Dossier: 

Nieuwjaarsbrief aan de vergeten vluchteling

© Pieter Stockmans

De kleine Nouri was amper zes maanden oud toen hij met zijn gezin naar België vertrok en zijn opa acherliet. Vandaag is de jongen drie en kent hij zijn opa alleen van op WhatsApp.

Roliana (8) zat bij de kerstboom in haar huisje in Leuven. Ze was zo gefixeerd op haar leesboek van Vos en Haas dat ze maar met een half oor luisterde naar wat haar papa tegen jou aan de telefoon zei.

Dat ze niet naar Turkije zouden komen. Dat hun visumaanvraag om jou te bezoeken, was afgewezen.

Het was twee dagen voor kerstmis. Na het Ketnetprogramma Helden had je zoon Delvan je opgebeld. Toen hij Roliana vertelde dat ze haar nieuwjaarsbrief voor jou niet zou kunnen voorlezen, knakte er iets.

Ze zou hem komen voorlezen in Istanboel, apetrots, recht voor jou staand, op de eerste dag van het nieuwe jaar. En dan zou ze je vol vreugde bespringen en zou jij in tranen uitbarsten bij het voelen van je kleindochter in je armen.

Die droom heeft het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken je ontnomen.

Roliana begon de brief dan maar voor te lezen op WhatsApp, gestreamd van Leuven naar Istanboel. Je keerde je gelaat af.
 — ‘Opa, niet huilen’, zei ze.

Ze vroeg me of ik haar kon helpen om de brief op te sturen, samen met een tekening van tekentalent Ariana (6). Zij schilderde een zelfportret, voor jou. Ze gaat naar de tekenschool en is erg creatief. Weer zo’n talent dat in Turkije verborgen was gebleven.

Je hebt prachtige kleinkinderen, Nouri. Kon je hen maar zien opgroeien. Ik verdien geen seconde meer met hen zolang jij je band niet kan herstellen. Maar je hebt me eens gezegd dat je mij beschouwt als hun beschermengel in het nieuwe land en die rol zal ik mijn leven lang ter harte nemen.

Plots zei Roliana dat ze op haar kamer wilde verder lezen. Ze trok me aan de arm. Eerst had ik het niet begrepen, maar ze wilde me wat toevertrouwen.
 — ‘Ik mis opa heel hard, ik heb hem al twee jaar niet gezien’, fluisterde ze met een trillend stemmetje nadat ze de slaapkamerdeur achter zich dichtgetrokken had.

Het was alsof mijn hart in duizend stukjes brak.
 — ‘De mevrouw van Turkije heeft gezegd dat wij niet naar Turkije mogen. Ik vind het keiraar’, zei ze.

Ik zag dat ze hard wilde huilen, maar ze hield zich sterk.
 — ‘Misschien moet opa naar hier komen?’, vroeg ik.
— ‘Maar dan wel met een vliegtuig! Toen wij met een rubberbootje kwamen, ging de boot wel bijna kapot, hé. En met een vliegtuig gaat ook niet, want opa heeft geen kaartje.’

Vluchtelingen verdienen bescherming tegen het gevoel ongelijk te zijn, maar soms zijn andere krachten machtiger.

Met kaartje bedoelde ze visum. Voor België dan.
— ‘Kan jij voor opa zo een kaartje maken?’, vroeg ze.
— ‘Alleen Turkije en België kunnen dat maken. En nu heeft Turkije gezegd dat het niet mag. Turkije is heel stout geweest.’
— ‘Waarom mag jij wel overal gaan en wij niet? Niet eerlijk!’

Plots begon het me te dagen. Het meisje stelt nog altijd dezelfde vragen als twee jaar geleden.

Toen kon ze geen vliegtuig naar België nemen omdat België aan Syrische vluchtelingen geen visum toekende.

Nu kan ze geen vliegtuig naar Turkije nemen omdat Turkije aan Syrische vluchtelingen in Europa geen visum toekent om hun achtergebleven familie te bezoeken.

Dat Turkse beleid begon twee jaar geleden, om te vermijden dat er nog meer Syriërs Turkije zouden binnenstromen die uiteindelijk naar de EU zouden gaan. Daar zit ook druk van de EU op Turkije achter. Maar waarom dit ook gevolgen moet hebben op Syriërs die al legaal in de EU zijn en die gewoon hun familie in Turkije willen bezoeken, is me een raadsel.

De afgelopen twee jaar verzette je kleindochter bergen om normaal te kunnen zijn, zoals haar Vlaamse hartsvriendinnen in de klas. Maar dit is de confrontatie met het feit dat ze nog altijd een vluchteling is. Ik probeer haar met al mijn macht te beschermen tegen dat gevoel van ongelijk te zijn, maar soms zijn andere krachten machtiger. Toen brak de dam. Ze dook onder het kussen en begon te snikken. Zo zag ik haar in vier jaar nog nooit huilen. Niet zomaar krokodillentranen, maar echt verdriet.

Nouri, je bent hun rots in de branding

Ik denk nog vaak terug aan de nacht van 27 oktober 2015, toen je hen voor de laatste keer in levenden lijve zag. Die nacht vertrok ik samen met hen naar het nieuwe leven. Ze voegden zich bij de grote vluchtelingenkaravaan met een paar plastic zakken vol kleren en een hart vol angst, hoop en verdriet.

Die nacht, toen je hen zag wegstappen in de lege straten van de Istanboelse volkswijk en hun silhouetten kleiner en kleiner werden tot ze aan het eind van de straat de hoek omkeerden, verdwenen ze achter de muur tussen toekomst en verleden.

© Pieter Stockmans

27 oktober 2015, de nacht toen alles anders werd. Het was de laatste keer dat opa Nouri hen zag.

Nouri, weet je nog toen ik je ontmoette in Afrin in het olijfboomrijke noorden van Syrië? Eigenlijk waren we toen al in de wereld van gisteren. Syrië was toen al onleefbaar geworden.

Het was de zomer van 2014, anderhalf jaar voor die noodlottige oktobernacht. Je woonde nog in het huis waar je je hele leven had gewoond, met je dochters en het gezinnetje van je zoon Delvan. Roliana en Ariana woonden bij je in. Je was hun rots in de branding.

Je dochters, de tantes van Roliana en Ariana, voeren al vijf jaar een overlevingsstrijd.

Nazlia werkte als ambtenaar bij de overheid van de stad Aleppo. Tijdens de oorlog moest ze drie keer per week van Afrin naar Aleppo, een twaalf uur durende dodentocht langs controleposten van het regime, IS en het Vrije Syrische Leger. Hoe konden haar zussen haar aankijken, wetende dat ze er bij het volgende avondmaal misschien niet meer zou zijn? Haar maandloon van €90 was al een jaar niet uitbetaald en elke taxirit kostte €10. Maar ze bleef gaan, in de ijdele hoop dat ze het achterstallige loon in één keer zou ontvangen. Dat gebeurde nooit.

Hun kinderen zijn verspreid over de wereld, met muren ertussen. Een precisiebombardement op hun geluk.

Elektriciteit was er niet. Door de ramen flitste het licht van de zaklampen van je dochters die de tafel afruimden. Ze werden ronddwalende schaduwen.

We kochten vlees, wat voor jou een luxegoed was geworden. Elke avond na het eten verschenen er Syrische zoetigheden, nog zo’n verwennerij die jullie je niet konden veroorloven. Maar de Koerdische gastvrijheid is onwrikbaar.

Je verkocht olijfbomen om verder te kunnen leven, maar het geld smolt langzaam weg. Ik weet niet hoeveel bomen je ondertussen al verkocht hebt, maar elke verkochte boom was een steen minder in de steunpilaren van je leven.

Toch kon ik door de vragende blik in jouw ogen nog de levensvreugde van weleer zien schemeren, zoals je onder het puin van Syrië misschien nog de rijke geschiedenis van het land vindt. De lach die op elk van jouw grappen volgde, klonk bitter, maar hij was er wel.

Of we geen eenzame Belgische oma voor jou konden vinden.

Ik vraag me af of zelfs die schemering van levensvreugde er tegenwoordig nog is. Want sindsdien is de afbraak van je steunpilaren aan snel tempo verdergegaan. Je kinderen en kleinkinderen – tot vijf jaar geleden nog allemaal binnen bereik van een straal van vijftig kilometer tussen grote stad Aleppo, stadje Afrin en dorp Kurdan – zijn verbrokkeld en verspreid over de wereld. Een precisiebombardement op je geluk.

Nouri, hun onschuld is veilig

Ik kan me nog dit citaat uit een van onze gesprekken onder druiventrossen en een hemelgewelf vol sterren herinneren: ‘We zijn van eenvoudige komaf, dichtbij de natuur. Je ontmoet de pure mens hier. Maar politiek heeft doorheen de geschiedenis onze onschuld gestolen.’

© Xander Stockmans

Roliana met kinderen van haar dorp in Syrië in de zomer van 2014

Die onschuld herstellen, dat is wat ik probeer te doen voor Roliana en Ariana. Want in de zomer van 2014 begon ook een nieuw hoofdstuk in mijn leven.

Toen de twee kleine schelmen voor het eerst die vreemde vogel uit het verre land zagen, dook Ariana weg achter deuren en gordijnen, als een schichtige kat. Telkens ik haar daaraan herinner, moet ze lachen. Ze is helemaal opengebloeid. Haar zelfvertrouwen groeit zienderogen.

Roliana was toen al nieuwsgierig en assertief, met haar guitige lach, en dat is ze tot vandaag. De kleine Nouri, je oogappel en naamgenoot, was nog niet eens geboren. Volgende maand wordt hij drie.

De kinderen zijn Vlaamse lagereschoolkinderen geworden. Tekenschool, dansschool, Chiro, noem maar op. Ik krijg kippenvel als ik eraan denk. Hoe moet het dan voor jou zijn? En voor de kinderen? Daar, op de binnenplaats van het Syrische huis, hadden ze geen flauw benul van hoe ingrijpend hun leven weldra zou veranderen.

Het is treurig dat hun onschuld alleen gehandhaafd kon blijven door hun wortels uit te trekken en opnieuw te planten in vreemde grond.

Het is paradoxaal en treurig dat hun onschuld alleen gehandhaafd kon blijven na een ingewikkelde onderneming waarbij hun wortels uitgetrokken en opnieuw geplant werden in vreemde grond, in het Westen, waar de vruchten toch anders zijn.

Het is niet makkelijk om in de prestatiegerichte opvoeding van een Vlaams kind anno 2018 de eenvoud te handhaven, dichtbij de natuur en de Koerdische cultuur. Je moet heel wat inspanningen leveren om hier nog de pure mens te vinden.

Weet je nog dat het tijdens onze eerste nacht in jouw dorp in Syrië plots was beginnen regenen? Dikke druppels, voor het eerst dat seizoen. Jullie hadden een slechte olijfoogst achter de rug, maar wij brachten geluk mee, regen uit België. Gods manier om ons te bedanken voor onze komst naar Syrië, zei je.

Maar misschien was de regen een voorbode van de donkere tijden die weldra zouden volgen. Een paar weken later werden jullie namelijk allemaal vluchtelingen, om tot vandaag niet terug te keren. Het huis, waar generaties opgroeiden, is leeg en ontzield. Sindsdien leef je in het land dat Afrin nu bombardeert: Turkije.

Nouri, we hebben ons uiterste best gedaan

260 euro. Zoveel betaalde je om alle documenten te verzamelen voor het visum. Een aderlating uit het hongerloontje dat je levensbloed is in Istanboel. Syriërs die Turkije bezoeken moeten een Turkse “voogd” hebben, iemand die voor hen garant staat tijdens hun verblijf in Turkije.

In de zomer van 2017 vond je iemand bereid en ging je naar de notaris om de uitnodiging van de voogd te laten legaliseren. Toen het officiële document in Kessel-Lo aankwam, bleek dat de voogd in Turkije zwartwerkte en geen officiële loonstrookjes kon voorleggen. Je moest een nieuwe voogd zoeken en de notaris een tweede keer betalen.

In deze wereld laten de goden de hoogmoedige vrijuit gaan en straffen zij kleine gezinnen die alleen familiegeluk nastreven.

Ook in België moest het gezin een hele resem documenten voorleggen. Het voelde alsof we verzeild waren geraakt in de mythe van Sisyphos, alsof we gedoemd waren om tot in de eeuwigheid absurde inspanningen te leveren wetende dat het toch allemaal voor niks zou zijn. Alleen laten de goden in deze wereld de echte hoogmoedige vrijuit gaan – de oorlogvoerende partijen – en straffen zij kleine en bescheiden gezinnen die alleen familiegeluk nastreven.

Maar we begonnen het rotsblok de berg op te duwen.
— ‘We zijn gesloten!’, snauwde de ambtenaar van het Turkse consulaat van achter de gesloten deur in de Montoyerstraat 4 in Brussel. We waren vijf minuten te vroeg op de afspraak, zoals aangegeven op de website van het consulaat.

In de wachtruimte begon Roliana te bladeren in een boek van het Turkse agentschap voor noodhulp, met oorlogstekeningen van Syrische kinderen. Een wake-up call uit haar normale Vlaamse leventje van de afgelopen twee jaar en een onaangename herinnering aan haar afkomst. Vooraan in het boek stond een portret van de Turkse president Erdogan.
— ‘Dat is de baas van Turkije’, zei ik.
— ‘Is die stout?’, vroeg ze.

© Pieter Stockmans

 

Op televisieschermen speelden films over het werk van de Turkse Rode Halve Maan die “onze Syrische broeders en zusters” helpt.

Het liet een wrange nasmaak achter: in de wachtruimte waar Turkije Syrische kinderen (die naar Europa trokken om naar een echte school te kunnen) visums weigert om hun opa te bezoeken en hen tot tranen brengt, pakt het land uit met hoe het andere Syrische kinderen (die in Turkije in een kamp bleven zitten) helpt.

De ambtenaar stuurde de visumaanvraag door naar het ministerie van Binnenlandse Zaken in Ankara.
— ‘Omdat het gezin illegaal uit Turkije vertrok’, klonk het.

Om gewoon de visumaanvraag in te dienen, betaalde ik de 300 euro administratiekosten. Zes briefjes van vijftig door de teller. Maar als we het niet hadden geprobeerd, hadden we nooit geweten of het misschien was gelukt.

Omdat ze Turkije in 2015 irregulier verlieten als oorlogsvluchtelingen kunnen ze ook niet meer regulier terug? Alsof ze ontsnapten uit de gevangenis die Turkije was en hun bezoekrecht aan de gevangenis opgaven.

Door te kiezen voor hun toekomst sluiten vluchtelingen zich af van hun verleden, waar een deeltje van hun hart achterblijft.

Maar ze ontsnapten om voor zichzelf en hun kinderen de basisrechten van waardig werk en onderwijs af te dwingen. Deze keer wilden ze het bezoekrecht afdwingen. Ze wilden van België naar Turkije voor die andere basisbehoefte: samenzijn met familie, zeker met eindejaar.

Drie weken later informeerde ik bij het consulaat. De volgende dag zag ik een e-mail verschijnen en brak me het angstzweet uit.

Dear Sir,
The visa application of the family has been refused.
En iyi dileklerimizle,
Salutations distinguées,
Hoogachtend,

Dat was alles.

Mijn woede zag je niet in mijn beleefde vragen om verduidelijking. Geen antwoord. Ik ondernam ook vergeefse pogingen om het consulaat telefonisch te bereiken: eindeloos lang lieflijke wachtmuziekjes uit een wereld die niet zo’n onrecht suggereert.

Door in 2015 te kiezen voor hun toekomst hebben ze zich afgesloten van hun verleden. Dat zou geen probleem zijn als er geen deeltje van hun hart was achtergebleven in dat verleden.

Door regen en wind fietste ik naar het huis van je zoon. Ik wilde het hem persoonlijk vertellen. De kleine Nouri was nog wakker. Hij was geconcentreerd met zijn dino’s aan het spelen. Hij zet dan al zijn dino’s mooi op een rij en brengt een hele dinowereld tot leven. Prachtig om te zien. Ik weet het, ik verdien geen seconde meer met hem zolang jij…

© Pieter Stockmans

 

Lange tijd kon ik de energie niet vinden om je deze brief te schrijven. Ik kreeg niks op papier en voelde me machteloos. Zelfs schuldig. Had ik iets verkeerd gedaan? Ik heb weinig ervaring met zo’n visumaanvraag, als vrije mens. Is het door mijn fout dat jij nog eens jaren zonder je kleinkinderen moet? Dat de kinderen vervreemden van jou?

Misschien voelde het ook zo voor je zoon Delvan. Het was niet makkelijk voor hem om je het slechte nieuws over te brengen. Elke dag had je tot God gebeden. Je was ervan overtuigd dat het visum in orde zou komen. Om cadeautjes voor de kinderen te kunnen kopen, klopte je extra uren aan je hongerloontje.

Jouw verdriet zuigt Delvans energie op. Het leven hier in België krijgt alleen zin als de band met de familie in Turkije gezond is. De volgende ochtend ging hij voor het eerst vrijwilligerswerk doen voor Wonen en Werken, om sneller Nederlands te leren. Roliana ging plichtsgetrouw met de boekentas op de rug naar school, om aan haar nieuwjaarsbrief voor jou te werken.

Ariana mocht haar knuffelbeer Boeboe mee naar school nemen.

De kleine Nouri liep vrolijk mee met de andere kinderen op de speelplaats van de kleuterschool. Ik kon het niet laten om even aan de schoolpoort te gaan kijken en te hopen dat ik je mijn ogen kon geven.

Kijk eens hoe groot die jongen wordt, dacht ik.

Roliana en Ariana kennen je nog, maar Nouri was een half jaar oud toen ze vertrokken. Hij kent je alleen van WhatsApp-gesprekjes.

’s Avonds namen we de puike schoolrapporten door en keken we Lady en de Vagebond. De ene een verzekering voor een fundament onder de voeten, de andere voor een onbezorgde kindertijd.

Zekerheid is een gevoel dat jij hebt leren wantrouwen. Op je vijfentwintigste had je al een oorlog, zeven staatsgrepen, democratie en dictatuur achter de kiezen. De volgende veertig jaar leefde je onder de bedrieglijk-eeuwige zekerheid van het Assad-regime, gebouwd op het drijfzand van brutale dictatuur en geopolitiek machtsspel.

Nouri, jij bent de Held van het verhaal

Niets gooide je leven grondiger overhoop dan wat er op je zevenenzestigste gebeurde: de revolutie en de oorlog die in 2018 hun achtste jaar ingaan. Bij de voorgaande omwentelingen had je nooit àlles verloren, nooit het kostbaarste bezit van alle mensen: het laatste greintje zekerheid.

Deze keer verdween alles wat je de voorbije zes decennia had opgebouwd in een allesverslindend kluwen van strijd tussen het Assad-regime, revolutionairen, PKK, IS, al-Qaeda, de VS, Turkije, Iran en Rusland. Niets bleef over van het vroegere.

Mijn wens voor 2018 en de volgende jaren: dat de golf van de tijd hen zal brengen tot daar waar ze op eigen benen kunnen staan en ze de geschiedenis zélf vormgeven in plaats van ondergaan.

Je bent geboren in 1944 onder het Franse mandaat. Toen je ongeveer zo oud was als de kleine Nouri vandaag trok een onafhankelijke Syrische republiek ten oorlog tegen de joodse zionisten in Palestina. Toen je vijf was zag je het nieuws over drie staatsgrepen in één jaar en een eerste poging tot dictatuur. Toen je tien was, werd na een volgende staatsgreep de democratie hersteld en vier jaar later zag wéér een nieuwe republiek het levenslicht. Die was ook geen lang leven beschoren. Toen je zeventien was, in 1961, zag je de vijfde staatsgreep in je leven. En twee jaar later de zesde: de Baath-partij kwam aan de macht. Na een machtsstrijd pleegde Hafez Assad de beslissende staatsgreep en vestigde hij de macht van zijn clan die tot 2018 de regering van het land controleert.Je dacht dat je zo standvastig en geworteld was als je olijfbomen, dat je in je dorp zou sterven. Dat is niet meer zeker. Je bent beroofd van je verleden en je toekomst, en je heden is leeg als je geen getuige kan zijn van de toekomst van de volgende generatie.

Maar met al die rampspoed komt een kans.

Als je kleinkinderen in Syrië en zelfs in Turkije waren gebleven, was er niet eens een toekomst om getuige van te zijn. Dan was hun leven bepaald gebleven door de onzekerheid.

In België kunnen ze de steunpilaren van de familie steen voor steen heropbouwen. Je kleinkinderen groeien op met optimisme en krijgen kansen. Kwaliteitsvol onderwijs, opvoeding tot zelfbewuste en kritische mensen, en later een zinvolle bezigheid die aansluit bij hun passies en talenten die we in België kunnen ontdekken.

Wie weet zit er ergens onderweg een terugkeer naar Syrië in, maar hopelijk als vrije mensen op latere leeftijd, als de steunpilaren helemaal opgebouwd zijn en er waar ook ter wereld op verdergebouwd kan worden.

Daarom zijn de geluiden die ons uit Duitsland bereiken — dat Syrische vluchtelingen zullen moeten terugkeren “naar gebieden in Syrië die veilig zijn” — een nieuwe bron van angst.

Zo’n beleid zou gelijkstaan aan wat de Syrische oorlog al eens aanrichtte: de afbraak van de oude zekerheid, zonder een nieuwe in de plaats te brengen. De nawerkingen van de dictatuur en de oorlog die de helft van de totale bevolking ontwortelde, zullen nog generaties in de onzekerheid blijven storten.

Ik hoop dat de eerste vijfentwintig jaren in het leven van je kleinkinderen niet zo woelig zullen zijn als die van jou. Dat zij niet zoveel geschiedenis hoeven te ondergaan, erdoor opgejaagd. Dat de golf van de tijd hen tenminste zal kunnen brengen tot daar waar ze op eigen benen kunnen staan en ze de geschiedenis zélf mee vorm kunnen geven.

Ten overstaan van een catastrofe die jouw land decennia terug in het verleden katapulteerde, is dat een verzekering die jouw familie de toekomst in katapulteert.

© Pieter Stockmans

Twee jaar in België!

De prijs die jullie betalen is de groeiende kloof tussen drie generaties. Jij in de wereld van gisteren, de kleinkinderen in de wereld van morgen, en je zoon zweeft er ergens tussenin, gevormd door de wereld van gisteren maar fysiek in de wereld van morgen.

Ik kan me voorstellen dat dit jullie bang maakt. Bang, dat de kinderen jullie uiteindelijk niet meer zullen kennen. Of dat jullie hén niet meer zullen herkennen. Daarom zouden bezoekjes aan de familie in Turkije hen helpen hun wortels niet te vergeten. Ze zouden de kloof tussen generaties minder ontwrichtend maken. ‘Waarom moet Turkije daar zo’n groot probleem van maken!?’, zou ik van de daken willen roepen.

Denk je soms dat je hen die nacht niet had moeten laten gaan?

Maar beste Nouri, er zijn heldenfilms waar de held zijn leven opoffert om een ander het leven te geven. Als je via WhatsApp ziet hoe je kleinkinderen al hun potentieel en talenten ontwikkelen, weet dan dat jij die held bent.

Helden
Gisteren vierde Roliana haar achtste verjaardag. Vijf jaar in Syrië, één jaar in Turkije, twee jaar in België. Ze wilde Nico van het Ketnetprogramma Helden op haar feestje uitnodigen. In Vlaams Kinderland kan je hem gerust wereldberoemd noemen. Nico is een parkourleraar die de creativiteit van honderden kinderen in Leuven doet ontwaken. En Ketnet een Vlaamse kinderzender die veel bijdraagt tot de ontwikkeling van jouw kleindochter.

In de kille wereld van het Turkse consulaat zouden we haar vraag beantwoord hebben met ‘neen Roliana, dat gaat niet.’ Zonder verdere uitleg. Maar Roliana groeit op in de wereld van ‘yes we can’. Hoe meer landen haar grenzen opleggen, hoe grenzelozer haar verbeelding wordt. Onder het motto ‘wie niet waagt, niet wint’ stuurden we Nico een mailtje. En je raadt het nooit: deze keer géén droge ‘the application of Roliana has been refused’, maar ‘ik heb niet heel veel tijd, maar ik kan wel even langsgaan bij Roliana, dan kan ik haar toch een plezier doen.’

Dit zijn de mensen in haar leven, beste Nouri.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur