Dossier: 

Als paaslelies bloeien op Kerstmis. Een nieuwjaarsbrief aan minister-president Geert Bourgeois

In een nieuwjaarsbrief wenst John Vandaele die andere Izegemnaar Geert Bourgeois toe dat hij de Vlaamse leider wordt die zijn volk leert vooruitkijken naar een zee zonder belforten. Daartoe moet hij gewoon ‘onze waarden’ ernstig nemen door ze te vertalen in een slagkrachtig beleid.  

Mijnheer de minister-president,

dag Geert, (vergeef me deze vrijpostigheid maar ik wil u graag persoonlijk aanspreken), 

Ja, het blijft een tour de force dat u erin geslaagd bent minister-president te worden.

U die in 2003 moederziel alleen in het federaal parlement zat, kansloos geacht door iedereen. Respect daarvoor! Het is zonder twijfel de bekroning van een loopbaan.

‘Paaslelies bloeien op Kerstdag en Engeland loopt onder water.’

Maar politiek, dat zal u zeker beamen, gaat niet enkel om postjes maar ook om realisaties. Mag ik u daarom met deze Nieuwjaarsbrief toewensen toe dat u de Vlaamse leider wordt die zijn volk leerde vooruit kijken. En ons deed beseffen dat Vlaanderen – anders dan Wallonië bijvoorbeeld – een laaggelegen regio is, en wat daarvan de gevolgen kunnen zijn in tijden van klimaatverandering?

Mag ik u vragen naar buiten te kijken en die aangename temperatuur te voelen? Paaslelies bloeien op Kerstdag en Engeland loopt onder water. En dit is nog maar een begin.

Maar om eerlijk te zijn: ik schrijf u eigenlijk ook omdat ik u niet begrijp.

Ik zag dat u net als ik school liep in het Izegemse Sint-Jozefscollege en vervolgens rechten ging studeren aan de woelige Gentse universiteit van begin jaren zeventig. U bent dus wellicht net als ik, dankzij ons gedemocratiseerde onderwijs, opgegroeid in de traditie van de Verlichting, met het geloof in wetenschap en rationaliteit. Ik verneem wel eens dat uw en andere politieke partijen in de coalitie die u leidt, juist in die Verlichting het grote verschil zien tussen onze Westerse cultuur en andere culturen.

Onder verlichte geesten

Als dat zo is, verwacht ik dat u daar ook naar handelt. Voor mij betekent dat niet dat je elke kleine hik verafgoodt die de wetenschap produceert maar dat je over het algemeen wel gelooft dat wetenschappelijke kennis ‘zekerder’ is dan andere kennis. Ze ‘werkt’ immers. Het is met die kennis dat we gsm’s of kerncentrales bouwen en die wérken.

‘België dreigt als een van de enige Europese landen zijn doelen inzake de vermindering van uitstoot van broeikasgassen te missen.’ 

Zo ook met de klimaatwetenschap. Als duizenden wetenschappers eensgezind besluiten dat wij door ons massale verbranden van steenkool, olie en gas de atmosfeer zodanig wijzigen dat ons klimaat erdoor verandert, geloof ik dat. Ik verwacht van u als ‘verlichte geest’ hetzelfde.

Dan is mijn volgende vraag: waarom doen jullie er zo weinig aan? Klimaatverandering is immers een probleem, zo zeggen diezelfde wetenschappers, waar we iets kunnen aan doen. We moeten gewoon minder verbranden.

Met zeven miljard mensen stuff verbranden maakt de planeet onleefbaar of minder leefbaar. En wij, Belgen, verbranden veel meer dan de gemiddelde aardbewoner. En toch zijn we, samen met Ierland en Oostenrijk, het enige Europese land dat zijn doelen inzake de vermindering van uitstoot van broeikasgassen dreigt te missen. 

Mensenrechten

Stel je voor dat alle Europeanen zo handelen? Dan haalt de Europese Unie haar doelen niet. Is de hoop dat we zo klein zijn dat het niet opvalt? Rekent u er dan op dat de Indiërs en Chinezen voor ons de kolen uit het vuur halen (letterlijk en figuurlijk)? Dat kan ik moeilijk geloven want ik hoor ons op internationale conferenties steevast hoog opgeven over de mensenrechten – vaak om andere, minder “verlichte” landen een beetje de les te spellen.

Die mensenrechten betekenen dat alle mensen recht hebben op leven en de goede dingen des levens, en wel in gelijke mate. Vanuit dat oogpunt is onze grote uitstoot van broeikasgassen problematisch. Wij leggen sinds vele decennia meer beslag op het absorptievermogen van de atmosfeer dan 90 procent van de wereldbevolking, en tasten zo – via de klimaatverandering – de mensenrechten van anderen op verre plaatsen en in verre tijden aan. Dat is in strijd met onze verkondigde ideologie.

Gedragen wij ons onchristelijk? 

Maar er is meer. Ik denk dat verschillende leden van uw regering zich op een of andere manier verbonden weten met de christelijke cultuur. U was zelf al vroeg actief in de Katholieke Studenten Actie (KSA). Ook ik ben in Izegem in die christelijke wereld opgegroeid. Het heeft me zonder twijfel blijvend beïnvloed, al ben ik onderweg het geloof in den Heer verloren. Een kernwaarde van het christendom – doe niet aan een ander wat je niet wil dat men jou aandoet –​ is een stelling die zowat alle wereldgodsdiensten aanhangen.

Vertaald naar het klimaatprobleem betekent dit dat wij niet graag zouden hebben dat anderen zoveel broeikasgassen uitstoten dat wij daar last van hebben. En dat we dat dus zelf ook niet moeten doen. Maar het christendom gaat nog verder: het raadt zelfs aan de andere wang aan te bieden als iemand je al op de ene wang heeft geslagen. Een uitzonderlijke houding. Vertaald naar het klimaatprobleem betekent dit dat je je zelf inspant (je andere wang aanbiedt), zelfs indien de ander dat minder of niet doet (en je ene wang slaat). Wij doen eigenlijk precies het omgekeerde – niet alleen stoten we veel meer uit dan het wereldgemiddelde; we halen ook nog eens de afgesproken Europese doelen nièt – en gedragen ons dus onchristelijk.

Dwergstaat als groene techreus

Om een lang verhaal kort te maken: als we deze kernwaarden – wetenschap, mensenrechten, christelijke naastenliefde… – ernstig nemen, moeten we in België en Vlaanderen bij de koplopers zijn in de strijd tegen de klimaatverandering. Maar ook vanuit minder verheven motieven – commerciële kansen en onze vieze Vlaamse lucht properder maken – zou dat geen slecht idee zijn.

‘Schrijf geschiedenis, Geert!’

Kijk hoe Denemarken – net zoals Vlaanderen een dwergstaat van zes miljoen inwoners – beter wordt van zijn groene technologieën.

Verdorie toch, Geert. Ik hoor u soms dromen over een sterk Vlaanderen, wel, is dat geen droom?

Ervoor zorgen dat het vervuilde Vlaanderen een groene koploper wordt, en dus een bedenker van oplossingen voor de problemen van de toekomst: hernieuwbare energie, afvalbeheersing, water-en luchtzuivering. Schrijf geschiedenis, Geert, doe Izegem eer aan en trek die kaart !

Belforten op zee? 

Maar er is nog iets anders dat me hogelijk verbaast. Ik snap niet dat u als hoofd van een laaggelegen regio zo rustig blijft onder de dreiging van de klimaatverandering. Andere laaggelegen regio’s zoals eilanden in de Stille Oceaan of Bangladesh zijn internationale trekkers op klimaatvlak, maar bij ons heerst kennelijk grote zorgeloosheid.

Beseft u voldoende dat als er te weinig gebeurt, de Groenlandse ijsplaat gaat smelten en een groot deel van Vlaanderen kan onderlopen? U wil Gent en Brugge na eeuwen van bloei toch niet zien verdwijnen en de Vlaamse belforten – werelderfgoed nota bene – zien opduiken in zee? Nee, dat kan u niet willen. Daar wil u zelfs niet het geringste risico op lopen: dat heet het voorzorgsprincipe. Wel, dan is het nu het moment om een verschil te maken. U kan heel persoonlijk een verschil maken, jawel, want u verkeert na een lange loopbaan in een positie om een verschil te maken. 

Geen koploper

Ondanks die ernstige dreiging bekruipt me geregeld het gevoel dat sommigen in uw regering en uw partij maar al te graag tonen aan hun achterban dat ze ‘al die groene zever’ aan hun laars lappen. Dat zij ervoor gaan zorgen dat we bedrijfswagens massief blijven subsidiëren.

‘Worden onze kleinkinderen vluchtelingen?’

Wat zeg ik? Dat we er op de Brusselse Ring nog eens zes miljoen wagens per jaar gaan ‘bijblazen’ voor Uplace. Après nous le deluge. Letterlijk: onze kleinkinderen zullen het probleem wel oplossen als de zee tot in Melle komt. Worden zij dan vluchtelingen? 

Ik heb niet de indruk dat uw regering en uw partij koplopers (willen) zijn. Hoe moeten we anders verklaren dat het zes jaar duurde vooraleer de Belgische regeringen erin slaagden om met elkaar af te spreken hoe we het klimaatwerk onder elkaar zouden verdelen?

Terwijl alle landen van deze wereld op de klimaattop van Parijs met elkaar spraken over de inspanningen van de toekomst, zaten wij hier nog te hakketakken over de afspraken uit het verleden. Als onze laaggelegen regio de klimaatuitdaging echt ernstig neemt – en daarmee niet meer doet dan volgens zijn kernwaarden leven – zou Vlaanderen juist moeten strijden om zoveel mogelijk hooi op de klimaatvork te nemen.

Vlaamse “regelitis”

Als ik als lid van de energiecoöperatie EnerGent vaststel wat een onvoorstelbare hindernissenloop de vergunning van windturbines in Vlaanderen is, weet ik dat de Vlaamse regeringen tot nu onvoldoende hebben beseft dat de bouw van windturbines niet hetzelfde is als de constructie van eender welk winkelcentrum of golfterrein. Het ene is een antwoord op een van de grootste uitdagingen van deze tijd, het andere is dat niet. Nochtans worden beiden aan schier dezelfde vergunningsvoorwaarden blootgesteld.

‘Waarom windturbines aanzelfde procedures blootstellen als winkelcentra?’

U onderkent dat probleem ook. Op een bepaald moment, in een of ander televisieprogramma, verzuchtte u zelf  ‘we kunnen in Vlaanderen zelfs geen windturbine meer plaatsen’. Die zucht kaderde evenwel in de verantwoording van waarom winkelcentrum Uplace er moet komen: om betrouwbaar te zijn, een gegeven woord gestand te doen, moeten we doen wat we ooit aan Uplace beloofd hebben. Anders kan er door het oerwoud van regels niet meer ondernomen worden in Vlaanderen.

Ik kan u volgen in die laatste bekommernis; ze is belangrijk, maar mag ik u vragen om een windturbine niet in dezelfde zak als Uplace te stoppen? Het ene moet verhoeden dat een deel van Vlaanderen onder water verdwijnt, het andere draagt daar feitelijk toe bij. Het is aan u om die twee zaken tegen elkaar af te wegen: betrouwbaarheid versus vooruitziendheid in een levensbelangrijke aangelegenheid. Ik wil u uw nachtrust niet ontnemen maar dit zijn belangrijke keuzes. 

Verdubbeling aantal windmolens

Was het niet daarom – Uplace en de soap rond het Belgische klimaatakkoord – dat u, nog tijdens de klimaatconferentie van Parijs uit eerlijke schaamte voorstelde dat Vlaanderen tegen 2020 tweehonderd windturbines bij zal bouwen, en liever zelfs driehonderd? Dat is geen klein bier: 400.000 tot 600.000 Vlaamse gezinnen meer die u op vijf jaar tijd lokaal geproduceerde groene stroom wil bieden. 

‘U wil tegen 2020 meer dan 400 000 gezinnen lokale groene stroom bieden, da’s geen klein bier.’

Alleen, u weet ongetwijfeld dat er in Vlaanderen in totaal nu nog maar driehonderd turbines staan na al die jaren van gewroet en eindeloos procederen. Dat hebben we met MO* in kaart gebracht het voorbije jaar. Als u er dus met de losse pols nog eens tweehonderd of driehonderd bij wil, dan zal u een speciale regeling voor windturbines moeten uitwerken. Echt waar, anders lukt dat niet.

Als vennoot van EnerGent maak  ik nu van dichtbij mee welke hindernissenloop zo’n vergunningsprocedure is. Elke administratie op elk niveau haalt andere bezwaren aan, en elke hond met een hoed op en een dikke portemonnee kan eindeloos procederen. Als we op die manier een antwoord moeten geven op de klimaatverandering, wordt het moeilijk.

Betrek de burgers!

Ik begrijp dat mensen zich tegen windmolens verzetten in ons dichtbevolkte en door vele activiteiten getergde vlakke land. Er is in Vlaanderen nergens nog rust en stilte en de windmolens worden dezer dagen gezien als vreemde indringers. Daarom: betrek de Vlaamse burgers bij de exploitatie van de windmolens! Leg hen uit dat we nu eenmaal hernieuwbare energie moeten produceren als we een ramp willen voorkomen - maak duidelijk dat het de opdracht van onze generatie is - en laat hen ermee van profiteren.

Geef de burgers niet enkel de lasten van geluidshinder en slagschaduw, maar ook de financiële voordelen. Laat daarom gemeentes en burgercoöperaties participeren in windparken. En schrijf dat in een Vlaams decreet. Het zal niet alle verzet elimineren, zeker niet, maar het maakt wel een verschil. De ervaring van EnerGent leert overigens dat een samenwerking tussen een burgercoöperatie en een ontwikkelaar van een windpark bijzonder vlot kan lopen en niet de tijdrovende bezigheid is die velen erin zien.

Voor wat het waard is: met EnerGent voelen we dat veel mensen - in deze tijden van renteloze spaarboekjes - goesting hebben om te investeren in windturbines en om betrokken te zijn bij de uitbouw van lokale energieproductie. 

Of doe zoals de provincie Oost-Vlaanderen: leg de ontwikkelaars op dat ze, naast de participatie, een deel van de winst in een fonds storten, dat door de omwonenden wordt beheerd en geïnvesteerd in het aantrekkelijker maken van hun leefomgeving. U zal zeggen: nog meer regels? Inderdaad, maar tegenover die inspanningen van de ontwikkelaars moeten dan wel heel reële voordelen staan: een vergunningsprocedure die véél en veel vlotter verloopt. Bovendien kan energieproductie op deze manier een verbindende factor worden tussen mensen. Mag ik u vragen dat te faciliteren? Klimaatverandering kan ons al sterke verenigingsleven nog verdiepen en het “kwetsbare weefsel” verstevigen.

‘Laat klimaatverandering het “kwetsbare weefsel” versterken.’

Er is uiteraard nog veel meer dat u kan doen om van Vlaanderen een klimaatleider te maken. Ik kijk ernaar uit of u daar werk van maakt in 2016.

U kan de Vlaamse leider worden die zijn volk leerde vooruit kijken, over de zee, en ons deed beseffen dat we daar geen belforten willen zien opdoemen. Als u dat doet, zal niemand nog durven beweren dat u een ietwat grijze boekhouder bent.

En verder wens ik u een deugddoend 2016. 

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3229   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur