Tijd voor klimaatstrategie voor Vlaamse industrie

Na de miljoenensteun voor ArcelorMittal: ‘Publieke middelen moeten dienen voor publieke doelen’

Michael Staats / Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het industriegebied aan de haven van Antwerpen.

Vorige week maakten de Vlaamse en de federale regering samen bekend dat ze stevig investeren in staalfabrikant ArcelorMittal. Daardoor zal de staalproducent eindelijk koers zetten richting klimaatneutraliteit. Het voordeel: gigantische CO2-reducties. Het nadeel: een pak publieke middelen voor één grootbedrijf, een aanpak die moeilijk vol te houden is, schrijft Tycho Van Hauwaert, beleidsmedewerker industrie bij de Bond Beter Leefmilieu (BBL). Hoe kan de overheid dan wél richting geven aan de transformatie van de Vlaamse industrie?

De euforie was groot. ArcelorMittal had tot voor kort enkel oog voor de techniek van Carbon Capture & Storage (CCS). Kort gezegd: broeikasgasemissies opvangen en het vervolgens in onderzeese gasvelden pompen. De techniek is erg duur, niet op grote schaal beschikbaar én een excuus om de bron van de vervuiling niet te moeten aanpakken. Zo kon ArcelorMittal haar klassieke hoogovens onaangeroerd verder laten draaien.

Met de komst van een zogeheten DRI (een staalproces dat ijzer omvormt met behulp van aardgas) verandert de fabriek van koers en stapt ze af van steenkool als basis voor de staalproductie. Bond Beter Leefmilieu steunt die koerswijziging. Een DRI kan later op waterstof draaien en reduceert de emissies aanzienlijk ten opzichte van de klassieke hoogoven. Dit is de eerste grootschalige klimaatinvestering in Vlaanderen, zeg maar.

Publieke middelen voor publieke doelen

Niet alles is rozengeur en maneschijn. Dat de investering veel geld zou kosten, stond vast. Dat dergelijke investering betaald zou worden door de overheid zelf, is een grote verrassing. ArcelorMittal en de Vlaamse Overheid beheren een gezamenlijk fonds, Finocas, en stoppen er elk zo’n slordige 350 miljoen euro in. Voor dat geld bouwt Gent z’n langverwachte tramverbinding van Gent-Sint-Pieters tot Dampoort. En de kostelijke sanering van de Oosterweel wordt geraamd op zo’n 200-250 miljoen.

Tot vandaag is het onduidelijk waar het geld vandaan komt, maar ook wat de maatschappelijke return zal zijn. Gaat het om een vlakke subsidie of zorgt de overheid dat Arcelor de bijdrage netjes terugstort op termijn?

Het is moeilijk verdedigbaar dat er zoveel publieke middelen richting één grootbedrijf gaan.

Als milieubeweging zijn we niet gekant tegen subsidies voor de industrie. Cruciaal is wel hoe het geld besteed wordt. Publieke middelen moeten geoormerkt worden voor publieke doelen. En laat ArcelorMittal niet meteen de beste leerling van de klas zijn wat financieringsstromen betreft.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het bedrijf profiteert van miljoenen gratis uitstootrechten. Voor 2021 gaat het om gratis rechten ter waarde van 450 miljoen euro in het kader van het emissiehandelssysteem en het bedrijf krijgt daarnaast nog een compensatie voor de “indirecte emissiekosten” ter waarde van 13 miljoen euro (in 2020) en stevige kortingen op haar energiefactuur (in totaal ter waarde van 43 miljoen euro per jaar).

Om het plaatje compleet te maken: er is ook nog €4 miljoen strategische ecologiesteun.

Het hek van de dam

Het is moeilijk verdedigbaar dat er zoveel publieke middelen richting één grootbedrijf gaan. Je kan er donder op zeggen dat verschillende petrochemische bedrijven uit de Antwerpse cluster bij de overheid zullen aankloppen voor een soortgelijk steunpakket. Maar de middelen zijn beperkt en je kan elke euro maar één keer uitgeven.

De burger verdient te weten welke middelen ingezet worden tegen welke kostprijs.

Het betekent dat we het debat moeten openen over hoe publieke middelen besteed mogen worden om onze industrie klimaatneutraal te krijgen. Geven we blanco cheques of vragen we duidelijke return van die bedrijven? En hoe zorgen we ervoor dat het bedrijf nadien ook alle verwachtingen en verplichtingen inlost én hoe dat de industrie zelf nog haar eigen investeringen zal financieren?

Het maatschappelijk debat

De regeling werd bedisseld tussen de overheden en de staalmultinational. We pleiten ervoor om dergelijke initiatieven maatschappelijk breed te bespreken, met alle partners aan tafel: overheid, industrie, milieubeweging en vakbonden. De burger verdient te weten welke middelen ingezet worden tegen welke kostprijs. De kostprijs is in dit geval: minder andere investeringen zoals in mobiliteit of onderwijs.

Wat zeker zou helpen om dat verhaal verkocht te krijgen bij de burger: een duidelijke marsrichting: een transitieplan voor de industrie, met transparante doelstellingen en financiering. Dat langetermijnplan ontbreekt vandaag.

Al leven we op hoop: minister Crevits komt dit najaar met een nieuwe industriestrategie. Wat daar voor de milieubeweging zeker in zou moeten staan: een meer sturende rol van de overheid, die als durfinvesteerder de industrie aanzet om de juiste keuzes te maken voor de toekomst. Maar we vragen ook aandacht voor sociale rechtvaardigheid, want bovenal is de transformatie van de industrie een verhaal van mensen, jobs, en sterk veranderende jobskills. Ook daar moet de overheid haar rol opnemen.

Lukt het de overheid om een gedragen transitieplan uit te rollen, dan zullen leningen of investeringen niet meer plots uit de lucht komen vallen, maar wel het resultaat zijn van een maatschappelijk en transparant debat.

Tycho Van Hauwaert is Beleidsmedewerker Industrie bij Bond Beter Leefmilieu

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift