Ngo’s als ogen en oren van de militairen in Afghanistan

Nederland heeft zijn grote militaire aanwezigheid in Afghanistan met twee jaar verlengd op voorwaarde dat de operatie ook humanitaire doelstellingen heeft. Maar dat is volgens sommige hulpverleners net het probleem: de vermenging van doelstellingen maakt echte hulpverlening steeds moeilijker.
‘Als er één goede oorlog is in onze tijd, dan is het de oorlog in Afghanistan’, schrijft George Friedman van de Amerikaanse denktank Stratfor. De steun voor de oorlog tegen de Taliban en hun Al-Qaeda gasten was internationaal, de VN-Veiligheidsraad voorzag de operatie van een stevige resolutie, de intussen democratisch verkozen president Karzai is vragende partij voor de aanwezigheid van zo’n 50.000 buitenlandse soldaten. En de troepen zetten zich ook in voor herstel en heropbouw, zaken die Afghanistan dringend nodig heeft. Dat waren ook de argumenten die Jan Marinus Wiersma, Nederlands Europarlementslid voor de PvdA, naar voor schoof tijdens MO*debat gisteravond in deBuren, het Vlaams-Nederlands Huis in Brussel. Marc Joolen was het wel eens met de stelling dat de oorlog volkenrechtelijk legitiem was, maar betwijfelde of er een ethische grond en doelstelling is voor het optreden van de Navo. Joolen was in de periode 2001-2006 onder andere verantwoordelijk voor de operaties van Artsen Zonder Grenzen in Irak, Tsjetsjenië en Afghanistan. Daardoor was hij ook nauw betrokken bij de beslissing van AzG in 2004 om, na de moord op vijf medewerkers, niet langer aanwezig te blijven in Afghanistan.
De beslissing van AzG om te vertrekken uit Afghanistan werd destijds scherp bekritiseerd door onder andere de vrouw van de Amerikaanse ambassadeur, Cheryl Benard die zelf werkte voor de (rechtse) Amerikaanse denktank Rand Corporation. In de schimmige conflicten van de 21ste eeuw kunnen humanitaire hulpverleners niet langer hopen door alle strijdende partijen gerespecteerd te worden, schreef mevrouw Benard. En dus moeten ze aanvaarden dat ‘veiligheid, ontwikkeling en hulp deel geworden zijn van één ondeelbaar geheel en dat, tot de stabiliteit gerealiseerd is, humanitairen zullen moeten kiezen tussen werken onder de bescherming van wapens -of niet werken.’ Marc Joolen verwerpt die visie. Volgens hem is het probleem niet alleen dat gewapende militairen aan heropbouw doen of ngo’s “beschermen”. ‘Op een vergadering in Mazar-e-Sharif in juli 2003 werd ons de werking van de Provinciale Reconstructie Teams -de militaire units die betrokken zouden worden bij heropbouwwerk- uitgelegd door de Britse kolonel Richard Davies. Van de ngo’s werd gevraagd om hieraan mee te werken, wat onder andere zou inhouden dat we belangrijke of belangwekkende informatie zouden doorspelen aan de militairen. Ngo’s die hiertegen protesteerden werden er door een vertegenwoordiger van de Britse Ontwikkelingssamenwerking aan herinnerd dat ze door hen gefinancierd werden en dus mogelijks de consequenties zouden moeten dragen. Een opzet dat gepresenteerd werd als een poging om de hearts and minds van de Afghanen te winnen voor het nieuwe regime, werd op die manier een project om van de ngo’s de eyes and ears van de Navo te maken’, besloot een boze Joolen.
Pieter Leenknegt, voormalig zaakgelastigde van België in Kaboel, nuanceerde de tegenstelling door eraan te herinneren dat de militairen geen mandaat hebben om aan echt ontwikkelingswerk te doen. Ze worden wel ingezet om hulpverleners te beschermen of om kleine infrastructuurwerken te doen, zei Leenknegt. Hij werd daarin bijgetreden vanuit de zaal door Eric Povel, persverantwoordelijke van de Navo in Brussel. Bruno De Cordier, onderzoeker bij de Conflict Research Group van de Ugent, benadrukte ook nog eens de complexiteit van het probleem door te verwijzen naar opinieonderzoek in Afghanistan waaruit blijkt dat een grote meerderheid van de Afghanen wel gewonnen is voor een zekere aanwezigheid van buitenlandse troepen op dit moment, maar dat dit zeker niet mag gezien worden als een soort vriendschapsverklaring met het Westen. ’15 procent van de Afghanen is pro-Taliban, 15 procent is pro-regering Karzai en 70 procent probeert elke dag te overleven en ervoor te zorgen dat ze zich niet aan de kant van de verliezende partij bevinden’, aldus De Cordier.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur