kern van de missie moeten verleggen met als centrale doelgroep: de bevolking.

De 25 miljoen euro zal in de plaats daarvan doorgeschoven worden naar de jaarlijkse humanitaire hulp aan Congo. Net als de Belgische ministers zou ook MONUSCO de kern van de missie moeten verleggen met als centrale doelgroep: de bevolking.

De enige zekerheid is dat MONUSCO gefaald heeft in haar opzet en in haar laatste stuiptrekking nog een dictatuur ondersteunt ook. Maar de meningen bij de VN-respondenten zijn echter genuanceerder.

Enkelen hekelen de noodzaak van de politieke rol die elke vredesmissie onvermijdelijk heeft.

MONUSCO-consultant Claude weerlegt dit en laat er geen twijfel over bestaan: ‘Wat nodig is om vrede te brengen is een bottum-up aanpak. Dit is het enige alternatief voor MONUSCO. Verandering kan namelijk alleen gebracht worden als de bevolking het establishment en de Congolese elite dwingt hun structuren van kleptocratie en cliëntelisme te beëindigen. Dit moet van middenveldorganisaties en bewegingen zoals La Lucha komen. De enige manier om echt iets te veranderen, zal door het volk zelf zijn en als we een oplossing willen, moeten we dat door en met hen doen’.

 

Ruben Boyen is masterstudent Politieke Wetenschappen aan de VUB en deed onderzoek naar de rol van MONUSCO in Congo. Namen van personen in dit artikel werden aangepast om hun anonimiteit te garanderen. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift