Monopolies opbreken, waarom niet?

Waarom was het verantwoord om in het begin van de vorige eeuw wel op te treden tegen de dominantie van Standard Oil Company en is dat vandaag niet langer verantwoord tegen quasi monopolies die de markt nog meer verstoren, vraagt Dirk Barrez zich af in zijn jongste boek “Koe 80 heeft een probleem”
[Dirk Barrez neemt deel aan het MO*debat op 7 oktober op Het Andere Boek: www.hetandereboek.com]
Eten moeten we allemaal, en velen van ons eten zelfs veel te goed. Het gekke is dat de boeren en boerinnen die wereldwijd voor ons voedsel zorgen, daar zelf arm en zelfs hongerig van worden. Vrijhandel en wereldmarkt laten ons hier stevig in de steek. Dat sommige landbouwprijzen op dit ogenblik wat zijn gestegen, verandert daar weinig aan. Ze compenseren amper de dramatische prijsdalingen van de laatste zestig jaar.

Even fundamenteel is de industrialisering van de landbouw, die landbouwers almaar afhankelijker maakt. Voor bijna alles wat ze nodig hebben -hun input aan zaden, meststoffen, pesticiden- komen ze terecht bij multinationale bedrijven die economisch oneindig veel sterker staan. Zo levert Monsanto liefst 97 procent van alle genetisch gewijzigde maïs. En waar kunnen ze terecht met hun oogsten, met hun output? Veel keuze is er niet. De wereldgraanhandel telt drie grote spelers, Cargill, ADM en Louis Dreyfus.
Ook in de voedselverwerkende industrie hebben grote bedrijven als Nestlé of Unilever het voor het zeggen. En de grootste macht verschuift de jongste jaren naar de grote distributiebedrijven. Hun groeiende aankoopkracht maakt dat Wal-Mart en Carrefour de boeren en zelfs de productiemultinationals in grote mate naar hun pijpen laten dansen.

Zo raken zeker de boeren, de zwaksten in dit verhaal, platgewalst tussen de multinationals van de input en de output. We leven in een wereld die een paar miljard mensen zonder bescherming overlevert aan monopolistische bedrijven onder het mom dat hier de vrije markt aan het werk moet. Het zal de meesten have en goed kosten, en velen zullen het zelfs met de dood bekopen.
Vreemd. Want een echte vrijemarkteconomie duldt toch geen oligopolie of monopolie? Daarom bestaat er toch antitrustwetgeving, om eerlijke concurrentie te waarborgen?
Waarom was het verantwoord om in het begin van de vorige eeuw wel op te treden tegen de dominantie van Standard Oil Company en is dat vandaag niet langer verantwoord tegen quasi monopolies die de markt nog meer verstoren? Hoe komt het dat de Wereldhandelsorganisatie en overheden zich niet storen aan de hoge concentratie van macht in de voedseleconomie, van de zaad- en pesticidenmultinationals tot de distributiegiganten? Zij zijn het toch die eenzijdig prijzen kunnen opleggen?
Zelfs de meest doorgedreven politiek van voedselsoevereiniteit laat veel meer dan Monsanto of Wal-Mart de concurrentie op vrije markten spelen, vooral dan lokaal en regionaal.

Er is dus ook in de 21ste eeuw geen enkele reden om buitensporige economische macht te tolereren. Elke overheid die zichzelf respecteert, weet wat te doen: breek op die monopolies die zoveel mensen economisch kapotmaken en alle fatsoenlijke levenskansen ontnemen.

KOE 80 heeft een probleem. Boer, consument, agro-industrie en grootdistributie, Dirk Barrez,  EPO, 254 p., ISBN 978-90-6445-453-0

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift