‘Niet het milieu maar het achterhaalde landbouwbeleid is de vijand van de boeren’

Esmeralda Borgo en Ingrid Pauwels (Voedsel Anders)

07 februari 2024
Opinie

Welk landbouw- en voedingssysteem is mogelijk binnen de draagkracht van onze leefomgeving?

‘Niet het milieu maar het achterhaalde landbouwbeleid is de vijand van de boeren’

‘Niet het milieu maar het achterhaalde landbouwbeleid is de vijand van de boeren’
‘Niet het milieu maar het achterhaalde landbouwbeleid is de vijand van de boeren’

Het huidige landbouwmodel stuit op zijn grenzen, niet alleen voor het leefmilieu maar ook voor onze boeren en hun toekomst. Dat hebben de recente boerenprotesten nog maar eens aangetoond, stellen Esmeralda Borgo en Ingrid Pauwels van de agro-ecologische beweging Voedsel Anders.

Zoe Schaeffer / Unsplash

‘Natuurinclusieve landbouw, die inzet op gezonde bodems en veerkrachtige gewassen met geen of weinig pesticiden en kunstmest, wordt onvoldoende gewaardeerd.’

Zoe Schaeffer / Unsplash

Zowat de hele maatschappij heeft begrip voor de frustraties van de boeren. Zij verdienen te weinig en de regelneverij waaraan ze onderworpen zijn, fnuiken de boerenstiel. De boeren zijn al decennialang slachtoffer van een beleid dat schaalvergroting en administratieve mallemolens in de landbouw aanmoedigt.

Maar een grondige analyse over de vraag hoe het zo ver is kunnen komen, ontbreekt. En zo pikt de politiek het ongenoegen op en geeft ze populistische antwoorden, dit keer gericht tegen het broodnodige Europese milieubeleid en de Green Deal.

Het is dan ook hoog tijd voor een debat ten gronde over de vraag welk landbouw- en voedingssysteem mogelijk is binnen de draagkracht van onze leefomgeving. Boeren zijn niet gebaat met symptoombestrijding, maar hebben nood aan een robuust en toekomstgericht landbouwbeleid. Niet de natuur of onze leefomgeving zijn vijand van onze boeren, wel het beleid dat hen steeds dieper in het defensief jaagt.

Niet milieu is de oorzaak van de problemen. Behoorlijk milieubeleid is noodzakelijk voor het algemeen belang: op het einde van de rit is ook landbouw zonder schoon water niet mogelijk en zonder biodiversiteit is er geen leven.

De verplichte 4% braak nog een jaartje uitstellen of de nieuwe pesticidenregelgeving afvoeren: dat is niet meer dan paniekvoetbal. Europa richt hiermee haar pijlen op de verkeerde. Niet de Green Deal met haar schuchtere pogingen om het Europese milieubeleid op te krikken, is de oorzaak van veel problemen, wel de manier waarop overheden, agro-industrie en ketenbedrijven met boeren omgaan.

Sinds het ontstaan van de Europese Economische Gemeenschap begin jaren zestig is de circulaire “boerenlandbouw”, ingebed in de lokale gemeenschap, geëvolueerd naar een kapitaal- en grondstoffen-intensieve landbouw. De boerenstiel richtte zich steeds meer op monoculturen, specialisatie en export.

Die trend werd vanuit Europa van bij het prille begin aangestuurd door Sicco Mansholt, de allereerste Eurocommissaris voor Landbouw. Mansholt wilde dat landbouwbedrijven zouden groeien. Het aantal boeren moest drastisch naar beneden. Ook toen kwamen boeren massaal op straat, met een triest orgelpunt in maart 1971, de grootste naoorlogse betoging van de vorige eeuw. Mansholt zelf kwam op het einde van zijn carrière tot het verpletterende inzicht dat hij een verkeerde weg was ingeslagen, maar de geest was helaas al uit de fles.

Decennialang zou Europa zijn lidstaten aansturen op zoveel mogelijk schaalvergroting. De inzet van kunstmeststoffen, geïmporteerde soja en pesticiden vulden het stikstofbad en ook onze waterlopen kreunen intussen onder de vervuiling door industrie en landbouw. Al die jaren werd dit landbouwmodel gesteund door onderzoeksinstellingen, banken en agro-industrie. Zij zijn diegene die er beter van werden. Boeren moesten het allemaal maar ondergaan en gingen steeds meer gebukt onder schulden om de “technologische innovatie” te kunnen bijbenen.

Administratieve regelneverij en kalenderlandbouw negeren boerenkennis. Ze maken van trotse boeren administratieve ondergeschikten.

Administratieve regelneverij en kalenderlandbouw negeren boerenkennis over grond, gewassen en landbouwdieren. Ze maken van trotse boeren administratieve ondergeschikten. Als prijsnemer zitten boeren geprangd tussen de stijgende grondstoffenprijzen, te lage vergoedingen voor hun producten en natuurmaatregelen opgelegd door Vlaamse en Europese wetgeving. Intussen raken boeren en consumenten steeds meer van elkaar vervreemd.

Bijzonder cynisch is dat het beleid ook nog kiest voor milieumaatregelen die boeren dwingen om opnieuw te investeren en te groeien om het bedrijf rendabel te houden. De industrie wordt grotendeels ontzien, maar om te voldoen aan de strenge stikstofregels moeten boeren alweer investeren, nu in zogenaamde “ammoniakemissiearme” stallen. Deze stallen worden voor 60% en voor jonge boeren zelfs tot 80% gesubsidieerd, publiek geld dat naar maatregelen gaat die noch de natuur, noch de boer ten gronde helpen.

Steeds meer wetenschappers hebben twijfels bij de effectiviteit van dergelijke technologieën. Het zijn stallen die niet eens toepasbaar zijn in de biologische sector omdat er te veel dieren per oppervlakte-eenheid in opgehokt moeten worden om in aanmerking te komen voor de vrijstelling op basis van een berekende ammoniakreductie.

Veeboeren mogen ook investeren in luchtwassers die massale hoeveelheden energie, proper water en in bepaalde gevallen chemicaliën zoals sterk zwavelzuur vergen. Ze worden ertoe aangezet om dure additieven te kopen zodat melkkoeien minder methaan zouden oprispen maar daardoor ook minder goed gras kunnen verteren. Op het einde van de rit moeten hun producten ook nog eens concurreren met goedkope import uit landen met veel minder milieuregels. Hoeft het dan nog te verbazen dat boeren met hun tractoren het land bezetten?

Nog cynischer is dat boeren die het anders willen doen, eraan zijn voor de moeite. Agro-ecologische boeren die kiezen voor een bedrijfsvoering in samenwerking met de natuur zijn evengoed onderhevig aan absurde regelneverij en krijgen te weinig steun voor hun pogingen om uit de ratrace te geraken.

Natuurinclusieve landbouw, die inzet op gezonde bodems en veerkrachtige gewassen met geen of weinig pesticiden en kunstmest, wordt onvoldoende gewaardeerd. Hoogstens is er een tegemoetkoming voor de gemaakte kosten. Er is te weinig erkenning voor het feit dat zij werken aan ecosysteemdiensten zoals schoon water of de bescherming van biodiversiteit zoals bijen en een gezond bodemleven.

Boeren die kiezen voor de korte keten — en op die manier het contact herstellen met de burgers om zo te ontsnappen aan de wurggreep van de agro-industrie — blijven ondergewaardeerd. Een lokaal verankerde kringlooplandbouw in Europa komt uiteindelijk de voedselvoorziening in het Globale Zuiden ten goede. Ook dat blijft het beleid negeren.

Boeren die kiezen voor de korte keten herstellen daarmee het contact met de burgers, om zo te ontsnappen aan de wurggreep van de agro-industrie.

Met het boerenprotest is er een nieuw momentum, een kans om het debat aan te gaan over een landbouwmodel dat toekomst heeft, een landbouwmodel dat zorg draagt voor onze leefomgeving en boeren en biodiversiteit perspectief geeft.

Eerder erkende Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (CD&V), tijdens een bezoek aan het biologische bedrijf De Zonnekouter in Machelen-aan-de-Leie kort na zijn aantreden, het belang van agro-ecologie in de transitie waar de landbouw vandaag voor staat: ‘De landbouw in Vlaanderen staat aan de vooravond van een van de grootste transities ooit’, zei hij toen. ‘We kennen de uitdagingen van vandaag en daarom is het belangrijk dat we de landbouwers niet loslaten. We moeten ze bij de arm nemen en ondersteunen, zeker ook zij die de stap willen zetten naar bijvoorbeeld agro-ecologie.’

Werken aan een robuust landbouw- en milieubeleid dat boeren écht perspectief heeft, vergt moed en sterk leiderschap. De signalen over de eerste gesprekken met de gangbare landbouworganisaties stemmen weinig hoopvol. Minister Brouns en de voltallige regering hebben nochtans de verpletterende verantwoordelijkheid om dit momentum aan te grijpen en zo de noodzakelijke shift naar agro-ecologische landbouw mogelijk te maken.

Esmeralda Borgo en Ingrid Pauwels werken bij Voedsel Anders, een beweging die ijvert voor agro-ecologie als krachtig alternatief, samen met 29 lidorganisaties en vele burgers, bedrijven en lokale groepen.