Onderwijs voor meisjes, van ambitie naar actie

Malala Yousafzai, winnaar Nobelprijs voor de Vrede in 2014, en Jim Yong Kim, voorzitter Wereldbankgroep, vinden het tijd vlugger vooruitgang te boeken op vlak van onderwijs voor meisjes in ontwikkelingslanden. ‘Wat voor zin heeft het voor meisjes om naar school te kunnen gaan, als ze er weinig of niets leren?’

  • United Nations Photo (CC BY-NC-ND 2.0) Een meisje in een lagere school in Turba, Darfoer, februari 2012. United Nations Photo (CC BY-NC-ND 2.0)

Je vraagt je misschien af wat een achttienjarige studente en de voorzitter van ‘s werelds grootste ontwikkelingsagentschap gemeen hebben. Een van ons houdt erg van de Koreaanse uitdrukking Yeolsimhi gongbu hay – studeer met je hart in vuur en vlam. De ander roept regelmatig meisjes over heel de wereld op om hun woorden in vuur en vlam te zetten en op te komen voor hun recht op onderwijs.

Wat we delen is een passie voor onderwijs. We zijn vooral ambitieus op het vlak van onderwijs voor meisjes, omdat het een van de beste vehikels is om gelijke rechten te bekomen en extreme armoede een halt toe te roepen. We zijn er ook van overtuigd dat ambitieuze doelstellingen opgevolgd moeten worden met doortastende actie.

De doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling die door de Verenigde Naties aangenomen werden in september zijn een goed begin. De vierde doelstelling stelt dat tegen 2030 alle meisjes en jongens vrij, gelijk en kwaliteitsvol lager en secundair onderwijs moeten kunnen afmaken. Dat is een hele stap vooruit in vergelijking met de Millenniumdoelstelling van universeel lager onderwijs tegen 2015, maar engagementen betekenen alleen iets als ze ook effectief nageleefd worden.

Meer dan een miljoen mensen ondertekenden recent een petitie op Change.org om voor elk meisje waar ook ter wereld het recht te garanderen op 12 jaar vrij, veilig, kwaliteitsvol lager en secundair onderwijs. Deze week zullen duizenden mensen He Named Me Malala zien – een nieuwe documentaire die aandacht vraagt voor het lot van miljoenen meisjes die het recht op leren ontzegd wordt. In teveel delen van de wereld zijn meisjes nog steeds niet in staat om naar school te gaan met hun broers, om een kindhuwelijk te ontlopen, of om geweld en intimidatie te vermijden als ze willen studeren.

Hoewel veel vooruitgang geboekt werd inzake schoolinschrijvingen van meisjes in het afgelopen decennium, zitten 32 miljoen meisjes tussen 6 en 12 jaar oud nog steeds niet op de schoolbanken. De situatie voor de armste meisjes op het platteland is ronduit vreselijk: slechts 13 procent van de armste tienermeisjes op het platteland in Zuid- en West-Azië maken het lager middelbaar af. In vele landen ligt het aantal meisjes dat het hoger middelbaar afmaakt zo laag dat er amper cijfers voorhanden zijn over hoeveel er nog op de schoolbanken zitten in de hogere jaren.

Maar wanneer meisjes degelijk secundair onderwijs kunnen genieten, ontwikkelen ze zelfvertrouwen en vaardigheden die een ongelofelijke impact kunnen hebben op de samenleving. Meisjes onderwijzen transformeert landen en generaties.

Jonge vrouwen die onderwijs genoten krijgen over het algemeen pas later kinderen, en ze nemen er minder. Ze kunnen meer verdienen en hun zonen en dochters hebben meer kans om gezond te zijn en school te kunnen lopen. Zuid-Korea (waar Jim Yong Kim geboren werd in 1959; nvdr) baande zichzelf een weg uit de armoede door middel van onderwijs en oversteeg zo de gevolgen van een verschrikkelijke oorlog.

‘Twaalf jaar onderwijs zou de minimumnorm moeten zijn voor ieder kind in ieder land.’

Meer ambitie voor meisjes in het onderwijs betekent niet gewoon dat alle meisjes in ontwikkelingslanden moet kunnen overgaan van het lager naar het secundair onderwijs. Hoewel dat een enorme stap voorwaarts zou betekenen, is het niet genoeg. Maar weinig ouders die dit stuk lezen zullen er immers van overtuigd zijn dat lager onderwijs volstaat voor hun zoon of dochter. In 2030, wanneer de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling behaald moeten worden, zal het zeker niet genoeg zijn. Twaalf jaar onderwijs zou de minimumnorm moeten zijn voor ieder kind in ieder land.

De nieuwe wereldwijde doelstelling stelt ook dat alle kinderen kwaliteitsvol onderwijs moeten kunnen genieten, en toegang moeten hebben tot zowel het lager als het secundair onderwijs. Spijtig genoeg is dit voor vele landen een hele opgave, aangezien meer dan 250 miljoen kinderen kunnen lezen noch schrijven, hoewel ze al verscheidene jaren naar school zijn geweest. Dus wat voor zin heeft het voor meisjes om al die obstakels om naar school te kunnen gaan te overwinnen, als ze toch weinig of niets leren?

Er is vooral meer geld nodig voor onderwijs in ontwikkelingslanden. Zowel donoren als nationale overheden moeten hun deel doen, door enerzijds meer ontwikkelingshulp, anderzijds een groter deel van het overheidsbudget opzij te zetten voor onderwijs.

Een bijkomende uitdaging ligt op het vlak van dataverzameling. Of zoals Malala zegt: ‘Als we zeggen dat meisjes meetellen, dan moeten we meisjes meetellen.’ Voor de Wereldbank is de opdracht duidelijk: de vooruitgang van meisjes in het onderwijs apart monitoren en meten, helemaal tot en met het laatste jaar van het secundair, zodat overheden weten waar ze aan toe zijn en welke interventies nodig zijn.

Hoe kunnen we vlugger vooruitgang boeken? Internationale partners zoals de Wereldbankgroep kunnen kennis, financiering en technische ondersteuning ter beschikking stellen. Ngo’s zoals het Malala Fonds kunnen scholen helpen financieren, overheden en donoren aansporen om meer te doen en meisjes aanmoedigen om pleitbezorgers te worden voor het recht op onderwijs in hun land. Overheden moeten vooral ook leiderschap tonen door meer te investeren en het openbaar onderwijssysteem vlotter te laten lopen, zodat kwaliteitsvol onderwijs mogelijk wordt voor alle leerlingen en de armste meisjes dezelfde kansen krijgen als hun leeftijdsgenoten in rijkere streken.

Wij willen ervoor zorgen dat de mogelijkheid hebben om lager en secundair onderwijs af te maken een doodgewone zaak wordt voor elke meisje, waar ook ter wereld. En we zullen doen wat nodig is – met onze woorden en ons hart in vuur en vlam.

Malala Yousafzai won de Nobelprijs voor de Vrede in 2014 en is mede-oprichtster van het Malala Fonds. Jim Yong Kim is voorzitter van de Wereldbankgroep.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift