Joep Van Mierlo (Dierenartsen Zonder Grenzen)
Pleidooi voor geïntegreerde gezondheidsaanpak in mondiale ontwikkeling
“‘‘One Health biedt een duurzame weg vooruit’’
)
)
De wereld – en zeker het Globale Zuiden – worstelt vandaag met zware uitdagingen rond gezondheid, voedsel en klimaatverandering. In deze ingewikkelde context komt de One Health-aanpak naar voren als een baken van geïntegreerde oplossingen, schrijft Joep Van Mierlo van Dierenartsen Zonder Grenzen. One Health erkent de onderlinge afhankelijkheid van de gezondheid van mens, dier en milieu. Het is een holistisch perspectief dat een duurzame weg vooruit biedt.
Wat betekent One Health?
One Health is meer dan een concept: het is een transformatieve aanpak die de muren tussen geneeskunde, diergeneeskunde en milieubeheer neerhaalt. One Health gaat uit van het besef dat de gezondheid van mensen onlosmakelijk verbonden is met die van de dieren en van ons gedeelde leefmilieu. Dat is het duidelijkst zichtbaar in regio's waar gemeenschappen dichtbij dieren leven en sterk afhankelijk zijn van natuurlijke hulpbronnen.
Zuid-Kivu als levend voorbeeld
In Zuid-Kivu in de DR Congo is One Health uitgegroeid tot een levend, door de gemeenschap gedragen kader. In plaats van oplossingen van buitenaf op te leggen, werken Dierenartsen Zonder Grenzen, Médecins du Monde Belgium en de lokale milieupartner ADMR er samen met de bevolking om gezondheidszorgsystemen te ontwikkelen die aansluiten bij de lokale realiteit.
Samen hebben we een gezondheidsnetwerk opgebouwd dat alle belanghebbenden verenigt: veehouders, boeren, dorpsleiders, lokale ngo’s, particuliere dierenartsen, dierenverzorgers en personeel van de bestaande gezondheidsstructuren. Door te werken onder leiding van het South Kivu Provincial One Health Coordination Committee (CPCUS) en door de officiële gezondheidsdiensten te integreren in het model, garanderen we de levensvatbaarheid en officiële erkenning ervan op lange termijn.
Opleiding staat centraal bij One Health. Gezondheidswerkers, dierenverzorgers en eco-rangers krijgen zowel vakspecifieke als gezamenlijke training om gezondheidsbedreigingen op het raakvlak mens-dier-milieu te herkennen, erop te reageren en ze te melden. Deze lokale capaciteit – geworteld in eigenaarschap van de gemeenschap en gesteund door de overheid – maakt vroegtijdige opsporing en snelle reactie op ziekte-uitbraken mogelijk, wat de preventie en weerbaarheid verhoogt.
Snelle, gecoördineerde respons
In Zuid-Kivu heeft de One Health-aanpak een sleutelrol gespeeld bij de aanpak van de uitdagingen rond zoönosen – ziekten die overdraagbaar zijn tussen mens en dier. Gemeenschappen leven hier vaak dicht bij hun vee. Dit is cultureel ingebed maar verhoogt ook het risico op besmetting. Dit risico wordt nog groter door de nabijheid van het Kahuzi-Biega Nationaal Park, waar zowel mensen als hun dieren in contact kunnen komen met wilde dieren.
Een recent voorbeeld verduidelijkt hoe One Health in de praktijk werkt. Toen recent bij vee ongebruikelijke pokkenachtige symptomen opdoken, merkten de lokale bevolking en dierenverzorgers dit snel op. Dankzij hun opleiding en nauwe banden met de lokale autoriteiten meldden zij dit onmiddellijk. Zo kon al gauw een diagnose worden gesteld: het bleek om een variant van waterpokken te gaan of van het mpox-virus. Doordat dit zo vroeg was gedetecteerd, kwamen snel bewustmakings-, preventieve en bestrijdingsmaatregelen op gang en werden middelen gemobiliseerd op lokaal en nationaal niveau. Het resultaat was een snelle, gecoördineerde respons, die de waakzaamheid van de gemeenschap omzette in concrete actie.
Mensen zien hun eigen gezondheid, de diergezondheid en milieubeheer niet langer los van elkaar, maar als één ecosysteem dat zij samen mee vormgeven en in stand houden. Die verandering in perspectief is cruciaal voor het succes van One Health.
Bredere impact op ontwikkeling
De One Health-aanpak sluit naadloos aan bij de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's), vooral die rond gezondheid, armoedebestrijding en ecologische duurzaamheid. Door sectoroverschrijdende samenwerking te stimuleren en door preventief te handelen, worden interventies doeltreffender en de weerbaarheid tegen gezondheidsbedreigingen groter.
Een tekort aan middelen, onvoldoende samenwerking tussen sectoren en een gebrek aan bewustzijn bij belanghebbenden blijven grote struikelblokken.
Bovendien benadrukt One Health de lokale betrokkenheid, waardoor interventies cultureel passend en lokaal relevant zijn. Om het wereldwijde belang te onderstrepen: de VN heeft haar vier betrokken agentschappen WHO, FAO, WOAH en UNEP samengebracht in één partnerschap dat de One Health-agenda wereldwijd verenigt en aanstuurt.
Uitdagingen en de weg vooruit
Ondanks de groeiende erkenning is de invoering van One Health niet eenvoudig. Een tekort aan middelen, onvoldoende samenwerking tussen sectoren en een gebrek aan bewustzijn bij belanghebbenden blijven grote struikelblokken. In vele delen van het zuidelijk halfrond worden deze problemen nog verergerd door een instabiele context, waarin onveiligheid en kwetsbaarheid gecoördineerde actie nog meer belemmeren.
Om deze obstakels aan te pakken, moet eerst en vooral erkend worden dat One Health een kosteneffectieve manier is om dit te doen. Daarnaast zijn aanhoudende, gecoördineerde inspanningen nodig van overheden, internationale en burgerorganisaties.
Om een gunstig klimaat voor One Health te creëren, moeten betrokkenen investeren in onderwijs, infrastructuur en beleidsontwikkeling, zodat deze aanpak verankerd raakt in mondiale en nationale gezondheidsstrategieën. One Health moet worden gepositioneerd als een pijler van duurzaam ontwikkelingsbeleid. Dit zal kosteneffectieve maatregelen mogelijk maken die de onderlinge samenhang van menselijke, dierlijke en milieugezondheid aanpakken.
Het beleid van de verschillende sectoren op elkaar afstemmen is essentieel om onbedoelde negatieve effecten op de verschillende domeinen te voorkomen. Multidisciplinaire samenwerking moet actief worden bevorderd – via specifieke platforms of ondersteunende beleidskaders – met voldoende financiering om sectoroverschrijdende maatregelen mogelijk te maken.
Een breed scala aan belanghebbenden moet worden betrokken, van onderzoekers en praktijkmensen tot ngo's en boerenorganisaties, vooral zij die in de frontlinie staan van de voedselproductie en milieubeheer. Deze actoren brengen immers essentiële lokale kennis en praktische inzichten mee die de relevantie en impact vergroten.
Ook de milieupijler moet volledig worden geïntegreerd, met de nadruk op het aanpakken van schadelijke menselijke praktijken die ecosystemen aantasten en daarmee de volksgezondheid beïnvloeden.
Ten slotte moeten onderzoeksinstellingen een actievere rol spelen bij het vertalen en communiceren van hun bevindingen aan praktijkmensen en gemeenschappen, zodat kennis leidt tot concrete acties.
Waar het nu op neerkomt
One Health omarmen is geen strategische keuze maar een noodzaak in onze onderling verbonden wereld. Het biedt een alomvattend kader om gezondheidsuitdagingen aan te pakken op het raakvlak tussen mens, dier en milieu.
Tegelijk laat het toe om een gezond milieu te creëren en duurzame ontwikkeling en mondiale gezondheid te bevorderen. Nu we ons een weg banen door de complexiteit van de 21e eeuw, zal het integreren van One Health in onze ontwikkelingsparadigma's cruciaal zijn om een gezondere, veerkrachtigere wereld te bouwen voor iedereen, in het Zuiden én in het Noorden.
Joep Van Mierlo is directeur van Dierenartsen Zonder Grenzen België.
Dit opiniestuk is gebaseerd op inzichten van Dierenartsen Zonder Grenzen Internationaal en Dierenartsen Zonder Grenzen België en belicht de praktische toepassingen en de voordelen van de One Health-aanpak in internationale ontwikkeling.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.
